donderdag 30 juni 2022

 

Kunstacademiestudenten onderzoeken connecties tussen mens en ruimte

 Artikel in Den Haag Centraal van 30 juni 2022

De jaarlijkse ‘Graduation Show’ van de kunstacademie laat vijf dagen lang het werk zien van alle studenten die afstuderen.

Studenten van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) exposeren hun eindexamenwerk tijdens de jaarlijkse ‘Graduation Show’ in het gebouw van de kunstacademie. Chloe Snoeks is een van de studenten van de afdeling Interior Architecture and Furniture Design. Haar afstudeerscriptie met de titel ‘Protestor Anonymus’ laat zien hoe deelnemers aan protestbijeenkomsten digitaal gevolgd kunnen worden en of dat wel wenselijk is.

“Architectuur gaat niet alleen over fysieke gebouwen, maar ook over de connectie tussen mens en ruimte. Met mijn onderzoek ben ik vooral bezig geweest met hoe mensen met digitale kaarten en gps omgaan. Waarom is een protest niet meer zo effectief als in de jaren tachtig? Hoe en waar zijn de protesten tegenwoordig? Als vanzelf kwam ik toen uit op het fenomeen ‘tracking’. Zelf doe ik mee aan protesten over klimaatvervuiling en ik bestudeerde mijn eigen data op google.”


Op stroken papier is een deel van een protestbijeenkomst uitgeprint, waarbij ze zelf aanwezig was. “Weinig mensen weten dat zoiets kan. Het zijn maar enkele minuten, maar er staat precies op waar ik op welk moment was, dat is nogal angstaanjagend,” zegt ze. “Dat wilde ik onder de aandacht
brengen en ook hoe je er iets aan kan doen.”

Ze maakte video’s en foto’s die de visuele vertalingen zijn van haar onderzoek. “Bij Google Maps kun je een verzoek indienen om een gebouw of locatie te ‘blurren’. Ik kwam situaties tegen waarin mensen op een militaire basis onherkenbaar gemaakt waren. Koninklijke paleizen zijn ook niet goed zichtbaar.”

 

Bioscoop

Caterina Tioli (Italië) en Malte Leon Sonnenschein (Duitsland) studeren af aan de masteropleiding Interior Architecture (Inside), een tweejarige opleiding met een interdisciplinaire benadering op het gebied van interieurarchitectuur. Een van de doelstellingen is om verbinding met de samenleving te zoeken.



Tioli en Sonnenschein werkten vanaf het begin van hun studie heel veel samen, hun afstudeerscripties deden ze apart, maar hun uitgangspunten hebben nog steeds overeenkomsten. Ze onderzochten allebei Haagse locaties die in hun ogen niet goed genoeg gebruikt worden.

Sonnenschein kwam terecht in het Transvaalkwartier. “Wat we tijdens onze opleiding doen, is dat we leefruimtes bekijken, niet alleen in de gebouwen zelf, maar ook in de omgeving,” zegt hij. “In het Transvaalkwartier zijn heel veel publieke ruimtes waar niets gebeurt.” Hij laat een foto zien van een leeg kruispunt in Transvaal. “Deze plek heeft niet eens een naam, ik sprak met de bewoners en zij wisten niet waar ik het over had terwijl ze er elke dag op uitkijken. Het is er vaak leeg en uitgestorven, alsof de plek geen functie heeft en er alleen is om van A naar B te gaan. Ik heb mijn project ‘No Purpose City’ genoemd. De vraag die ik stel is: hoe kunnen we deze kale ruimtes vullen met bewoners en hun activiteiten? Mijn bedoeling is dat iets wordt neergezet dat kan veranderen naar gelang de behoefte, het is dus niet bedoeld voor permanent gebruik. Het moet goedkoop zijn en makkelijk te vervangen. Ik heb een paar dingen uitgeprobeerd en bijvoorbeeld een bioscoop voor één dag gebouwd.”

