dinsdag 8 december 2020

 

Poezenkwartet maakt reis door de tijd

Artikel in Den Haag Centraal van 3 december 2020

Ella van Schaik maakte veertig jaar geleden een poezenkwartet, dat in heel Nederland bekend werd. Nu is er een herziene uitgave.


“Een poes is anders dan een hond,” zegt kunstenares Ella van Schaik. “Je weet wat je eraan hebt en ze zijn erg knuffelbaar. Je kunt een kat oppakken en vasthouden als een baby. Ze laten je als het moet ook met rust, veel schrijvers hebben daarom een kat.” Haar eerste poezenkwartet (kaartspel) kwam uit in 1981. Het verkocht destijds zo goed dat als het een boek was geweest, je het een bestseller had kunnen noemen. Van Schaik woont al veertig jaar in een knus huis op de Denneweg, dat vol staat met kunst en antiek. Op de bovenverdieping is haar atelier en staat een etspers. Haar rode kater ‘Koekie’ ligt behaaglijk uitgestrekt op de verwarming en komt af en toe nieuwsgierig poolshoogte nemen.

Van Schaik gaf na de kunstacademie twaalf jaar les op middelbare scholen en werkte daarna een tijdje in de bekende Galerie Orez in de Javastraat, waar toen veel kunstenaars van de zogenaamde NUL-groep exposeerden. “Ik kreeg op een gegeven moment de behoefte om zelf weer iets te gaan doen en nam etsles bij Gerard Lutz op de Vrije Academie. Mijn eerste ets werd een poes, bij toeval. Het resultaat zette ik in een bescheiden hoekje van de galerie en groot was mijn verbazing toen die ets direct verkocht werd. Het liep als een trein. Galerie Arta ging mijn werk verkopen en ook De Haagsche Courant wijdde er een artikel aan. Al snel daarna verkocht ik mijn prenten van poezen via de Libelle en kwam het poezenkwartet uit. Dat werd uitgegeven door Ulysses, die hier op de Denneweg ook een boekhandel had.”

Litererair

“Op een feestje ontmoette ik biograaf en Couperuskenner Frédéric Bastet die voor de NRC schreef,” zegt Van Schaik. “Bastet betekent ‘kat’ in de Egyptische mythologie en dat was voor hem een reden om een hele pagina over zijn naam te schrijven, met illustraties erbij van mijn poezenkwartet. Toen ging het helemaal los, mijn kwartet ging het hele land door. Er zijn sindsdien vier herdrukken geweest en nu dus de vijfde. Mijn poezen maken een reis door de tijd.”

Ze brengt me een grote schaal waar de schoongepoetste etsplaatjes in liggen. “Ik heb de oude plaatjes opnieuw gebruikt en bijgewerkt. Ook de teksten zijn veranderd en aangepast. De recensenten vonden destijds dat het kwartet een literair tintje had.”

Daar valt zeker iets voor te zeggen. In de serie ‘Status’ vinden we de ‘Asielkat’ en de ‘Zwerfkat’, onder ‘Uitdrukkingen’ vallen de ‘Verzopen kat’ en de ‘Kat in de zak’, maar er is ook een serie ‘Auteurs’ met onder anderen Gerard Reve als een dikke kat die je zijn achterste toekeert en de arrogante kat Harry Mulisch. “Die vind ik echt op hem lijken,” zegt Van Schaik heel serieus.


Het kwartet bestaat uit 48 kaarten en wordt opnieuw uitgeven door de drukker van het eerste kwartet: Van den Dool in Sliedrecht. Het spel is verkrijgbaar bij boekhandel Paagman en te bestellen bij de overige boekhandels. ‘Voor Koekie’ staat op het doosje.  
 

‘Poezenkwartet’ van Ella van Schaik, 14,95 euro. Voor meer informatie www.ellavanschaik.google.sites.com                                                                                                                    

 

maandag 30 november 2020

 Vlaggen en verwondering

Artikel in Den Haag Centraal van 19 november 2020

Een bijzonder kunstproject van Siebrand Weitenberg gaf een afgelegen bergdorp in Nepal een school. Nu hij zestig wordt wil hij meer doen.

