vrijdag 13 maart 2020



Twee steden aan het water
Artikel Pulchriblad maart 2020

Deze zomer vindt een bijzondere uitwisseling plaats tussen werk van kunstenaars uit Genua en Den Haag. De tentoonstelling met als thema ‘Water en Licht’ zal een hele verdieping van Pulchri Studio in beslag nemen. Ook Pulchrileden worden uitgenodigd om te exposeren.



In 2019 organiseerde curator Virginia Monteverde voor de vierde keer een biënnale in het prachtige Palazzo Ducale in Genua. Het evenement vond plaats in de zomer, tegelijkertijd met de Biënnale van Venetië. In tegenstelling tot de grote manifestatie in Venetië, met heel veel deelnemende landen, nodigt Monteverde steeds maar één land uit. In 2019 was dat Nederland, dat betekent dat de Italianen in 2020 hierheen komen. Het thema van de uitwisseling is ‘Water en Licht’. Zowel Genua als Den Haag liggen aan het water, het Haagse licht is door Mesdag beroemd geworden, dus wat lag meer voor de hand dan voor Den Haag te kiezen? En kom je naar Den Haag, dan kom je natuurlijk al snel terecht in de mooie expositieruimte aan het Lange Voorhout: Pulchri Studio.
Een viertal galeries uit de Randstad doet mee met de uitwisseling, waarvan Livingstone gallery in de Anna Paulownastraat de enige Haagse galerie is. Jeroen Dijkstra, eigenaar van Livingstone galerie is contactpersoon. Hij deed het voorstel om in Pulchri Studio te exposeren. “De locatie en de zalen van Pulchri hebben een soortgelijke uitstraling als het oude stadspaleis in Genua,” zegt hij. “We hebben in 2019 daar meegeholpen met het transport en de inrichting van de tentoonstelling. Dat ging echt op z’n Italiaans. Maandag kwamen we aan en donderdag was de opening. Alles moest nog georganiseerd worden. We hebben toen nachtenlang doorgewerkt en de hele dag kwamen er pizza’s en pasta langs. Maar dat geeft ook een band, de sfeer was geweldig. Iedereen heeft maar één doel voor ogen en dat is de kunst.”

Levende doden
De tentoonstelling van hedendaagse kunst zal in alle drie de zalen van de eerste verdieping van Pulchri Studio plaats vinden. In totaal doen zestig kunstenaars mee, dertig uit elk land. De curator heeft rekening gehouden met een gelijke verdeling van mannelijke en vrouwelijke kunstenaars. Het werk is heel divers, buiten foto’s en schilderijen zullen er installaties, beelden en video-performances getoond worden.

“Een aantal van de deelnemende kunstenaars zal hetzelfde zijn als in 2019 in Genua, maar met recenter werk,” zegt Dijkstra. “Vanuit onze galerie doen Aaron van Erp, Theo Eissens, Ingrid Simons en Raquel Maulwurf mee. Tegelijkertijd zal er ook hier in de galerie werk van hen te zien zijn met als aanvulling de Italiaanse kunstenaar Daniele Galliano.”
Galliano hing in 2009 met zijn werk in het Italiaanse paviljoen op de Biënnale van Venetië. Hij maakt schilderijen van huizen met zijn bewoners. De figuren staan op balkonnetjes of hangen over de omheining. Als ze verhuizen naar andere steden laten ze overal hun sporen achter. Die sporen wil hij vastleggen. In zijn meest recente werk ‘Morti Viventi’, de levende doden, laat hij ook de bewoners uit het verleden zien en brengt ze weer tot leven, als geesten die nog steeds in en om hun huis rondwaren.
Raquel Maulwurf had in 2017 een solotentoonstelling in het Kunstmuseum, ze maakt grote houtskooltekeningen, soms realistisch, soms bijna abstract. In Genua hing haar zwart-witte zee ‘Black sea XII’. Haar werk gaat onder andere over hoe de wereld eruit ziet na een ecologische ramp. Ingrid Simons schildert landschappen en wil de kracht van de natuur weergeven. Aaron van Erp kiest gruwelijke onderwerpen uit voor zijn werk en voegt daar humor aan toe. De in 2015 overleden Theo Eissens combineerde fotografie met geometrische vormen.
In Pulchri zal, buiten de kunstenaars die aan de biënnale meedoen, ook nog een aantal kunstenaars van de vereniging zelf exposeren, op uitnodiging van curator Monteverde. Wie dat zijn, is nog niet bekend, wel moet het werk met het thema ‘Water en Licht’ te maken hebben.

