donderdag 25 juni 2020

Thuis is niet altijd veilig

 Den Haag Centraal van 25 juni 2020

Het thema van de Papier Biënnale in Museum Rijswijk draait dit jaar om eigen huis en haard. Kunstenaars tonen hun persoonlijke ervaringen.

In Museum Rijswijk is dit jaar in de zomermaanden weer een indrukwekkende tenttoonstelling van en met papier te zien. De Papier Biënnale en Textiel Biënnale wisselen elkaar elk jaar af, de tentoonstellingen hebben inmiddels internationale bekendheid opgebouwd.



Toen het thema ‘THUIS/HOME’ voor 2020 werd vastgesteld, wist niemand nog dat het zo’n enorme lading zou krijgen. Nu is het een onderwerp waar de hele wereld mee bezig is. Door de internationale lockdown zijn mensen vaker thuis dan ooit tevoren. De eenentwintig kunstenaars die in Museum Rijswijk exposeren laten hun persoonlijke ervaringen met huiselijke omstandigheden zien. Soms gaat het over de eigen positie binnen een familie, maar ook over migratie of over de onveilige situatie van vluchtelingen. Ook zijn er avonturiers bij die op zoek zijn naar het land van melk en honing, soms is een thuis beladen door de geschiedenis die het heeft.

 Grootmoeder

De kunstenaars zijn in het museum nog bezig met het opbouwen van hun installaties. Veel objecten worden ter plekke gemaakt, speciaal voor deze tentoonstelling. Midden op de vloer zit papierkunstenaar Quentley Barbara (Willemstad, Curaçao, 1993) omringd door gebruikte kartonnen dozen en zilverkleurige ducttape, in zijn hand een stanleymes. Naast hem staat een grote papieren kop van een oudere vrouw, een portret van zijn grootmoeder. Barbara maakt installaties van karton, het gezin waarin hij opgroeide speelt daarin een grote rol. Op zijn dertiende werd hij opgenomen in de gemeenschap van Instituto Buena Bista op Curacao, opgezet door de kunstenaars David Bade & Tirzo Martha. Tot zijn achttiende heeft Barbara daar gewerkt, toen besloot hij naar Nederland te gaan om aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag te gaan studeren. In 2018 werd hij gekozen tot de ‘Best of Graduates’ met zijn eindexamenwerk ‘The Foreigners’. Het bestond uit een ruimte van gerecycled karton met daarin willekeurig geplaatste en meer dan levensgrote hoofden van zijn familieleden.

Het werk van Suzanne Inglada (Banyeres del Penedes, Spanje, 1983) bestaat uit uitgeknipte groepen mensen op groot formaat, die in een gewelddadige of emotionele actie verwikkeld zijn. Zij is geïnspireerd door de Spaanse en Catalaanse cultuur, de geschiedenis en de politiek. Geweld en macht, ook in de huislijke omgeving, zijn onderwerpen die haar intrigeren. De figuren zijn zowel midden in de ruimte als tegen de wand geplaatst, het geheel geeft op die manier de indruk van een theaterscène. Inglada volgde eerst een theateropleiding in Barcelona en koos toen toch voor de beeldende kunst. Haar werk viel al eerder op tijdens Art Rotterdam 2020 in de stand van galeriehouder Maurits van der Laar.

 

Bootvluchtelingen

Heel mooi is de installatie van Anna van Bohemen (Rotterdam, 1948). Trossen met papieren ogen hangen aan de wand. Elk oog zit in een papieren kommetje, ze zijn met garen aan elkaar gezet. In verschillende culturen staat het oog voor bescherming tegen het kwaad. Ogen worden aan de gevel van het huis of voor het raam gehangen om de bewoners tegen kwade geesten te beschermen. Aan de andere wand hangen stroken die bestaan uit brieffragmenten, archieven uit het verleden. Ervóór staan van papier gevlochten manden in een kring, op wankelende pootjes. Het natuurlijke materiaal is prachtig van kleur. Alle elementen - de ogen, de brieven en de manden - maken deel uit van jeugdherinneringen van Van Bohemen. Haar moeder kwam oorspronkelijk uit Polen. Na de Tweede Wereldoorlog was het lange tijd niet mogelijk om terug te gaan. Toen dat wel weer kon, reisde de 10-jarige Anna mee, zo leerde zij het leven in Polen kennen. Op markten en in huizen zag ze overal gevlochten manden staan met daarin fruit, gebak en pasteien. Voor haar staan de manden gelijk aan gastvrijheid en een ‘welkom thuis’.