Bijschrift toevoegen

Schilderen en reizen zijn de twee grote passies in het leven van kunstenaar Siebrand Weitenberg. Nu hij dit jaar zestig wordt, wil hij dat vieren met een project dat een vervolg is op een kunstproject van tien jaar geleden. Hij kreeg het destijds voor elkaar dat het bergdorp Chimding in Nepal, een eigen school kreeg. Het dorp ligt hoog in de bergen, vlakbij de Mount Everest en is alleen te voet bereikbaar. In 2011 maakte hij met veertien andere Haagse kunstenaars boxen met kunstwerken en haalde op die manier 20.000 euro op. Stichting Chimding zorgde ervoor dat het geld goed terecht kwam. De bewoners van het dorp bouwden zelf een school met de geschonken materialen en kregen ook nog loon uitbetaald. De s
tichting zorgde daarnaast voor leermaterialen en trainingen voor onderwijzers.

Een aantal van de deelnemende kunstenaars, onder wie Weitenberg, reisde er destijds heen om bij de opening van de school te kunnen zijn. “Dat was een voettocht door de bergen, van zeven dagen heen en zeven dagen terug,” zegt Weitenberg.    “Het was een groot avontuur. Ik ben daarna nog een paar keer terug geweest. Nepal is een van de mooiste landen die er bestaan, maar de mensen zijn er heel arm.”

 

Gebedsdoekjes


Deze keer doet Weitenberg het alleen. Hij maakte zestig kleine werken op paneel die hij vanaf 22 november - zijn verjaardag - gaat veilen via zijn website www.sjaweitenberg.com. Het startbedrag van elk werk is 60 euro, de opbrengst gaat naar Stichting Chimding.

Het werk is af. Het zijn drie series geworden met als thema natuur, cultuur en de reis die hij maakte. De panelen zijn 30 bij 30 centimeter. Normaal werkt hij met olieverf, maar nu gebruikte hij acryl-inkt. “Dat is prachtig materiaal, geweldig van kleur, je kunt er echt mee toveren. Ik maak eerst een tekening met vernis en dan voeg ik de kleur toe. De inkt heeft een heel bijzondere parelmoerachtige glans.”

Tussen de paneeltjes zitten prachtige landschappen met besneeuwde bergtoppen, maar ook heel bijzonder zijn de werken waar de typische sfeer van Nepal op weergegeven is. Een steeds terugkerend beeld zijn de gebedsdoekjes. “Die wapperen overal. Nepal is een kleurrijk land met al die gebedsvlaggen, de mensen zijn gastvrij en vriendelijk. Aan snoeren die door de hele vallei hangen, zijn stukken stof in verschillende kleuren vastgemaakt, waar gebeden op geschreven zijn. Het idee erachter is dat de wind ervoor zorgt dat die gebeden door het hele land reizen.”

 


Romanticus

Op een van de panelen staat de beroemde en grootste ‘stoepa’ van de hoofdstad Kathmandu afgebeeld. Het is een boeddhistisch bouwwerk dat relieken van een heilige bevat, een ronde constructie op een vierkante verhoging. Lange strengen met gebedsvlaggen zijn aan de top vastgemaakt. “Overal staan dit soort monumenten, maar dan meestal veel kleiner, met een haar of een nagel van Boeddha erin en vaak op verlaten plekken. Je hoort dan alleen maar het wapperen van die ontelbare vlaggetjes. De mensen doen er hun gebed en gaan weer terug,” zegt Weitenberg. Hij maakte er een serie van met bijzondere vormen en soms heel felle kleuren.


Op een ander werk staat een reiziger die over een smalle hangbrug loopt en waar witte lappen aan de leuningen geknoopt zijn. “Als je voor het eerst het dorp in komt, krijg je van iedereen een witte sjaal, tot je helemaal ingepakt bent. Het is dan de bedoeling dat je die sjaals zelf aan een brug knoopt. De lange hangbruggen gaan van de ene naar de andere vallei.”

Zijn liefde voor het land blijkt uit elk afzonderlijk werk. “Het bijzondere van Nepal is, is dat je continue in verwondering bent. Die bergen zijn al gigantisch mooi, en dan wil ik ze nóg mooier maken. Ik ben een romanticus.”

