dinsdag 24 september 2019


Franse boerenschilder Millet beïnvloedde Haagse School
 Artikel weekkrant Den Haag Centraal van 19 september 2019'

Veel Haagse School-schilders zijn beïnvloed door de Franse schilder Jean-François Millet. De schilderijen en tekeningen zijn nu samen te bekijken.


Van Gogh zag hem als voorbeeld en ‘aanvoerder’. Maar ook zijn oudere Haagse collega’s waardeerden de ‘boerenschilder’ Jean François Millet. Van Gogh noemde Jozef Israels zelfs ooit ‘een Hollandse Millet’. In museum De Mesdag Collectie is nu te zienhoeveel invloed Millet heeft gehad op Haagse schilders zoals Jozef Israëls, Anton Mauve en Matthijs Maris. Millet (1814-1875) kwam zelf van het platteland en was gefascineerd door de grootsheid van de natuur en de hardwerkende mens daarin. Na zijn opleiding aan de École des Beaux-Arts vertrok hij op 35-jarige leeftijd vanuit Parijs naar het dorpje Barbizon waar al meer kunstenaars werkten. De meesten schilderden landschappen, maar voor Millet werd het boerenleven al snel zijn favoriete onderwerp. Het publiek moest eraan wennen, het werd zelfs ongepast gevonden. Millet werd wel omschreven als een boer die boeren schilderde.
Kunstschilder Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) had enorme bewondering voor Millet en was erg belangrijk voor de verspreiding van zijn kunst in Nederland. De Franse schilder was een voorbeeld voor Mesdag omdat hij hard werkende landarbeiders als helden in beeld bracht. Een van de werken die Mesdag kocht is ‘De toren van Chailly bij Barbizon’ uit 1873. Het is een ruw opgezette voorstelling met nog zichtbare donkere schetslijnen. Mesdag hield van dit soort werk omdat daarop het maakproces goed te zien was. Het is een schilderij waar alle elementen van het latere werk van Millet al in zaten, zoals de schapen, het rommelige landschap en een monumentale toren. De pasteltekening ‘De hooibergen’ is bij uitzondering ook op de tentoonstelling te zien. Het werk is heel kwetsbaar en wordt meestal in het depot bewaard. Mesdag betaalde er ooit 6000 gulden voor, wat heel veel was voor een krijttekening.

Groot in beeld
Het is een bijzondere ervaring om het werk van de Haagse kunstenaars die door Millet beïnvloed werden nu bij elkaar te zien. We zien ‘Vissersvrouw’ en ‘De wolkaardster’ van Millet. Hij zette zijn figuren - meestal op het land aan het werk - groot in beeld. De Haagse kunstenaars namen dat over. Maar waar de boeren en boerinnen van Millet vaak afstandelijk afgebeeld werden, als een algemene benadering van het zwoegende en armoedige bestaan op het land, voegden de Haagse kunstenaars sfeer en gevoel toe.   
Jozef Israëls wordt wel de Hollandse Millet genoemd. Voor het schilderij ‘Madonna in de hut’ uit 1867 (in bruikleen van het Detroit Insitute of Arts in Amerika) keek hij hoogstwaarschijnlijk naar ‘Vrouw die haar kind pap voedt’ van Millet. De sfeer in het werk van Israëls is romantischer en meer verhalend. De vrouw houdt de lippen getuit terwijl ze haar kind een lepeltje met eten geeft, alsof ze het wil dwingen toe te happen. Ook is er meer van het interieur te zien, zoals een la waar een wit lapje uit hangt, een brandend vuurtje onder de kom met eten en een bengelend kruisje aan het plafond.

Regenboog
‘De regenboog’ van Roelofs is geleend van het Gemeentemuseum. Er is een sterke scheiding tussen regen en zonneschijn door een opvallend verschil in licht en donker. Onder de regenboog ligt een helder verlichtte akker. Heel knap is met enkele tipjes van de kwast een groepje koeien aangegeven, alleen op afstand als zodanig herkenbaar. Het werk doet denken aan een van de vier seizoenen van Millet: ‘Lente’. Ook Mauve met zijn schapen werd duidelijk geïnspireerd door Millet.
Een aanrader is om ook nog even de tweede verdieping te bezoeken. Daar hangt alleen de lijst van het schilderij ‘Hagar en Ismaël’ van Millet. Het schilderij zelf is uitgeleend voor de tentoonstelling ‘Jean-Francois Millet, Zaaier van de moderne kunst’ die van 4 oktober tot en met 12 januari 2020 in het Van Gogh Museum in Amsterdam te zien is. De lijst is kwetsbaar en mag niet reizen, het schilderij wel. In de lijst is daarom nu tijdelijk een foto te zien van fotografe Hellen van Meene (1972). Met de foto ‘Hagar, Abraham en een engel van God’ maakte ze een eigentijdse vertaling van het Bijbelverhaal.

Jean-Francois Millet en de Haagse School’, De Mesdag Collectie, van 13 september 2019 t/m 5 januari 2020. Meer informatie www.demesdagcollectie.nl




Aftellen is begonnen, ontwerpers en kunstenaars klaar voor publiek
 Artikel weekkrant Den Haag Centraal van 19 september 2019

Al maandenlang zijn initiatiefnemers Willem Jan Hoogsteder en Nicole Uniquole bezig met het plannen van het festival Masterly The Hague, om van donderdag tot en met zondag de resultaten te laten zien. Vier ontwerpers vertellen over hun inbreng.

