donderdag 16 december 2021

 Onderzoek voor roman leidt tot bijzondere ontdekking. 

Illustere graaf Cagliostro bezocht Den Haag en verdween spoorloos in Italië  

 Artikel in Den Haag Centraal van 16 december 2021

In 1778 bezocht de alchemist, arts en vrijmetselaar graaf Cagliostro Den Haag. In zijn laatste jaren zat hij opgesloten in het Italiaanse fort San Leo, waar de angst bestond dat hij weg zou vliegen.

 


Het is een helse tocht langs diepe ravijnen en door meanderende haarspeldbochten naar het verscholen middeleeuwse stadje San Leo (Emilia-Romagna, Italië). Op de top van de Mons Feretrius staat het Forte di San Leo. De eerste aanblik van het fort, dat ook als gevangenis werd gebruikt, is onvergetelijk. In dit kasteel bracht de illustere graaf Cagliostro (1743-1795) de laatste vijf jaar van zijn leven door. Er is geen deur in zijn cel, alleen een luik in het plafond. De tralies voor het enige raampje, zijn dik als een vuist, de angst bestond destijds, dat hij met zijn magische krachten weg zou kunnen vliegen.

Graaf Alessandro Cagliostro is de hoofdpersoon van mijn volgende roman ‘De Goddelijke Graaf’. Weinigen hebben van hem gehoord en zo ja, dan meestal in negatieve zin. De graaf bezat de gave van het hypnotiseren, in die tijd nog een onbekend fenomeen, hij was hoogbegaafd en genas zieken, daarnaast was hij vrijmetselaar. Het respect maar ook de angst voor zijn vermeende krachten was groot en hij werd uiteindelijk opgepakt door de inquisitie. Nu is geconstateerd dat ‘de katholieke kerk en de geschiedschrijvers hem afschuwelijk onrecht hebben aangedaan’.

 

Haagse loge

In 1778 bezocht graaf Cagliostro Den Haag. Het was hartje winter, de kerstdagen kwamen eraan en de Hofvijver was bedekt met ijs. Er werd geschaatst op geslepen ijzers die met leren banden onder de schoenen vastgebonden waren, kinderen speelden kolf met lange stokken en een leren bal of zaten met rode wangen op priksleetjes. Op het Lange Voorhout brandden vuurtjes in gietijzeren schalen en werden tamme kastanjes op een
rooster gepoft. Overal kon je warme wijn kopen.

Cagliostro en zijn vrouw logeerden in de Lion d’Or aan de Hofweg, waar een grote gouden leeuw aan de gevel bevestigd was. De herberg was een vertrouwde plek voor Haagse vrijmetselaars. Het echtpaar werd er ontvangen door baron Carel van Boetzelaer, grootmeester van de ‘Grote Loge van Holland’. Cagliostro was gekleed in een rijk geborduurde paars fluwelen mantel, hij droeg een degen, waarvan het gevest met diamanten bezet was. Zijn vrouw schitterde in een donkergroene fluwelen jurk, afgezet met Brusselse kant.

In de Lion d’Or hield de graaf een vlammende speech van drie uur voor de Hollandse vrijmetselaars. Hij werd uitgenodigd om in Den Haag een nieuwe loge met de naam L’Indissoluble op te richten. Frans was de voertaal, een van de talen die hij vloeiend sprak. Helaas viel zijn knappe vrouw niet goed bij de preutse Hollanders. Zij had een liaison met een getrouwde man en ze moesten halsoverkop vertrekken uit de Hofstad.

 

San Leo

De eerste blik op fort San Leo op de bijna verticale klif is als een scene uit een film. Vanaf de weg is niets te zien, pas op het allerlaatste moment, na de laatste bocht, rijst het kasteel prachtig, groot en dreigend voor je op. Het ontoegankelijkste fort van Italië wordt het wel genoemd.

 

Hoewel de bewoners er niet allemaal even blij mee zijn, staat het hele stadje San Leo in het teken van de graaf, die het elixer van het eeuwige leven ontdekt zou hebben. Zijn lichaam zou in 1795 na zijn dood verdwenen en nooit meer gevonden zijn. Velen willen deze mythe over zijn onsterfelijkheid in stand houden, omdat het toeristen trekt.


Volgens de 86-jarige geschiedenisleraar Ugo Gorrieri, wiens familie al generatieslang in San Leo woont, klopt het niet. “Ik
was erbij toen in 1964 zijn botten gevonden werden, maar dat wordt hier doodgezwegen.” zegt hij. Hij is beledigd als ook ik twijfel aan de waarheid van zijn verhaal, maar gedurende het gesprek begin ik hem steeds meer te geloven. “Het is helemaal niet zo lang geleden, mijn grootvader kende personen, die in de tijd van Cagliostro leefden, het is een echt familieverhaal. De rijke familie Santucci verzamelde in 1795 zijn botten, die door Franse soldaten waren opgegraven en metselde ze achter een muur in hun huis.”

Hij wijst daarbij naar het hotel achter ons, Albergo Diffuso, waar we cappuccino drinken en waar ik ook logeer. In 1964 werd het huis van de familie Santucci tot hotel verbouwd, achter de muur werd een skelet gevonden en Ugo was erbij. “Dat waren de botten van de graaf. Ze werden snel bij elkaar geraapt en onder het plein van de Duomo verborgen in een massagraf. De legende over de eeuwig levende graaf wordt zorgvuldig in stand gehouden door het plaatselijk bureau van toerisme, L’Associazione Pro Loco San Leo. Zijn stoffelijk resten mochten nooit gevonden worden. Maar wij weten wel beter!”

 

Kippenbotjes

Als schrijver gaan er soms deuren voor je open die anders gesloten blijven. Een dag na het gesprek met Ugo stopt de burgemeester van San Leo, Leonardo Bindi, in zijn witte BMW voor de Albergo, zijn vrouw Enrica Bedosti zal mij rondleiden in het kasteel dat voor gewone toeristen alleen bereikbaar is via een steil zigzaggend pad. Maar nu opent Bindi vanuit de auto een hek dat langzaam opendraait, hij
brengt mij via een verborgen weg tot aan de poort.

In het kasteel zien we de brits van de graaf in de oorspronkelijke cel, overdekt met bloemen en briefjes. Erachter, in gaten in de muur, verstopte hij zijn schrijfgerei, gemaakt van afgekloven kippenbotjes en stro uit zijn matras. Inkt maakte hij van roet van kaarsen, zijn eigen urine en bloed.