Er worden plannen gemaakt voor het inrichten van een nieuwe bibliotheek, maar het is niet ondenkbaar dat het geld besteed wordt aan voedselhulp. “De Nepalezen leven van het toerisme en alles ligt daar nu stil vanwege Covid-19.”

 

Siebrand Weitenberg. Veiling voor Stichting Chimdung vanaf 22 november. Meer informatie www.sjaweitenberg.com/60

 

 

donderdag 12 november 2020

 Vergankelijke kunst

 Artikel Den Haag Centraal van 12 november 2020

Nynke Koster maakte een kunstwerk dat over enkele weken verdwenen is. Haar installatie is bedekt met vegetatie uit de Haagse duinen.


Met de tentoonstelling ‘Vanitasflora’ exposeert de talentvolle en uiterst bevlogen kunstenares Nynke Koster (1986) in museum Beelden aan Zee. Begin dit jaar kreeg Koster te horen dat ze de winnares was van het Stokroos Sculptuur Stipendium, een initiatief van Stichting Stokroos, die jonge kunstenaars een kans geeft om in een museale omgeving te exposeren. Museum Beelden aan Zee vroeg haar om een installatie te maken voor hun Kabinet.

In de zes jaar nadat ze van de kunstacademie kwam, heeft Koster haar sporen al meer dan verdiend. In 2013 studeerde ze af met een heel bijzonder project. Ze maakte afgietsels van de beroemde deuren van Lorenzo Ghiberti, van de doopkapel in Florence, en maakte er een pastelkleurig rubberen vloerornament van waar overheen gelopen kan worden. Het werk werd in Milaan en tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven geëxposeerd en kreeg veel enthousiaste reacties.

In opdracht van gemeente Delft maakte ze begin dit jaar voor de openbare ruimte achter de Oude Kerk het indrukwekkende kunstwerk ‘Echo’, met een doorsnede van zes en een halve meter, gemaakt van beton en zwarte epoxy met een gouden glans.

“Sinds een week of drie staat er tijdelijk een oliebollenkraam naast,” zegt ze. “Het was bijna zo dat mijn sculptuur daardoor weg moest. Gelukkig is dat opgelost door het vijftig centimeter op te schuiven.”

‘Elements of Time’ is een serie zitobjecten waarvoor ze afgietsels van ornamenten uit verschillende tijdperiodes gebruikte, zoals een stuk van een Barok plafond en een hoek van een Jugendstil gebouw. De objecten worden inmiddels wereldwijd verkocht, twee ervan staan in het restaurant van het Stedelijk museum in Amsterdam. Ze zijn van zacht pastelkleurig rubber en worden nu ook in museum Beelden aan Zee tentoongesteld. “Je mag ze aanraken en er zelfs op zitten.”

 

Wellustig

Als een levend organisme dat zich als een reuzin tussen de pilaren door kronkelt, welft de installatie ‘Een groot gebaar’ zich over de vloer van museum Beelden aan Zee. Wellustig en met gespreide armen en benen strekt ze zich uit. Ze lijkt te ademen, hier en daar krult een blad of een stengel omhoog. Het ‘lichaam’ is geheel met planten bedekt.

Nynke Koster maakte voor het eerst iets dat over een paar weken niet meer bestaat.

Ik wilde, omdat dit museum aan zee ligt, eens kijken of ik iets met het omringende landschap kon doen en ben de duinen ingegaan om de vegetatie te bekijken. Ik ontwikkelde een techniek met algen om de planten af te gieten zonder ze te beschadigen en gebruikte een vezel uit zee die je met water vermengt en die rubberachtig wordt bij het drogen. Het resultaat is heel kwetsbaar, krimpt en valt uit elkaar. Drie weken geleden, zag het werk er heel anders uit dan nu. Het vergaat langzaam. Dat heb ik met opzet gedaan, om te laten zien wat er met het Haagse duinlandschap gebeurt.

De vorm van hout en klei waarop de vegetatie is neergelegd, is een kopie van het plafond erboven. Koster heeft gewerkt vanuit rozetten in het midden. Ze heeft natuurlijke pigmenten van gedroogde planten toegevoegd, zodat er kleurverschil is. Steeds meer wordt de gele ondergrond zichtbaar, het geel refereert aan de gloed van de ochtendzon in de duinen.

