donderdag 15 oktober 2020

 

Wereldberoemd in eigen land

 Artikel Den Haag Centraal 15 oktober 2020

Anders Zorn schilderde poëtische Zweedse landschappen. Zijn portretten zijn het resultaat van scherpe observaties en technische perfectie.



“Anders Zorn is de Zweedse Jozef Israëls,” zegt Frouke van Dijke, conservator van het Kunstmuseum. “Wat Israëls voor ons betekent, is Zorn voor Zweden, ze zijn beiden wereldberoemd in eigen land. Als de tentoonstelling hierna doorreist naar het Nationalmuseum in Stockholm zal deze daar de titel ‘Zorn, a Swedish Superstar’ dragen, dat zegt al genoeg. Hier in het Kunstmuseum heet de tentoonstelling ‘Anders Zorn, De Zweedse idylle’.”   

In zijn eigen tijd is kunstschilder Anders Zorn (1860-1920) bekend tot ver over de grenzen. Hij krijgt regelmatig portretopdrachten van het Zweedse koningshuis, maar schildert ook voor de elite in de rest van Europa en vereeuwigt verschillende presidenten van de Verenigde Staten. Zijn vrije werk laat het idyllische Scandinavische leven zien: romantische landschappen met helder noordelijk licht dat weerkaatst op kabbelend water waarin onschuldige naakten pootjebaden. De schilderijen en aquarellen zijn stuk voor stuk lofzangen op het Zweedse landschap. Zijn stijl met de losse toetsen en heldere kleuren ligt dicht bij het impressionisme. Niet vernieuwend, maar wel virtuoos.

 

Folklore


Anders Zorn groeit op in armoede, maar wordt uiteindelijk puissant rijk. Hij ontpopt zich al snel als een kosmopoliet. Na zijn opleiding aan de kunstacademie reist hij jarenlang door Europa en verblijft hij afwisselend in Londen en Parijs. Op de wereldtentoonstelling van Parijs in 1889 breekt hij door als ‘plein-air’ kunstenaar. Hij begeeft zich in high society-kringen, waar ook zijn portretten al snel opvallen. In alle eerlijkheid geeft hij zijn modellen weer, precies zoals hij hen ziet, af en toe met wat toegevoegde glamour. Zijn ‘Zelfportret in rood’ uit 1915 is één van de topstukken van de tentoonstelling. Zorn zet zichzelf neer als een corpulente zelfbewuste man, op het arrogante af. Een dandy in een opvallend rood kostuum en groene das, sigaret in de hand, een man van de wereld. Op de achtergrond zien we het interieur van een houten blokhut.

Oorspronkelijk komt Zorn uit Mora, een kleine plaats in de streek Dalarna (Zweden). Als hij in 1896 terugkeert in zijn geboortestad vindt hij daar het landelijke leven dat hij tijdens zijn omzwervingen altijd gemist heeft. Mora is precies zoals Zweden in zijn ogen zou moeten zijn, met veel tradities, prachtige natuur en midzomernachtfeesten. Hij heeft een fascinatie voor folklore en doet zijn best om die in zijn geboorteplaats te behouden, maar wil zich tegelijkertijd geen enkele luxe ontzeggen. Hij laat een groot houten huis bouwen door lokale ambachtsmensen en met traditionele materialen, maar wel met de nieuwste snufjes. Daarmee past hij goed in zijn tijd. De heersende moraal aan het einde van de negentiende eeuw bestaat uit een zoektocht naar het pure en idyllische, maar tegelijkertijd uit het omarmen van de moderne tijd en het profiteren van wat die te bieden heeft. Zorn wil terug naar het boerenleven, maar is ook de schilder van presidenten en koningen.

 


Zwaard

Benno Tempel, directeur van het Kunstmuseum is heel blij met het feit dat deze tentoonstelling door kon gaan. “Zorn is een van mijn favoriete kunstenaars uit de negentiende eeuw,” zegt hij. “Het is precies honderd jaar geleden dat hij overleed en we zijn hier al een hele tijd mee bezig. Met deze tentoonstelling hopen we weer meer bezoekers binnen te halen. We zitten nu ongeveer op dertig procent van wat er normaal komt. Dat is natuurlijk extreem veel minder. We gaan 2020 niet goed afsluiten, maar in 2021 hopen we dat met steun van de gemeente weer wél te doen. Er zijn helaas plannen om bij de grotere instellingen zoals het Kunstmuseum geld weg te halen, ten gunste van de kleinere culturele instellingen. Als dat doorgaat, zitten we volgend jaar met een enorm tekort. Dat zal dan in de komende jaren doorwerken. Er hangt een soort zwaard boven ons dat ons niet zal onthoofden, maar wel flink kan verwonden.”