Jacoba van Beieren door J A Kruseman
Het is bijna zover. Willem Jan Hoogsteder heeft het gras voor zijn panden aan de Lange Vijverberg met rood-wit lint afgezet, ‘zodat niemand erop kan parkeren. Verhuiswagens rijden af en aan, binnen kom je overal op de trappen ontwerpers tegen; nieuwsgierig naar de hun toegewezen ruimte of al bezig met inrichten. Oude schilderijen kijken berustend vanaf de wanden op alle bedrijvigheid neer. Het uur U nadert.   
In de oude keuken van één van de historische panden van kunsthandel Hoogsteder & Hoogsteder waar het evenement Masterly The Hague zal plaatsvinden, zitten even later vier ontwerpers samen met hem aan de koffie. Ze hebben enige tijd geleden schilderijen toegewezen gekregen uit de collectie Kruseman, die hen moesten inspireren tot het maken van een gloednieuw ontwerp. De ontwerpers werden op deze manier ‘gedwongen’ om kennis te nemen van kunst uit voorbije jaren. De schilderijencollectie, normaal niet voor publiek te zien, wordt gedurende het festival samen met de nieuwe ontwerpen getoond. Ook de ontwerpers zullen aanwezig zijn.

Jacoba van Beieren
Een van de meest bijzondere schilderijen is dat van Jacoba van Beieren (1401-1436), in de negentiende eeuw geschilderd door Jan Adam Kruseman. De gravin van Holland en Zeeland, die in haar korte leven vier maal trouwde, is peinzend afgebeeld met de hand onder haar kin. Een beetje zwaarmoedig. Ze draagt rijk versierde kleding en heeft een gouden kroon op haar hoofd. Er bestaan nogal wat legendes over haar. Ze sleet haar laatste jaren op kasteel Teylingen (Voorhout). Bij opgravingen in de slotgracht werden tientallen slanke, grijze kannetjes gevonden. Het verhaal gaat dat Jacoba deze kannetjes in ballingschap maakte, als pottenbakster, en ze uit frustratie om een onmogelijke liefde de gracht in smeet. Sindsdien worden deze middeleeuwse kannetjes ‘jacobakannetjes’ genoemd. Anne-Marie Jetten van ‘Hollandsche Waren’ maakte voor Masterly The Hague een serie keramiek, geïnspireerd op de oude kannetjes. Ze zijn van grijs porselein, soms warmrood, tinten die in het schilderij voorkomen. “Het zijn heel Nederlandse kannetjes, typisch oud erfgoed,” zegt ze. “Het zijn ook erg mooie verhalen. Er is een andere theorie dat de kannetjes na een wild feest met veel drank de gracht in gegooid zijn.”
Goudsmid Marleen Hengeveld van ‘Amma Jewelry’ werd ook gegrepen door het tragische leven van Jacoba. Ze verbeeldde zich de gouden kooi waarin de gravin geleefd moet hebben, keek naar de vorm van de schilderijlijst en ontwierp een rechthoekige armband. Het patroon van Jacoba’s kap komt terug in het ontwerp. Hengeveld maakt haar sieraden in een atelier in Amsterdam. “Mijn werk wordt steeds ingewikkelder en is echt voor een speciaal publiek. Ik ben vooral met ontwerpen bezig en zou eigenlijk meer commercieel moeten zijn. Ik leg de lat steeds hoger. Deze gelegenheid is heel fijn om mijn werk te laten zien.” De armband die ze maakte is van puur goud met versieringen in filigraan en bezet met diamantjes.

Ogen en monden
Michael Barnaart is in Den Haag en omstreken al langer bekend als modeontwerper. Hij verkoopt zijn gebreide jurken in zijn winkel in de Papestraat. Barnaart is gekoppeld aan twee schilderijen van Cornelis Kruseman (1797-1857), die verschillende malen naar Italië reisde, wat zijn werk sterk beïnvloedde. “Ik wilde vooral iets met de typisch Italiaanse kleuren van de schilderijen doen. Ik heb eerst kleurenkaarten gemaakt met tinten die het meest in het werk voorkomen. Daarmee heb ik een compositie gemaakt en aan de hand daarvan heb ik een trapezejurk ontworpen. Er komt hier een hele serie te staan. Eén ervan is al op Prinsjesdag in de Ridderzaal gespot,” zegt hij met een brede glimlach. “Wat mij ook erg inspireerde, waren de ogen en de monden op de schilderijen, die zijn zó sprekend.” Hij ontwierp broches met geëmailleerde ogen en monden. Ze zijn voor een klein prijsje te koop.

Witte sneaker
‘Fashion Theater’ ontwierp bij het schilderij van Jacoba van Beieren een witte sneaker met een gouden detail op de hiel en aan de bovenkant een wit stukje bont naar aanleiding van de mantel van Jacoba, die met witte hermelijn is gevoerd. “Het konijn was al dood,” zegt de ontwerpster een beetje schuldig. Haar bedrijf probeert juist heel milieuvriendelijk te werken en ook schuwen ze kinderarbeid. De stof en de zool zijn van gerecyclede producten gemaakt. Een afbeelding van een schilderij van Kruseman is op de stof van een andere sneaker gedrukt. De doelstelling van het bedrijf is om duurzame producten te maken. Tijdens het festival zal er een expert aanwezig zijn die ter plekke verschillende modellen witleren schoenen precies in de kleur schildert die je hebben wilt. En hij gebruikt natuurlijk milieuvriendelijke verf.
“Masterly The Hague biedt een platform om nieuwe producten te kunnen laten zien. Het samenbrengen van het vakmanschap van oude en nieuwe kunstenaars maakt dit evenement zo bijzonder. Het geeft inspiratie aan de ontwerpers maar laat ook de schoonheid van oude kunst zien,” benadrukt Willem Jan Hoogsteder nog eens.