“Alles gaat nu omhoog krullen. Het werk verandert elke dag weer, ik vind het prachtig dat het materiaal zijn eigen weg kiest. De boodschap is, dat soorten verdwijnen en dat we daar iets aan moeten doen. Het was heel hard werken binnen de tijd van twee weken die ik had. Ik heb gezeuld met emmers klei, te midden van stofwolken, maar wél met uitzicht op zee.”

Voorlopig gaat Koster door met dit gegeven. Voor een nieuwe opdracht maakt ze nu honderd objecten met planten en architectuur als uitgangspunt. “Architecten moeten meer samenwerken met de natuur. Om de bomen heen bouwen in plaats van ze weg te halen,” besluit ze.

 

Nynke Koster, ‘Vanitasflora’. Museum Beelden aan Zee t/m 22 november 2020. Meer informatie www.beeldenaanzee.nl

donderdag 29 oktober 2020

 

De magische wereld van de natuur

Artikel Den Haag Centraal van 29 oktober 2020


 

Kunstenaars Hendrik van Leeuwen en Piet Warffemius putten inspiratie uit de natuur, ze exposeren samen bij Kadmium in Delft.

 ‘Terra Incognita’ is de titel van een duo-tentoonstelling van de Haagse kunstenaars Hendrik van Leeuwen(1952) en Piet Warffemius (1956) bij kunstencentrum Kadmium in Delft. “Onder deze naam worden witte plekken op de kaart aangeduid,” zegt van Leeuwen. “Het is onbekend gebied dat nog niet in kaart is gebracht, een wereld die nog ontdekt moet worden. In elk kind zit een ontdekkingsreiziger, de magische wereld van de jeugd, en met name de natuur, is voor ons nog steeds een drijfveer.”

Van Leeuwen vertelt hoe hij als kleine jongen ooit in een Amsterdam gracht viel, terwijl hij met een stok in het drijfhout roerde. “Ik was zo gefascineerd door de bewegelijke vormen, dat ik wilde ingrijpen. Opeens lag ik er middenin. Dat is de reden dat ik het bijvoorbeeld nog steeds bloedlink vind om op het ijs te staan.” Hij wijst naar zijn werk ‘Glacier’ waarop verschillend getinte ‘ijsschotsen’ te zien zijn. De  rode vlakken ertussen, moeten het dreigende gevaar voorstellen.

Iets soortgelijks overkwam Piet Warffemius die als jongetje uit een boom viel en zijn been brak. Zijn stalen beelden zijn gestileerde vormen uit de natuur, vaak bomen. Beide kunstenaars schieten heen en weer tussen twee disciplines. Van Leeuwen is schrijver (onder andere voor deze krant) en schilder, Warffemius is schilder en beeldhouwer.

 

Distels en brandnetels

‘Elk bos was Terra Incognita, een belofte om in te verdwijnen. De grond een mijnenveld van distels en brandnetels, kreupelhout en samengebald gras’, schrijft Van Leeuwen. “Als ik door het Haagse Bos fiets, zie ik elke dag de natuur veranderen. Dat is heel boeiend. Het geheimzinnige daarvan, de structuur van het bos, wil ik vastleggen. Toch blijft het resultaat abstract, soms komt er een verhaal bij, soms ook niet. Technisch bekeken, begin ik vaak met een schildering op glas die wordt afgedrukt op papier. Op die ‘monoprint’ teken ik net zo schots en scheef als drijfhout, een raster van vierkante vormen. Daarop improviseer weer vrijuit met de kwast. Zo ontstaat er een gelaagd beeld.”


De verschillende sferen van strakke vierkanten en lossere schilderingen combineren goed met elkaar. Uitgebalanceerde kleuren maken van elk werk weer een aparte beleving.

We nemen plaats op de bank van gelakt staal, ontworpen door Piet Warffemius, met dezelfde karakteristieke vormen als zijn sculpturen. Warffemius studeerde met wandschilderingen af aan de afdeling ‘monumentaal’ van de kunstacademie. Rond 2004 begon hij beelden te maken, eerst in keramiek en later met cortenstaal. De beelden krijgen onder invloed van het weer hun mooie roestige oppervlak.