De onbezorgde arcadische wereld van Zorn lijkt voorlopig een onbereikbaar Utopia waar we op dit moment allemaal naar terug verlangen.

 

‘Anders Zorn, De Zweedse idylle’ in Kunstmuseum Den Haag t/m 31 januari 2021. Meer informatie www.kunstmuseum.nl

 

 

 

maandag 5 oktober 2020

 

Modespektakel met nieuwe ontwerpers

 Artikel in Den Haag Centraal van 10 september 2020

Stichting Dutch Fashion Embassy geeft modeontwerpers een podium en organiseert een aantal spetterende evenementen op verschillende locaties in Den Haag.

Tijdens de ShoppingNight van 2019 waren ze al met drie shows op de catwalk in de Grote Marktstraat te zien, maar nu doen modeontwerpers Allan Vos en Michelangelo Winklaar alles zelf. De bedoeling was om er dit jaar een enorme happening van te maken onder de naam ‘The Hague Fashion Week’, maar het is onder druk van de coronaregels iets kleiner geworden.



“Eigenlijk wel goed om een beetje rustig te beginnen,” zegt Allan Vos die in 2006 afstudeerde aan de modeafdeling van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag. “Met de evenementen die we nu organiseren, is het ook al best aanpoten. Zeker nu met alle extra maatregelen die we rond corona moeten nemen.”

De beide heren zetten in 2019 de stichting Dutch Fashion Embassy op en willen een podium geven aan de vele modeontwerpers die in en om Den Haag aan het werk zijn. “Want dat is er niet,” zegt Vos. “We willen nieuwe ontwerpers gaan begeleiden en koppelen aan bedrijven. Dat doen we nu al. We hebben een mooie samenwerking met Uniqlo, de nieuwe Japanse winkel die een week na het Fashion Weekend opent in het pand aan de Grote Marktstraat, waar voorheen Marks & Spencer zat. We mogen een maand lang hun etalages gebruiken. Studenten van de modeopleiding aan het Mondriaan College maken nieuwe ontwerpen met het restmateriaal van deze keten en tonen die aan het publiek.”

 

Duurzaam

In het Venduehuis is een pop-up expositie te zien. Het Kunstmuseum leent vier ontwerpen uit, onder meer van Yves Saint Laurent en Frank Govers. Acht Haagse ontwerpers, waaronder Peter Georges d’Angelino Tap, vormen met hun ontwerpen de kleuren van de regenboog, ook Vos en Winklaar leveren een ontwerp.

In The Student Hotel aan de Hoefkade is een mooie overkapte binnentuin waar modeontwerpers met verschillende shows hun kleding laten zien. De jongste die meedoet, is veertien, de oudste boven de zestig. De shows zijn ook te volgen via de ledtrap van Spuimarkt en het grote ledscherm dat in de etalage van de Openbare Bibliotheek staat.

In Madurodam kunnen workshops gevolgd worden, gegeven door de dames van De Naaierij (gevestigd in de Boekhorststraat). Van gebruikt materiaal van Madurodam worden nieuwe ontwerpen gemaakt. “Duurzaamheid is sowieso helemaal in,” zegt Vos. “Ambacht is weer heel belangrijk, veel ontwerpers zijn er mee bezig. Het is ook goed voor de portemonnee, beginnende ontwerpers hebben vaak geen geld en werken graag met goed restmateriaal.”

 

Frustratie

“Het doel van onze stichting is om ontwerpers, groot of klein, verder te helpen met materiaal of met advies. Dat is ook echt wel nodig. We hebben hier in Den Haag het Mondriaan en de KABK. Er zijn dus heel veel mensen die afstuderen en aan de slag willen,” zegt Vos.