 

Steigers

‘Borders of Encounter’ is de titel van het project van Caterina Tioli. Zij ziet de openbare ruimtes die niet gebruikt worden vooral als ontmoetingsplaatsen voor bewoners, waar over cultuur en politiek gepraat kan worden. Ze deed haar onderzoek in het Regentessekwartier en ontdekte dat het Regentesseplein eigenlijk alleen gebruikt wordt als verkeersknooppunt tussen noord en zuid en niet als plaats voor activiteiten. “Er gebeurt wel eens wat, maar dan meestal in de privésfeer. Het is een levendige omgeving, maar alles vindt meestal binnen plaats. Er zou hier bijvoorbeeld een plek kunnen komen met veel groen, ik heb een tijdelijke tribune met een podium ontworpen voor de dansgroep de Dutch Don’t Dance Division. Die zou hier voor één avond opgebouwd en weer afgebroken kunnen worden.” Tioli gebruikt ook vaak steigers om snel iets neer te zetten en weer weg te halen.

“Meestal zitten architecten achter hun scherm te ontwerpen, maar wij willen het samen met de mensen doen, door met hen te praten. Er is nooit maar één oplossing, wij doen het in overleg met buurtbewoners,” voegt Sonnenschein nog toe.   

 

‘Graduation Show 2022’, vrijdag 1 juli van 17.00-22.00 uur, zaterdag 2 t/m dinsdag 5 juli van 11.00-20.00 uur. Koninklijke academie van Beeldende Kunsten. Meer informatie www.kabk.nl

 

Zeemonsters en andere fabeldieren

 Artikel in Den Haag Centraal van 30 juni 2022

Voor een bezoek aan de dierentuin kun je nu ook naar Het Huis van het Boek. Dierentekeningen uit oude en nieuwe boeken laten verschillende soorten dieren en fabeldieren zien. Voor kinderen is er een speurtocht naar ontsnapte dieren.



In het Huis van het boek is deze zomer met ‘BoekenZOO’ weer een leuke familietentoonstelling. Bezoekers wandelen door het museum alsof ze zich in een 19e-eeuwse dierentuin bevinden. In de ‘directeurskamer van de dierentuin’ waar de wandeling begint, staat een ouderwets bureau, met daarop een opengeslagen boek met afbeeldingen van exotische dieren. In de tentoonstelling zijn boeken te vinden met prachtige illustraties, vanaf de vroege middeleeuwen tot nu, zoals prentenboeken van Rie Cramer en Marten Toonder en zeldzame pop-up boeken. Er ligt zelfs een stripboek met het verhaal van Jules Verne: ‘20.000 mijlen onder zee’ met een reusachtige octopus op de voorkant. Er liggen ook recente kunstboeken, waarvan er maar enkele exemplaren zijn gemaakt.

 

Olifant

De oudere tekeningen laten zien hoe men zich vroeger een olifant of neushoorn voorstelde, die toen alleen nog maar uit verhalen bekend waren. De middeleeuwse encyclopedieën over de natuur (bestiaria) beschrijven allerlei soorten dieren, of ze nu bestonden of niet. In ‘Van den proprieteyten der dinghen’ uit 1485 staat een olifant afgebeeld, die er redelijk natuurgetrouw uitziet, het was een jaar nadat het dier voor het eerst in Nederland te zien was geweest.


Mythische fantasiedieren zoals de eenhoorn en de zeemeermin komen vaak voor. In de directeurskamer ligt ook een boek met de afbeelding van een rariteitenkabinet. De oorspronkelijke bewoner van het huis, verzamelaar baron Willem Hendrik van Westreenen van Tiellandt (1783-1848), woonde te midden van zijn kostbare boeken en had zelf ook zo’n kabinet met opgezette dieren, schelpen, planten en andere vreemde objecten. Een museumstuk dat de bezoeker prettig zal doen griezelen is het grote tentoongestelde fabeldier dat is samengesteld uit de staart van een vis en de kop van een aapje. Het ziet er heel levensecht uit. Soortgelijke aan elkaar genaaide dieren werden in de 19e door Chinese vissers als ‘echte’ zeemonsters verkocht.