‘Masterly The Hague’ Lange Vijverberg en Lange Voorhout, van 19 t/m 22 september. Meer informatie www.masterlythehague.nl



zondag 15 september 2019


‘Imperfecties laten ware schoonheid zien’
 Artikel Den Haag Centraal van 12 september 2019

Let's talk foto Daniëlle van Zadelhoff
Daniëlle van Zadelhoff fotografeerde voor haar nieuwste expositie moeder en kind en mensen in gebed. Ze stelt zich de vraag of je DNA zomaar mag veranderen.


Met enige trots presenteert Gallery Project 2.0 aan het Noordeinde de expositie ‘Perfection …’ van fotografe Daniëlle van Zadelhoff. Die trots is zeker gerechtvaardigd. Van Zadelhoff begon pas vijf jaar geleden met fotograferen nadat ze jarenlang oude kerken en huizen opknapte en weer doorverkocht. Ze is niet meer zo heel piepjong. Sinds ze in 2013 voor het eerst naar buiten kwam met haar foto’s exposeerde ze onder andere in Amsterdam, Parijs, Londen, Napels en Malaga. Alles ging plotseling in een sneltreinvaart. En passant volgde ze ook nog een opleiding fotografie in Antwerpen, waar ze samen met 20-jarige studenten de lessen volgde. Ze werd ontdekt door Wim Pijbes, oud directeur van het Rijksmuseum, die vond dat haar werk museumkwaliteit had. Daarna ging het viral.
De foto’s van Van Zadelhoff hebben de sfeer van oude meesters, met prachtig licht en diepe schaduwen. Niet voor niets werd haar foto ‘Let’s talk’ aangekocht door museum Pio Monte della Misericordia in Napels. Onder het museum, in de gelijknamige kerk, hangt al vier eeuwen lang het schilderij ‘De zeven werken van barmhartigheid’ van Caravaggio. Maar waar het clair-obscur van de beroemde schilder soms een scherpe tegenstelling van licht en donker laat zien, hebben de foto’s van Van Zadelhoff zachtere overgangen en minder felle kleuren waardoor ze een poëtische uitstraling hebben. “Ik was als kind al gefascineerd door oude schilderijen, daar kon ik uren naar kijken. Nu zit het in me, ik heb niet echt een voorbeeld, het komt vanzelf.”
De lippen van de roodharige jongen op de foto ‘Let’s talk’ hebben de kleur van abrikozen, een kleur die ook op de vingers van zijn handen ligt. Prachtige handen die prominent vooraan in beeld liggen en een jeugdige onschuld uitstralen. “Ik bewerk mijn foto’s niet of nauwelijks,” zegt Van Zadelhoff. “Ik zet ze recht en dat is het meestal. Ik ben er nog geen vijf minuten mee bezig. De dingen ontstaan vanzelf als ik aan het werk ben. Ik heb van te voren geen uitgesproken plan, dat is de beste manier om een echte emotie te vangen.”

DNA
Het werk dat in de galerie hangt is onderdeel van een nieuw project waar Van Zadelhoff middenin zit. “Het gaat over het zogenaamde ‘CRISPR’ van het DNA,” zegt ze. “Een nieuwe technologie die erfelijk materiaal kan veranderen. Eigenlijk hoor je daar veel te weinig over, terwijl het zo intens, zo wereld-veranderend is. In hoeverre gaan wij accepteren dat er stukjes uit je DNA geknipt kunnen worden? Het is natuurlijk mooi als je een ernstige ziekte kunt verwijderen bij een ongeboren kind, maar ga je een kind met downsyndroom veranderen? Is autisme een afwijking of hoort het bij de menselijke soort? Ik heb niet echt een oordeel maar vind wel dat er een gesprek op gang moet komen. Tegenwoordig kun je DNA opsturen en laten analyseren. Hoe ga je daarmee om als maatschappij? Straks kun je kiezen voor blauwe of bruine ogen. Als blauwe ogen in de mode zijn, dan heb je misschien opeens een heel volk met blauwe ogen.”
Prayer fot Daniëlle van Zadelhof
Ze heeft nu twee van de vier series gemaakt: ‘Prayers’ en ‘Madonna’s’. Elke foto wordt aangeduid met een letter, dezelfde waarmee ook de vier bouwstenen van het DNA aangeduid worden: A,C,G en T. De ‘Prayers zijn ingelijst en achter het glas is  - met enige moeite – een echte haar te zien van degene die geportretteerd is. “Het DNA van die haar kan meer over de persoon vertellen dan hij over zichzelf weet. De foto’s hebben natuurlijk iets met religie te maken. Wetenschap wordt steeds belangrijker dan godsdienst. Ik probeer een brug te slaan tussen heden en verleden, daarom lijken mijn foto’s op oude schilderijen maar er zit wel een hedendaags thema achter. Je kunt niet verder met je toekomst als je het verleden niet kent. Alles heeft invloed. Je neemt alles mee zonder dat het altijd zichtbaar is. Ik wil dat laten zien. De Madonna’s met kinderen zijn de kinderen zoals wij die nu krijgen, met alle imperfecties erbij. Dat laat toch de ware schoonheid zien.”

‘Perfection …’ foto’s van Daniëlle van Zadelhoof in Gallery Project 2.0 t/m 6 oktober. Meer info: www.project20.nl






Met fiets en karretje de natuur in

Artikel in Pulchriblad september 2019

Kunstenaar Gertjan Scholte-Albers exposeert van 30 oktober tot en met 25 november 2019 in de Klinkenbergzalen I en II


Gertjan Scholte-Albers (1971) uit Winsum is een buitenschilder. Met een karretje voor zijn fiets of scooter, gevuld met schildergerei, trekt hij er al achttien jaar op uit om landschappen vast te leggen. Zijn schilderijen laten droomwerelden zien. Hij vertaalt het Groningse landschap naar een expressionistische weergave van de natuur. Zijn werk doet denken aan zowel de Haagse School als aan het vroege werk van Mondriaan, hier en daar zelfs met een vleugje Jackson Pollock. Toch is het ook heel ‘eigen’, het werk zindert van gevoelens.
In het laatste jaar van de Kunstacademie in Enschede ontdekt Scholte-Albers hoe anders het is om buiten te schilderen en niet in een atelier. Net als ooit de schilders van Barbizon deden, trekt hij erop uit om te schilderen, weer en wind trotserend. Maar hij kiest niet voor een exacte weergave van de natuur, het gaat om de uiting van zijn gevoel.