En dan komt er even iets van frustratie boven: “Den Haag is een enorme stad, er is een mogelijkheid om subsidie te krijgen voor kunstprojecten via Stroom, maar die erkennen mode niet als kunstvorm. Modeontwerpers kunnen dus heel moeilijk aan een atelier of aan subsidie komen, ze worden niet erkend als kunstenaar. De mooiste dingen kunnen niet doorgaan en dat is zo jammer. Ik hoop nu zelf voor elkaar te krijgen dat we een open atelier kunnen gaan opzetten, waar je je kunt inschrijven en gebruik kunt maken van de nodige machines en materialen. We zijn al een eind op weg en hebben de medewerking van een producent van fournituren en een garenontwikkelaar achter ons staan, dus we hoeven nu alleen nog maar de stoffen te regelen, machines en een dak boven ons hoofd. Hagenaars kunnen trots zijn op wat er in hun stad aanwezig  is, maar de meesten weten het niet eens. Toch is de interesse in wat wij doen groot. Het wordt leuk en volgend jaar hebben we er weer nieuwe namen bij.”

 

Dutch Fashion Embassy, ‘The Hague Fashion Week’ vrijdag 25 t/m zondag 27 september. Diverse locaties. Meer informatie: www.thehaguefashionweek.nl  

 

 

 

 

 

 

 

Tijdreizen met beelden

Artikel in Den Haag Centraal van 1 oktober 2020 

Museum Beelden aan Zee biedt aan de hand van vijf thema’s een reis door de geschiedenis van de beeldhouwkunst.



“Museum Beelden aan Zee had dit jaar een ambitieuze tentoonstelling rond beeldhouwer Henri Moore in de planning staan,” vertelt conservator Emma van Proosdij. “Maar op een gegeven moment dachten we: het zit er niet in. Als je zo’n kostbare tentoonstelling maakt, moet je ook heel veel publiek kunnen binnenlaten en dat kan nu even niet. Deze tentoonstelling ‘Eigen+Beeld’ stond eigenlijk over twee jaar geprogrammeerd, maar het kwam beter uit om alles naar voren te halen. We kwamen na veel vergaderen via het scherm op de gedachte om onze eigen collectie met aanvulling van werk van particulieren in te zetten en een thematische indeling te maken. Onze vijf conservatoren hebben allemaal een eigen ‘hoofdstuk’ gemaakt. We willen ook laten zien dat de geschiedenis van de beeldhouwkunst anders is dan de algemene kunstgeschiedenis.”

 

Aapjes

Door een poortje komt de bezoeker de zaal binnen om direct tegenover vijf tijdsbeelden van Jan Bronner van het Hildebrandmonument te staan, die in een halve cirkel zijn opgesteld. “Hij is de aartsvader van de Nederlandse beeldhouwkunst,” zegt Van Proosdij. “Bronner heeft heel veel Nederlandse beeldhouwers opgeleid, die zelf ook weer leerlingen hadden. In zijn werk komt heel veel samen. Alle elementen van de thema’s zijn in die beelden terug te vinden, daarom is het een goed startpunt van de vijf verschillende lijnen, die we met de overige beelden hebben uitgezet.”


Vanuit het werk van Bronner verspreiden de vijf lijnen zich over de zaal. De eerste, met als onderwerp het monument, is getiteld ‘Places to be’ met beelden van onder meer Charlotte van Pallandt, Mari Andriessen en Arie Schippers. “Dit is al direct heel anders dan in de schilderkunst, want monumenten zijn natuurlijk specifiek van de beeldhouwkunst.”

Even verderop loopt de exotische lijn ‘Onbegrensd’, een onderwerp waar nu voorzichtig mee omgegaan moet worden, omdat de benamingen soms als kwetsend worden ervaren. Het bronzen beeld ‘Geheel de Uwe’ van Henk Visch is onderdeel van deze lijn en is ook gebruikt in de aankondigingen van de tentoonstelling ‘Eigen+Beeld’. Het beeld bestaat uit een zwevende mensenfiguur met aapjes die over de buik wandelen en die de volksvertellingen uit het Afrikaanse continent moeten verbeelden.