De installatie ‘Vita di Cartone’ van Gianfranco Gentile (Verona, Italië, 1949) belooft heel indrukwekkend te worden. Het werk dat nu nog op de grond ligt uitgespreid, zal straks opgehangen worden. Op de tekening, gemaakt met pastelkrijt, zijn mensen afgebeeld die op elkaar gedrukt in een bootje zitten. De bedoeling is dat er steeds opnieuw water over het werk zal gaan stromen, dat uit flessen loopt die erboven opgehangen worden. Het kwetsbare werk dat op gelaagd en gerecycled karton gemaakt is, zal dan letterlijk verdwijnen. Verdrinken, zoals ook de bootvluchtelingen kans maken om tijdens hun overtocht te verdrinken.

De tentoonstelling is een ontdekkingsreis langs allerlei verschillende thuissituaties en herinneringen, met steeds weer verrassende en onverwachte ontknopingen.

 

Papier Biënnale ‘THUIS/HOME’ in Museum Rijswijk, van 28 juni t/m 15 november 2020. Meer informatie www.museumrijswijk.nl

 


Reliëfs vol herinneringen aan de jaren zestig

Den Haag Centraal , 25 juni 2020

Paul Steenhauer maakt objecten van verschillende materialen. Licht, schaduw en ritme zijn daarin belangrijker dan de voorstelling op zich.


Het is een uitdaging om de tentoonstelling van kunstenaar Paul Steenhauer (1951) te doorgronden. De expositie in de Tuingalerie van Pulchri Studio heet ‘Formaties’. Het werk, dat voornamelijk uit witgeschilderde reliëfs bestaat, is klein. Elk object wordt aangeduid met een letter en een nummer, er zijn geen titels. Dat maakt het niet makkelijker, de toeschouwer wordt geheel aan zijn lot overgelaten. Het werk verlangt aandacht en interesse, de kijker zal niet onmiddellijk meegesleurd worden in een draaikolk van emoties. Integendeel. De driedimensionale objecten lijken met wiskundige precisie in elkaar geschoven, licht en schaduw spelen daarin een belangrijke rol, een gegeven dat verandert naarmate de kijker een ander standpunt inneemt.

Het thema van Steenhauer is al zolang hij schildert ‘landschap zonder landschap te zijn’. Hij werkt meestal traditioneel: olieverf op doek of paneel. De voorstelling daarentegen is nooit conventioneel. Steenhauer geeft in zijn schilderijen een werkelijkheid weer die – zo zegt hij zelf – niet direct zichtbaar, maar wel waarneembaar is.

De landschappen die hij maakt, zijn strak van lijn. De vlakken bestaan uit koele vervagende kleuren in verschillende tinten groen en blauw. De lijn van de horizon ligt meestal op traditionele hoogte, op driekwart van het doek, soms iets lager, als het zogenaamde ‘vogelperspectief’. Er zijn vage aanduidingen van heuveltoppen of gebouwen. Ook het hemelruim is strak, er is geen wolkje te zien. “Het landschap is slechts een herinnering aan wat men daaronder pleegt te verstaan, er is geen leven onder noch boven de horizon, er zijn alleen strak geschilderde kleurvelden,” zegt hij over zijn werk.

 

Licht en schaduw

Van 1971 tot 1974 maakte Steenhauer al een serie driedimensionale objecten op paneel. Hij experimenteerde met verschillende metalen. Het was in de periode dat het werk van beeldend kunstenaar Jan Schoonhoven (1914 – 1994) heel erg in de belangstelling stond. De expressie van materiaal was daarbij erg belangrijk, zoals het werken met ribkarton. Schoonhoven verdiepte zich in de steeds veranderende lichtwerking op zijn reliëfs.

Vanaf de periode in de jaren zeventig begon ook Steenhauer allerlei materialen te verzamelen met het idee om er ooit nog eens iets mee te doen. In 2017 was het zover en begon hij met het maken van ruimtelijke composities wat resulteerde in de tentoonstelling ‘Formaties’. Kleur is geheel afwezig. Er zijn wit geschilderde reliëfs van allerlei materialen, op papier geplakt. Repeterende vormen die voor een ritmisch effect zorgen. Bij het minutieus bekijken, wordt hier en daar duidelijk wat er onder de witte verflaag zit. Soms zijn het toetsen van een computer, een stopcontact, dopjes, radertjes of ondefinieerbare bolletjes. Er zijn ook composities die goudkleurige elementen bevatten die op uit elkaar gehaalde uurwerken lijken. Materialen met een zachte koperkleurige glans. Maar dat is allemaal niet belangrijk. Het gaat om de formatie, de manier waarop het in elkaar geschoven is. Licht en schaduw doen de rest. Het werk van Paul Steenhauer roept toch een emotie op: een herinnering aan de jaren zestig.