“Ik had altijd al zin om driedimensionaal werk te maken,” zegt hij. “Maar pas toen ik mijn schilderijen heel erg ging versimpelen, werd dat logischer. Ik begon met een groot beeld in een oplage van drie, dat direct door het ministerie van Buitenlandse Zaken werd gekocht. Het staat voor de Nederlandse  ambassade in Addis Abeba. Sindsdien ziet iedereen mij als beeldhouwer, maar eigenlijk ben ik een schilder die ook beelden maakt.”

 

Mangrovewoud

Warffemius maakt eerst kleine modellen in golfkarton. “Die laat ik dan uit metaal zagen en aan elkaar lassen, daarna laat ik het vergroten.” Zijn laatste sculpturen bestaan uit draadstaal, ze zijn transparanter en hebben cirkelvormen. Ook hierin zijn organische vormen terug te vinden. Het werk ‘Van een naar twee’ schiet als een bamboestengel uit de grond. “Mijn laboratorium is in de tuin. Ik sta daar met een tafeltje en maak aquarellen. Ik reageer op de planten die ik om me heen zie, die stileer ik. Daar kom ik dan dingen in tegen die leiden tot een beeld. Toen ik een vaartochtje in een mangrovewoud in Maleisië maakte, zag ik de prachtige dikke wortels boven de grond uitkomen.” Zijn sculptuur ‘Mangrove II’ lijkt uit de strakke witte vloer van de galerie te groeien om zich dan te vertakken in een roestige constructie, een geheimzinnige vorm die ondanks het stugge materiaal toch iets beweeglijks heeft.

 

‘Terra Incognita’ tot en met 6 december in Kadmium te Delft. Open di t/m vrij van 11.00 - 17.30 uur en za en zo van 12.00 – 17.00 uur. Meer informatie www.kadmium.nl

vrijdag 23 oktober 2020

 

Samen theedrinken of bootvluchtelingen redden

Artikel Den Haag Centraal van 22 oktober 2020

De viering van ‘75 jaar Verenigde Naties’ wordt afgesloten met een buitententoonstelling op het Lange Voorhout met foto’s en verhalen die over de geschiedenis gaan.

Op 24 oktober 2020, is het 75 jaar geleden dat de Verenigde Naties (VN) werden opgericht. Internationale solidariteit, veiligheid, gelijkheid, mensenrechten en een gezamenlijke inzet voor vrede zijn de belangrijkste doelstellingen van de VN. In Den Haag, stad van vrede en recht, vinden in het Vredespaleis al decennialang besprekingen over vrede plaats, ook het internationaal Gerechtshof van de VN is er sinds de oprichting gevestigd.  


De viering van 75 jaar VN is in deze tijden van corona enigszins afgeslankt, maar toch worden nog diverse activiteiten georganiseerd. Een van de evenementen is de tentoonstelling ‘75 jaar VN in 75 verhalen’ buiten op het Lange Voorhout en tevens het slotstuk van de nationale viering. Het project is een initiatief van de Nederlandse partners Humanity House, Just Peace, het Nationaal Comité 4 en 5 mei, en Unicef Nederland. Er zijn 75 getuigenissen verzameld die gaan over de geschiedenis van de VN en waarin menselijkheid en solidariteit een grote rol spelen.

 

Oorlogsgeweld

Het schelpenpad van het Lange Voorhout is bedekt met een dik tapijt van goudgele bladeren. De stilte op deze herfstige ochtend schept een vredige sfeer, maar tijdens het lezen van de verhalen van ooggetuigen, hulpverleners, militairen, activisten en anderen, die op de gestapelde kubussen weergegeven zijn, is het niet moeilijk om je oorlogsgeweld, bommen en vliegende kogels voor te stellen. De indrukwekkende getuigenissen worden ondersteund door foto’s van Mafalda Rakoš. Soms is niet het hele verhaal weergegeven, maar is het met het scannen van een QR-code te beluisteren of te lezen op de smartphone.