 

Speurtocht

Voor de kinderen is er een speurtocht, ze zoeken met een kaart naar afbeeldingen van ‘ontsnapte’ dieren en als ze deze allemaal gevonden hebben, krijgen ze bij de kassa een beloning. Er staat een kooi waar ze zichzelf achter de tralies kunnen laten fotograferen en door kijkgaten waarachter zich een gevaarlijk dier zou bevinden, zien ze zichzelf in de spiegel. In elke ruimte zijn weer andere dierengeluiden te horen, bijvoorbeeld van vogels, vleermuizen, insecten, leeuwen en apen. In de laatste zaal kunnen de kinderen zelf een fantasiedier samenstellen.

 

Haagsche Dierentuin

Beneden in het souterrain is nog een leuke toegift over ‘De Haagsche Dierentuin’ die zich van 1863 tot 1943 schuin tegenover Huis van het Boek bevond, op de plek waar nu het Provinciehuis staat. Er hangen 36 foto’s, afkomstig uit het Haags Gemeentearchief, die laten zien dat het hoofdgebouw van de dierentuin eruit zag als een prachtig Moors paleis. Oorspronkelijk waren er plantenkassen, er liep wat pluimvee en er waren enkele viervoeters te vinden, later werd dat uitgebreid met een olifantenverblijf en een berenkuil. De grootste publiekstrekker was de olifant Betsy, die een groot repertoire aan kunstjes had.

In het Pinksterweekend van 1943 kwamen er nog ruim 6.000 bezoekers naar de dierentuin. Een half jaar later maakte de Duitse bezetter er met de aanleg van de Atlantikwall een eind aan, de muur liep dwars door de dierentuin. In 1968 werd het laatste gebouw gesloopt voor de bouw van het nieuwe Provinciehuis. De Dierentuinbrug, die over het kanaal van de Koningskade van het Huis van het Boek naar het Provinciehuis loopt, is een laatste herinnering aan de oude Haagsche Dierentuin. Aan de zijkanten zijn nog reliëfs van dieren te vinden, ontworpen door kunstenares Gra Rueb.

 

‘BoekenZOO’ t/m zondag 18 september in Huis van het Boek. Meer informatie www.huisvanhetboek.nl

donderdag 16 juni 2022

 

Collages, oude tenten en posters van stof

Artikel in Den Haag Centraal van 16 juni 2022

De fashionshow van de kunstacademie heeft voor het eerst plaats in Amare en is voor iedereen gratis toegankelijk. Afstudeerders showen hun collectie en alle studenten laten zien waar ze het hele jaar mee bezig zijn geweest.


De jaarlijkse Graduation Show van de afdeling Textiel & Mode van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten is elk jaar een happening waar de studenten van alle jaarlagen naar uitkijken. Gewoonlijk was de fashionshow alleen toegankelijk voor een select publiek en kon er een beperkt aantal kaarten gekocht worden, maar nu - na twee jaar van beperkingen - gooit de kunstacademie het over een andere boeg. Iedereen is welkom op vrijdag 17 juni in Amare, waar ‘EXPOSED 2022’ te zien zal zijn. Er is gekozen voor een festivalachtige sfeer, de modellen showen de collecties in de gangen van alle drie de verdiepingen en de ontwerpen van de studenten Textiel worden door het hele gebouw geëxposeerd.

 

Kaapverdië

Meestal werken de studenten tot in de laatste week door aan hun afstudeercollectie, zo ook Daisy Silva, die nog druk bezig is om foto’s op de stof te printen, die ze in haar ontwerpen gebruikt. Haar beide ouders komen van de Kaapverdische Eilanden, waar ze inspiratie opdeed. “Ik ben opgevoed in Nederland en wilde mijn twee verschillende achtergronden combineren. Ik kwam erachter dat de cultuur van Kaapverdië zelf ook een gemixte cultuur is, van Portugal en Afrika. De bewoners dragen kleding die is meegenomen door familieleden die in Europa zijn geweest. Het is een soort traditie: als je op reis gaat, dan neem je kleding mee terug. Op Kaapverdië hebben ze nauwelijks winkels. De bewoners combineren alles op een heel eigen manier door alles over elkaar heen aan te trekken. Dat vond ik interessant. Voor mijn collectie heb ik ook gedragen kledingstukken gebruikt en er collages van stof mee gemaakt. Ik maak zelf draden van oude kleding, daarmee heb ik delen gehaakt die heel kleurig zijn geworden.” De ontwerpen van Silva hebben een eigentijdse uitstraling met een zweem nostalgie.