 

‘Formaties’, t/m 7 juli 2020 in Pulchri Studio. Meer informatie www.pulchri.nl


vrijdag 12 juni 2020


Beestachtig mooie beelden met menselijke trekjes
Artikel Den Haag Centraal van 11 juni
De beelden van Germaine Richier lijken regelrecht uit een nachtmerrie te komen. Ze schiep bastaarden met een pokdalige huid en gaf ze een ziel.
 Verontrustende figuren’ zo omschrijft Jan Teeuwisse, directeur van museum Beelden aan Zee, de beelden van de Franse kunstenares Germaine Richier (1902-1959). De tentoonstelling ‘Mensbeeld-Mensbeest’, vult de grote zaal van het museum geheel met beelden die half uit mens en half uit dier bestaan. ‘Hybride’ - een kruising van twee soorten - is een woord dat vaak in verband met haar werk genoemd wordt, ook worden de beelden wel getypeerd als ‘bastaarden’. De nachtmerrieachtige wezens trekken aan en stoten af. Hun huid is ruw en aangetast, verminkt. De ledematen zijn spichtig en worden soms als wapens op de toeschouwer gericht.

Richier werd in Frankrijk gezien als een vernieuwer van de beeldhouwkunst, eerder nog dan beeldhouwer Alberto Giacometti (1901-1966) die vergelijkbaar werk maakte. Het naoorlogse werk van Richier laat angst zien, maar is ook vol van leven. De natuur was haar grote inspiratiebron; ze verwerkte takken, stenen en bladeren in haar werk. In haar atelier had ze een grote verzameling schelpen, zeeschuim en stukken hout. Ze ontleedde insecten en vogels en gebruikte stukken daarvan in haar beelden.

Rodin
Germaine Richier kreeg haar opleiding aan de École des Beaux-Arts in Montpelier bij de beeldhouwer Louis-Jacques Guigues, een leerling van Auguste Rodin. In het begin streefde ze nog naar het klassieke schoonheidsideaal zoals ze dat  had geleerd op de kunstacademie, maar na de oorlog veranderde dat abrupt en doorbrak ze de traditie van mooie gladde beelden. In 1947 maakte ze ‘L’ Orage’, De Storm, een beeld van een gehavende man in dreigende houding. Zijn huid pulseert en borrelt, alsof hij zojuist uit een moeras is verrezen. De 80-jarige Nardone had ervoor model gestaan, hij poseerde eerder voor het beroemde beeld van Honoré Balzac, gemaakt door Auguste Rodin. In 1948 maakte Richier een vrouwelijke tegenhanger: ‘L' Ouragane’, De Orkaan. Steeds vreemdere wezens volgen: een vrouw met insectenpoten, een sprinkhaan met kromme grijphanden, een levensgrote mier met borsten. Soms worden de beelden door strak gespannen ‘touwen’ in evenwicht gehouden zoals ‘Le Diabolo’, genoemd naar een stuk kinderspeelgoed dat razend populair was in die tijd. De draden pasten goed bij haar werkwijze waarbij ze lijnen aanbracht op haar modellen om richtingen en verhoudingen aan te geven.

Vleermuisskelet
Een enorme goudkleurige vleermuis, ‘La Chauve-Souris’ (1946), lijkt zich met gespreide vleugels op de argeloze toeschouwers te storten. Het beeld is gemaakt van stukken touw die in gips gedoopt en over een ijzeren frame gedrapeerd zijn, het geheel is daarna in brons gegoten. Germaine Richier bewaarde een vleermuisskelet in haar atelier om het minutieus te bestuderen. Ze zag de mysterieuze en duistere kant van het wezen, maar had nooit kunnen bedenken dat het nu als de vermoedelijke verspreider van een levensgevaarlijk virus gezien wordt.
 Atelier Germaine Richier in 1954. Foto Emmy Andriesse
Voor ‘La Mante’ De Bidsprinkhaan (1946) liet ze enkele dode exemplaren per post naar Parijs sturen. Het grote gevleugelde insect leeft in het Middellandse Zeegebied en heet in de volksmond ‘getande tovenares’ vanwege de langzame bewegingen van de voorpoten die de prooi lijken te betoveren. ‘La Mante’ van Richier torent hoog op, het beeld toont een aanzet van borsten. In de natuur eet het wijfje na de paring het mannetje op.
In de tentoonstelling is ook een aantal tekeningen en etsen opgenomen. Het is goed te zien dat Richier ook daarmee op een fysieke manier bezig is geweest, als een beeldhouwer. Ze kerfde de lijnen als het ware in de etsplaat.