 

donderdag 9 december 2021

 Boekrecensie

 Tuinkabouters als dekmantel voor witwassen

  Artikel in Den Haag Centraal van 9 december 2021       

‘De Witwasser’, is een thriller over een dode bankier in een zwembad en witwaspraktijken in een Italiaans klooster. Roel Janssen mengt feiten en fictie.

De rijke bankier, Jeen Mansfeld, verdrinkt ’s nachts in het zwembad van zijn villa in Frankrijk. Zijn vrouw, Ghislaine vindt hem de volgende morgen, drijvend in het water. Met deze scene begint de nieuwe thriller ‘De Witwasser’ van Hagenaar Roel Janssen (1947).

Het verhaal doet ergens een belletje rinkelen: in 2005 werd Wim Duisenberg, de voormalige president van de Europese Centrale Bank (ECB), dood in zijn zwembad in Faucon (Zuidoost-Frankrijk) gevonden. Net als Duisenberg destijds, is ook Mansveld bestuurder van de ECB, zijn vrouw Ghislaine Mansfield is net als Gretta Duisenberg politiek activiste.

Roel Janssen is financieel-economisch journalist en voormalig redacteur van NRC Handelsblad, daarnaast schreef hij zeven thrillers. Voor ‘De tiende vrouw’ ontving hij in 2007 De Gouden Strop. Janssen was bevriend met Duisenberg, zijn overlijden was destijds een enorme schok voor hem. Hij is zich altijd blijven afvragen wat er nu precies gebeurd is, maar laat weten dat na het eerste hoofdstuk van ‘De Witwasser’, elke overeenkomst ophoudt. Hij vindt het een verademing dat hij na zijn loopbaan als journalist nu feiten en fictie kan mengen.   

 

Klooster

Op een van de beroemde Bildenbergconferenties, waar politieke en economische kopstukken samenkomen om in het geheim over wereldproblemen te spreken, ontmoet Mansfield een vrouwelijke bankier. Ze zorgt dat hij chantabel wordt en zet hem onder druk om met zijn bank Kellermann, Bollinger & Mansfield geld in een instituut te investeren, dat in het klooster Trisulti in Italie is gevestigd. Er worden rechts-radicale jongeren opgeleid om voor ‘het behoud van traditionele Europese waarden te strijden’.

Als Mansfield kort daarna overlijdt, roept dat vragen op. Rhonda Zander, een jonge, ambitieuze officier van justitie, wordt op de zaak gezet. Ze reist naar het klooster en ontmoet daar Ebbe Wolfswinkel, die als curator ook op onderzoek uit is, wegens de faillietverklaring van een bedrijf in tuinkabouters. Ze ontdekken dat het instituut een dekmantel vormt voor een sinister netwerk van geweld en witwasserij. De witwasconstructie met tuinkabouters en religieuze beelden die Janssen beschrijft, is zo ingenieus gevonden, dat we moeten hopen dat het niemand op een idee brengt.                                                             

Een aantal actuele thema’s komt in het boek aan de orde. Hoe zit het met Nederland als witwasland, of als belastingparadijs in verband met de constructies van brievenbusfirma’s? Wat is de rol van Nederland in het internationale systeem? Het middeleeuwse klooster Trisulti in de Appenijnen bestaat echt. Er zat een katholieke organisatie in, die financiële steun kreeg van Steve Bannon, de Amerikaanse rechtse politicus en voormalig spindoctor van Donald Trump. Bannon wilde er een academie voor Europeanen, stichten, die hij ‘de moderne gladiatoren’ noemde. De bedoeling was om van daaruit een politieke verandering in Europa te bewerkstelligen, maar in maart 2021 moest hij de sleutels van het klooster weer inleveren.

Eyeopener

De schrijfstijl van Janssen is vlot en makkelijk leesbaar, maar hier en daar gebruikt hij een soort humor waar je van moet houden, hoewel zo’n zin als: ‘Triomfantelijk keek hij rond, als een veldheer op een venusheuvel’, wel een raak beeld oproept.

Achterin het boek is een uitgebreide verantwoording opgenomen. Het is bizar om te lezen hoeveel van het verhaal op werkelijkheid is gebaseerd. Er zit een hoofdstuk in dat iedereen die wil weten hoe het witwassen werkt, absoluut moet lezen, maar dat voor de gemiddelde lezer behoorlijk pittig is. Het is misschien een tip om de verantwoording vooraf te lezen. Voor velen zal dit boek een eyeopener zijn, voor iemand uit de financiële wereld is het een absolute aanrader. 

 

Roel Janssen ‘De Witwasser’ (352 pagina’s). Uitgever Cargo. Prijs 20,99 euro

 

donderdag 2 december 2021

 

‘Als je serieuze zaken op een lichtvoetige manier vertelt, komt het sterker over.’

 Mark Brusse exposeert in museum Beelden aan Zee, een deel van zijn werk komt rechtstreeks uit Centre Pompidou

Artikel in Den Haag Centraal van 2 december 2021

De Nederlandse kunstenaar Mark Brusse (84) is in zijn woonplaats Parijs een wereldster. Vorig jaar kocht Centre Pompidou rond de dertig werken van hem voor in de vaste collectie. Een aantal van die werken is nu te zien in museum Beelden aan Zee, waar Brusse een tentoonstelling heeft met de titel ‘Shapes of Silence’ en die uit ongeveer honderd sculpturen bestaat.


Brusse is een telg uit de bekende journalistenfamilie Brusse en dat is goed te merken, hij is een geweldige verteller en spreekt met een prachtig, licht geaffecteerd Nederlands. Hij werkte in verschillende steden over de hele wereld en vertelt daar met smaak over. In Parijs ging hij om met kunstenaars als Nikki de Saint Phalle, in New York woonde hij in het Chelsea Hotel dat in de jaren zestig en zeventig een ontmoetingsplaats was voor beroemde artiesten, kunstenaars en vrijbuiters. Brusse woonde er tegelijkertijd met Jan Cremer, hij raakte bevriend met David Hockney, John Cage en Andy Warhol. “In New York maakte ik heel lange horizontale werken die op de grond lagen. Op zich was het vreemd om dat in een stad te doen, die voor veel mensen juist zo verticaal is, met al die wolkenkrabbers. Ik was juist gefascineerd door dat krioelen van al die mensen beneden op straat, tussen die hoge gebouwen, de bruisende dynamiek die dat gaf!” Voor meer inspiratie reisde Brusse daarna naar Berlijn, Zuid-Korea, Japan en Benin. 

