donderdag 3 september 2020

 

Vrij zijn door naaktheid te tonen

Artikel Den Haag Centraal van 3 september 2020

Zes studenten van de afdeling Textiel & Mode van de Haagse kunstacademie studeren af. De jaarlijkse fashionshow zal via livestream te zien zijn.

‘Een man heeft een beetje waanzin nodig, anders durft hij nooit het touw door te snijden en vrij te zijn.’ Het is een uitspraak van de Griekse schrijver Nikos Kazantzakis (1883-1957), die geciteerd wordt door zijn landgenote Eva Dimopoulou. Zij studeert dit jaar af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK), afdeling mode. Haar ontwerpen willen het vrouwelijk lichaam bevrijden door het gedeeltelijk naakt te laten zien.



Al zolang de afdeling Textiel & Mode bestaat, wordt het studiejaar afgesloten met een spectaculaire fashionshow op locatie. Het is een hoogtepunt waar elke student naartoe werkt, met name de afstudeerders die op deze manier de collectie kunnen laten zien waarmee ze hun opleiding afronden. De shows worden altijd zo druk bezocht dat er voor dit coronajaar een oplossing gezocht is. Op 10 september wordt de Graduation Show met de titel Exposed Live’ (alleen voor genodigden) gepresenteerd op de patio van de KABK, die tot een arena getransformeerd is. De show is via livestream: www.exposed.kabk.nl te volgen. Vanaf 11 september is het werk te zien op de eindexamententoonstelling, samen met werk van alle afstuderende studenten van de KABK.

 

Sensueel en elegant

Wat opvalt aan de zes afstudeerders, is dat de ontwerpen dit jaar excentriek maar wel draagbaar zijn. In voorgaande jaren was dat zeker niet altijd zo. Het lichaam moest gebruikt worden als medium om een creatie te tonen, was de algemene stelling. In 2018 liep een vande modellen bijvoorbeeld gekleed in een gedeelte van een motorfiets, waarmee hij onmogelijk kon zitten.

Eva Dimopoulou ontwierp haar collectie ‘Metron Ariston’ met sluike silhouetten in monochrome kleuren. De kledingstukken hebben een prachtige snit en verfijnde details. Haar  geboorteland inspireerde haar tot het maken van de ontwerpen, die sensueel en elegant zijn, uitgevoerd in dieprood, wit en zwart. De borsten blijven hier en daar bloot, de slangengodinnen van het Minoïsche Kreta waren hierbij haar voorbeeld. Voor een lange witte jurk gebruikte ze haakwerk van haar Griekse grootmoeder.

De collectie ‘Sticky Fingers’ van Inge Vandering gaat over materie en aanrakingen, over het gebruik van verschillende zintuigen, dus niet alleen het zien, maar ook het voelen en horen. Het zijn vooral de gebruikte materialen die dat oproepen. Ze verft en behandelt katoenen fluweel tot ruwe stoffen. Van stukken wol en latex, is een poncho gemaakt.  Een zacht ritselende parka bestaat uit dun papier gelijmd aan kaasdoek. 
Ook de collectie van Hee Eun Kim uit Zuid-Korea valt op door bijzonder stofgebruik: hier en daar bedrukt met motieven, soms doorzichtig of opengesneden. ‘We Will Build An Unclear Future’ is de titel van haar collectie, waarmee ze wil zeggen dat de wereld waarin wij leven op elk moment kan veranderen.

Gewichtsgordel

Haakwerk, bloemen en knooptechnieken zijn de basis van de kleurige ontwerpen van Hailey Kim, die ook opgroeide in Zuid-Korea. Ze begreep nooit waarom vrouwen er als inferieure wezens werden behandeld en maakte haar collectie ‘Your Own Power’ met hen als middelpunt. De ‘Haenyeo’ zijn vrouwen die voedsel uit zee opduiken en elk een gewichtsgordel met een eigen patroon dragen. Ook maakten Koreaanse vrouwen veel knopen om hun kleding vast te maken of hun baby te dragen.

De collectie van Hanakin Henriksson: ‘Ode To The Traces of Life’ bestaat uit kleding gemaakt van prachtige geborduurde, gesmokte en bedrukte stoffen. Ze gebruikt alleen oude en handgemaakte materialen. Aan de binnenkant schrijft ze waar de stof vandaan komt. ‘Dream a Little of Me’, de collectie van Tony Ta, toont lange satijnen jassen, stoffen met kralen en wapperende veertjes. Hij gebruikt alles wat veel effect sorteert op Instagram. Tenslotte is je identiteit online afhankelijk van je presentatie.

 Fashionshow ‘Exposed Live’ livestream op www.exposed.kabk.nl op 10 september om 20.00 uur. Graduation Show van 11 t/m 13 september, KAKB, Prinsessegracht 4, kaarten zijn vrijwel uitverkocht. Meer informatie www.graduation2020.kabk.nl

 

woensdag 2 september 2020

 

Warmbloedig werk van een wonderkind

Artikel Den Haag Centraal juni 2020

De Italiaanse kunstschilder Mancini schilderde emotie met fijne penselen en brede verfstreken. De bijzondere tentoonstelling in De Mesdag Collectie werd uitgesteld vanwege corona, maar is vanaf 3 juni alsnog te zien.

"Mancini was een wonderkind,” verzucht Adrienne Quarles van Ufford. En dat kun je alleen maar beamen. Als gastconservator maakte ze de tentoonstelling ‘Mancini. Eigenzinnig & Extravagant’ in De Mesdag Collectie, die na enige vertraging door corona alsnog opent. De Italiaanse kunstenaar Antonio Mancini (1852-1930) was een schilder die zijn eigen weg ging en als een ware meester verf en penselen wist te hanteren. Twaalf jaar was het wonderkind toen hij naar de Accademia di Belle Arti in Napels ging.


Net als zijn illustere voorganger Caravaggio haalde hij zijn modellen van de straat, compleet met vuile nagels, en net als hij schilderde hij zichzelf als Bacchus. In het experimenteren deed hij niet onder voor die andere bekende Italiaanse schilder Leonardo da Vinci, door bijvoorbeeld te werken met een raster van touwtjes (graticola) waarbij hij op een wetenschappelijke manier het model op het doek probeerde over te brengen. Op de rand van het schilderslinnen zie je de berekeningen nog staan. Bij het wegtrekken van de touwtjes bleef een ruitpatroon in de verfhuid achter, maar dat deerde hem niet. Zijn verfgebruik was soms zo pasteus dat het werk van Karel Appel erbij in het niet valt. Als een moderne avant-garde kunstenaar van zijn tijd verwerkte Mancini stukjes metaal, glasscherven en stukken van verftubes in zijn werk. Glimmen en glanzen moest het!

Zigeunerkind

Hier en daar verkeert het werk van de schilder op het randje van kitsch en doen de modellen

met glanzende oogopslag en vochtige lippen zelfs denken aan het befaamde ‘Zigeunerkind met traan’, maar de portretten zijn zo virtuoos geschilderd dat de adem stokt bij het zien ervan. Het bekijken heeft bijna iets van een ‘guilty pleasure’, de pathetiek druipt van het doek. Zwoele blikken en halfgeopende monden houden je blik vast en verwarren je, ze zijn onweerstaanbaar. Mancini deed dat door in beide ogen verschillende glimvlekjes aan te brengen, in het ene oog een stip en in het andere een streepje. Hij voegde een glansje toe op lip, wang of tand, een spuugje in een mondhoek. Maar hij deed ook iets wat je niet begrijpt: hij schilderde emotie.