Onder de deelnemers zijn oud-burgemeester Jozias van Aartsen en schrijver Arnon Grumberg, maar ook gewone burgers met schrijnende verhalen komen aan het woord. In korte teksten wordt aangegeven hoe de VN van betekenis voor hen zijn geweest. Niet altijd worden de VN positief beoordeeld. Rakoš maakte een prachtige foto van oud-burgemeester Jozias van Aartsen. Zijn verhaal gaat over de burgeroorlog in Timor in 1999. Iedereen vroeg zich destijds af waarom de VN niet sneller ingreep. Diplomaat Peter van Walsum was toen de vertegenwoordiger van de VN-veiligheidsraad, door Van Aartsen aangesteld. ‘Zitten we eindelijk aan het roer, doen we nog niets’, was de kritiek van de Tweede Kamer. Maar ‘ingrijpen in een conflictgebied regel je niet op een achternamiddag’, zegt Van Aartsen. Hij legt uit hoe het precies in elkaar stak en uiteindelijk toch goed afliep door interventie van de VN.

Een ander verhaal is dat van Nina Roosevelt-Gibson (1942) de kleindochter van presidentsvrouw Eleanoor Roosevelt, de drijvende kracht achter de creatie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Roosevelt-Gibson groeide op in een cottage naast het huis van haar grootmoeder. ‘Theedrinken was voor haar een manier om mensen samen te brengen. Ze behandelde iedereen gelijk, tegen beroemdheden en personeel deed ze even aardig’, schrijft ze erover.

 

Helikopterpiloot

Hartverscheurende verhalen zoals die van Ahmed Saleh uit Damascus (Syrië) zijn ook onderdeel van de tentoonstelling. Hij vluchtte in 2014 met zevenhonderd anderen in een boot naar Italië. Samen met Yousif Fasher zorgde hij voor de af en toe doodzieke mensen op de boot. Ze zagen mensen sterven. Drie jaar later ontmoetten ze elkaar weer op een event in Den Haag over mensenrechten, Yousif als spreker over genocide in Sudan, Ahmad als vrijwilliger. De vreugde van het weerzien was groot.


Dominique Schreinemachers staat strijdlustig op de foto, gekleed in haar legeruniform. ‘Dat ik zelf gevaar loop, heb ik ervoor over’, is haar quote. Ze is helikopterpiloot bij de luchtmacht en heeft meerdere militaire missies achter de rug. Haar helikopter werd in 2009 geraakt boven Talibangebied. ‘Als vrouw wil je niet in handen komen van de Taliban, je wordt verkracht en vermoord. Eén dag was ik bang om weer te vliegen, daarna dacht ik: ik wil nog harder vechten om het conflict te helpen oplossen’.

 

’75 jaar VN in 75 verhalen’, t/m zondag 29 november 2020, Lange Voorhout. Meer informatie www.75jaarvrijheid.nl

 

 

 

 

 

 

donderdag 15 oktober 2020

 

Wereldberoemd in eigen land

 Artikel Den Haag Centraal 15 oktober 2020

Anders Zorn schilderde poëtische Zweedse landschappen. Zijn portretten zijn het resultaat van scherpe observaties en technische perfectie.



“Anders Zorn is de Zweedse Jozef Israëls,” zegt Frouke van Dijke, conservator van het Kunstmuseum. “Wat Israëls voor ons betekent, is Zorn voor Zweden, ze zijn beiden wereldberoemd in eigen land. Als de tentoonstelling hierna doorreist naar het Nationalmuseum in Stockholm zal deze daar de titel ‘Zorn, a Swedish Superstar’ dragen, dat zegt al genoeg. Hier in het Kunstmuseum heet de tentoonstelling ‘Anders Zorn, De Zweedse idylle’.”   

In zijn eigen tijd is kunstschilder Anders Zorn (1860-1920) bekend tot ver over de grenzen. Hij krijgt regelmatig portretopdrachten van het Zweedse koningshuis, maar schildert ook voor de elite in de rest van Europa en vereeuwigt verschillende presidenten van de Verenigde Staten. Zijn vrije werk laat het idyllische Scandinavische leven zien: romantische landschappen met helder noordelijk licht dat weerkaatst op kabbelend water waarin onschuldige naakten pootjebaden. De schilderijen en aquarellen zijn stuk voor stuk lofzangen op het Zweedse landschap. Zijn stijl met de losse toetsen en heldere kleuren ligt dicht bij het impressionisme. Niet vernieuwend, maar wel virtuoos.