 

De assemblages van Mark Brusse zijn samenvoegingen van allerlei, op het eerste gezicht niet bij elkaar passende objecten. Op zijn jongenskamer had hij een rariteitenkabinet. Zijn vroege werk bestaat uit robuuste reliëfs van donker hout, het werk daarna noemt hij ook wel ‘soft machines’, nutteloze machines van hout en staal, gecombineerd met textiel, touw en kettingen. Nog later wordt zijn werk poëtischer, hij voegt zachtere materialen toe zoals veren en vogels, hij maakt beeltenissen van konijnen, kikkers en schildpadden en verft het geheel vaak wit. Er staat op de tentoonstelling een stoeltje met aan de rugleuning een schedel, naast een kruk waaronder een glazen bol met water hangt, verschillende zandlopers zijn in de sculpturen verwerkt, vaak ook een veer. “Er zit altijd symboliek in mijn werk. Ik vind een veer iets heel belangrijks, als ik er een op straat zie liggen, dan zie ik opeens wat die veer eigenlijk betekent. Een veer geeft iets dat leeft: de mogelijkheid om je los te maken van de grond,” zegt hij. Alles wat hij op straat vindt koestert hij als cadeautjes.

 

John Cage

Zijn reizen waren belangrijk en waren een bron van inspiratie voor Brusse. “Berlijn was begin zestiger jaren een broedplaats van kunstenaars. Concerten, ballet, schrijvers, alles kwam langs. Ik heb daar een kunstwerk gemaakt voor John Cage, er waren twee weken lang concerten van hem. Ze wilden dat iemand die concerten zou visualiseren en wat hij belangrijk vond, was de tijd, de stiltes. Er waren stukken muziek van vier uur in de galerie, maar ook van drie seconden. Ik heb toen een primitieve zandloper gemaakt, een bak met marmerpoeder en een gaatje met een schuif eronder. Op het moment dat de musici gingen spelen, trok ik het schuifje open. Na twee weken lag er een hoop van acht kilo marmerpoeder, de muziek van John Cage uitgedrukt in wit marmer. Hij vond het geweldig!” 

Humor is een vast onderdeel in het werk van Brusse. “Veel mensen herkennen dat in mijn beelden en daar ben ik het ook wel mee eens, maar ik gebruik een soort Joodse humor, die ook altijd iets tragisch heeft. Als je serieuze zaken op een lichtvoetige manier vertelt, komt het sterker over.” Vervolgens vertelt hij een Joodse mop.


 

Mark Brusse, ‘Shapes of Silence’ t/m zondag 6 maart 2022 in museum Beelden aan Zee. Meer informatie www.beeldenaanzee.nl

 

 

 

 

 

 

dinsdag 30 november 2021

 Boekrecensie De Italiaanse prinses door Willemijn van Dijk in Den Haag Centraal van 18 november 2021

Vrijgevochten prinses verlaat man en kinderen voor minnaar


Een roman schrijven over een lid van het Nederlandse koningshuis blijft lastig. Het is als een slingerend pad waarop je diverse Wilhelmina’s en Willems tegenkomt en wanneer je geen historicus bent, is het hier en daar moeilijk om de personages uit elkaar te houden. Toch is het de Haagse schrijfster en oudheidkundige Willemijn van Dijk gelukt om een boeiende roman te schrijven over de mooie en eigenzinnige prinses Marianne van Oranje-Nassau (1810-1883), die tijdens haar leven omringd wordt door preutse en dogmatische familieleden en daaraan weet te ontvluchten.

Marianne is niet een van de bekendste prinsessen van het huis Oranje-Nassau. Haar familie probeert gedurende haar hele leven het naar hun mening schandalige gedrag wanhopig verborgen te houden. De revanche komt later, prinses Wilhelmina heeft tot haar dood het portret van Marianne op haar werkkamer hangen.

 

Minnaar

‘Nergens woedt een heviger strijd tussen plicht en persoonlijkheid dan in de hoofden waarop een kroon landt.’ Met deze zin begint het boek ‘De Italiaanse prinses’ en dat beschrijft al direct waar het om draait. Het leven van de prinses van Oranje-Nassau is een worsteling, maar ze breekt uit en kiest haar eigen weg.

De enige dochter van Willem Frederik van Oranje-Nassau (de latere koning Willem I), keert op driejarige leeftijd met haar ouders terug naar Den Haag en groeit op in paleis Noordeinde. Als ze twintig is, trouwt ze met haar volle neef Albert van Pruisen, ze verhuist naar Berlijn en krijgt vijf kinderen, maar het huwelijk is diep ongelukkig. Ze is drieëndertig als ze de vlucht neemt naar Italië en de regie van haar leven definitief in eigen hand neemt.

Als haar vader sterft komt Marianne terug voor de begrafenis en op paleis Noordeinde ontmoet ze Johannes van Rossum, die op dat moment als lakei in dienst is bij de Oranjefamilie. Hij wordt haar minnaar, ze blijven 28 jaar samen en krijgen een zoon. Prinses Marianne wordt aan het hof met de nek aangekeken en verhuist naar de buitenplaats Rusthof in Voorburg.

 

Waterpokken

Van Dijk weet van de eigenzinnige prinses een vrouw van vlees en bloed te maken, ze vertelt het verhaal vanuit het perspectief van Marianne, afgewisseld met hoofdstukken die geschreven zijn vanuit de mensen om haar heen, zoals echtgenoot Albert, schoonzus Anna Paulowna en haar broers Willem en Frederik, de afkeuring voert in die hoofdstukken meestal de boventoon.

Een prachtige scene is als Marianne een aanval van waterpokken heeft en een feest op het paleis wordt vervroegd, omdat men hoopt dat ze dan niet komt. Maar de prinses laat zich niet tegenhouden en iedereen is verplicht om haar hand te kussen, die overdekt is met vuurrode bulten. ‘Ze konden niet weigeren; als een vorst je de hand reikte, dan pakte je die aan.’ Waarop een uitbraak van


de ziekte op het paleis volgt.

Hier en daar trapt van Dijk in de valkuil, die voor elke historicus op de loer ligt, door uit te weiden over gebeurtenissen die op zichzelf het lezen waard zijn, maar weinig met het verhaal te maken hebben. In dit geval zijn dat bijvoorbeeld de liederlijke feesten van Nederlandse kunstenaars, die in de 19e eeuw in Rome plaatsvinden. Het wordt verteld door de schilder Philip Koelman, die de portretten van Marianne en Johannes maakt, als ze in Villa Celimontana verblijven. Ondanks dat is het prachtig om de strijd te volgen van een vrouw die door haar afkomst in het keurslijf van haar tijd gedwongen is. Willemijn van Dijk heeft een soepele schrijfstijl die makkelijk leest. Ze heeft drie eerdere romans op haar naam staan. Haar vorige boek ‘Het wit en het purper’, ook uitgegeven bij Ambo Anthos, won in 2019 de BNG Bank Literatuurprijs.