In zijn beginjaren doste Mancini straatkinderen graag uit als circusartiesten. De prachtige stofuitdrukking was er toen ook al, zoals te zien in ‘Il Saltimbalco’ en ‘Acrobaat met viool’. Later werden zijn schilderijen gedurfder, gebruikte hij het paletmes en maakte hij brede penseelstreken. Het schilderij van zijn nichtje Agrippina Ruggiri uit 1889 met de titel ‘In gedachten verzonken’ is aanstekelijk feestelijk. Haar gezicht met de geconcentreerde blik is zorgvuldig gepenseeld, de glanzende stof van de rok is schitterend weergegeven met woeste verfstreken.


 
High society

Vanaf de eerste keer in 1876 dat kunstschilder en verzamelaar Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) het werk van Mancini zag, was hij diep onder de indruk. Hij kocht het ingetogen schilderij ‘Het zieke kind’ bij Goupil & Cie een bekende kunsthandelaar uit Parijs waar Mancini een contract had en waar Mesdag ook af en toe zijn werk aanbood. Vanaf 1885 werd Mesdag een vaste afnemer van het werk van Mancini; hij had zoveel vertrouwen in de Italiaanse schilder dat hij regelmatig een flink bedrag naar hem overmaakte. Mancini mocht zelf weten wat hij daarvoor opstuurde. Twintig jaar lang gingen er schilderijen, tekeningen en pastels naar Nederland. Vele brieven werden over en weer gestuurd, maar de schilders hebben elkaar nooit ontmoet. Mancini, die wispelturig, onzeker en onaangepast was en het niet breed had, heeft ooit voor de deur van Mesdag gestaan maar durfde niet aan te bellen omdat hij zich schaamde voor zijn armoedige uiterlijk.

Een rijke kunstliefhebster bezorgde Mancini opdrachten in Engeland waar hij een jaar bleef. Op de tentoonstelling in De Mesdag Collectie hangt een levensgroot portret van Markies del Grillo, een van de vele mecenassen van Mancini, daarnaast het portret van een opdrachtgever uit de high society van Londen. Op hun feestjes verstopte de schilder zich tussen de gordijnen of sloot hij zich op in zijn kamer.

In zijn eigen land gold Mancini als een van de grootsten, maar in Nederland werd zijn warmbloedige werk niet altijd begrepen. ‘Gij moogt niet mankeren Mancini in Pulchri te gaan zien, ik weet niet wat ik er mee aan moet, ik was er perplex van’, schreef kunstschilder Jozef Israëls in 1897 aan een kunstcriticus. Twee jaar later kocht hij een schilderij van hem.

 

‘Manicini. Eigenzinnig & Extravagant’, De Mesdag Collectie woensdag 3 juni  t/m zondag 20 september  Meer informatie www.demesdagcollectie.nl

 

 

 

donderdag 27 augustus 2020

Danser uit Senegal schildert met passie

Artikel in weekkrant Den Haag Centraal van 27 augustus

De Senegalese choreograaf, danser en beeldend kunstenaar Alioune Diagne kan niet kiezen: dansen of schilderen. Hij maakt expressieve schilderijen met felle kleuren.


Bij lijstenmaker Rob Schippers in de Kazernestraat is een kleine maar bijzondere tentoonstelling te zien, gemaakt door choreograaf, danser en beeldend kunstenaar Alioune Diagne (1982). Het werk doet denken aan het explosieve werk van Jean-Michel Basquiat (1960-1988), een bekende Afro-Amerikaanse schilder die destijds in New York woonde en werkte. Diagne schildert en tekent met een vergelijkbare expressie.

In 2018 maakt hij een serie met indringende portretten van Senegalese soldaten, ‘Les Tirailleurs’, rekruten uit de toenmalige Franse koloniën die meevochten in de tweede wereldoorlog. Het is een zwarte bladzijde uit de Senegalese geschiedenis waar wereldwijd weinig over bekend is. Bij thuiskomst in Senegal werden de soldaten in afwachting van hun soldij in het militaire kamp Thiaroy ondergebracht. Vanwege de barre omstandigheden en de verlaging van hun beloning kwamen zij in opstand tegen de Franse legerleiding, die vervolgens besloot het kamp met behulp van tanks te beschieten. Veel soldaten kwamen daarbij om. Diagne geeft hun gezichten angstig en vervormd weer, met opengesperde monden en verwilderde blikken. Hij zet met deze serie in één keer zijn naam als beeldend kunstenaar op de kaart. Vanaf die tijd ondertekent hij zijn werk met ‘Lune’.

 

Sleutelfiguur

De omzwervingen van Alioune Diagne, geboren in Saint-Louis, zijn lastig in kaart te brengen. Uiteindelijk kwam hij in 2017 terecht in Kampen, waar hij nu woont met zijn Nederlandse vrouw Maaike Cotterink en hun twee kinderen.


Diagne was al heel jong gefascineerd door alles wat met dans te maken had, maar de keuze tussen dans en beeldende kunst vond hij altijd al moeilijk. Op zijn middelbare school repeteerde na schooltijd een groepje dansers, hij zeurde net zo lang totdat hij mee mocht doen. Al heel jong vertrok hij naar Dakar om naar de kunstacademie te gaan, maar het dansen bleef toch ook aan hem trekken. Hij kreeg de kans om een danstraining te doen in Burkina Faso, een West-Afrikaanse republiek. In 2008 richtte hij zijn eigen dansgroep op waarmee hij de wereld rond toerde. In West-Afrika werd hij al snel bekend als een van de opkomende sleutelfiguren van de hedendaagse danssector. In Nederland danste Diagne in 2011 de solovoorstelling ‘Flora’ van choreograaf Kenzo Kusuda. In 2015 maakte hij de voorstelling ‘Siki’ in samenwerking met het Korzo-Theater; daarbij werd hij ondersteund door Gemeente Den Haag.

 

‘Op Hoop van Zegen’

Diagne ontmoette zijn Nederlandse vrouw tijdens een festival in Saint-Louis. Zij werkte er aan een Senegalese versie van de theaterklassieker ‘Op Hoop van Zegen’, geproduceerd door Theatre Embassy, een stichting die culturele projecten en uitwisselingen over de hele wereld organiseerde. De Haagse Henk Oonk (1945), was er ook, hij was toen voorzitter van de stichting. De drie bleven contact houden. Pas veel later zag Oonk de tekeningen en schilderijen van Diagne. Hij was direct onder de indruk en bracht hem in contact met lijstenmaker Rob Schippers, waar Diagne nu exposeert. Op de vraag aan Oonk of Diagne nu danser of schilder is, antwoordt hij: “Alioune doet altijd alles met veel passie. Hij stort zich ergens op en gooit zich er dan voor de volle honderd procent in.”