 

Pistool

“De derde lijn ‘Back tot he Future’ heeft als thema het classicisme, dit hoofdstuk heeft onze directeur Jan Teeuwisse voor zijn rekening genomen. Ook dit is specifiek voor de beeldhouwkunst die eeuwenlang voornamelijk het menselijk lichaam als onderwerp nam,” vervolgt Van Proosdij. Het spierwitte beeld ‘I.S. with Beretta 92 Semi-Automatic’ van Tom Puckey, is uitgevoerd in Carrara-marmer en staat aan het einde van deze lijn. Op het eerste gezicht is een klassieke vrouwelijke schoonheid uitgebeeld, gebaseerd op de Romeinse doornuittrekker, maar de jongedame schiet zichzelf in de voet met een pistool. Puckey zet de vertrouwde middelen van de klassieke beeldhouwkunst in om zijn boodschap te ondersteunen.

De abstracte lijn ‘De innerlijke constructie’, begint met Anthony Caro, een Engelse beeldhouwer die in staal werkte en vlak na de oorlog veel invloed had op Nederlandse beeldhouwers. Als laatste in deze lijn staat een beeld van Auke de Vries. Ten slotte is er de conceptuele lijn ‘Zonder Titel’ met werk van onder anderen Mark Quin en Caspar Berger. Beelden met verhalen die soms belangrijker zijn dan het beeld zelf.

Beelden aan Zee organiseert vaker een tentoonstelling waar de bezoeker zelf met een boekje in de hand doorheen kan dwalen. Deze bijzondere werken hebben allemaal een eigen beschrijving, ook wordt van elk beeld de herkomst vermeld.

 

‘Eigen+Beeld’ in museum Beelden aan Zee tot 7 maart 2021. Meer informatie www.beeldenaanzee.nl

 

‘Brood en Spelen’ op het schelpenpad

 Artikel in Den Haag Centraal van 24 september 2020

Pulchri Studio combineert de jaarlijkse Najaarssalon met lunch en muziek op het Lange Voorhout.

Hemelsbreed scheelt het nog geen kilometer, maar het zijn twee werelden van verschil. Op het Malieveld woedt het geweld van een uitbundige kermis, op het Lange Voorhout wordt jeu de boules gespeeld en geluncht in de schaduw van de Lindebomen, met op de achtergrond muziek van een strijkje. Zondag 20 september is een zonnige dag. De laatste stuiptrekkingen van een uitzonderlijke zomer zijn overal in de stad waar te nemen, hier op het schelpenpad is de sfeer ontspannen en feestelijk.


Pulchri Studio organiseerde onder de naam ‘Brood en Spelen’ een lunch om het nieuwe artistieke seizoen in te luiden en nodigde buurtbewoners van het Lange Voorhout uit om een balletje op te gooien met Jeu de Boules club Altijd Voor Waarts’. Er wordt fanatiek gespeeld, natuurlijk op gepaste afstand. Ballen ketsen op elkaar en intussen wordt het glas geheven en wordt geklonken op de komende activiteiten in Pulchri Studio. De driemansformatie Hot Club Collective speelt muziek uit de jaren dertig en tangonummers van Astor Piazzolla. Het is moeilijk de voeten stil te houden, maar dansen mag écht niet.

 

Picnic

Vlak voor de lunch vond de uitreiking van de jaarlijkse Van Ommeren - De Voogt Prijs plaats, tegelijkertijd met de opening van de Najaarssalon. Wegens de aangescherpte coronaregels, was een uitgedund publiek in Pulchri Studio aanwezig. Honderden mensen konden op het laatste moment toch niet naar binnen. Zelfs niet in aparte groepen. Gelukkig kan het werk tot 12 oktober in de zalen bekeken worden.

De winnaar van dit jaar is Leslie Gabriëlse met het werk ‘Picnic 4’, een moderne ‘Déjeuner sur l’herbe’ maar dan zonder blote dame. Hij maakte een knappe combinatie van stof en acrylverf. De jury noemt het een filmisch werk, ook vanwege het bijzondere perspectief. De andere genomineerden zijn Jurjen Ravenhorst en Peter Zwaan. Het werk ‘Acht strepen’ van Ravenhorst lijkt op afstand strak en geometrisch, maar van dichtbij wordt het handschrift van de kunstenaar zichtbaar in de vorm van krasjes aan de randen van donkere banen. 