 

Willemijn van Dijk, De Italiaanse prinses’ (320 pagina’s). Uitgever: Ambo Anthos. Prijs 22,95.

 

 

 

 

 

 

 

 


woensdag 24 november 2021

 ‘Zonder technologie zit je naakt op een rots’

 In zijn nieuwe dansvoorstelling ‘Wave’ combineert David Middendorp dans en technologie. Daarbij komen de wetten van het universum goed van pas.

 Artikel In Den Haag Centraal van 19 oktober


Een toekomstbeeld dat verwezenlijkt wordt, daar lijkt de nieuwe dansvoorstelling van Another Kind of Blue op. Choreograaf David Middendorp komt met de voorstelling ‘Wave’, waarin maar liefst drie nieuwe stukken hun première beleven. En er is een verbeterde versie van het succesvolle ‘Airman’ uit 2018. Centraal in het werk van Middendorp staat de relatie tussen mens en technologie. Met het stuk ‘Airman’, waarin drones een duet aangaan met een danser, trad Another Kind of Blue in oktober op tijdens de opening van het Nederlandse paviljoen op de World Expo in Dubai. Ook haalde het innovatieve dansgezelschap in 2014 hiermee de finale van het populaire tv-programma ‘America’s Got Talent’.

Middendorp trad na de dansacademie in Rotterdam en het prestigieuze conservatorium Juilliard in New York, eerst zelf een aantal jaren op, maar uiteindelijk vond hij het maken van nieuwe choreografieën leuker dan het dansen zelf. “Ik verloor gaandeweg het stukje exhibitionisme dat elke danser nodig heeft om te kunnen optreden, ik wilde liever zélf iets vertellen.” De interesse voor techniek komt voort uit zijn opvoeding; zijn vader is ingenieur en maakte hem nieuwsgierig naar het hoe en waarom van techniek. “Ik ben altijd heel verbaasd dat mensen technologie zien als iets wat heel ver van hen af staat, terwijl het misschien wel de grootste cultuuruiting is die er bestaat. Het zegt zóveel over ons. Als je alle technologie weghaalt, zit je naakt op een rots.”

 

Golven

In het tweeluik ‘Frequentie en Frequentie²’ gaan de dansers een dialoog aan met zandpatronen die gecreëerd worden door het wiskundige ritme van de natuur. “Golven zoals van licht en geluid zitten op alle mogelijke manieren om ons heen. In dit stuk werk ik met Chladni-patronen, ik visualiseer het geluid. Als zand op een object ligt waar geluid doorheen gestuurd wordt, bijvoorbeeld een metalen plaat, dan springt het op en trekt het naar plekken waar de plaat níét trilt. Hierdoor ontstaat een lijnenpatroon. De dansers staan op de ontstane (virtuele) patronen en vegen ze uit, maar het geluid vormt steeds weer andere patronen. Zo ontstaat een duet tussen natuurkunde en de dansers. Er is wel een choreografie maar de dansers hebben een zekere vrijheid. Ik wilde eerst met echt zand werken maar dat bleek technisch onhaalbaar. Toen hebben we samen met de TU Eindhoven en ingenieur Bas van der Linden een wiskundig model gemaakt van hoe zand beweegt als je geluid door het onderliggende object stuurt. De patronen worden op de grond geprojecteerd en de dansers veranderen de vormen. Tijdens de voorstelling wordt alles van boven gefilmd, en dat is ook op het achterdoek te zien.”

In ‘15 Minute Universe’ bouwen de dansers een universum op, dat ze binnen een kwartier weer afbreken door middel van wetten die lijken op die van het universum. Ze verstoren de Melkweg en vormen een stukje nieuw universum, iets wat in werkelijkheid ook gebeurt als er grote objecten doorheen komen zoals zwarte gaten of andere sterrenstelsels. Tot slot laat Middendorp in ‘HandsON Stage’ zien hoe mensen met hun handen communiceren.

 

“Er gaat ook wel eens iets mis,” vertelt de choreograaf. “Met zoveel techniek is het altijd maar weer hopen dat het goed gaat. Het is een risico dat ik neem en het hoort erbij. Anders kom je nooit vooruit. Als ik een voorstelling zou maken die nooit misgaat, dan zou ik iets verkeerd doen. Bij de eerste voorstelling van ‘Airman’ heb ik letterlijk verstopt achter een stoel gezeten en alleen maar geluisterd of de drones in de lucht bleven.”

 

‘Wave’, donderdag 25 november, 20.15 uur, Theater de Veste (Delft); vrijdag 3 en zaterdag 4 december, 20.00 uur, Rijswijkse Schouwburg; zaterdag 5 maart, 20.15 uur, Amare. Meer informatie www.anotherkindofblue.nl

dinsdag 16 november 2021

 

‘Een portret moet iets toevoegen aan de

 foto die er al is’

Artikel in Den Haag Centraal van 4 november 2021

Het werk van Maayke Schuitema komt zo nu en dan heftig binnen. Haar portretten van beroemdheden vertellen iets over haarzelf én over de geportretteerden.


Het grafische werk van kunstenares Maayke Schuit
ema straalt een enorme bravoure uit. Groot formaat, stevige lijnen, vlakken in zwart, wit en rood. Haar werk is sensueel en opvallend. Schuitema staat bekend om haar afdrukken van grote linoleumsneden met krachtige (half)naakte vrouwen, vaak op rode high-heels. In 2015 maakte ze de grootste linoleumprent ter wereld ‘The Tenth Muse’, van drie bij tien meter, met afbeeldingen van beroemde dansers. Zelf kreeg ze een balletopleiding aan het Koninklijk Conservatorium - daar valt haar belangstelling voor mooie bewegende lichamen uit te verklaren - daarna ging ze naar de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, ook in Den Haag. 

Schuitema exposeert bij Project 2.0 Gallery met ‘Who wants to live forever’, een tentoonstelling die voornamelijk uit portretten bestaat. Je doet onwillekeurig eerst even een stapje terug als je de galerie binnenstapt, zo heftig komt het op je af, om er daarna weer onweerstaanbaar door aangetrokken te worden. Over de hele linkerwand is een installatie gemaakt met portretten van beroemdheden op doek en op papier. Met rode en zwarte verf zijn teksten op de witte muur geschilderd, de verf druipt hier en daar tot over de plinten naar beneden. “Ik heb Coen (Van den Oever, de galeriehouder, red.) wel moeten overhalen, maar hij vond het uiteindelijk goed,” zegt Schuitema lachend.