Pas toen Alioune Diagne drie jaar geleden in Kampen terecht kwam, ging hij weer meer schilderen, en met succes. Zijn werk is kleurrijk en spat van het doek. Tropische geuren en temperaturen lijken met kracht de ruimte in geslingerd te worden. Als drager gebruikt hij alles wat voorhanden is: oude kranten, behang of door hemzelf bewerkte lakens. De verf is af en toe verwerkt tot een soort papier-maché.


In zijn woonplaats Kampen is op dit moment een opvallend project gerealiseerd. Zevenentwintig woningen aan de Koning Abelsingel zijn tijdelijk in een openbare kunstgalerie veranderd. Diagne en zijn vrouw vroegen hun buren wat hen troost bood tijdens de coronacrisis en hoe ze de toekomst zien. De antwoorden daarop vertaalde Diagne naar het doek. Het werk wordt een maand lang achter de grote ramen van de woningen tentoongesteld.

In november komt alles eindelijk samen en gaat een nieuwe dansvoorstelling in première over het vaderschap, ook de schilderijen van Diagne spelen een belangrijke rol.

 

Alioune Diagne, ‘Lune’, bij lijstenmaker Rob Schippers, Kazernestraat 114a. Tot dinsdag 1 december. Meer informatie www.schipperslijsten.nl

woensdag 5 augustus 2020

Het onverwachte inspireert

Artikel Pulchriblad augustus 2020

Aus Greidanus had net zo goed schilder kunnen worden. Hij vindt dat je als regisseur met dezelfde begrippen te maken hebt.

Alsof je een sprookjesboek openslaat. Dat gevoel overvalt je als je bij acteur/regisseur Aus Greidanus senior (1950) op bezoek gaat. Drie jaar geleden verhuisde hij vanuit Den Haag naar het dorpje Holysloot, even boven Amsterdam. Smalle paden waarop je moet uitwijken voor tegenliggers voeren door uitgestrekte weilanden met grazende schapen en rondscharrelende eenden naar de boerderij waar hij woont, samen met actrice Saskia Mees. “Ik ken hier iedereen,” zegt hij. “Dat is iets anders dan wanneer je in de stad leeft en iedereen joú kent.” Het is een van de redenen waarom hij naar het platteland verhuisde: de anonimiteit en de weldadige rust.


Wat niet iedereen weet is dat Greidanus naast het acteren ook schildert en tekent. In december 2020 exposeert hij in de Klinkenbergzalen I en II van Pulchri Studio.

“Het begon ooit met affiches voor Toneelgroep de Appel die daarvóór altijd door Jan Bons gemaakt werden. Ze waren prachtig, maar toen de subsidie minder werd en we moesten bezuinigen, ben ik ze zelf gaan maken. Het was in de periode dat ik Erik Vos opvolgde als artistiek leider van het Appeltheater. In die zin pakte het ook wel goed uit omdat ik een heel andere kant op ging en de affiches ook in een heel andere stijl waren.”

Van de affiches bestaan geen originele exemplaren omdat Greidanus ze op de computer maakte. Ze zijn er alleen nog in aparte gedeeltes die hij eerst afzonderlijk schilderde en later samengevoegde. Op foto’s ervan is te zien dat hij zijn eigen stijl toen al gevonden had, verwant aan die van kunstschilders Corneille en Lucebert.

 

Hondenmasker

“De manier waarop ik schilder, bestaat uit twee werelden. Ik wilde weten hoe de oude schilders met olieverf werkten, laag over laag, dus dat ben ik op paneel gaan uitproberen. Ik gebruik ook wel gladde, uit zee aangespoelde stukken hout. Daarnaast werk ik op papier met verschillende technieken door elkaar: waterverf, gouache en krijt, dat werk is veel minder realistisch.”

Zijn tekeningen doen denken aan theaterscenes: twee vrolijke dames die op hoge stoeltjes met elkaar converseren, een vrouw die praat met een hondenmasker op een stokje. Het plezier straalt er van af. Greidanus laat een olieverfschilderij zien dat hij maakte toen hij nog op de toneelschool zat, zijn oudste schilderij. Ook dit is typisch een toneelscène: een vrouw in een donker bos met een knuffelbeer in haar hand, ze leunt op een stok, donker water weerspiegelt haar gestalte. Er is ruimte voor de toeschouwer om zelf in te vullen wat er gebeurt. Op een ander werk praat een vrouw met een vogel. Ze zit op een muurtje, haar voet bengelt in het water. De stijl van Greidanus is niet geschoold, maar daardoor ook niet belemmerd door opgelegde regels.

“Als ik me erin had verdiept zou mijn talent als schilder wellicht naar boven gekomen zijn, eerder nog dan het acteren. Ik was heel springerig. Omdat mijn vader in de theaterwereld zat, kwam ik daar al vroeg mee in aanraking, het schilderen bleef een hobby. Maar spijt heb ik nooit gehad. Je hebt als regisseur eigenlijk toch met dezelfde zaken te maken: contrasten, de vlakverdeling, kleurschakeringen, leugen en waarheid, het figuratieve of non-figuratieve, je kunt die begrippen zo verplaatsen naar mis-en-scènes.”

Nachtwacht

“Mijn stelling is dat het onverwachte of niet-kloppende inspireert. Net als in het theater.” Op dat moment kijkt hij naar de vloer en zegt: “Hè … wat is dat nou?” Door de indringende intonatie lijkt het werkelijk even alsof er een enorm beest over de vloer van de kamer kruipt, maar het is de acteur Greidanus die wil laten zien dat het opvalt als je in een gesprek opeens iets anders doet dan verwacht.

“Dat is precies wat kunstenaars doen. Ze zorgen ervoor dat er iets niet klopt. Daar ga je dan over nadenken. Dat moet het doel van een kunstenaar zijn, zowel in taal als in beeld. Goede voorbeelden daarvan zijn Van Gogh en Picasso. Ze laten de toeschouwer op een andere manier naar de werkelijkheid kijken. Het gekke is, op het moment dat het publiek dat gaat begrijpen, ben je het eigenlijk alweer kwijt.”

Greidanus noemt Rembrandt. “De Nachtwacht. Om een groep mensen zó te schilderen. De overdreven belichting, zo’n meisje dat er opeens tussen staat, dat onverwachte! Het is zó levendig. Maar voor mij is Picasso toch wel het ultieme voorbeeld. In het begin laat hij zien dat hij prachtig realistisch kan schilderen en dan gaat hij opeens een vrouwenportret met twee ogen aan dezelfde kant maken. Neem de Guernica, hij raakt daarin de essentie van de waanzin en de gruwel van de oorlog. Als je dat met gewone ogen schildert dan kan je het niet vangen. Het is nu zoveel meer geworden.”

Aus Greidanus is ook een groot bewonderaar van de gebroeders Van Eijck. “Daar is het weer als het ware de bevrediging van de behoefte aan schoonheid en perfectie. Het zijn ook de kleuren, de naïeve kant, de verstilling, daar heb ik wel iets mee. Als stroming vind ik de Dada heel inspirerend. Ik vind het één van de meest intrigerende kunstvormen, ook als theatermaker. Het is een unieke manier om anders naar iets te kijken.”