Ook ‘
Kaart’ van Peter Zwaan lokt de toeschouwer dichterbij. Het werk roept de suggestie op van een verfrommeld stuk papier, maar het lijkt eerder op een stuk huid. Bij beter kijken, kan het de beschouwer afstoten of zelfs walging oproepen, al was de jury het daar niet helemaal over eens. Sommigen bleven gefascineerd door de techniek en uitstraling van het werk.

Het werk ‘Dans met Vogel’ van Martin Helm, was niet genomineerd, maar trekt aandacht door het onderwerp. Het schilderij doet denken aan de neerdaling van de Heilige Geest, met een Christusachtig portret en een fladderende duif. Ook prijswaardig is het beeld ‘Cuidado La Tierra’ van Freddy Wubben, gemaakt van palmhout en massief glas. Er is nog heel veel meer: er zijn 243 werken van 152 kunstenaars te zien op deze Najaarssalon.

 

‘Najaarssalon’ tot 12 oktober Pulchri Studio. Meer informatie www.pulchri.nl

 

donderdag 3 september 2020

 

Vrij zijn door naaktheid te tonen

Artikel Den Haag Centraal van 3 september 2020

Zes studenten van de afdeling Textiel & Mode van de Haagse kunstacademie studeren af. De jaarlijkse fashionshow zal via livestream te zien zijn.

‘Een man heeft een beetje waanzin nodig, anders durft hij nooit het touw door te snijden en vrij te zijn.’ Het is een uitspraak van de Griekse schrijver Nikos Kazantzakis (1883-1957), die geciteerd wordt door zijn landgenote Eva Dimopoulou. Zij studeert dit jaar af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK), afdeling mode. Haar ontwerpen willen het vrouwelijk lichaam bevrijden door het gedeeltelijk naakt te laten zien.



Al zolang de afdeling Textiel & Mode bestaat, wordt het studiejaar afgesloten met een spectaculaire fashionshow op locatie. Het is een hoogtepunt waar elke student naartoe werkt, met name de afstudeerders die op deze manier de collectie kunnen laten zien waarmee ze hun opleiding afronden. De shows worden altijd zo druk bezocht dat er voor dit coronajaar een oplossing gezocht is. Op 10 september wordt de Graduation Show met de titel Exposed Live’ (alleen voor genodigden) gepresenteerd op de patio van de KABK, die tot een arena getransformeerd is. De show is via livestream: www.exposed.kabk.nl te volgen. Vanaf 11 september is het werk te zien op de eindexamententoonstelling, samen met werk van alle afstuderende studenten van de KABK.

 

Sensueel en elegant

Wat opvalt aan de zes afstudeerders, is dat de ontwerpen dit jaar excentriek maar wel draagbaar zijn. In voorgaande jaren was dat zeker niet altijd zo. Het lichaam moest gebruikt worden als medium om een creatie te tonen, was de algemene stelling. In 2018 liep een vande modellen bijvoorbeeld gekleed in een gedeelte van een motorfiets, waarmee hij onmogelijk kon zitten.

Eva Dimopoulou ontwierp haar collectie ‘Metron Ariston’ met sluike silhouetten in monochrome kleuren. De kledingstukken hebben een prachtige snit en verfijnde details. Haar  geboorteland inspireerde haar tot het maken van de ontwerpen, die sensueel en elegant zijn, uitgevoerd in dieprood, wit en zwart. De borsten blijven hier en daar bloot, de slangengodinnen van het Minoïsche Kreta waren hierbij haar voorbeeld. Voor een lange witte jurk gebruikte ze haakwerk van haar Griekse grootmoeder.

De collectie ‘Sticky Fingers’ van Inge Vandering gaat over materie en aanrakingen, over het gebruik van verschillende zintuigen, dus niet alleen het zien, maar ook het voelen en horen. Het zijn vooral de gebruikte materialen die dat oproepen. Ze verft en behandelt katoenen fluweel tot ruwe stoffen. Van stukken wol en latex, is een poncho gemaakt.  Een zacht ritselende parka bestaat uit dun papier gelijmd aan kaasdoek. 
Ook de collectie van Hee Eun Kim uit Zuid-Korea valt op door bijzonder stofgebruik: hier en daar bedrukt met motieven, soms doorzichtig of opengesneden. ‘We Will Build An Unclear Future’ is de titel van haar collectie, waarmee ze wil zeggen dat de wereld waarin wij leven op elk moment kan veranderen.