Vingers
Gertjan Scholte-Albers werkt met olieverf op doek en probeert van alles uit. "Het mooie van olieverf is dat het niet bevriest en water afstoot,” zegt hij. “Mijn verfbehandeling is pasteus en expressief. Ik werk nat in nat of juist met verschillende diktes. Verdunde transparante verf laat ik over het doek naar beneden druipen. Met kwasten, penselen, stokjes, paletmessen en zelfs met mijn vingers breng ik de verf aan of schraap deze weer weg. Je ziet de kwaststreken in de verf.”


Zijn kleurgebruik is het eerste dat opvalt. “Daarmee kan ik het beste mijn gevoel uitdrukken. Het is niet mijn bedoeling om de werkelijkheid, maar om de beleving ervan weer te geven. Mijn schilderijen moeten emotioneren en de zintuigen prikkelen.” De boomtakken die hij schildert zijn grillig, de kleuren complementair. Het Groningse landschap geeft hem genoeg ruimte om te werken. Hij schildert soms op langgerekte doeken van 1 bij 2 meter (soms twee- of drieluiken) om de weidsheid van het landschap nog eens te benadrukken, nooit werkt hij naar foto’s. In één dag maakt hij het werk af ‘omdat de natuur steeds verandert’.
“Buiten gaat het schilderen haast vanzelf, ik ervaar de overweldigende ruimte, geniet intens van slechts een deeltje van de miljoenen soorten levende organismes, hoor de kraaiende vogels, de nieuwsgierige loeiende koeien en de wind. Ik voel de bittere kou, de natte dauw of de broeierige hitte. Het beïnvloedt de wijze waarop ik de verf aanbreng: vlot, rustig, rauw, vurig, driftig of wat er ook maar in mij opkomt.”
Gertjan Scholte-Albers exposeert in binnen en buitenland. Hij ontving voor zijn eindexamenwerk de Buning Brongers prijs, in 2003 een Stipendium van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst (BKVB) en in 2006 won hij de Gerrit van Houten prijs.


Tír na nÓg, land van de eeuwige jeugd
Artikel Pulchriblad september

Kunstenares Rinske Former maakte voor haar recente werk een reis door Ierland op zoek naar het ‘Land van de Eeuwige Jeugd’. Haar tentoonstelling zal bestaan uit fotografie, tekst en geluid, te zien en horen van 16 november t/m 8 december 2019 in de Hardenbergzaal.

De Stichting Van Vlissingen Art Foundation heeft als doel het bevorderen, stimuleren en ondersteunen van kunst in het algemeen en de hedendaagse kunst in het bijzonder. Rinske Former (1991) won de ‘Van Vlissingen Art Foundation Prijs’ van 2019. Dat hield in dat ze een beurs kreeg om een reis te maken naar een gebied dat haar zou kunnen inspireren tot het maken van nieuw werk. Ze koos voor Ierland.
‘Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in sprookjes en mythen. Er bestaat een oud verhaal dat over het ‘Land van de Eeuwige Jeugd’ gaat. Die plek zou zich in Ierland bevinden en heet ‘Tír na nÓg’, ook wel vertaald als ‘Land of the Young’,’ vertelt ze. Ze ging op zoek naar dat geheimzinnige land. ‘Ik sprak drie Ierse ‘storytellers’, mannen wiens beroep het is om verhalen te vertellen. Twee ervan waren met elkaar eens waar het land zich zou moeten bevinden, ze noemden het gebied ‘Killarney’. Daar ben ik vlakbij geweest.’

Van Dublin tot Connemara
Het bestaan van een eeuwige jeugd spreekt tot de verbeelding. ‘Tír na nÓg’ is een mythische plaats in de Iers-Keltische mythologie waar de Sidhe, de Ierse elfen zouden wonen, een paradijselijk oord waar niemand ouder wordt en ziekten ontbreken. Het klimaat is er altijd gematigd, niet te warm, niet te koud, een paradijs waar de bloemen eeuwig bloeien.
Het verhaal trok me aan omdat ik zelf een angst ken om ouder te worden. Ik wilde deze mythische plek vinden in dat sprookjesachtige Ierland. De geschiedenis is een leidraad tijdens mijn reis geweest en ik heb een route gevolgd naar waar de geheimzinnige plek zich mogelijk zou kunnen bevinden. Dit heeft tot een tocht door heel Ierland geleid, van Dublin tot Connemara. De drie ‘storytellers’ hebben mij stuk voor stuk hun versie van het verhaal over Tír na nÓg verteld. Tijdens mijn reis ben ik op al die plekken geweest om mij in te kunnen beelden waar Tír na nÓg zich zou bevinden. Hoe langer ik in Ierland was, hoe echter het verhaal voor mij werd en hoe meer ik er van overtuigd raakte dat Tír na nÓg bestond. Ieder gesprek dat ik had, Iedere Ier die ik zag, alles draaide om Tír na nÓg.’
Haar reis kende veel bijzondere momenten, maar één ervan is haar heel dierbaar. ‘Een van de mooiste herinneringen tijdens mijn reis speelde op een berg, net buiten Dublin. Niall, een van de ‘storytellers’, zei tegen me: ‘Ik wil je een heel bijzondere plek laten zien’. Hij nam me mee voor het uitzicht. In de mythe ontmoetten de twee geliefden elkaar terwijl zij op een paard zit, op een berg. Toen we bij de top kwamen stond er een prachtig paard met een meisje op de rug. Dat was een ongelofelijk moment.’
Tijdens haar ontdekkingstocht maakte Rinske Former foto’s die gedurende de tentoonstelling in Pulchri Studio voor het eerst te zien zullen zijn. Naast de foto’s maakte Rinske Former ook sculpturen. ‘De ‘storytellers’ spraken heel erg met hun handen. Ik maakte afdrukken van handen in gips, die ik later weer fotografeerde.’
De tentoonstelling wordt aangevuld met geluidsfragmenten. Ook zal tijdens de opening op 16 november een boek met het werk van Rinske Former gepresenteerd worden.