 Postbode

Het zijn periodes dat Greidanus schildert, niet elke dag. Voor olieverf moet je rust hebben, vindt hij. “Tekenen gaan sneller. Als je iets hebt gezien of een emotie hebt, kun je dat direct op het papier gooien, dat is een kortere weg tussen mijn verbeelding en de tekening. Het is soms wel moeilijk om alle creatieve schoteltjes in de lucht te houden, ik heb ook nog mijn andere werk. Vroeger toen ik die grote marathonvoorstellingen deed, kon ik ook wel ‘s nacht gaan schilderen als ik geïnspireerd raakte door een tekst. Toen ik bezig was met Tantalus heb ik een hele serie over Helena gemaakt.”

Greidanus zit middenin de opnames van een nieuwe tv-serie met de titel ‘Swanenburg’, die naar verwachting aan het einde van dit jaar op NPO1 wordt uitgezonden en waarin hij de directeur van een groot bedrijf speelt die op een bijzonder manier aan zijn einde komt. Hij vertelt erover en kijkt door het raam naar buiten waar je in de verte de vlakke horizon ziet met daarboven een dreigende lucht. De postbode die voor het huis stopt, steekt amicaal zijn hand op en stapt uit zijn auto om een pakje af te leveren. Het zou zomaar het begin van een spannende serie kunnen zijn. Of misschien een schilderij.

 Aus Greidanus, van 28 novmber t/m 4 januari in Klinkenbergzalen I en II


Het Pulchri-virus is onuitroeibaar

 Column Pulchriblad augustus 2020

En opeens is Pulchri dicht. Dat is erg, maar zeker zo erg is het, dat ook de sociëteit sluit. Het gemis is groot. Zo groot dat een aantal vaste bezoekers hun heil ergens anders zoekt. Terrassen door heel Den Haag staan er verlaten bij, de lege stoelen lijken in alle haast verlaten. Gewapend met een thermosfles waar koffie maar ook wijn in kan, worden verschillende terrassen ‘gekraakt’. Naarmate meer eenzame Pulchrileden langslopen, worden de plekken strategisch gekozen. De een wandelt met een ijsje, de ander met zijn vriendin of met een mondkapje. Als uiteindelijk ook alle stoelen verdwijnen, worden campingstoeltje aangeschaft. De koffie en wijnbijeenkomsten worden steeds gezelliger, met koekjes en zoutjes. Zelfs slecht weer vormt geen beletsel: een dikke jas aan, de handen warmend aan de koffiemok. We gaan de hangjongeren steeds beter begrijpen.


Maar dan komt de grote dag: de sociëteit gaat weer open! Er ontstaat een run op de reserveringen, want dat is verplicht. Er kunnen maar dertig mensen tegelijk naar binnen en vol is vol.

Vol verwachting melden wij ons bij de deur van Pulchri Studio, die al uitnodigend open staat. Het scheelt niet veel of de tranen springen ons in de ogen. Er is zelfs een welkomstcomité. Achter een scherm, dat wel, en met de bedoeling ons te wijzen op de handenontsmetter. De voorzitter ziet erop toe dat je bent aangemeld. Al wat minder enthousiast lopen we door. Nogmaals moeten we de handen ontsmetten en we worden streng ondervraagd door de museumcatering die ons naar binnen begeleidt, volgens een met rode pijlen aangegeven route. Nee, we zijn niet ziek en anders zouden we dat toch niet zeggen. Twee aan twee worden we aan tafeltjes gezet. De afstand met het buurtafeltje is zo groot, dat je minstens een megafoon nodig hebt om een woord te kunnen wisselen. Bij een poging tot opstaan wordt je direct streng toegesproken. Op een ander stoeltje gaan zitten, is verboden, want dan moet het eerst weer ontsmet worden. Blijven staan kan ook niet, want dan vorm je een gevaar voor de medemens. Als ik om me heen kijk, zie ik treurige blikken door de ruimte dwalen. Gesprekken verstommen. Je zit hier niet voor je plezier.

Gelukkig is het in de weken daarna mooi weer en de tuin van Pulchri wordt een toevluchtsoord. Het coronavirus verwaait daar in de wind. Inmiddels zijn binnen ook de scherpe randjes er vanaf.

 



donderdag 23 juli 2020

Bionische mens in keramiek en beton

Artikel Den Haag Centraal van 23 juli 2020

Kunstenaar Jacob van der Beugel exposeert in museum Beelden aan Zee met werk dat een wetenschappelijke achtergrond heeft. Hij is ook verantwoordelijk voor ‘The DNA Room’ in Paleis Huis ten Bosch.



Af en toe kom je in de wereld van kunst en cultuur iets tegen waar je letterlijk en figuurlijk bij stil blijft staan. Dit is het geval met het werk van Jacob van der Beugel (1978) dat een diepe indruk achterlaat. Er gebeurt iets met je als je de moeite neemt om je erin te verdiepen. Je kunt het onmogelijk op een foto bekijken, je moet het beleven.
In museum Beelden aan Zee legt de kunstenaar de laatste hand aan het inrichten van zijn tentoonstelling ‘A Mutating Story’. Van der Beugel is een vriendelijke man met een bedachtzame uitstraling. Hij werd geboren in Londen uit Nederlandse ouders, studeerde kunstgeschiedenis aan de York University en zijn studio staat in Devon. Hij won diverse prijzen over de hele wereld, in Nederland is hij vooral bekend geworden met zijn werk ‘The DNA Room’ (2019) in Paleis Huis ten Bosch. Hij bekleedde de wanden van een kamer met een installatie die bestaat uit 60.000 keramische steentjes in verschillende oranjetinten. Het ritme van de steentjes - de manier waarop ze uit de wand komen - geeft fragmenten weer van het DNA van koning Willem-Alexander, koningin Máxima en kroonprinses Amalia. Het is eigenlijk een moderne benadering van een statieportret. Van der Beugel werkte voor deze installatie samen met geneticus Hans Clebers.
Op de tentoonstelling komen drie panelen te hangen met geheugen-DNA’s zoals in Paleis Huis ten Bosch. “Ik laat hiermee eigenlijk zien dat hoe meer je wilt focussen op wat een herinnering eigenlijk is, hoe meer je dat kwijtraakt. Dat zijn de witte steentjes. Een herinnering is meer dan biologisch en neurologisch en bestaat alleen omdat dat je hem naar de toekomst brengt. Een herinnering is toekomst, verleden en heden tegelijk,” verklaart Van der Beugel.

Menselijke cel
Jacob van der Beugel begon als pottenbakker en werkte samen met de bekende keramist Edmund de Waal. Later ging de wetenschap een steeds grotere rol in zijn werk spelen, hij wil kunst en wetenschap combineren.
In ‘A Mutating Story’ staan vier monumentale rechthoekige panelen centraal. De panelen zijn met de hand gemaakt en bestaan uit gewapend beton met daarin keramische elementen verwerkt. Elk stukje keramiek stelt een menselijke cel voor.
Van der Beugel wil de ontwikkeling van het menselijk leven laten zien en vooral de kwetsbaarheid ervan benadrukken. Hij toont hoe genetisch materiaal verandert bij het ouder worden. “In ‘Mutation 01’ laat ik het normale verloop van een menselijk leven zien,” legt hij uit. “Bij het ouder worden, komen steeds meer mankementen in beeld, je ziet steeds meer gemuteerde ‘cellen’ tot de dood intreedt. De kleuren veranderen van roze naar grijs. ‘Mutation 02’ laat zien hoe het verloop van een ziek persoon is, dan worden de mutaties een probleem, ze gaan een eigen leven leiden zoals bij kanker.”
De ‘slechte cellen’ in dit paneel zijn hier en daar brokkelig en gebroken, ondanks de treurige boodschap is het een prachtig ‘landschap’ van vormen en kleuren.