Veel studenten zijn zich sterk bewust van de klimaatproblemen en werken met duurzame
materialen of gebruikte stoffen. Britt van As maakte haar kleding van tenten die ze verzamelde via marktplaats, vrienden en kennissen. De vouwen en ritsen van de oorspronkelijke tenten liet ze intact. “Ik vind ‘technische’ kleding zoals bijvoorbeeld de outdoor-merken heel interessant. Vooral de geheime zakjes en bijzondere naden die erin zitten, zijn mooi. Een tent is rond, dus als je dat plat neerlegt krijg je nieuwe vormen, die heb ik zo gelaten. De tent staat symbool voor de natuur, maar ik hou ook erg van het stadsleven, ik heb beiden gecombineerd door stropdassen en overhemden aan mijn ontwerpen toe te voegen.” Op de stof die ze gebruikte, zijn oude foto’s van de wandelingen met haar opa geprint.

 

Exotisch

De roots van Marcos Kuah liggen in Maleisië (Borneo). Hij begon daar met een studie grafisch ontwerpen en studeert nu af aan de afdeling Textiel in Den Haag met een collectie wandkleden die hij zelf ‘posters van stof’ noemt. Hij gebruikte decoratieve motieven in pastelkeuren, die prachtig harmoniëren. Ze vinden hun oorsprong in zijn geboorteland. “Ik was altijd al gefascineerd door de vele decoraties die je daar vindt, vooral op manden, kleding en andere textiel. Ik begon met pen en papier, maar ik vond dat als ik iets over mijn eigen cultuur wilde vertellen, ik dat óók in textiel moest doen. Toeristen kopen in Borneo souvenirs met kleurige patronen, maar zij weten niet dat er overal een betekenis achter zit. Ze komen naar mijn land omdat ze het exotisch vinden, maar ze ervaren nooit echt hoe het er echt is. De bewoners voeren een toneelstukje voor hen op en vaak wordt om de toeristen gelachen of minachtend over hen gesproken, zodra ze weer weg zijn. Ik hoop dat mijn werk ooit in een museum terechtkomt, als een statement. Met mijn advertenties van stof wil ik aan de wereld laten zien dat de cultuur  in mijn land niet minder is dan die in het Westen.”

 

‘Exposed 2022’, Graduates Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Vrijdag 18 juni van 19.30 tot 22.00 uur, Amare. Toegang gratis. Meer informatie www.kabk.nl



dinsdag 14 juni 2022

 

Frisse blik op oude kunst

Artikel in Den Haag Centraal van 9 juni 2022

Fotografen uit België en Nederland lieten zich inspireren door schilderijen uit de collectie van het Mauritshuis. Hun foto’s zijn nu te zien op de tentoonstelling Flash/Back.

 

Het Mauritshuis viert zijn
200-jarig bestaan met een aantal bijzondere evenementen. Eén daarvan is de tentoonstelling Flash/Back, waarvoor zestien bekende en minder bekende Nederlandse en Vlaamse fotografen foto’s maakten, geïnspireerd op een schilderij uit de collectie van het museum. Als een moderne benadering van de zeventiende-eeuwse kunst.

Op de dag van de opening begroeten de deelnemers elkaar als oude bekenden, ze zijn nieuwsgierig naar elkaars werk. Later die middag zal koning Willem Alexander de officiële opening verrichten. In de hal op de begane grond staat een gouden zetel met daaroverheen een roodfluwelen mantel met hermelijnen kraag, als een knipoog naar de huidige koning, maar ook als verwijzing naar koning Willem I die in 1822 de collectie van zijn vader (stadhouder Willem V) naar het Mauritshuis bracht.