Gewichtsgordel

Haakwerk, bloemen en knooptechnieken zijn de basis van de kleurige ontwerpen van Hailey Kim, die ook opgroeide in Zuid-Korea. Ze begreep nooit waarom vrouwen er als inferieure wezens werden behandeld en maakte haar collectie ‘Your Own Power’ met hen als middelpunt. De ‘Haenyeo’ zijn vrouwen die voedsel uit zee opduiken en elk een gewichtsgordel met een eigen patroon dragen. Ook maakten Koreaanse vrouwen veel knopen om hun kleding vast te maken of hun baby te dragen.

De collectie van Hanakin Henriksson: ‘Ode To The Traces of Life’ bestaat uit kleding gemaakt van prachtige geborduurde, gesmokte en bedrukte stoffen. Ze gebruikt alleen oude en handgemaakte materialen. Aan de binnenkant schrijft ze waar de stof vandaan komt. ‘Dream a Little of Me’, de collectie van Tony Ta, toont lange satijnen jassen, stoffen met kralen en wapperende veertjes. Hij gebruikt alles wat veel effect sorteert op Instagram. Tenslotte is je identiteit online afhankelijk van je presentatie.

 Fashionshow ‘Exposed Live’ livestream op www.exposed.kabk.nl op 10 september om 20.00 uur. Graduation Show van 11 t/m 13 september, KAKB, Prinsessegracht 4, kaarten zijn vrijwel uitverkocht. Meer informatie www.graduation2020.kabk.nl

 

woensdag 2 september 2020

 

Warmbloedig werk van een wonderkind

Artikel Den Haag Centraal juni 2020

De Italiaanse kunstschilder Mancini schilderde emotie met fijne penselen en brede verfstreken. De bijzondere tentoonstelling in De Mesdag Collectie werd uitgesteld vanwege corona, maar is vanaf 3 juni alsnog te zien.

"Mancini was een wonderkind,” verzucht Adrienne Quarles van Ufford. En dat kun je alleen maar beamen. Als gastconservator maakte ze de tentoonstelling ‘Mancini. Eigenzinnig & Extravagant’ in De Mesdag Collectie, die na enige vertraging door corona alsnog opent. De Italiaanse kunstenaar Antonio Mancini (1852-1930) was een schilder die zijn eigen weg ging en als een ware meester verf en penselen wist te hanteren. Twaalf jaar was het wonderkind toen hij naar de Accademia di Belle Arti in Napels ging.


Net als zijn illustere voorganger Caravaggio haalde hij zijn modellen van de straat, compleet met vuile nagels, en net als hij schilderde hij zichzelf als Bacchus. In het experimenteren deed hij niet onder voor die andere bekende Italiaanse schilder Leonardo da Vinci, door bijvoorbeeld te werken met een raster van touwtjes (graticola) waarbij hij op een wetenschappelijke manier het model op het doek probeerde over te brengen. Op de rand van het schilderslinnen zie je de berekeningen nog staan. Bij het wegtrekken van de touwtjes bleef een ruitpatroon in de verfhuid achter, maar dat deerde hem niet. Zijn verfgebruik was soms zo pasteus dat het werk van Karel Appel erbij in het niet valt. Als een moderne avant-garde kunstenaar van zijn tijd verwerkte Mancini stukjes metaal, glasscherven en stukken van verftubes in zijn werk. Glimmen en glanzen moest het!

Zigeunerkind

Hier en daar verkeert het werk van de schilder op het randje van kitsch en doen de modellen

met glanzende oogopslag en vochtige lippen zelfs denken aan het befaamde ‘Zigeunerkind met traan’, maar de portretten zijn zo virtuoos geschilderd dat de adem stokt bij het zien ervan. Het bekijken heeft bijna iets van een ‘guilty pleasure’, de pathetiek druipt van het doek. Zwoele blikken en halfgeopende monden houden je blik vast en verwarren je, ze zijn onweerstaanbaar. Mancini deed dat door in beide ogen verschillende glimvlekjes aan te brengen, in het ene oog een stip en in het andere een streepje. Hij voegde een glansje toe op lip, wang of tand, een spuugje in een mondhoek. Maar hij deed ook iets wat je niet begrijpt: hij schilderde emotie.