Virus
“Het derde paneel laat zien wat er gebeurt als we medicijnen gebruiken. De viruscellen worden ingesloten, maar sommige weten te ontsnappen. Interessant is dat toen ik dit maakte er nog geen corona was, maar zoals je ziet, lijken mijn viruscellen precies op het coronavirus.” De cellen zijn inderdaad als cirkeltjes afgebeeld, met spikkeltjes als een kroon eromheen. “En dan het laatste paneel, dat moet een toekomstig scenario voorstellen. Hier zijn de cellen bewapend. Ze zijn beschermd, maar ook de cellen zelf zijn veranderd, vierkant geworden. Zijn we hier nog wel menselijk?”
Van der Beugel maakte ook vier sculpturen die hetzelfde vertellen als de vier panelen, maar dan in een andere vorm. “Ze zijn meer lichamelijk,” zegt hij. In de beelden zijn DNAstrengen en - zenuwen te zien. Hij gebruikte hiervoor naast keramiek ook staal en plexiglas. In het laatste beeld verwerkte hij microchips om te laten zien dat de mens meer dan menselijk is geworden: de bionische mens.

‘A Mutating Story’, Jacob van der Beugel t/m februari 2021 in museum Beelden aan Zee . Meer informatie www.beeldenaanzee.nl

dinsdag 21 juli 2020

Kitesurfen met de kids

Artikel Den Haag Centraal van 16 juli 2020

De Kiteboardschool in Kijkduin organiseert speciale weken voor kinderen om het kitesurfen onder de knie te krijgen. Op dagen zonder wind gaan ze met board en peddel door de Haagse grachten.

Kitesurfen is een lifestyle. Zon en zee, surfpak, blote voeten, plank onder de arm. De boomlange eigenaar van de Kiteboardschool in Kijkduin, Roel Oude Avenhuis (34) past naadloos in het plaatje van gebruinde en gespierde kitesurfers. Lange gebleekte haren, felblauwe ogen, pet achterstevoren. Zijn bijnaam is ‘De Viking’. “Als je begint met kiten is je gewone leven voorbij,” zegt hij. “Een normale kantoorbaan is dan eigenlijk niet meer mogelijk, want áls er wind is, wil je het water op en wil je geen afspraken hebben. Een relatie hebben met een vriendin die niet kitesurft, is eigenlijk niet haalbaar.”
Zijn Kiteboardschool ligt aan het strand van Kijkduin achter strandslag 3, naast strandtent Hudson Beach. “Dit is eigenlijk de ideale plek. In Scheveningen, aan de Noordelijke kant van de haven tot aan het einde van het Zwarte Pad mogen geen lessen gegeven worden en op de Zandmotor is het soms heel erg druk. Dit stukje zee hier is rustig en prima geschikt om met beginners te oefenen. We gebruiken ook wel de lagune op de Zandmotor, maar als het er te druk wordt dan is het hier veiliger. Dat hangt ook van waterstand en windrichting af.”
Oude Avenhuis is geboren op Aruba, uit Hollandse ouders. Windsurfen deed hij al toen hij tien was. In 2012 kwam hij naar Nederland om voor een kiteboardschool te werken. “Ik dacht al direct: dat kan veel beter. Dus begon ik de Kiteboardschool hier op Kijkduin. Ik vond een kinderkarretje op straat dat ik ombouwde als fietskar en fietste elke dag van Scheveningen naar Kijkduin, met de spullen voor drie groepen in de kar. Nu staat hier een eigen bedrijf met een eigen strandtent.”

Kidscamp
Al drie jaar organiseert de Kiteboardschool in de zomervakantie een week voor kinderen die willen kitesurfen of het willen leren: het Kidscamp. Voor veel ouders die zelf willen kiten op hun vakanties, is het prettig als de kinderen er ook al iets van meekrijgen. Een introductiecursus kan eventueel samen met ouders.
“Vanaf het begin hebben we ons gericht op lessen met kinderen. De focus ligt op kitesurfing, vijf keer drieënhalf uur op zee, maar er zijn ook andere activiteiten zoals schieten met pijl en boog en ‘suppen’: ‘stand up paddle boarding’. Dat doen we als er geen wind staat, dan maken we een surftoer. De kinderen staan op een board en peddelen door de grachten van Den Haag, dat vinden ze superleuk.”
De Kidscamps zijn vanaf 8 jaar en er wordt alleen les gegeven door gecertificeerde instructeurs met ervaring en een extra licentie voor het lesgeven aan kinderen. Het mag van de International Kiteboarding Organization al eerder, maar dat wil Oude Avenhuis niet. “De kinderen hoeven geen ervaring te hebben, maar ze moeten natuurlijk wel een zwemdiploma hebben. Het Kidscamp is voor maximaal 25 kinderen, die worden dan voor de kitelessen in groepjes van vier of vijf verdeeld. Daarvóór oefenen ze eerst met Powerkites op het strand, dat zijn eigenlijk stuntvliegertjes, die je voorbereiden op het kitesurfen. Het gaat om de manier waarop je moet sturen. Er wordt les gegeven met speciaal ontworpen materiaal zoals bijvoorbeeld een kleinere kite van 2,8 meter en er zijn ook kinderwetsuites op maat.”

Kitevirus
“We merken dat heel veel ouders enthousiast zijn over de Kidscamps, maar wat is dan de volgende stap? Het is niet leuk om als dertienjarige les te krijgen met volwassenen en privélessen zijn best duur. Wij zijn nu een van de weinige scholen die speciaal voor kinderen de hele zomer lessen aanbieden op de woensdagmiddagen.”
De ogen van De Viking worden zo mogelijk nog blauwer als hij besluit: “De eerste keer dat je uit het water getrokken wordt, dat is magisch. Het moment dat je de kite instuurt - want je moet je kite insturen om vaart te krijgen - en op je board staat om je eerste meters te maken, dat is het moment dat het ‘kitevirus’ toeslaat. Dat is het mooiste gevoel van de wereld.”
Kidscamp bij Kiteboardschool in Kijkduin van 20 t/m 24 juli. Bij voldoende belangstelling ook andere data mogelijk. Voor meer informatie www.kiteboardschool.nl/kids-teens/

donderdag 9 juli 2020

Glas dat buigt, vervormt en spiegelt

Den Haag Centraaal 9 juli 2020

De beste glasbewerkers komen uit Tsjechië en Slowakije. Het oude ambacht is daar tot kunst verheven, nu als ‘Grandioos Glas’ te zien in museum Escher in het Paleis.