‘Germaine Richier, Mensbeeld-Mensbeest’ t/m 6 september 2020, alleen met online ticket. Meer info www.beeldenaanzee.nl

donderdag 4 juni 2020


Candid Camera gericht op Schevenings strand
Artikel Den Haag Centraal van 4 juni 2020
Museum Panorama Mesdag brengt met de tentoonstelling ‘CANDID’ de badplaats Scheveningen in beeld.
“Er is echt niets aan de foto’s geënsceneerd,” zegt Giedo van der Zwan bijna een beetje beledigd als we door de tentoonstelling ‘CANDID’ lopen en ernaar gevraagd wordt. Voor een straatfotograaf is dat namelijk een grote zonde. Giedo van der Zwan (1967), Merel Schoneveld (1983), Mirjam Rosa (1982) en Sandra Uittenbogaart (1975) leefden al een hele tijd toe naar de opening van hun tentoonstelling CANDID in museum Panorama Mesdag. Het was een proces van ruim twee jaar waarin ze hun hele ziel en zaligheid legden. Nu, met een vertraging van twee maanden is het dan eindelijk zover. Hun foto’s met als onderwerp het hedendaagse strandleven in Scheveningen, werden in opdracht van het museum gemaakt. Het resultaat is een selectie van ruim zeventig foto’s.



Candid staat voor openhartig en direct en herinnert aan ‘Candid Camera’, een televisieprogramma waarbij personen zonder dat ze het weten gefilmd worden, als onderdeel van een al dan niet geslaagde grap. De vier fotografen brachten gewone mensen in alledaagse situaties in beeld met op de achtergrond het strandleven. De beelden zijn niet in scene gezet en vellen geen oordeel, de foto’s spreken voor zich.

Sjekkie
De fotografen gingen de afgelopen twee jaar vaak gezamenlijk op pad en hebben dus regelmatig dezelfde personen gefotografeerd. Er is een aparte zaal ingericht met foto’s van elkaar terwijl ze op het strand aan het fotograferen zijn. Het valt zo nog meer op dat elk van hen een andere kijk op dezelfde gebeurtenis heeft. Een artistieke film van filmmaker en straatfotograaf Bas Hordijk toont daarnaast zíjn visie op de werkwijze van de vier fotografen.
Giedo van der Zwan benadrukt nog eens: “Het enige is dat ze soms weten dat ik er ben, maar dan blijf ik net zo lang zitten totdat ze mij vergeten.” Zijn foto’s tonen nietsvermoedende dagjesmensen. Pas na beter kijken zie je wat er gebeurt. Een dame telefoneert, een chique leren tas op schoot, één schoen is uitgegleden. Haar hond gaapt en lijkt daardoor haar voet op te slokken. Als tegenstelling is er een foto met een rasechte Scheveningse: een sjekkie in de mond, haar tenen met de dikke kalknagels zijn vol in beeld, haar borst is roodverbrand, de schouders wit. De foto’s van Van der Zwan zijn vaak jubelend van kleur en doordrenkt met humor. “Ik laat als het ware een vraagteken hangen boven de foto’s zodat mensen hun eigen verhaal gaan maken,” zegt hij.
Mirjam Rosa fotografeert ‘op de mens’ zoals ze zelf zegt. Er is een foto met de kwetsbare nek van een matroos, van achteren gezien; de blauwe lintjes van zijn pet krullen zich eromheen. Prachtig is het minuscule eendagsvliegje dat op de witte stof van de pet is neergestreken. Haar andere foto’s zijn juist rauw en ongepolijst: een harige buik met piercings door de tepels, een magere rug overdekt met sproeten en moedervlekken. Vanuit haar werk in de kinderpsychiatrie is ze gewend om te kijken naar mensen en te proberen hun gedachten en gevoelens te begrijpen.

Chaos
Sandra Uittenbogaart laat een overbevolkt strand in de zomer zien. Een foto van juni 2019, op enorm groot formaat afgedrukt, toont de chaos. Het doet nu bijna surrealistisch aan. In december fotografeerde ze lege stranden met mensen die over het eindeloze water naar de horizon staren. “Ik wilde graag personen vastleggen die zich verliezen in de zee, in die oneindigheid.”
De foto’s van Merel Schoneveld laten kunstzinnige beelden in zwartwit zien van prachtig belichte stranden. Abstract aandoende foto’s, donker water bespikkeld met wit schuim, opstuivend zand, langgerekte schaduwen en lichtstrepen. Ontroerend mooi is de foto waar twee jonge mannen gekleed in net kostuum bezig zijn met het bouwen van een zandkasteel. Alsof ze even uit de studentensociëteit zijn weggeglipt om op het strand te spelen. Schoneveld maakte daarnaast een experimentele film met haar persoonlijke kijk op Scheveningen.
‘CANDID’, t/m 28 februari in museum Panorama Mesdag. Toegang alleen mogelijk met online ticket. Voor meer informatie www.panorama-mesdag.nl.


  Vrij zijn door naaktheid te tonen Artikel Den Haag Centraal van 3 september 2020 Zes studenten van de afdeling Textiel & Mode van de H...