In zijn beginjaren doste Mancini straatkinderen graag uit als circusartiesten. De prachtige stofuitdrukking was er toen ook al, zoals te zien in ‘Il Saltimbalco’ en ‘Acrobaat met viool’. Later werden zijn schilderijen gedurfder, gebruikte hij het paletmes en maakte hij brede penseelstreken. Het schilderij van zijn nichtje Agrippina Ruggiri uit 1889 met de titel ‘In gedachten verzonken’ is aanstekelijk feestelijk. Haar gezicht met de geconcentreerde blik is zorgvuldig gepenseeld, de glanzende stof van de rok is schitterend weergegeven met woeste verfstreken.


 
High society

Vanaf de eerste keer in 1876 dat kunstschilder en verzamelaar Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) het werk van Mancini zag, was hij diep onder de indruk. Hij kocht het ingetogen schilderij ‘Het zieke kind’ bij Goupil & Cie een bekende kunsthandelaar uit Parijs waar Mancini een contract had en waar Mesdag ook af en toe zijn werk aanbood. Vanaf 1885 werd Mesdag een vaste afnemer van het werk van Mancini; hij had zoveel vertrouwen in de Italiaanse schilder dat hij regelmatig een flink bedrag naar hem overmaakte. Mancini mocht zelf weten wat hij daarvoor opstuurde. Twintig jaar lang gingen er schilderijen, tekeningen en pastels naar Nederland. Vele brieven werden over en weer gestuurd, maar de schilders hebben elkaar nooit ontmoet. Mancini, die wispelturig, onzeker en onaangepast was en het niet breed had, heeft ooit voor de deur van Mesdag gestaan maar durfde niet aan te bellen omdat hij zich schaamde voor zijn armoedige uiterlijk.

Een rijke kunstliefhebster bezorgde Mancini opdrachten in Engeland waar hij een jaar bleef. Op de tentoonstelling in De Mesdag Collectie hangt een levensgroot portret van Markies del Grillo, een van de vele mecenassen van Mancini, daarnaast het portret van een opdrachtgever uit de high society van Londen. Op hun feestjes verstopte de schilder zich tussen de gordijnen of sloot hij zich op in zijn kamer.

In zijn eigen land gold Mancini als een van de grootsten, maar in Nederland werd zijn warmbloedige werk niet altijd begrepen. ‘Gij moogt niet mankeren Mancini in Pulchri te gaan zien, ik weet niet wat ik er mee aan moet, ik was er perplex van’, schreef kunstschilder Jozef Israëls in 1897 aan een kunstcriticus. Twee jaar later kocht hij een schilderij van hem.

 

‘Manicini. Eigenzinnig & Extravagant’, De Mesdag Collectie woensdag 3 juni  t/m zondag 20 september  Meer informatie www.demesdagcollectie.nl

 

 

 

donderdag 27 augustus 2020

Danser uit Senegal schildert met passie

Artikel in weekkrant Den Haag Centraal van 27 augustus

De Senegalese choreograaf, danser en beeldend kunstenaar Alioune Diagne kan niet kiezen: dansen of schilderen. Hij maakt expressieve schilderijen met felle kleuren.


Bij lijstenmaker Rob Schippers in de Kazernestraat is een kleine maar bijzondere tentoonstelling te zien, gemaakt door choreograaf, danser en beeldend kunstenaar Alioune Diagne (1982). Het werk doet denken aan het explosieve werk van Jean-Michel Basquiat (1960-1988), een bekende Afro-Amerikaanse schilder die destijds in New York woonde en werkte. Diagne schildert en tekent met een vergelijkbare expressie.