‘De Italianen’, van 30 mei t/m 21 juni 2020 in de Mesdag- , Hardenberg- en Weissenbruchzaal.



De vreugde van het schilderen
 Artikel in Den Haag Centraal maart 2020

De schilderijen van de eigenzinnige kunstschilder Reinier Lucassen nodigen uit tot kijken en nadenken en zitten vol ironie. In zijn recente collages verwerkte hij vondsten van de rommelmarkt.

Het werk van kunstschilder Reinier Lucassen (Amsterdam, 1939) is nooit wat het op het
eerste gezicht lijkt. Ook de titel van zijn tentoonstelling in het Kunstmuseum: ‘Lucassen- de gelukkige schilder’, zet ons op het verkeerde been. Het is een knipoog naar een gevleugelde uitspraak van de populaire Amerikaanse kunstschilder Bob Ross die in zijn televisieprogramma ‘The Joy of Painting’ keer op keer liet zien hoe iedereen in staat is om in een paar uur een ‘echt kunstwerk’ te maken. Humor is een vast onderdeel in het werk van Lucassen.
Zijn schilderijen uit de jaren zestig en zeventig vielen onder de stroming de Nieuwe Figuratie. Het schilderen van herkenbare beelden was in die tijd bij een grote groep ‘not done’, er hing veel abstract werk in de grote musea. De eigenzinnige Lucassen maakte figuratief werk, waar hij ook abstracte elementen in opnam. Hij wordt wel gezien als een van de eerste Europese popart kunstenaars. In zijn felgekleurde schilderijen ontbrak het traditionele perspectief, figuren en objecten werden afgebeeld als silhouetten. Hier en daar nam hij elementen uit de populaire cultuur in zijn werk op, zoals stripfiguren, fastfood, pin-ups en films, maar de Amerikaanse popart van Roy Lichtenstein en Andy Warhol vond hij te veel op de toeschouwer gericht en inhoudsloos. Later verwerkte hij ook details van iconische voorbeelden uit de kunstgeschiedenis in zijn schilderijen, zoals werk van Max Ernst en René Magritte.
In 1984 ontdekte Lucassen de niet-westerse primitieve kunst. Het formaat van zijn schilderijen werd kleiner en de kleuren werden somberder. Abstracte vormen, letters en cijfers gingen een steeds belangrijkere rol spelen. De laatste twintig jaar is hij op zoek geweest naar de grens tussen kunst en kitsch.

Randje Mondriaan
Het Kunstmuseum heeft een paar werken van Lucassen in bezit waaronder het intrigerende werk ‘Zelfportret als vampier’ uit 1973. Het is een uitzicht vanuit een kamer met een wastafel aan de muur. De jonge vrouw met zonnehoed die buiten staat, rekt zich uit en waant zich onbespied. Aan de rand van het schilderij is binnenskamers nog juist het profiel te zien van een geheimzinnige toeschouwer met vuurrode lippen. De titel geeft een heel andere betekenis aan het beeld dan op het eerste gezicht lijkt.
Een aanleiding tot het maken van deze tentoonstelling was de recente schenking van het werk ‘Romantisch landschap met palmboom’ uit 1965. Ook deze titel is ironisch bedoeld. Bij de woorden ‘romantisch landschap’ komen onwillekeurig de negentiende-eeuwse schilderijen van de Duitser Caspar Friedrich uit de periode van de romantiek naar boven. Friedrich schilderde eenzame figuren in overdonderende landschappen met dreigende wolken en krakende ijsschotsen. Het melodrama druipt er vanaf. Bij Lucassen niets van dat alles. Hij schilderde een platte palmboom op een knalgeel vlak, een miezerig ondergaand zonnetje en voor wie het wil zien: een randje Mondriaan aan de zijkant.


Rommelmarkt
De laatste collages en tekeningen van Lucassen hebben als drager ook wel oude schilderijtjes of dienbladen, gevonden op de rommelmarkt. Hij noemt zijn werk ‘assemblages’ en ‘modificaties’, die gemaakt zijn met knopen, poppetjes, plastic vogeltjes, buttons en vooral veel speelgoedletters. Hier en daar is zelfs een christusbeeldje te zien of een elektriciteitsstekker, waarvan de pinnen in het hoofd van een figuur lijken te verdwijnen. De ongewone combinaties geven een andere betekenis aan het bestaande materiaal.
Het werk van Lucassen is niet chronologisch opgehangen en er is, behalve de titel, niet veel uitleg over de inhoud. Zijn recente collages worden afgewisseld met de grote en heldergekleurde schilderijen uit de jaren zestig en zeventig. Deze manier van tentoonstellen geeft een verassend beeld van zijn oeuvre en dwingt de kijker om steeds over te schakelen en te blijven nadenken over wat hij ziet. Het werk neemt je mee in de gedachtewereld van de schilder en vraagt om goed te kijken en te vergelijken. De boodschap moet langzaam doordringen.