“Bij elk portret dat je maakt, moet je je afvragen wat het nog toevoegt aan alle honderdduizenden foto’s die er al zijn,” legt ze uit. “En dan moet je zorgen dat het portret iets over jezelf vertelt én over de geportretteerde. Er gaat een heel onderzoek aan vooraf. Er zijn zoveel foto’s, maar welke kies je, wat ga je vertellen? Het moet een heel nieuw en eigen beeld worden.”

 


Wolven

Er hangt een levensgrote afdruk – in totaal meer dan twee meter hoog - ten voeten uit van Angela Jolie met de titel ‘L’heure des Loups’. Haar lange benen zijn bloot en steken in rode schoenen met torenhoge hakken. Haar houding is zelfbewust, ze staat te midden van een roedel wolven die Schuitema er met potlood bij tekende. De wolven knagen aan een bebloede ribbenkast.

“De wolven zijn haar kinderen. Brad Pitt, haar ex-man, zou eronder kunnen liggen. Het portret is eigenlijk leesbaar als een biografie, in één beeld gevangen.” Schuitema doelt hiermee op de vechtscheiding van het beroemde filmechtpaar, die via de media werd uitgevochten. Het werk is gedrukt en getekend op Japans Koshi Machi papier dat speciaal voor haar gemaakt is en er is slechts één exemplaar van.

In de meeste portretten zijn handgeschreven teksten toegevoegd, in het mooie persoonlijk handschrift van Schuitema. Bij het portret van Mick Jagger staat bijvoorbeeld ‘My papa is a Rolling Stone’ en ‘I can’t get no satisfaction’, er zijn namen van zijn dierbaren bij geschreven met lijstjes opmerkingen eronder.

Aan de overkant op de grote muur zien we onder anderen Sting, Barbra Streisand en Sean Connery, maar ook Claudia de Breij en Hans Klok. In een hoek is zelfs prinses Beatrix afgebeeld met de tekst ‘Capture your queen’. Half over haar iconische kapsel hangt het kleine portret van een grijnzende Jack Nicholson.

‘When I look at a good portret, I first feel guilty …’, staat in rode verf boven het portret van Britney Spears geschreven, in het boekje dat bij de tentoonstelling hoort, staat de rest van de zin: ‘but after a while comforted’.

 

Maayke Schuitema, ‘Who wants to live forever’ t/m zondag12 december in Project 2.0 Gallery. Meer informatie www.project20.nl en www.maayke.nl.

 

 

 

 

 

Kunst op straat

 Artikel in Den Haag Centraal november 2021

Voor kunst op straat moet je oog hebben. Peter Blokhuis maakt nieuwe composities op elektriciteitshuisjes en registreert het verval met foto’s.

 


Kunstenaar Peter Blokhuis werkt elke dag gestadig door, dat deed hij al vanaf het moment dat hij een potlood vast kon houden. In zijn atelier verwerkt hij tekeningen die hij op zijn reizen maakt tot schilderijen. Tijdens Corona ging hij naar Florence en maakte hij voor Palazzo degli Uffizi een serie tekeningen van hangjongeren in de avondschemering. Het werden schetsen met lange schaduwen van straatlantarens, in het halfdonker zie je hier en daar een mondkapje oplichten. De jongeren staan dicht op elkaar, de anderhalve meter bestaat hier niet.  

Blokhuis haalt zijn onderwerpen meestal van de straat, uit een café of koffiehuis. Muren met afbladderende affiches zijn nooit veilig voor hem, hij scheurt er flarden vanaf of hij maakt foto’s die hij later in collages verwerkt. “Die muren zijn voor mij altijd een inspiratiebron geweest,” zegt hij. “In Marrakech waren het krijttekeningen van kinderen, liefdesverklaringen, teksten uit de Koran of verkiezingsplakkaten waarop de gezichten van de kandidaten zijn weggekrast, soms een advertentie van een plaatselijke prostituee met een 06-nummer. In Buenos Aires waren het de vermisten uit 1976, slachtoffers van het regime.”

 

Elektriciteitshuisjes

Nu de muren in Europa steeds leger en schoner worden, is het zoeken naar iets wat hem raakt. Begin augustus 2021 vielen de uitgerangeerde elektriciteitshuisjes rondom het Lange Voorhout hem op. De kunstenaar in hem zag er opeens een mooie verweerde achtergrond in. Hij beplakte de oppervlakken met tekeningen en met stukken van affiches die hij ooit meenam van zijn reizen. “Ik zie dat niet als vernieling of vervuiling van openbaar bezit, want die huisjes worden nooit schoongemaakt. Hier en daar zijn er nog lagen papier op te vinden, die ik dan weer gebruik.”

Hij maakt foto’s van zijn composities, registreert het verval en het langzaam verdwijnen van zijn werk. “Ik hoop dat het de winter overleeft. Ik heb ook heel oude tekeningen gebruikt, die ik bijvoorbeeld in 1989 in New York maakte van daklozen en ik maak printjes van foto’s, die ik met verf bewerk. Soms gebruik ik zelfs werk dat ik ooit eerder geëxposeerd heb.”

Tegenover Hotel des
Indes heeft Blokhuis een van de tekeningen opgeplakt van de jongeren in Florence. Het is een aquarel en de contouren zijn inmiddels vervaagd, als in een droom die je niet meer kunt terughalen. Het werk is nog maar pas af. “Ik vond het best moeilijk om er afscheid van te nemen, maar je moet altijd iets weggeven wat een beetje pijn doet, niet iets waar je makkelijk afstand van doet.”

 

Stroom

De wanden van de huisjes zijn voor Blokhuis een perfecte ondergrond. Groen uitgeslagen, bobbelig en grillig. Hij neemt altijd een tas vol materiaal mee en improviseert op het moment dat hij er mee bezig is. “Als ik ervoor sta dan vergeet ik helemaal waar ik ben, dan is het net alsof ik in mijn atelier sta te werken. De tekeningen die ik uitzoek om op te plakken, moeten wel iets expressiefs hebben, geen landschapje of zoiets, ze moeten iets te zeggen hebben.”

De tekeningen nemen in de loop van de tijd andere kleuren aan, zoals van roest of iets dergelijks. “Het inspireert mij ook weer in mijn gewone werk, ik heb zojuist twee collages gemaakt die ik een paar weken buiten in de regen heb gezet. Ze verkleuren en ik gebruik dat dan weer als ondergrond. Voor mij is het grappig om te zien dat mensen gewoon voorbij lopen, zonder iets op te merken. Bij Kunstcentrum Stroom stonden in de etalage boeken over straatkunst uitgestald en vlak daarnaast stond een elektriciteitshuisje dat ik beplakt had. Ik maakte er een foto van en liep ermee naar binnen, zonder te zeggen dat het werk van mij was. Ze vonden het een heel bijzonder werk, maar niemand daar weet dat ze maar even naar buiten hoeven te lopen om het te zien.”