De foto’s hangen in dezelfde ruimte als de gekozen schilderijen, door het hele museum verspreid. Nieuwe kunst tussen oude kunst. De tentoonstelling is een zoektocht over alle afdelingen en leidt tot verrassende inzichten.

“De toeschouwer kruipt in het hoofd van de fotograaf en kijkt via zijn lens naar de oude meesters,” zegt medeconservator Hedwig Wösten. “Sommigen wisten direct welk schilderij ze zouden kiezen, anderen zijn wel vier keer terug geweest.”

 

Hand

Stephan Vanfleteren is een bekende Vlaamse fotograaf. Hij was meteen gefascineerd door ‘De Anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’ van Rembrandt, toen hij ontdekte dat het lijk op het schilderij oorspronkelijk geen hand had. De hand was afgehakt bij een eerdere veroordeling en Rembrandt voegde deze pas later toe. Vanfleteren maakte de foto ‘Corpus #1632, 2022’. In een groot blauwgrijs vlak ligt een afgehakte hand op een blok. De hand ziet er niet afschrikwekkend uit, de foto oogt zelfs poëtisch. Bij de pols heeft de huid de kleur van een blauwe plek, de hand zelf is bleek en een beetje rimpelig, de vingers zijn ontspannen. Het licht op de foto is het claire-obscur van Rembrandt. Op de vraag aan Vanfleteren waar de hand vandaan komt, geeft hij geen antwoord, hij draait eromheen. “Het was inderdaad moeilijk om eraan te komen,” wil hij nog wel kwijt.

Alle foto’s staan in de mooi vormgegeven catalogus die bij de tentoonstelling hoort, maar de foto van Vanfleteren, die in werkelijkheid zindert van allerlei gradaties in blauwen en grijzen komt hierin absoluut niet tot zijn recht. De achtergrond lijkt nu een donker vlak zonder toonverschillen.

Datzelfde geldt ook voor de foto van Kadir van Lohuizen die een boer in een stal met koeien fotografeerde. De foto is in werkelijkheid een avontuur van subtiele kleur- en lichtverschillen. In het midden staat een Marokaanse jongen uit Amsterdam die als ‘instapboer’ werkt, als er extra handen nodig zijn. Een schuine straal licht valt in de moderne melkcarrousel naar binnen, waar de bonkige koeien achter glanzende buizen staan. Het zal geen verbazing wekken dat de inspiratie voor deze foto ‘De Stier’ van Paulus Potter was.

 

Flatgebouw

Vincent Mentzel kent ‘Gezicht op Delft’ van Vermeer al zijn hele leven. Het schilderij werd in 1822 door koning Willem I voor het splinternieuwe museum aangekocht. Om ongeveer hetzelfde standpunt te
krijgen, moest Mentzel naar de negende verdieping van een flatgebouw. Hij maakte verschillende foto’s, voegde ze samen en bewerkte ze met moderne technieken. “De toeschouwer ziet dus niet de werkelijkheid, maar dat is op het schilderij van Vermeer ook niet zo. Er is niet zoveel meer over van de idyllische stad uit de zeventiende eeuw, de lucht is het enige echte mooie dat overbleef,” zegt hij.

Anton Corbijn kende het portret van twee Afrikanen van Rembrandt dat hij uitkoos niet. “Ik vond het interessant, omdat ik een deel van mijn tijd in Afrika ben,” zegt hij. Zowel het schilderij als de foto van Corbijn laten intimiteit tussen twee Afrikanen zien.  

Het portret van de dochter van Desirée Dolron hangt naast het ‘Portret van een zesjarige jongen’ van Jan de Bray. Er is een groot verschil tussen de jongen die als volwassene is neergezet en het meisje dat nog kind mag zijn. Ze houdt haar knuffel als een baby in haar armen. Hun blik is wel hetzelfde: ernstig en dromerig.

Alle foto’s blijven na afloop van de tentoonstelling in de collectie van het Mauritshuis.