 ‘Naast de vaste collectie organiseren we in Escher in Het Paleis tijdelijke tentoonstellingen die aansluiten bij het werk van Escher,’ zegt Judith Kadee, conservator van museum Escher in Het Paleis. Deze keer is er een tentoonstelling met de naam ‘Grandioos Glas’ te zien, een verzameling van het mooiste optische glas uit de collectie van Stichting Modern Glas, in samenwerking met het Kunstmuseum Den Haag.

De zes deelnemende kunstenaars komen uit Tsjechië en Slowakije, waar men een lange glastraditie kent en waar het ambacht tot in de kleinste details geperfectioneerd is. Glas werd in het vroegere Tsjecho-Slowakije voornamelijk als materiaal gebruikt in toegepaste kunst, tot de Tsjechische kunstenaar Václav Cígler (1929) in 1965 de afdeling ‘Glas in architectuur’ oprichtte aan de kunstacademie in Bratislava. Er werden sculpturen van optisch glas gemaakt waarin licht en beweging een grote rol speelden.

‘De kracht van het optische glas is dat het als het ware reageert op de toeschouwer, je moet heel goed kijken om zien of het klopt wat je waarneemt. En dat is natuurlijk precies wat Escher in zijn werk ook deed,’ zegt Kadee.

 

Bladgoud

Optisch glas wordt meestal gebruikt voor spiegels, brillenglazen en lenzen, maar de Tsjechisch-Slowaakse kunstenaars gebruiken het materiaal om er spectaculaire kunstwerken mee te maken. De oppervlakken zijn spiegelglad geslepen, gelijmd, gesneden of uitgehold. Soms is er op ingenieuze wijze een voorwerp in verwerkt, hier en daar is er kleur in het glas verwerkt.

De tentoonstelling opent met een ronde bol van helder en geslepen glas - gemaakt door Miloš Balgavý - die de omgeving reflecteert en sterk op licht en beweging reageert. Het lijkt alsof de vorm verandert bij het langslopen. In dezelfde zaal hangt de beroemde litho uit 1935 van kunstenaar M.C. Escher: ‘Hand met spiegelende bol’, waarin de kunstenaar zelf is weerspiegeld.

Een prachtig object van goudkleurig glas, gemaakt door Lubomír Arzt draagt de naam ‘Champagne’. Door de holle vormen ontstaat een subtiel spel van licht en donker. ‘Arzt was een echte meester in het slijpen,’ zegt Judith Kadee. ‘vooral die rondingen zijn ontzettend moeilijk. Hij is als ambachtsman begonnen, pas later is hij ook eigen werk gaan maken.’

De mooie goudkleur zit ook in een gebogen glaswerk met de naam ‘Object’ van Pavol Hlôška, maar hier zijn stukjes bladgoud in verwerkt. Pas na heel goed kijken is te zien dat het glas is verzaagd en gelijmd. Tussen de naden is bladgoud aangebracht. In een ander werk van Hlôška met de naam ‘Box’ zijn in een onzichtbare holte twee Australische goudklompjes gelegd. Zijn beeld ‘Black Tower’ bestaat uit zwart glas en doet door de suggestie van een onmogelijk bouwwerk weer sterk aan het werk van Escher denken.

Soms is het moeilijk te zien hoe een werk gemaakt is. ‘Dat vind ik ook wel een beetje de magie van dit materiaal,’ zegt Kadee. ‘Ook het kwetsbare ervan is bijzonder. Wat ik ook erg leuk vind, is dat door de speelsheid en de beweging van de objecten deze tentoonstelling heel toegankelijk voor kinderen en jongeren is.’

 

‘Grandioos Glas’, optische glaskunst uit Tsjechië en Slowakije in museum Escher in het Paleis t/m 8 november. Meer informatie www.escherinhetpaleis.nl

 

 

 


vrijdag 3 juli 2020

 

Portretten met karakter

Artikel Den Haag Centraal 2 juli 2020

Hetty Looman laat met haar werk ouderwets vakmanschap zien. Haar portretten geven een eigenschap van het model weer.


Galerie 44 ligt aan de Molenstraat, midden in het Hofkwartier. Beeldhouwster Hetty Looman is bezig om er haar tentoonstelling in te richten die er inmiddels op woensdag-, vrijdag- en zaterdagmiddag te zien is. Een voor een haalt ze haar beeldjes als kleine schatten tevoorschijn, om daarbij telkens de naam van degene te noemen die ervoor geposeerd heeft en er een mooie plek voor te vinden. “Het zijn er veertig in totaal,” zegt ze.  

Bij elk beeldje hoort een verhaal. Soms is de persoon een dichter, of een door Den Haag dwalende fotograaf, maar er staan ook Afrikanen en Japanners tussen of mannen met een baard die iets van een Romeinse wijsgeer hebben. Het zijn allemaal persoonlijkheden met hun eigen gemoedsstemmingen, die vaak iets weemoedigs uitstralen.

Was en klei zijn robuuste materialen om mee te werken, maar de beeldjes hebben toch iets heel kwetsbaars. Het oppervlak is gevormd door honderden kleine aanrakingen. Looman maakt terracotta beeldjes met subtiele kleurverschillen, af en toe is er een in brons gegoten. Veel van de portretten hebben een bijzondere uitdrukking. Haar doel is om een karaktertrek van de persoon weer te geven.

Er staan drie kopjes op één sokkel, het is onmiskenbaar dezelfde persoon, maar ze hebben alle drie een heel andere sfeer. “Dit is mijn oudtante Hetty, een moeilijke dame die Alzheimer kreeg. Ze was een vileine dame. later kreeg ze door haar ziekte ook iets afwezigs, de derde is een jongere uitgave, die heeft nog iets onschuldigs.”

 

Gambia

Hetty Looman heeft nog een klassieke opleiding boetseren gevolg aan de Koninklijke Academie van Beeldende kunsten in Den Haag, daarna aan de Rijksakademie in Amsterdam. “Ik vind het nog steeds goed om eerst de basistechnieken te leren, daarna kun je er dan mee experimenteren. Ik heb ook nog een tijdje grote ijzeren beelden gemaakt, heel modern, maar dat was toch niet echt mijn ding.”

In 2018 organiseerde Looman een kunstreis naar Gambia om daar met een groep gelijkgestemden te gaan werken en er lessen te geven. “De Afrikaanse kleuren en vormen uit de natuur inspireren en geven nieuwe ideeën. Boetseerklei halen we ter plekke uit de grond of bij de lokale pottenbakker. De modellen komen uit het naburige dorp. Het was de bedoeling om dit jaar weer te gaan, maar nu met de coronacrisis is natuurlijk alles anders geworden. Misschien volgend voorjaar.”  Ze laat intussen een bronzen beeldje zien van een jongen uit Gambia, het haar is in strengen gedraaid en wijst alle kanten op. “Ik nam hiervoor speciale was mee die wat minder snel smelt. Bij terugkomst in Nederland is het in brons gegoten.” Zijn gezicht heeft een vrolijke uitdrukking. Hij vond het duidelijk leuk om te poseren.