 

Folklore


Anders Zorn groeit op in armoede, maar wordt uiteindelijk puissant rijk. Hij ontpopt zich al snel als een kosmopoliet. Na zijn opleiding aan de kunstacademie reist hij jarenlang door Europa en verblijft hij afwisselend in Londen en Parijs. Op de wereldtentoonstelling van Parijs in 1889 breekt hij door als ‘plein-air’ kunstenaar. Hij begeeft zich in high society-kringen, waar ook zijn portretten al snel opvallen. In alle eerlijkheid geeft hij zijn modellen weer, precies zoals hij hen ziet, af en toe met wat toegevoegde glamour. Zijn ‘Zelfportret in rood’ uit 1915 is één van de topstukken van de tentoonstelling. Zorn zet zichzelf neer als een corpulente zelfbewuste man, op het arrogante af. Een dandy in een opvallend rood kostuum en groene das, sigaret in de hand, een man van de wereld. Op de achtergrond zien we het interieur van een houten blokhut.

Oorspronkelijk komt Zorn uit Mora, een kleine plaats in de streek Dalarna (Zweden). Als hij in 1896 terugkeert in zijn geboortestad vindt hij daar het landelijke leven dat hij tijdens zijn omzwervingen altijd gemist heeft. Mora is precies zoals Zweden in zijn ogen zou moeten zijn, met veel tradities, prachtige natuur en midzomernachtfeesten. Hij heeft een fascinatie voor folklore en doet zijn best om die in zijn geboorteplaats te behouden, maar wil zich tegelijkertijd geen enkele luxe ontzeggen. Hij laat een groot houten huis bouwen door lokale ambachtsmensen en met traditionele materialen, maar wel met de nieuwste snufjes. Daarmee past hij goed in zijn tijd. De heersende moraal aan het einde van de negentiende eeuw bestaat uit een zoektocht naar het pure en idyllische, maar tegelijkertijd uit het omarmen van de moderne tijd en het profiteren van wat die te bieden heeft. Zorn wil terug naar het boerenleven, maar is ook de schilder van presidenten en koningen.

 


Zwaard

Benno Tempel, directeur van het Kunstmuseum is heel blij met het feit dat deze tentoonstelling door kon gaan. “Zorn is een van mijn favoriete kunstenaars uit de negentiende eeuw,” zegt hij. “Het is precies honderd jaar geleden dat hij overleed en we zijn hier al een hele tijd mee bezig. Met deze tentoonstelling hopen we weer meer bezoekers binnen te halen. We zitten nu ongeveer op dertig procent van wat er normaal komt. Dat is natuurlijk extreem veel minder. We gaan 2020 niet goed afsluiten, maar in 2021 hopen we dat met steun van de gemeente weer wél te doen. Er zijn helaas plannen om bij de grotere instellingen zoals het Kunstmuseum geld weg te halen, ten gunste van de kleinere culturele instellingen. Als dat doorgaat, zitten we volgend jaar met een enorm tekort. Dat zal dan in de komende jaren doorwerken. Er hangt een soort zwaard boven ons dat ons niet zal onthoofden, maar wel flink kan verwonden.”

De onbezorgde arcadische wereld van Zorn lijkt voorlopig een onbereikbaar Utopia waar we op dit moment allemaal naar terug verlangen.

 

‘Anders Zorn, De Zweedse idylle’ in Kunstmuseum Den Haag t/m 31 januari 2021. Meer informatie www.kunstmuseum.nl

 

 

 

maandag 5 oktober 2020

 

Modespektakel met nieuwe ontwerpers

 Artikel in Den Haag Centraal van 10 september 2020

Stichting Dutch Fashion Embassy geeft modeontwerpers een podium en organiseert een aantal spetterende evenementen op verschillende locaties in Den Haag.

Tijdens de ShoppingNight van 2019 waren ze al met drie shows op de catwalk in de Grote Marktstraat te zien, maar nu doen modeontwerpers Allan Vos en Michelangelo Winklaar alles zelf. De bedoeling was om er dit jaar een enorme happening van te maken onder de naam ‘The Hague Fashion Week’, maar het is onder druk van de coronaregels iets kleiner geworden.