Trouwen zonder man en huilen op de bank
 Artikel Den Haag Centraal van 12 september 2019

Veel Hagenaars voel zich eenzaam. Met een tentoonstelling in het Nutshuis wordt dat in beeld gebracht.

'Ja ik wil' foto Naomi Harris 
In Het Nutshuis, het voormalige hoofdkantoor van de Nutsspaarbank aan de Riviervismarkt, is tot eind november een expositie over eenzaamheid: ‘Solo&Happy?!’ Het Nutshuis zet zich in voor de ‘ontwikkeling en verheffing van de gewone man’, een burgerinitiatief dat ontstond in de negentiende eeuw. Tien maatschappelijke organisaties hebben hun kantoren in het gebouw en organiseren er activiteiten. Jaarlijks zijn er zo’n zes wisselende exposities, altijd met een maatschappelijke betrokkenheid.
Een krantenkop uit deze krant schokte dit voorjaar veel mensen: ‘In Den Haag voelt 52 procent van de mensen zich in meer of mindere mate eenzaam’. Het bericht riep veel vragen op. Wat is eenzaam, wat is alleen? Iedereen kan zich op zijn eigen manier eenzaam voelen, zelfs omringd door geliefden. De tentoonstelling laat mensen zien in en buiten Den Haag, die alleen of eenzaam zijn. Soms omdat ze ervoor gekozen hebben, soms omdat het hen overkwam.
Een huisdier kan veel troost geven. Sanne Gielens (1991) portretteerde Haagse bewoners die alleen met hun huisdieren leven en zonder partner. Haar project heet ’Een aaibaar thuis’. “Als ik me rot voel dan helpt het zo erg dat hij er is,” zegt Nicky Verduyn over haar kat. Arjan van Gent is kunstenaar en maakt onder andere mooie portretjes van zijn katten. Als één van zijn katten overlijdt, is hij maandenlang ontroostbaar. Hij staat op de foto met zijn gezicht liefdevol in de vacht van zijn kat gedrukt.

Solobruid
De centrale kluis in de kelder van het gebouw is bewaard gebleven en functioneert nu als filmzaal. In de muur zitten nog honderden kleine safeloketten. Er draait een documentaire van illustrator Femme ter Haar (1996) met de naam ‘Uitzicht’. Ze studeerde er in 2018 mee af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en werd direct voor verschillende prijzen genomineerd. De documentaire gaat over eenzaamheid. Ze visualiseert gebeurtenissen die moeilijk in woorden te vatten zijn met tekeningen. Je hoort alleen de stemmen van degenen die over hun eenzaamheid praten. Bijzonder is dat er ook hele jonge kinderen aan het woord zijn: ‘Soms kom ik thuis en dan ga ik meteen op de bank liggen. Dan ga ik soms een beetje in mezelf huilen’, vertelt een meisjesstem.
Naomi Harris (1973) portretteerde Japanse solobruiden. ‘Himono onna’ ( letterlijk: gedroogde-vis-vrouwen) is de term voor Japanse vrouwen die bewust niet op zoek zijn naar liefde of een vaste relatie, een groep die de laatste jaren flink groeit. In Japan is bijna 60 % van de vrouwen tussen de 18 en 34 jaar single. “Dat deze vrouwen geen relatie willen, betekent niet dat ze tegen trouwen zijn. Integendeel, veel Japanse singles willen dolgraag de trouwdag van hun dromen beleven. Dat doen ze dan ook, maar wel zonder man.”
Voor 380.000 yen (2750 euro) krijgt de bruid een passessie in trouwjurk, haarstyling en make-up en natuurlijk een bruidsboeket. Gevolgd door een fotoshoot op locatie. Het is zelfs mogelijk om een diner te hebben met een stand-in.
Harris fotografeerde de 29-jarige Naho Nishide, een promovenda in de Japanse literatuur die maandenlang bezig was met het plannen van haar Grote Dag. “Ik wilde iets doen om mijn onafhankelijkheid te vieren. Ik voel me totaal niet alleen. Toen ik mezelf zo zag op mijn trouwfoto’s dacht ik: dit is perfect zo zonder man.”
Ook in Nederland zijn inmiddels solohuwelijken, maar deze worden aangeboden door therapeuten en hebben geen juridische status.

‘Solo&Happy?!’ in het Nusthuis t/m zaterdag 30 november 2019. Gratis. Meer informatie www.nutshuis.nl




Burgemeester met een twinkeling
 Artikel Den Haag Centraal van 12 september 2019

Het staatsieportret van oud-burgemeester Jozias van Aartsen is eindelijk af en heeft een plaats gekregen tussen die van andere voormalige burgervaders.