 

‘Flash/Back’, Mauritshuis, t/m zondag16 oktober. Meer informatie www.mauritshuis.nl

 

 

 

Deelnemende fotografen:

Sara Blokland, Morad Bouchakour, Anton Corbijn, Elspeth Diederix, Desirée Dolron, Rineke Dijkstra, Kadir van Lohuizen, Sanja Marušić, Vincent Mentzel, Erwin Olaf, Kevin Osepa, Ahmet Polat, Carla van de Puttelaar, Viviane Sassen, Dustin Thierry, Stephan Vanfleteren

donderdag 2 juni 2022

 

Woeste Fotografen


Als ik de lift in stap, op weg naar de persbijeenkomst van de tentoonstelling Flash/Back in het Mauritshuis sta ik tussen een groepje deelnemende fotografen. Even lijkt het of mijn beeld van ‘de fotograaf’ hier gestalte krijgt: mannen met behaarde kaken en woeste donkere krullen nemen de kleine ruimte met hun brede schouders in beslag. Ik loop in hun kielzog naar binnen, waar ook Anton Corbijn zich bij hen aansluit, iets minder krullen weliswaar, maar zeker zo imposant. Het groepje wordt ontvangen door de conservator met een hartelijke omhelzing, bij mij aarzelt ze even en ze schudt mij vriendelijk de hand. Ik lijk, denk ik, niet echt op een woeste fotograaf. Helaas is Erwin Olaf niet aanwezig wegens gezondheidsklachten. Verder is minstens de helft vrouw.





De tentoonstelling is een geweldige aanrader. Meer daarover in Den Haag Centraal van donderdag 9 juni.

donderdag 19 mei 2022

 

Walging met een vleugje humor

 Artikel in Den Haag Centraal van 19 mei 2022

‘Death Fan’ is een spraakmakende tentoonstelling van de internationaal bekende kunstenaar Tala Madani. Ze bekritiseert de rol van man en vrouw in de maatschappij. Haar werk roept afschuw en ongemak op, maar is ook om te lachen.

 

Wandelend door de
solotentoonstelling ‘Death Fan’ van Tala Madani (Iran, 1981) in KM21, de tentoonstellingsruimte voor hedendaagse kunst van Kunstmuseum Den Haag, word je door verschillende gevoelens overvallen. Bevreemding en walging springen op je af. Er is ook humor, maar dan wel ongemakkelijke zwarte slapstickhumor. De thema’s van Madani spelen zich af rond macht, pijn en vernedering.
Ze verbeeldt gevoelens die recht uit het hart komen zoals verlangen en lust, de afhankelijkheid daarvan maakt ze belachelijk. Daarnaast bekritiseert ze de ongeschreven regels en sociale normen tussen mannen en vrouwen.

Tala Madani legt haar morbide kijk op de wereld vast in schilderijen en animaties. In haar vroege werk laat ze potsierlijke, kale en naakte mannen zien, die met hun lichaam bezig zijn of zichzelf pijnigen. Vernedering speelt hierbij een belangrijke rol. Haar werk is grensoverschrijdend, soms pervers. Mandani stelt genderstereotypen en geïdealiseerde opvattingen over familie, kindertijd en gezin aan de kaak. In de video ‘The Womb’ ziet een ongeboren baby in de baarmoeder flarden van zijn toekomstige leven voorbij trekken: oorlog en dreiging, maar ook een moeder die taarten bakt.

Aanvankelijk beeldde Madani alleen mannen af, nieuw zijn de vrouwelijke figuren (‘shit moms’). Haar werk gaat tegen het aloude kunsthistorische motief van moeder-en-kind in. ‘Shit Mom’ is een toespeling op de term ’slechte moeder’, waar in onze maatschappij nog steeds een taboe op rust.

 

Gruwelijk

De eerste zaal toont een aantal schilderijen van plafondventilators, die als gevaarlijke messen door de lucht snijden. Er is ook een afbeelding van een man die gedeeltelijk is weggevaagd, hij lijkt te smelten of op te lossen. Er tegenover hangt een schilderij van een glazen potje, waarin een uitwerpsel in een gele vloeistof drijft.

In de volgende ruimte worden animaties getoond. In ‘Fan’ kijkt een man naar een andere man, die door zijn ventilator wordt weggeblazen en uit het zicht verdwijnt. Nadat hij zijn eigen ventilator stukslaat, smelt hij tot een waterig plasje op de grond.