 

Hetty Looman, ‘Kleine portretten’ van Hetty Looman, t/m 29 juli in Galerie 44, Molenstraat 44. Open woensdag, vrijdag en zaterdag, 13.00 tot 17.00 uur(gratis). Meer informatie: www.hettylooman.nl en www.denhaag.com/nl/galerie-44


donderdag 25 juni 2020

Thuis is niet altijd veilig

 Den Haag Centraal van 25 juni 2020

Het thema van de Papier Biënnale in Museum Rijswijk draait dit jaar om eigen huis en haard. Kunstenaars tonen hun persoonlijke ervaringen.

In Museum Rijswijk is dit jaar in de zomermaanden weer een indrukwekkende tenttoonstelling van en met papier te zien. De Papier Biënnale en Textiel Biënnale wisselen elkaar elk jaar af, de tentoonstellingen hebben inmiddels internationale bekendheid opgebouwd.



Toen het thema ‘THUIS/HOME’ voor 2020 werd vastgesteld, wist niemand nog dat het zo’n enorme lading zou krijgen. Nu is het een onderwerp waar de hele wereld mee bezig is. Door de internationale lockdown zijn mensen vaker thuis dan ooit tevoren. De eenentwintig kunstenaars die in Museum Rijswijk exposeren laten hun persoonlijke ervaringen met huiselijke omstandigheden zien. Soms gaat het over de eigen positie binnen een familie, maar ook over migratie of over de onveilige situatie van vluchtelingen. Ook zijn er avonturiers bij die op zoek zijn naar het land van melk en honing, soms is een thuis beladen door de geschiedenis die het heeft.

 Grootmoeder

De kunstenaars zijn in het museum nog bezig met het opbouwen van hun installaties. Veel objecten worden ter plekke gemaakt, speciaal voor deze tentoonstelling. Midden op de vloer zit papierkunstenaar Quentley Barbara (Willemstad, Curaçao, 1993) omringd door gebruikte kartonnen dozen en zilverkleurige ducttape, in zijn hand een stanleymes. Naast hem staat een grote papieren kop van een oudere vrouw, een portret van zijn grootmoeder. Barbara maakt installaties van karton, het gezin waarin hij opgroeide speelt daarin een grote rol. Op zijn dertiende werd hij opgenomen in de gemeenschap van Instituto Buena Bista op Curacao, opgezet door de kunstenaars David Bade & Tirzo Martha. Tot zijn achttiende heeft Barbara daar gewerkt, toen besloot hij naar Nederland te gaan om aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag te gaan studeren. In 2018 werd hij gekozen tot de ‘Best of Graduates’ met zijn eindexamenwerk ‘The Foreigners’. Het bestond uit een ruimte van gerecycled karton met daarin willekeurig geplaatste en meer dan levensgrote hoofden van zijn familieleden.

Het werk van Suzanne Inglada (Banyeres del Penedes, Spanje, 1983) bestaat uit uitgeknipte groepen mensen op groot formaat, die in een gewelddadige of emotionele actie verwikkeld zijn. Zij is geïnspireerd door de Spaanse en Catalaanse cultuur, de geschiedenis en de politiek. Geweld en macht, ook in de huislijke omgeving, zijn onderwerpen die haar intrigeren. De figuren zijn zowel midden in de ruimte als tegen de wand geplaatst, het geheel geeft op die manier de indruk van een theaterscène. Inglada volgde eerst een theateropleiding in Barcelona en koos toen toch voor de beeldende kunst. Haar werk viel al eerder op tijdens Art Rotterdam 2020 in de stand van galeriehouder Maurits van der Laar.

 

Bootvluchtelingen

Heel mooi is de installatie van Anna van Bohemen (Rotterdam, 1948). Trossen met papieren ogen hangen aan de wand. Elk oog zit in een papieren kommetje, ze zijn met garen aan elkaar gezet. In verschillende culturen staat het oog voor bescherming tegen het kwaad. Ogen worden aan de gevel van het huis of voor het raam gehangen om de bewoners tegen kwade geesten te beschermen. Aan de andere wand hangen stroken die bestaan uit brieffragmenten, archieven uit het verleden. Ervóór staan van papier gevlochten manden in een kring, op wankelende pootjes. Het natuurlijke materiaal is prachtig van kleur. Alle elementen - de ogen, de brieven en de manden - maken deel uit van jeugdherinneringen van Van Bohemen. Haar moeder kwam oorspronkelijk uit Polen. Na de Tweede Wereldoorlog was het lange tijd niet mogelijk om terug te gaan. Toen dat wel weer kon, reisde de 10-jarige Anna mee, zo leerde zij het leven in Polen kennen. Op markten en in huizen zag ze overal gevlochten manden staan met daarin fruit, gebak en pasteien. Voor haar staan de manden gelijk aan gastvrijheid en een ‘welkom thuis’.

De installatie ‘Vita di Cartone’ van Gianfranco Gentile (Verona, Italië, 1949) belooft heel indrukwekkend te worden. Het werk dat nu nog op de grond ligt uitgespreid, zal straks opgehangen worden. Op de tekening, gemaakt met pastelkrijt, zijn mensen afgebeeld die op elkaar gedrukt in een bootje zitten. De bedoeling is dat er steeds opnieuw water over het werk zal gaan stromen, dat uit flessen loopt die erboven opgehangen worden. Het kwetsbare werk dat op gelaagd en gerecycled karton gemaakt is, zal dan letterlijk verdwijnen. Verdrinken, zoals ook de bootvluchtelingen kans maken om tijdens hun overtocht te verdrinken.

De tentoonstelling is een ontdekkingsreis langs allerlei verschillende thuissituaties en herinneringen, met steeds weer verrassende en onverwachte ontknopingen.

 

Papier Biënnale ‘THUIS/HOME’ in Museum Rijswijk, van 28 juni t/m 15 november 2020. Meer informatie www.museumrijswijk.nl

 


Reliëfs vol herinneringen aan de jaren zestig

Den Haag Centraal , 25 juni 2020

Paul Steenhauer maakt objecten van verschillende materialen. Licht, schaduw en ritme zijn daarin belangrijker dan de voorstelling op zich.


Het is een uitdaging om de tentoonstelling van kunstenaar Paul Steenhauer (1951) te doorgronden. De expositie in de Tuingalerie van Pulchri Studio heet ‘Formaties’. Het werk, dat voornamelijk uit witgeschilderde reliëfs bestaat, is klein. Elk object wordt aangeduid met een letter en een nummer, er zijn geen titels. Dat maakt het niet makkelijker, de toeschouwer wordt geheel aan zijn lot overgelaten. Het werk verlangt aandacht en interesse, de kijker zal niet onmiddellijk meegesleurd worden in een draaikolk van emoties. Integendeel. De driedimensionale objecten lijken met wiskundige precisie in elkaar geschoven, licht en schaduw spelen daarin een belangrijke rol, een gegeven dat verandert naarmate de kijker een ander standpunt inneemt.

Het thema van Steenhauer is al zolang hij schildert ‘landschap zonder landschap te zijn’. Hij werkt meestal traditioneel: olieverf op doek of paneel. De voorstelling daarentegen is nooit conventioneel. Steenhauer geeft in zijn schilderijen een werkelijkheid weer die – zo zegt hij zelf – niet direct zichtbaar, maar wel waarneembaar is.