 

Huren in de hoogte

Artikel in Den Haag Centraal oktober 2012

Den Haag is niet veel gewend als het om wonen op grote hoogte gaat, maar nu komen er op korte termijn toch drie woontorens in hartje centrum. De eerste wordt over een half jaar opgeleverd. Ook dichtbij het strand verrijzen nog steeds appartementen.



In de zomer van 2022 wordt de eerste woontoren naast Amare in het hart van Den Haag opgeleverd. Deze toren draagt de schitterende naam Bolero en is samen met Adagio, onderdeel van het project Sonate. De bouw van de derde toren, die Cantate zou gaan heten, is inmiddels afgeblazen Natuurlijk zijn deze namen niet toevallig gekozen, de woontorens komen naast het gloednieuwe dans- en muziektheater te staan, aan de zijde van het Prins Bernhardviaduct en de Schedeldoekshaven. ‘Op die plek voel je als het ware het ritme van de stad,’ vermeldt de website van vastgoedbeheerder MVGM.

Bolero - door MVGM ‘Sonate City Apartments’ genoemd -  is ontworpen door Klunder Architecten uit Rotterdam en krijgt een hoogte van ongeveer 86 m2. Vanuit de bovenste appartementen kun je Rotterdam zien liggen en aan de andere kant zie je, als het weer mee zit, de zon in de zee zakken. De Haagse skyline zal een compleet ander aanzicht krijgen met deze drie nieuwe woontorens.

Bolero bestaat uit 27 verdiepingen en heeft 188 appartementen te huur, variërend in prijs van 985 tot 2205 euro. Op sfeerfoto’s, die alvast een denkbeeldige werkelijkheid tonen, zien de appartementen er wit en licht uit, met grote ramen, een keuken met Siemens apparatuur en PVC vloeren met vloerverwarming. De badkamers stralen luxe uit, met witte en antracietgrijze tegels. De bewoner zal zelf een persoonlijk sfeer moeten creëren, want er is rekening gehouden met een algemene, neutrale smaak. Bij de hoekappartementen valt het licht van twee kanten naar binnen en op de sfeerbeelden bij avondschemering schittert de stad Den Haag met honderden lichtjes in de diepte. Je krijgt het gevoel dat je in een Amerikaanse film zit, met New York aan je voeten. Toch komt ook even de vraag op hoe het zal zijn, als een storm op die hoogte om je heen raast.

Er zijn twee-, drie- en vierkamer appartementen van 40 m2 tot 100 m2 te huur, sommige met balkon of terras en er zijn drie penthouses van 120m2. Alle woningen hebben een bergruimte in de woning zelf, ook met een toegang vanuit de hal. Op de begane grond staat een batterij aan postboxen en er komt een pakketservice, waar bewoners hun postpakketen kunnen afleveren en ophalen.

 

Carrièremakers

De woontoren ligt vlakbij het Centraal Station en is vooral een goede plek voor hardwerkende carrièremakers die veel uit eten zullen gaan en zich in het stadsleven willen storten. Samen met gemeente Den Haag wordt nagedacht over hoe wonen, werken en uitgaan gecombineerd kunnen worden. Het nieuwe Spuiplein moet een levendig gebied worden met veel groen, een openluchtpodium voor culturele activiteiten en een plek om elkaar te ontmoeten. Uiteindelijk is het de bedoeling dat er een makkelijke doorloop komt, dwars door de stad, van het Spuikwartier naar de Theresiastraat.

Autobezitters zullen moeten nadenken over wat ze met hun auto gaan doen. In de directe omgeving zijn wel parkeervoorzieningen aanwezig en te huur via een derde partij. Sonate City Apartments biedt op dit moment nog geen mogelijkheid tot parkeren aan.

 

The Ambassador

Een ander project dat MVGM in beheer heeft is het appartementencomplex The Ambassador in het Statenkwartier, gelegen aan de Eisenhouwerlaan. De grootste trekpleister daarvan is natuurlijk de nabijheid van het strand en ook de Frederik Hendriklaan, ooit uitgeroepen tot de meest sfeervolle winkelstraat van Nederland, ligt om de hoek.

The Ambassador is een statig pand met een klassieke uitstraling, gebouwd met rustieke rode bakstenen en met blauwgrijze puntdaken, er zijn nog enkele appartementen te huur. Ook deze woonruimtes hebben grote ramen en veel licht, er zijn balkons van 8 meter en sommige appartementen hebben een terras. Bij elk appartement hoort een parkeerplaats in de onderliggende garage. Het complex bestaat uit 39 luxeappartementen waar er al 25 van verhuurd zijn. Van de overige 11 zijn er 4 waar een optie op is. De grootste woning die nu nog beschikbaar is, meet 150 m2. Duurzaam wonen is het er ook, alles is elektrisch. Er zijn luchtwarmtepompen die zorgen voor verwarming en warm water, op het dak liggen zonnepanelen. De oplevering van de Ambassador is dit najaar.

 

Bolero (Sonate City Apartments) en The Ambassador, MVGM vastgoedbeheer. Meer informatie www.hureninsonate.nl en www.hurenintheambassador.nl

 

 

 

 

 

maandag 1 november 2021

 Strandpaviljoen La Cantina wil overwinteren

 Artikel in Den Haag Centraal van 21 oktober 2021

Voor strandpaviljoen La Cantina aan het zuiderstrand is een splinternieuw en duurzaam onderkomen ontworpen, om in de winter te kunnen blijven staan. Er is alleen nog één probleem: de gemeenteraad stemde op het laatste moment tegen de realisering ervan.

 

Al jarenlang worden er discussies gevoerd over het wel of niet toestemming verlenen voor het overwinteren van paviljoens op de stranden van Kijkduin en Scheveningen. Eigenaar Richard Arnold van La Cantina en André van Lier van architectenbureau DAVL Studio begrijpen er niets meer van.

“Zeven jaar geleden wees de gemeente Den Haag als pilot drie strandpaviljoens aan om plannen te ontwikkelen voor een permanent onderkomen. Dat waren WIJ, Doen (nu Vonk) en De Waterreus. Daarnaast kregen drie surfscholen toestemming om op het sportstrand te bouwen, met een horecavergunning.