In 2018 maakt hij een serie met indringende portretten van Senegalese soldaten, ‘Les Tirailleurs’, rekruten uit de toenmalige Franse koloniën die meevochten in de tweede wereldoorlog. Het is een zwarte bladzijde uit de Senegalese geschiedenis waar wereldwijd weinig over bekend is. Bij thuiskomst in Senegal werden de soldaten in afwachting van hun soldij in het militaire kamp Thiaroy ondergebracht. Vanwege de barre omstandigheden en de verlaging van hun beloning kwamen zij in opstand tegen de Franse legerleiding, die vervolgens besloot het kamp met behulp van tanks te beschieten. Veel soldaten kwamen daarbij om. Diagne geeft hun gezichten angstig en vervormd weer, met opengesperde monden en verwilderde blikken. Hij zet met deze serie in één keer zijn naam als beeldend kunstenaar op de kaart. Vanaf die tijd ondertekent hij zijn werk met ‘Lune’.

 

Sleutelfiguur

De omzwervingen van Alioune Diagne, geboren in Saint-Louis, zijn lastig in kaart te brengen. Uiteindelijk kwam hij in 2017 terecht in Kampen, waar hij nu woont met zijn Nederlandse vrouw Maaike Cotterink en hun twee kinderen.


Diagne was al heel jong gefascineerd door alles wat met dans te maken had, maar de keuze tussen dans en beeldende kunst vond hij altijd al moeilijk. Op zijn middelbare school repeteerde na schooltijd een groepje dansers, hij zeurde net zo lang totdat hij mee mocht doen. Al heel jong vertrok hij naar Dakar om naar de kunstacademie te gaan, maar het dansen bleef toch ook aan hem trekken. Hij kreeg de kans om een danstraining te doen in Burkina Faso, een West-Afrikaanse republiek. In 2008 richtte hij zijn eigen dansgroep op waarmee hij de wereld rond toerde. In West-Afrika werd hij al snel bekend als een van de opkomende sleutelfiguren van de hedendaagse danssector. In Nederland danste Diagne in 2011 de solovoorstelling ‘Flora’ van choreograaf Kenzo Kusuda. In 2015 maakte hij de voorstelling ‘Siki’ in samenwerking met het Korzo-Theater; daarbij werd hij ondersteund door Gemeente Den Haag.

 

‘Op Hoop van Zegen’

Diagne ontmoette zijn Nederlandse vrouw tijdens een festival in Saint-Louis. Zij werkte er aan een Senegalese versie van de theaterklassieker ‘Op Hoop van Zegen’, geproduceerd door Theatre Embassy, een stichting die culturele projecten en uitwisselingen over de hele wereld organiseerde. De Haagse Henk Oonk (1945), was er ook, hij was toen voorzitter van de stichting. De drie bleven contact houden. Pas veel later zag Oonk de tekeningen en schilderijen van Diagne. Hij was direct onder de indruk en bracht hem in contact met lijstenmaker Rob Schippers, waar Diagne nu exposeert. Op de vraag aan Oonk of Diagne nu danser of schilder is, antwoordt hij: “Alioune doet altijd alles met veel passie. Hij stort zich ergens op en gooit zich er dan voor de volle honderd procent in.”

Pas toen Alioune Diagne drie jaar geleden in Kampen terecht kwam, ging hij weer meer schilderen, en met succes. Zijn werk is kleurrijk en spat van het doek. Tropische geuren en temperaturen lijken met kracht de ruimte in geslingerd te worden. Als drager gebruikt hij alles wat voorhanden is: oude kranten, behang of door hemzelf bewerkte lakens. De verf is af en toe verwerkt tot een soort papier-maché.


In zijn woonplaats Kampen is op dit moment een opvallend project gerealiseerd. Zevenentwintig woningen aan de Koning Abelsingel zijn tijdelijk in een openbare kunstgalerie veranderd. Diagne en zijn vrouw vroegen hun buren wat hen troost bood tijdens de coronacrisis en hoe ze de toekomst zien. De antwoorden daarop vertaalde Diagne naar het doek. Het werk wordt een maand lang achter de grote ramen van de woningen tentoongesteld.

In november komt alles eindelijk samen en gaat een nieuwe dansvoorstelling in première over het vaderschap, ook de schilderijen van Diagne spelen een belangrijke rol.

 

Alioune Diagne, ‘Lune’, bij lijstenmaker Rob Schippers, Kazernestraat 114a. Tot dinsdag 1 december. Meer informatie www.schipperslijsten.nl

  Wereldberoemd in eigen land  Artikel Den Haag Centraal 15 oktober 2020 Anders Zorn schilderde poëtische Zweedse landschappen. Zijn por...