In ‘Shit Mom Animation I’, gemaakt in 2021, doolt een vrouw door een statige villa. De weelderige achtergronden bestaan uit foto’s, de figuur is erin geschilderd. De vrouw lijkt uit een bewegende hoop ontlasting te bestaan, een vormeloze gestalte zonder ingewanden of skelet. Haar voetstappen laten bruine sporen achter. Het is een gruwelijk en confronterend beeld, dat nog eens wordt versterkt door soppende en kleverige geluiden. De vrouw zet vegen op de muren, en gaat op een bed liggen om zichzelf te bevredigen. Als ze een doekje pakt, maakt ze de bewegingen van een vrouw die aan het schoonmaken is, maar alles wordt alleen maar smeriger. Pas dan wordt duidelijk hoe stereotiep het beeld van een poetsende vrouw in onze hersenen staat gegrift.

Tegenover de wand met deze video wordt ‘Shit Mom Suicide’ afgespeeld, waarin een vrouw aan de rand van het balkon hangt van een huis in een vervallen stad. Ze wappert heen en weer, als wasgoed en lijkt elk moment te kunnen vallen.

 

Bloedvlekken

Zelfmoord is al jaren een steeds terugkerend motief in het werk van Madani. In de laatste ruimte hangt een serie schilderijen ‘Concrete Suicide’, met in verschillende fases de schaduw afgebeeld van een persoon die van een gebouw springt en de bloedvlekken die dat op het asfalt achterlaat.

KM21 toont actuele ontwikkelingen in de beeldende kunst, het werk van Tala Madani is daar een goed voorbeeld van. Ze woont en werkt in Los Angeles en exposeerde in verschillende musea over de hele wereld, waaronder het Guggenheim en Museum of Modern Art in New York en Tate Modern in Londen.

 

Tala Madani, ‘Death Fan’ nog t/m zondag 21 augustus in KM21. Meer informatie www.km21.nl

 


 

dinsdag 17 mei 2022

 

Alle strandbeesten van Theo Jansen hebben een ziel

Artikel in Den Haag Centraal maart 2022

Langs de vijver van Kunstmuseum Den Haag staat een serie strandbeesten van Theo Jansen. Ze geven slechts een idee van de schoonheid die ontstaat, als de wind hen over het strand jaagt.  

 


Met een beetje geluk kom je tijdens een winderige dag op het Noorderstrand de Scheveninger Theo Jansen (1948) tegen. Met wapperende haren en de wind in de rug loopt hij regelmatig langs de zeelijn. Aan een dunne lijn wandelt - geheel op eigen kracht - een enorm voorhistorisch beest met hem mee. Een geraamte met klapperende vleugels, voelsprieten en krakende ledematen. Het creatuur loopt, zucht en puft zelfstandig, soms gracieus wuivend, als een balletdanser. De strandbeesten van Theo Jansen leven van de wind.

In het Kunstmuseum lijkt Jansen niet op zijn plek. In zijn windjack en op zijn door zeewater aangetaste schoenen inspecteert hij zijn strandbeesten, waarvan er nu tien langs de vijver staan. Jansen bekent dat hij tijdens storm Eunice een benauwde nacht heeft gehad. “Ze hebben het allemaal overleeft, op een paar kleine ongelukjes na,” verzucht hij.

 

Evolutie

Jansen praat over zijn beesten alsof het levende wezens zijn. “Als mijn beesten water opslokken en zich verslikken, heeft dat als effect dat zij zich omdraaien en de zee niet inlopen, dat is hun overlevingsstrategie,” zegt hij.

Hij legt de evolutie van zijn strandbeesten uit, er zijn inmiddels twaalf generaties. Op zijn website staat een overzicht van de verschillende periodes. Zijn eerste schepping ‘Lineatmentum’, uit de periode Pregluton (1989), was nog niet mobiel en gemaakt van pvc-buizen en plakband. Nu kunnen zijn strandbeesten zich zelfstandig over het strand bewegen, zand verplaatsen en met hun vleugels klapperen. In de meest recente periode, het Volantum, maakte hij zelfs een vliegend exemplaar.