“Je wordt zo dadelijk ‘gehangen’,” zegt burgemeester Pauline Krikke tegen haar voorganger Jozias van Aartsen vlak voor de onthulling van diens officiële portret. “Als ik eerlijk ben dan hebben onze geportretteerde voorgangers allemaal een heel serieuze blik, maar eigenlijk heb je om deze stad te besturen een twinkeling in je ogen nodig.” En die twinkeling is terug te vinden in het portret van Van Aartsen.
Jozias van Aartsen was burgemeester van Den Haag van 2008 tot 2017. Zijn vereeuwiging op doek is toegevoegd aan de portettengalerij van oud-burgervaders in het Oude stadhuis aan de Dagelijkse Groenmarkt. De geportretteerde kiest zelf een portretschilder. De keuze viel deze keer op Cora Beijersbergen van Henegouwen, ze werd voorgedragen door beeldhouwer Loek Bos en oud-conservator John Sillevis.
Het portret hangt naast dat van voorganger Wim Deetman van wie Van Aatrsen in 2008 de voorzittershamer overnam. Het toont een zelfbewuste man met een vriendelijke, aandachtige blik, correct gekleed in kostuum en met een gele das, de linkerhand ontspannen in de broekzak. Onder zijn arm houdt hij een map uit 2017 met de kleuren van Den Haag: groen en geel. “Het is een map met foto’s en werktekeningen van het nieuwe Onderwijs- en Cultuurcomplex aan het Spuiplein, waar hij zeer nauw bij betrokken was en dat hem erg interesseerde. Ik vond het leuk om hem met iets echt Haags af te beelden dat belangrijk voor hem was,” legt Beijersbergen uit.
De kracht van haar portetten is dat de persoon onmiddellijk te herkennen is zonder dat het een fotografische weergave is. “Van Aartsen heeft enkele malen in mijn atelier geposeerd. Hij kwam altijd op de fiets, met elastieken om zijn broekspijpen, het was eigenlijk erg gezellig. We dronken een kopje thee met een koekje erbij en hadden best indringende gesprekken,” vertelt de kunstenares die deze maand exposeert in Pulchri Studio.

Huygens
foto Martijn Beekman
“Het duurde wat lang voordat ik hier hing,” zegt Van Aartsen met een glimlach. “Maar ik heb ook een wonderlijke eindcarrière gehad,” Hij doelt op de periode 2017-2018 , toen hij waarnemend burgemeester was van Amsterdam. “Eerlijk gezegd vond ik het ook een beetje eng om tussen al deze voorgangers te hangen, hoewel ik het ook wel weer heel mooi vindt dat ik naast Wim hang. We weten natuurlijk nooit zeker hoe lang we hier uiteindelijk mogen hangen, maar gelukkig is er dan nog altijd het Haags Historisch Museum. Wie weet waar we ooit terechtkomen. En ik ben er van overtuigd dat die twinkeling inderdaad bij de stad hoort, want het is een stad die zó bijzonder is en die de afgelopen twintig jaar zeker geworden is wat diplomaat en dichter Constantijn Huygens ooit hoopte.”

‘Beddengoed’, Cora Beijersbergen van Henegouwen van 7 september t/m 1oktober in Pulchri Studio. Meer informatie www.pulchri.nl





vrijdag 6 september 2019


Heliogabalus, transgender avant la lettre
 Artikel in Den Haag Centraal van 5 september 2019

Het Louis Couperus Museum brengt een tentoonstelling over de mooie jonge Keizer Heliogabalus die om zijn geaardheid en buitensporige levenswijze op achttienjarige leeftijd werd onthoofd.



De Berg van Licht’ heet de nieuwste expositie van het Couperus Museum met als leidraad de gelijknamige historische roman van schrijver Louis Couperus (1863-1923). Het boek van Couperus, in 1905 en 1906 in drie delen verschenen, vertelt het geromantiseerde levensverhaal van de Romeinse keizer Heliogabalus die heerste van 218 tot 222 na Christus. De knappe Bassianus uit Syrië werd op zijn veertiende al gekozen tot keizer. In zijn geboortestad Emesa werd de Zonnegod Heliogabal - naar wie hij later is vernoemd - in de vorm van een zwarte steen aanbeden. De jongen, een vermeende buitenechtelijke zoon van keizer Caracalla, diende als hogepriester in de plaatselijke tempel en was gezegend met een uitzonderlijke schoonheid. Zijn uiterlijk was de oorzaak van zijn bekendheid, maar werd ook een van de aanleidingen van zijn ondergang. Soldaten van het nabij gelegen Romeinse legioen kwamen naar de stad om hem te zien dansen en kozen hem als eersten tot hun leider. In priesterlijke gewaden gekleed kwam Heliogalabus naar Rome, behangen met halskettingen en armbanden en een gouden tiara bezet met edelstenen kroonde zijn hoofd. De zwarte steen - de verpersoonlijking van de zonnegod - die hij had meegenomen, stelde hij boven de Romeinse god Jupiter.
De jonge keizer, die midden in zijn puberteit zat, leed aan grootheidswaanzin. Zijn feesten waren buitensporig en extravagant. Hij gaf diners waar exotische dieren geserveerd werden en vulde zijn zwembaden met wijn. Soms werden leeuwen en tijgers op zijn gasten losgelaten waarbij keizer Heliogabalus zich kostelijk amuseerde.
In onze tijd zou de jonge keizer als transgender of transseksueel gekarakteriseerd worden. Hij trouwde vijf maal, onder anderen met een Vestaalse maagd - wat de Romeinen als een vreselijke misstap zagen - en daarna openlijk met een man. Zijn grote liefde was de menner van zijn strijdwagen, de blonde slaaf Hierocles. Heliogabalus prostitueerde zichzelf, maakte zich op en droeg pruiken. Na vier jaar hadden de burgers van Rome er genoeg van en werd hij vermoord door zijn hoofd af te hakken.