“De Waterreus is het enige paviljoen dat gerealiseerd is,” zegt Richard Arnold. “De zeven jaar waarin je mocht beginnen met de bouw zijn na 2021 voorbij. WIJ gaat dit jaar nog beginnen, maar de derde komt er niet meer.”

Den Haag kwam afgelopen maart met de uitkomst van het project. Het hield in dat vijf paviljoens een permanente vergunning zouden krijgen. La Cantina - precies tussen Kijkduin en Scheveningen in - was ook een van de vijf en mocht een plan indienen. Voorwaarde was wel dat het een duurzaam ontwerp zou zijn. La Cantina benaderde vervolgens DAVL Studio om het te ontwikkelen, maar toen kwamen er plotseling tegengeluiden uit de gemeenteraad. In juni stemde na een chaotisch debat, een meerderheid tegen het voorstel van wethouder Anne Mulder (VVD) om het aantal permanente strandtenten uit te breiden. Eén van de argumenten was dat het ‘stille strand’ stil moet blijven.

 

Legosteentje

“Wij zien dit project als laatste legosteentje in de ontwikkeling van de wijk,” zegt André van Lier. “Door een permanent paviljoen te realiseren, krijgt de woonwijk meer leefbaarheid. De partijen die tegen zijn, hebben het altijd over het milieu, maar ze weten niet waar ze het over hebben. Het elke winter afbreken van het paviljoen is veel vervuilender dan het te laten staan: je moet een kraan inhuren die op dieselolie loopt. Vrachtauto’s, shovels, enzovoort, gaan heen en weer. Het nieuwe ontwerp is helemaal zelfvoorzienend met een vegetatiedak, zonnepanelen, waterpompen en dubbelglas, geen gas meer maar elektriciteit, alles wat het duurzaam maakt zit erin. Ook de materialen zijn duurzaam en voldoen aan de hoogste eisen.”

Het andere tegenargument, dat de gelegenheid verdwijnt om nog rustig te kunnen wandelen, snijdt evenmin hout, volgens Van Lier. “Het stille strand ligt verderop bij de strandafslagen die door de duinen lopen, La Cantina ligt achter een woonwijk, dat is het verschil. De omwonenden omarmen het, die willen hier graag een vaste plek.”

De artist impression van DAVL Studio toont een fraai paviljoen, op palen gebouwd, met veel (dubbel) glas en een groen dak. Van Lier: “We waren bij de raadsvergadering in juni al halverwege met het ontwerp, toen het plotseling werd afgestemd, maar we hebben het toch maar afgemaakt. Wij vinden: zien is geloven.”

 

Natuurgebied

Een ander negatief punt zou de nabijheid van Natura 2000 zijn, een beschermd natuurgebied. Van Lier wordt een beetje boos. “Nabijheid is toch niet hetzelfde als erin? We kunnen desgewenst de plek ook nog iets wijzigen.”

Hij plaatst kanttekeningen bij de raadsvergadering van juni. “Een aantal raadsleden was op vakantie en er werd door milieubewegingen gesuggereerd dat de bewoners achter het strand tegen ons plan zouden zijn. Er werd toen een motie ingediend om de bouw van alle vijf permanente paviljoens op het strand te verbieden. Maar de bewoners zijn helemaal niet tegen.”

“Het was jammer voor La Cantina, want eigenlijk was het voor ons gevoel al rond, maar met twee stemmen verschil werd toen álles afgestemd,” reageert Arnold. “In maart 2022 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen en dan hopen we dat er een herkansing voor de bouw van La Cantina in zit. Dit strandpaviljoen neemt toch een ander positie in dan de rest, omdat we op dit stuk strand de enigen zijn.”

André Van Lier laat een ansichtkaart zien, die La Cantina heeft laten drukken met een afbeelding van het nieuwe ontwerp. ‘Groeten uit Scheveningen’ staat erop. “Deze wordt nu onder de bewoners verspreid en kan hier weer ingeleverd worden, zodat er ook sprake is van participatie. We willen duidelijk krijgen wat de buurt ervan vindt.”

 

Strandpaviljoen La Cantina, Zuiderstrand 1. Meer informatie www.davlstudio.com en www.lacantina.nl

 

 

 

 

Portretten van glas in ‘nero brillante’ en ‘azzuro'

 Artikel in Den Haag Centraal van 28 oktober 2021

John Sillevis legt waardevolle vriendschappen vast.

Voor conservator John Sillevis (Voorburg,1946) was 1993 een moeilijk jaar. Hij verloor zijn dierbare Spaanse vriend José Luis Nogales, die hij al 32 jaar kende en kwam te laat om afscheid van hem te nemen. “Het verdriet zette zich op een gegeven moment om in een enorme woede en ik zocht naar een uitweg. Ik ben naar Venetië vertrokken om daar een maand te blijven. Niet om kunst te bekijken, maar om het te verwerken. Ik had een portret in was van José Luis gemaakt en zocht iemand die het als een penning in glas kon gieten. Dat lukte, ik vond er Renzo Benetollo, een vakman. Daarna heb ik de penning naar de familie van José Luis gebracht en toen kon ik het eindelijk een plaats geven.”

Er volgde daarna een hele serie portretten op penningen, later ook in brons. Daarvan is nu een selectie te zien in een vitrine van museum Beelden aan Zee. ‘Amice per sempre’ heet deze kleine bijzondere tentoonstelling, vrienden voor altijd.

 


Paul Huf

Na een schitterende carrière als conservator van het Gemeentemuseum (nu Kunstmuseum) zou John Sillevis het wat rustiger aan kunnen doen, maar dat is niets voor hem. In 2018  maakte hij een grote tentoonstelling in het Dordrechts Museum over de schilder Jongkind en tot 6 februari 2022 is in Museum Beelden aan Zee de tentoonstelling van Igor Mitoraj te zien, waar Sillevis aan meewerkte door over de beeldhouwer in de catalogus te schrijven. Hij kende Mitoraj persoonlijk.

Het maken van portretten op penningen liet hem niet meer los, er rolde zelfs een opdracht uit. Voor de KLM maakte hij een portret van fotograaf Paul Huf in bleekblauw glas. Er zitten ook een aantal dansers in de collectie, zoals Gheorge Iancu. De fotograaf Alberto Sabattini portretteerde hij met een schalkse blik over de rand van zijn bril in de kleur koningsblauw. Hij maakte daarnaast een serie met historische figuren uit Den Haag, zoals schrijver Louis Couperus en de schilder Mesdag.

“Het mooie van glas is ook, dat je zulke felle kleuren kunt gebruiken, in het Italiaans klinkt dat nog mooier, zoals ‘azzuro’, ‘ambra’ en ‘nero brillante’. Ik ga altijd zelf naar Venetië om de ontwerpen te brengen. Dan heb ik weer een excuus om er heen te gaan.”