De landschappen die hij maakt, zijn strak van lijn. De vlakken bestaan uit koele vervagende kleuren in verschillende tinten groen en blauw. De lijn van de horizon ligt meestal op traditionele hoogte, op driekwart van het doek, soms iets lager, als het zogenaamde ‘vogelperspectief’. Er zijn vage aanduidingen van heuveltoppen of gebouwen. Ook het hemelruim is strak, er is geen wolkje te zien. “Het landschap is slechts een herinnering aan wat men daaronder pleegt te verstaan, er is geen leven onder noch boven de horizon, er zijn alleen strak geschilderde kleurvelden,” zegt hij over zijn werk.

 

Licht en schaduw

Van 1971 tot 1974 maakte Steenhauer al een serie driedimensionale objecten op paneel. Hij experimenteerde met verschillende metalen. Het was in de periode dat het werk van beeldend kunstenaar Jan Schoonhoven (1914 – 1994) heel erg in de belangstelling stond. De expressie van materiaal was daarbij erg belangrijk, zoals het werken met ribkarton. Schoonhoven verdiepte zich in de steeds veranderende lichtwerking op zijn reliëfs.

Vanaf de periode in de jaren zeventig begon ook Steenhauer allerlei materialen te verzamelen met het idee om er ooit nog eens iets mee te doen. In 2017 was het zover en begon hij met het maken van ruimtelijke composities wat resulteerde in de tentoonstelling ‘Formaties’. Kleur is geheel afwezig. Er zijn wit geschilderde reliëfs van allerlei materialen, op papier geplakt. Repeterende vormen die voor een ritmisch effect zorgen. Bij het minutieus bekijken, wordt hier en daar duidelijk wat er onder de witte verflaag zit. Soms zijn het toetsen van een computer, een stopcontact, dopjes, radertjes of ondefinieerbare bolletjes. Er zijn ook composities die goudkleurige elementen bevatten die op uit elkaar gehaalde uurwerken lijken. Materialen met een zachte koperkleurige glans. Maar dat is allemaal niet belangrijk. Het gaat om de formatie, de manier waarop het in elkaar geschoven is. Licht en schaduw doen de rest. Het werk van Paul Steenhauer roept toch een emotie op: een herinnering aan de jaren zestig.

 

‘Formaties’, t/m 7 juli 2020 in Pulchri Studio. Meer informatie www.pulchri.nl


vrijdag 12 juni 2020


Beestachtig mooie beelden met menselijke trekjes
Artikel Den Haag Centraal van 11 juni
De beelden van Germaine Richier lijken regelrecht uit een nachtmerrie te komen. Ze schiep bastaarden met een pokdalige huid en gaf ze een ziel.
 Verontrustende figuren’ zo omschrijft Jan Teeuwisse, directeur van museum Beelden aan Zee, de beelden van de Franse kunstenares Germaine Richier (1902-1959). De tentoonstelling ‘Mensbeeld-Mensbeest’, vult de grote zaal van het museum geheel met beelden die half uit mens en half uit dier bestaan. ‘Hybride’ - een kruising van twee soorten - is een woord dat vaak in verband met haar werk genoemd wordt, ook worden de beelden wel getypeerd als ‘bastaarden’. De nachtmerrieachtige wezens trekken aan en stoten af. Hun huid is ruw en aangetast, verminkt. De ledematen zijn spichtig en worden soms als wapens op de toeschouwer gericht.

Richier werd in Frankrijk gezien als een vernieuwer van de beeldhouwkunst, eerder nog dan beeldhouwer Alberto Giacometti (1901-1966) die vergelijkbaar werk maakte. Het naoorlogse werk van Richier laat angst zien, maar is ook vol van leven. De natuur was haar grote inspiratiebron; ze verwerkte takken, stenen en bladeren in haar werk. In haar atelier had ze een grote verzameling schelpen, zeeschuim en stukken hout. Ze ontleedde insecten en vogels en gebruikte stukken daarvan in haar beelden.

Rodin
Germaine Richier kreeg haar opleiding aan de École des Beaux-Arts in Montpelier bij de beeldhouwer Louis-Jacques Guigues, een leerling van Auguste Rodin. In het begin streefde ze nog naar het klassieke schoonheidsideaal zoals ze dat  had geleerd op de kunstacademie, maar na de oorlog veranderde dat abrupt en doorbrak ze de traditie van mooie gladde beelden. In 1947 maakte ze ‘L’ Orage’, De Storm, een beeld van een gehavende man in dreigende houding. Zijn huid pulseert en borrelt, alsof hij zojuist uit een moeras is verrezen. De 80-jarige Nardone had ervoor model gestaan, hij poseerde eerder voor het beroemde beeld van Honoré Balzac, gemaakt door Auguste Rodin. In 1948 maakte Richier een vrouwelijke tegenhanger: ‘L' Ouragane’, De Orkaan. Steeds vreemdere wezens volgen: een vrouw met insectenpoten, een sprinkhaan met kromme grijphanden, een levensgrote mier met borsten. Soms worden de beelden door strak gespannen ‘touwen’ in evenwicht gehouden zoals ‘Le Diabolo’, genoemd naar een stuk kinderspeelgoed dat razend populair was in die tijd. De draden pasten goed bij haar werkwijze waarbij ze lijnen aanbracht op haar modellen om richtingen en verhoudingen aan te geven.

Vleermuisskelet
Een enorme goudkleurige vleermuis, ‘La Chauve-Souris’ (1946), lijkt zich met gespreide vleugels op de argeloze toeschouwers te storten. Het beeld is gemaakt van stukken touw die in gips gedoopt en over een ijzeren frame gedrapeerd zijn, het geheel is daarna in brons gegoten. Germaine Richier bewaarde een vleermuisskelet in haar atelier om het minutieus te bestuderen. Ze zag de mysterieuze en duistere kant van het wezen, maar had nooit kunnen bedenken dat het nu als de vermoedelijke verspreider van een levensgevaarlijk virus gezien wordt.
 Atelier Germaine Richier in 1954. Foto Emmy Andriesse
Voor ‘La Mante’ De Bidsprinkhaan (1946) liet ze enkele dode exemplaren per post naar Parijs sturen. Het grote gevleugelde insect leeft in het Middellandse Zeegebied en heet in de volksmond ‘getande tovenares’ vanwege de langzame bewegingen van de voorpoten die de prooi lijken te betoveren. ‘La Mante’ van Richier torent hoog op, het beeld toont een aanzet van borsten. In de natuur eet het wijfje na de paring het mannetje op.
In de tentoonstelling is ook een aantal tekeningen en etsen opgenomen. Het is goed te zien dat Richier ook daarmee op een fysieke manier bezig is geweest, als een beeldhouwer. Ze kerfde de lijnen als het ware in de etsplaat.

‘Germaine Richier, Mensbeeld-Mensbeest’ t/m 6 september 2020, alleen met online ticket. Meer info www.beeldenaanzee.nl

  Vrij zijn door naaktheid te tonen Artikel Den Haag Centraal van 3 september 2020 Zes studenten van de afdeling Textiel & Mode van de H...