Zinnelijk


Het decadente leven van de knappe jonge keizer sprak zeer tot de verbeelding in het begin van de twintigste eeuw. Couperus die zelf getrouwd was, maar zeer waarschijnlijk ook worstelde met zijn geaardheid, moet zich enorm aangetrokken hebben gevoeld tot deze geschiedenis. In ‘De Berg van Licht’ zet hij de jonge Heliogabalus neer als een beeldschone jongen met bijzondere gaven, die door zijn omgeving en de grenzeloze macht die hij al op jonge leeftijd kreeg, ontspoorde. De roman is zinnelijk. Continu worden lichamen aangeraakt, gestreeld en gekust. Het verhaal eindigt met gruwelijke scènes waarbij het bloed door de straten van Rome stroomt en de burgers met speren doorboord, onthoofd en op staken gespietst worden. Het brave Den Haag was zeer geschokt door het boek.
“Het taalgebruik van Couperus is tijdgebonden, maar zijn verbeeldingswereld heeft nog niets aan kracht ingeboet,” zegt John Sillevis, gastconservator van de tentoonstelling. “Hij probeert in de psyche van zijn hoofdpersonen te kruipen, dat is hem in ‘De Berg van Licht’ geweldig goed gelukt. In zijn tijd was dat echt vernieuwend. Couperus was een tijdgenoot van Freud en Jung en hevig geïnteresseerd in hun nieuwe visies. Het gegeven van de strijd tussen het mannelijke en vrouwelijk versterkte dat nog eens. Heliogabalus cultiveerde zijn vrouwelijkheid, maar was tegelijkertijd ook gewoon een man, net als Couperus zelf.”

Rozenblaadjes
Marmeren Buste Heliogabalus
Capolitijnse musea
Louis Couperus’ beeldende schrijfstijl heeft meerdere kunstenaars geïnspireerd. In 2002 kwam in Belgie de Franstalige strip ‘La Dernière Prophétie’ van tekenaar en tekstschrijver Gilles Chaillet uit, een prachtig getekend verslag over het leven van Heliogalabus. Door de stripverhalen komt het verhaal heel dichtbij, de stripboeken zijn ook in het museum te koop en op de tentoonstelling hangen meerdere grote reproducties van de tekeningen.
De Brits-Nederlandse schilder Lourens Alma Tadema maakte in 1888 het schilderij ‘De rozen van Heliogalabus’ met daarop uitgebeeld een verhaal dat uit de ‘Historia Augusta’ komt en dus heel goed een werkelijk verslag kan zijn. De jonge keizer probeert hier zijn gasten te smoren onder een lawine van rozenblaadjes die uit verlaagde, draaiende plafonds over hen heen gestort worden. Ook hiervan is een reproductie op ware grootte te zien. Het verhaal van Heliogabalus wordt verder tot leven gebracht met boekillustraties uit 1900 en een film.
De marmeren buste van Heliogabalus staat in de Capitolijnse Musea in Rome en toont een mooi gezicht, omlijst door dik krullend haar. Volle sensuele lippen onder een vlassige snor plooien zich tot een flauwe glimlach. De blik van Heliogalabus is peinzend en dromerig.

‘De Berg van Licht’, Louis Couperus Museum, van 26 oktober 2019 tot 17 mei 2020. Meer informatie www.louiscouperusmuseum.nl



Kliederen met woordmixer en lettervermicelli

Door Margreet Hofland

De eigenwijze kinderen van Annie M G Schmidt
Het Kinderboekenmuseum viert dit jaar zijn 25-jarig jubileum en maakt er een feestjaar van. In 1994 was het een van de allereerste musea waar kinderen hun geliefdste verhalen konden ontdekken, beleven en maken.

Het feestjaar wordt ingeluid met een doe-tentoonstelling over Annie M.G. Schmidt. Op zaterdag 7 december wordt het feestjaar ingeluid met de opening van een doe-tentoonstelling over Annie M.G. Schmidt. ‘De eigenwijze kinderen van Annie M. G. Schmidt’ wordt een tegendraadse (permanente) tentoonstelling vol verrassingen, humor en taalspelletjes met oude bekenden als Abeltje, Wiplala, Minoes en Puk van de Petteflet.
In de tentoonstelling is van alles te doen en te beleven: stap in de lift van Abeltje voor een spannende reis, maak met Minoes een leuke poezenvlog of bouw als een gedichtenmetselaar de mooiste versjes bij Ibbeltjes ‘Gedichtenbouwplaats’. Lekker kliederen kan met Floddertjes woordmixer en lettervermicelli. En natuurlijk is er ook aandacht voor de iconische liedjes die Schmidt naliet, zoals de klassiekers ‘Mijn opa’, ‘Op een mooie pinksterdag’ en ‘Ja zuster, nee zuster’. In de bus van Otjes vader Tos zijn ze allemaal te beluisteren. Wie wil weten wie die vrouw achter al die eigenwijze kinderen was, kan terecht in de rode boodschappentas van Nella Della uit Wiplala, waar Schmidts leven aan bod komt in een korte film.
Tegelijk met de opening van ‘De eigenwijze kinderen van Annie M.G. Schmidt’ opent  op 8 december ook de illustratietentoonstelling ‘Fiep Westendorp – In beeld’. Een mooie ode aan een van Schmidts bekendste illustratoren.
Maar er is nog meer. Tijdens de landelijke Kinderboekenweek met het thema ‘reizen’ in oktober, zijn er heel veel activiteiten rond dit thema in het museum. In de kerst-, voorjaars- en meivakantie kunnen kinderen er terecht voor extra, en vaak gratis, vakantieactiviteiten. Verder zal het museum weer aansluiten bij landelijke activiteiten zoals de Poëzieweek en het Nationale Voorleesontbijt.

Voor meer informatie www.kinderboekenmuseum.nl




Boeren met vuile voeten
Artikel in Den Haag Centraal van 5 september 2019

Museum De Mesdag Collectie start het nieuwe seizoen met een tentoonstelling over de Franse boerenschilder Jean-François Millet (1814-1875).