‘Lucassen - de gelukkige schilder’ in het Kunstmuseum tot en met 7 juni 2020. Meer informatie www.kunstmuseum.nl





Hernieuwde belangstelling voor Art Deco Beurs

Artikel in Den Haag Centraal februari 2020
 Na vier jaar weg te zijn geweest uit Den Haag is er opnieuw een beurs voor verzamelaars van Art Deco in het Venduehuis aan de Nobelstraat.

In 2016 vond in de Grote Kerk de laatste Art Deco Beurs plaats. Zeventien jaar lang was het een belangrijk Haags evenement waar veel liefhebbers uit heel Nederland op af kwamen, maar het bezoekersaantal verminderde en de beurs verdween. Na vier jaar is de oude traditie in ere hersteld: de stichting Art Deco 2.0 werd opgericht met als doel een nieuwe beurs te realiseren.
“Door de naweeën van de crisis en natuurlijk ook door de vele online veilingen kwamen er destijds steeds minder bezoekers,” zegt Cok van der Lee, voorzitter van de stichting. “Maar we vingen steeds meer signalen op dat er weer behoefte was aan een fysieke beurs, zowel van de particuliere verzamelaars als van de handelaren. De nieuwe beurs wordt in het Venduehuis gerealiseerd, op een steenworp afstand van de Grote Kerk. Er is nu al bijna te weinig ruimte om iedereen te herbergen, dus wie weet, groeit de beurs in de toekomst weer naar een grotere locatie toe.”
Het bestuur van de stichting bestaat uit Cok van der Lee, secretaris Elzeba Kleiss, penningmeester Stefan de Jong en Arie de Boer, Art Deco-kenner. De Boer is de enige oudgediende die al vanaf de eerste beurs in 1999 bij de organisatie betrokken was en die met zijn ervaring en netwerk van onschatbare waarde is. De bestuursleden zijn alle vier liefhebbers, Van der Lee en De Jong vatten al eerder het plan op om de beurs nieuw leven in te blazen. Na een ontmoeting met Ezelba Kleiss die zich bij hen aansloot, was het niet meer dan vanzelfsprekend dat Arie de Boer erbij kwam en de stichting Art Deco 2.0 een feit werd. “Het is op basis van non-profit,” zegt Van der Lee. “Het is vooral de liefde voor de toegepaste kunst uit 1880-1980 die ons bij elkaar bracht en de wil om er een succes van te maken.”

Amsterdamse school
Volgens Van der Lee is er op dit moment veel nieuwe belangstelling, ook bij jongeren en vooral bij de groep dertigjarigen. Het begon met de tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam in 2016, een spectaculaire overzichtstentoonstelling van interieurontwerpen van de Amsterdamse School ofwel de Nederlandse Art Deco. Voor het eerst waren nu ook de interieurs te zien, met stoelen, kasten, klokken, lampen, glas-in-loodramen, haardschermen, vloerkleden en ontwerpen voor behang. Dat alles in de fantasierijke vormen en expressieve kleuren van de Art Deco beweging.
Op 14, 15 en 16 februari 2020 opent de stichting Art Deco 2.0 voor het eerst de deuren van de nieuwe publieksbeurs voor Toegepaste Kunst 1880-1980. Ruim twintig kwalitatief hoogwaardige galeries van Art-Nouveau, Art-Deco, Amsterdamse School en Nieuwe Kunst zullen de mooiste voorwerpen uit hun collecties presenteren. Om het publiek meer wegwijs te maken, zijn er ook lezingen gepland met als achterliggend doel de belangstelling voor deze kunstperiode nog meer aan te wakkeren. De lezingen worden dagelijks gehouden van 11.00-12.00 uur in de Nobelzaal op de eerste etage van het veilinghuis, onder anderen door Frans Leidelmeijer, expert toegepaste kunst 1880-1980 en Jan de Bruijn, hoofdconservator moderne toegepaste kunst en vormgeving Kunstmuseum Den Haag.

Beurs Art Deco 2.0 in het Venduehuis der Notarissen, Nobelstraat 5, 14, 15 en 16 februari. Meer informatie en toegangskaarten via de website www.artdeco20.nl en aan de kassa. Prijs: 10 euro.

  Vrij zijn door naaktheid te tonen Artikel Den Haag Centraal van 3 september 2020 Zes studenten van de afdeling Textiel & Mode van de H...