“Eigenlijk wel goed om een beetje rustig te beginnen,” zegt Allan Vos die in 2006 afstudeerde aan de modeafdeling van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag. “Met de evenementen die we nu organiseren, is het ook al best aanpoten. Zeker nu met alle extra maatregelen die we rond corona moeten nemen.”

De beide heren zetten in 2019 de stichting Dutch Fashion Embassy op en willen een podium geven aan de vele modeontwerpers die in en om Den Haag aan het werk zijn. “Want dat is er niet,” zegt Vos. “We willen nieuwe ontwerpers gaan begeleiden en koppelen aan bedrijven. Dat doen we nu al. We hebben een mooie samenwerking met Uniqlo, de nieuwe Japanse winkel die een week na het Fashion Weekend opent in het pand aan de Grote Marktstraat, waar voorheen Marks & Spencer zat. We mogen een maand lang hun etalages gebruiken. Studenten van de modeopleiding aan het Mondriaan College maken nieuwe ontwerpen met het restmateriaal van deze keten en tonen die aan het publiek.”

 

Duurzaam

In het Venduehuis is een pop-up expositie te zien. Het Kunstmuseum leent vier ontwerpen uit, onder meer van Yves Saint Laurent en Frank Govers. Acht Haagse ontwerpers, waaronder Peter Georges d’Angelino Tap, vormen met hun ontwerpen de kleuren van de regenboog, ook Vos en Winklaar leveren een ontwerp.

In The Student Hotel aan de Hoefkade is een mooie overkapte binnentuin waar modeontwerpers met verschillende shows hun kleding laten zien. De jongste die meedoet, is veertien, de oudste boven de zestig. De shows zijn ook te volgen via de ledtrap van Spuimarkt en het grote ledscherm dat in de etalage van de Openbare Bibliotheek staat.

In Madurodam kunnen workshops gevolgd worden, gegeven door de dames van De Naaierij (gevestigd in de Boekhorststraat). Van gebruikt materiaal van Madurodam worden nieuwe ontwerpen gemaakt. “Duurzaamheid is sowieso helemaal in,” zegt Vos. “Ambacht is weer heel belangrijk, veel ontwerpers zijn er mee bezig. Het is ook goed voor de portemonnee, beginnende ontwerpers hebben vaak geen geld en werken graag met goed restmateriaal.”

 

Frustratie

“Het doel van onze stichting is om ontwerpers, groot of klein, verder te helpen met materiaal of met advies. Dat is ook echt wel nodig. We hebben hier in Den Haag het Mondriaan en de KABK. Er zijn dus heel veel mensen die afstuderen en aan de slag willen,” zegt Vos.


En dan komt er even iets van frustratie boven: “Den Haag is een enorme stad, er is een mogelijkheid om subsidie te krijgen voor kunstprojecten via Stroom, maar die erkennen mode niet als kunstvorm. Modeontwerpers kunnen dus heel moeilijk aan een atelier of aan subsidie komen, ze worden niet erkend als kunstenaar. De mooiste dingen kunnen niet doorgaan en dat is zo jammer. Ik hoop nu zelf voor elkaar te krijgen dat we een open atelier kunnen gaan opzetten, waar je je kunt inschrijven en gebruik kunt maken van de nodige machines en materialen. We zijn al een eind op weg en hebben de medewerking van een producent van fournituren en een garenontwikkelaar achter ons staan, dus we hoeven nu alleen nog maar de stoffen te regelen, machines en een dak boven ons hoofd. Hagenaars kunnen trots zijn op wat er in hun stad aanwezig  is, maar de meesten weten het niet eens. Toch is de interesse in wat wij doen groot. Het wordt leuk en volgend jaar hebben we er weer nieuwe namen bij.”

 

Dutch Fashion Embassy, ‘The Hague Fashion Week’ vrijdag 25 t/m zondag 27 september. Diverse locaties. Meer informatie: www.thehaguefashionweek.nl  

 

 

 

 

 

 

  Poezenkwartet maakt reis door de tijd Artikel in Den Haag Centraal van 3 december 2020 Ella van Schaik maakte veertig jaar geleden een poe...