 

John Sillevis, ‘Amice per sempre’ in museum Beelden aan Zee, nog tot en met zondag 16 januari 2022. Meer informatie www.beeldenaanzee.nl

 

 

Foto:

Glazen penning, Alberto Sabatini door John Sillevis, doorsnee 10 cm. Foto Piet Gispen

 

 

 

donderdag 28 oktober 2021

‘Ik ben op aarde om te schilderen’

 Artikel in Den Haag Centraal van 28 oktober 2021

In Museum More heeft de van oorsprong Haagse Pat Andrea een grote oeuvre-tentoonstelling. In galerie Ramakers hangt werk dat net af is.

 


 Vier dagen is hij ermee bezig geweest: een muurtekening van zeven bij 10 meter in Museum More in Gorssel (gemeente Lochem, Gelderland). “De steiger was heel degelijk, maar zo neergezet dat ik geen overzicht meer had,” zegt kunstenaar Pat Andrea (Den Haag,1942). “Maar het is nu af.” De tekening is onderdeel van zijn grote overzichtstentoonstelling ‘¿QUE PASA?’, die na een paar keer uitstellen, nu eindelijk gerealiseerd is. Zijn werk moest overal vandaan komen. Er hangen ruim zeventig schilderijen uit de periode van1963 tot nu.

Het mag gezegd worden dat Pat Andrea tot een van de meest succesvolle Nederlandse kunstenaars van zijn generatie gerekend kan worden. Zijn werk is aangekocht door internationale musea, hij exposeert regelmatig in onder meer Argentinië, Frankrijk en Spanje.

Het werd destijds al snel duidelijk dat Andrea een wonderkind was. Op de tentoonstelling in Museum More hangt ook een serie tekeningen, die hij als 3-jarig jongetje maakte, de leeftijd dat de meeste kinderen net toe zijn aan het maken van ‘koppoters’, een hoofd met alleen benen eronder. “Ik tekende ons hele gezin in de auto, precies zoals wij daar altijd zaten. Het stuur, de stoelen, het voorbij glijdende landschap, alles staat erop en tegelijkertijd kijk je door de voorruit naar binnen en zie je iedereen zitten.”

 

‘Alice in Wonderland’

Andrea groeide op in de Ligusterstraat, in een echt kunstenaarsgezin, zijn vader Kees Andrea was een bekende Haagse kunstschilder, zijn moeder illustratrice. Hij ging naar de Koninklijke Academie van Beeldende kunsten en al tijdens zijn opleiding kreeg hij 2500 gulden Koninklijke Subsidie, waar hij een half jaar onbezorgd van kon leven. In 1972 won hij nogmaals de prijs en tijdens zijn hele verdere loopbaan als kunstschilder, haalde hij allerlei andere prijzen binnen.

Eind jaren zeventig vertrok Andrea, na jaren van veel reizen, definitief uit Den Haag om met zijn Argentijnse geliefde afwisselend in Parijs en Buenos Ares te wonen. In Parijs werd hij in1998, als eerste Nederlander ooit, professor aan de Académie des Beaux-Arts, waar hij negen jaar les gaf. In 2003 kocht hij een enorm atelier, een voormalig abattoir, groot genoeg om aan zijn serie over ‘Alice in Wonderland’ te beginnen, waarmee hij in 2008 in Kunstmuseum Den Haag exposeerde. Een serie opmerkelijke werken op papier van ongeveer anderhalf bij twee meter.

 

Erotiek

De schilderijen van Pat Andrea tonen een onverbloemde erotiek, hij schildert bijna alleen vrouwen, meestal naakt, of met een opwaaiend rokje. Soms wordt hem verweten dat zijn werk vrouwonvriendelijk is. “Dan kijken ze niet goed,” zegt hij. “Ik zet vrouwen juist op een voetstuk, zij hebben altijd de leiding. Ik ben een vrouwenaanbidder, de mannen in mijn werk zijn sukkels en verliezers. Zo is het in werkelijkheid ook vaak.” De problematische relatie man-vrouw loopt als een rode draad door zijn oeuvre.

Andrea is een geweldige tekenaar en opgeleid in de oude traditie, maar op een gegeven moment laat hij dat los. Zijn vrouwen krijgen een hoofd dat te groot is voor het lichaam. We zien de koppoters terug, die hij in zijn jeugd heeft overgeslagen. Zijn schilderijen zijn spektakelstukken, waarbij je eindeloos kunt fantaseren.

De grote jeugdheld van Part Andrea was Georges Rémi alias Hergé, de tekenaar van Kuifje. “Het was een hoogtepunt in mijn carrière toen hij in 1977 naar mijn atelier op de Bierkade kwam en een groot schilderij van mij kocht. Hij bezat al een paar tekeningen, maar we kenden elkaar niet.”

Het schilderij ‘De Val’ dat Hergé kocht, is op de tentoonstelling in Gorssel te zien. Een vrouw in een korte witte jurk en met een bos tulpen in de hand, struikelt over een hond. Een man kijkt toe. De overeenkomst met een stripverhaal is duidelijk, maar bij Andrea weet je nooit hoe het afloopt, hij pakt alleen een moment. “Als ik met een schilderij begin weet ik zelf óók nooit waar het heengaat. Het verhaal vertelt zichzelf en dat moet voor de kijker ook zo zijn,” zegt hij.

 

Michelangelo

Zonder een greintje ironie zegt hij ten slotte: “Ik heb geaccepteerd  dat ik op aarde ben om te schilderen, ik kan ook niks anders. De hele dag die schilderijen maken, daar leef ik voor.” Hij vergelijkt zijn gevecht met de gevaarlijk hoge steigers nog even met de worsteling van Michelangelo in de Sixtijnse kapel, die daar vier jaar op zijn rug lag. “Ik zal nooit vergeten dat ik in een van zijn gedichten las: ‘Op dit plankier is mij een krop gegroeid’, die zin ben ik noot vergeten.”

In galerie Ramakers aan de Toussainkade is op dit moment de expositie ‘One man show’ te zien, met recent werk van Pat Andrea.

 

Pat Andrea, ‘¿QUE PASA?’ in Museum More, t/m zondag 23 januari 2022 en ‘One man show’ t/m 7 november in galerie Ramakers. Meer informatie www.museummore.nl en www.galerieramakers.nl

  Bronzen oervormen en speelse beelden  Artikel in Den Haag centraal juni 2022 Yke Prins haalt haar inspiratie uit de natuur: zware boom...