De beesten staan in chronologische volgorde langs de vijver. “Het is een soort biologische stamboom. Ik ben het meest trots op de laatste, die loopt heel goed en doet ook een beetje wat ik wil. Ik kan er helemaal mee naar Katwijk lopen en dan sleep ik hem met de auto weer terug. Hij loopt zelf, maar ik stuur hem wel. Ik trek aan zijn neus, dan gaat hij richting zee en als ik het touw laat vieren gaat hij richting duinen. Soms loopt hij wel eens weg, met de wind mee, dan moet ik er achteraan en hem weer terug zien te krijgen. Maar gelukkig ben ik nog steeds snel genoeg.”

 

DNA

In de tuinzaal van het museum hangt al sinds 2018 de Animaris Omnia, vlak onder het glazen dak en badend in het licht. Op de eerste etage van het museum is een ruimte ingericht met een kleine tentoonstelling, waar bezoekers zelf een stukje met een van de beesten kunnen lopen.

Theo Jansen heeft een gebutste koffer bij zich, die hij op de grond opengooit. Op het eerste gezicht zit er alleen rommel in, maar hij haalt er een fietspomp uit en hij demonstreert hoe lucht de in elkaar geschoven stukjes pvc-buis doet bewegen. Er volgt een verhaal over hoe de constructie tot stand gekomen is. Voor een gewone sterveling is het een beetje moeilijk te volgen.

“Mijn beesten hebben een DNA en bestaan uit spieren en zenuwcellen,” zegt hij. “Ik maak pompjes, als je de pompjes verbindt aan een vleugel, dan maak je een soort ‘spier’ en spieren zijn heel handig als je wilt overleven.”

Hij haalt een voorbeeld uit de koffer, gemaakt van pvc-buizen. “Kijk dit zijn zenuwcellen. Het zijn niets anders dan kraantjes, die op commando open en dicht gaan.”

Met de fietspomp demonstreert hij de werking van zijn ‘zenuwcellen’, die inderdaad krakend  in beweging komen.

Jansen studeerde ooit wis- en natuurkunde, maar brak zijn studie af om kunstenaar te worden.

In 1980 zette hij zijn toenmalige woonplaats Delft op zijn kop, hij liet een vliegende schotel gemaakt van landbouwplastic boven de stad vliegen, eronder hing een apparaat, dat geluid en lichtsignalen gaf.

 


Filmpjes

Het is een belevenis om de strandbeesten in beweging te zien en gelukkig staan er filmpjes op de website van Jansen. In de tentoonstellingsruimte wordt ook een video afgespeeld. Jansen maakt en monteert zijn video’s zelf. De muziek die hij eronder zet is meestal de tune van The Onedin Line, een Britse televisieserie uit de jaren zeventig over een lijnvaartdienst. “De golvende muziek past perfect bij de bewegingen van mijn strandbeesten,” zegt hij.

Het is magisch om te zien hoe ze langzaam in beweging komen. De wind slaat onder zeilen en vinnen, wild wapperend slaan ze om zich heen. Ze rollen over de grond en duiken de branding in, als spelende kinderen. Soms zijn ze heroïsch, soms koninklijk, heel vaak ook aandoenlijk.  

Jansen filmde ze bij wind, regen en zonsondergang, soms valt er een om en voel je bijna fysiek de pijn. Met vereende krachten zet hij zijn beest dan weer rechtop om verder te lopen. Als een strijder met naast zich een getemde dinosaurus aan een touwtje.

 

Theo Jansen, ‘Strandbeesten, de nieuwe generatie’ t/m zondag 3 juli 2022 in Kunstmuseum Den Haag. Meer informatie www.kunstmuseum.nl en www.strandbeest.com

 

 

https://youtu.be/KsqlnGMzMD4

 

 

 

  Kunstacademiestudenten onderzoeken connecties tussen mens en ruimte   Artikel in Den Haag Centraal van 30 juni 2022 De jaarlijkse ‘Gra...