Door Margreet Hofland

Millet was een van de belangrijkste schilders van de School van Barbizon, een groep die
De hooibergen’, Jean-François Millet
veel buiten in de natuur schilderde. Zij streefden naar een realistische weergave van de werkelijkheid. Veel Haagse school-schilders zoals Jozef Israëls, Anton Mauve en Hendrik Willem Mesdag werden beïnvloed door deze stroming, een aantal van hen reisde af naar het dorp Barbizon om er te werken.  
Millet, zelf geboren in een boerenfamilie, ontving In 1837 een beurs om te kunnen studeren aan de École des Beaux-Arts in Parijs. In 1849 verhuisde hij naar het kleine dorp in het bos van Fontainebleau. Daar trok hij zich 0 terug om poëtische boerentaferelen te schilderen. Tot die tijd was het afbeelden van landarbeiders taboe, maar Millet was er trots op om van boerenafkomst te zijn en wilde dat laten zien. Hij leefde in armoede en kwam uiteindelijk ook in Barbizon te overlijden. Nog tijdens zijn leven (in 1868) ontvangt hij de Légion d’Honneur, een zeer belangrijke Franse onderscheiding.
De pastelkrijttekening ‘Rustende wijngaardenier’ toont een vermoeide wijnboer met vuile voeten en heeft dezelfde sfeer als ‘De Zaaier’, een van zijn bekendste schilderijen. Destijds kreeg hij er heftige reacties op. Het kunstminnend publiek vond zijn schilderijen en tekeningen in de eerste instantie lelijk en bovendien vonden ze het ongepast dat een boer zo'n prominente plaats op het werk innam. Millet schilderde zijn boeren met een donkere blik en zonder uitdrukking in de ogen. Ze gaan op in hun werk of rusten ervan uit.
Het werk ‘De hooibergen’ laat het boerenland rond het dorpje Barbizon zien. De hooibalen onder de dreigende lucht zijn onheilspellend hoog. Op de achtergrond zijn de daken van het dorp Barbizon te zien. De grazende schapen en de boeren lijken klein en nietig in de overweldigende natuur.

‘Jean-Francois Millet en de Haagse School’, De Mesdag Collectie, van 13 september 2019 t/m 5 januari 2020. Meer informatie www.demesdagcollectie.nl




Oernatuur in Museum Rijswijk

Artikel in Den Haag Centraal van 5 september 2019

Museum Rijswijk aan de Herenstraat heeft buiten de vaste collectie, elk jaar een Biënnale, het ene jaar met textiel, het andere jaar met papier. Nog tot 6 oktober is de zesde Textiel Biënnale te zien.

Mariëlle van den Bergh presenteert tot begin 2020 : ‘oernatuur Primal Nature’: kleurrijke wandtapijten, gecombineerd met keramische objecten.
De ontwerper werkt met allerlei soorten materialen zoals staal, glas, pitriet, papier en keramiek. Haar reusachtige wandtapijten worden geweven en gebreid in het TextielMuseum te Tilburg. Voor inspiratie reist ze de hele wereld af en zoekt ze in afgelegen gebieden naar de schoonheid van de natuur. Ze is regelmatig verwonderd door het bestaan ervan. Voor deze tentoonstelling vond ze haar inspiratie in het onherbergzame landschap van Australië. De afgelopen twee jaar werkte van den Bergh in het TextielLab van het TextielMuseum en in de werkplaats van het Europees Keramisch Werkcentrum  in Oisterwijk aan haar nieuwe project.  Ze maakt ruimtelijke textiellandschappen en voegt daar keramiek aan toe. Door verschillende garens te combineren, ontstaat onderlinge krimp. Deze krimp laat het breisel opbollen en dat geeft de suggestie van een landschap. Hier voegt zij keramische vormen aan toe. "Het is een huwelijk geworden tussen textiel en keramiek. Omdat de partners a priori niet veel van elkaar houden, is het eerder een gearrangeerd huwelijk. Maar op een gegeven moment kwam de liefde toch," zegt ze.

‘OERNATUUR │PRIMAL NATURE’ van Mariëlle van den Bergh, Museum Rijswijk. Van 29 oktober 2019 t/m 12 januari 2020. Voor meer informatie www.museumrijswijk.nl


donderdag 5 september 2019


Johannes Verkolje inspireert moderne ontwerpers
Artikel in Den Haag Centraal van 5 september

Hester van Eeghen en Frida van de Poel ontwierpen een driehoekige tas en een dansende kaptafel voor Masterly The Hague.

BijschrMasterly The Hague 2019. Tas van Hester van Eeghen
met portret van Johanna van Bleijswijk door Johannes Verkolje.
 Foto Frieda Mellema
Curator Nicole Uniquole en Willem Jan Hoogsteder, eigenaar van kunsthandel Hoogsteder & Hoogsteder organiseerden vorig jaar voor het eerst het kunst- en designfestival Masterly The Hague op verschillende historische locaties in Den Haag. Het werd een eclatant succes en wordt dan ook in het weekend van 19 -22 september 2019 herhaald. Hedendaagse ontwerpers worden gekoppeld aan kunstwerken uit de 17de eeuw en presenteren naar aanleiding daarvan nieuwe ontwerpen.
“Soms is de verbinding er niet direct en moet de ontwerper zich echt verdiepen in het schilderij. Het is ook zeker niet de bedoeling dat oude kunst naast nieuwe kunst getoond wordt, het schilderij dient als inspiratie,” zegt Nicole Uniquole. “Ik wil graag dat het publiek de waarde erkent van zowel de oude schilderijen als van de hedendaagse vormgevers; dat de bezoekers even worden opgetild uit hun dagelijkse leven. Ik zou willen dat de mensen met meer energie vertrekken dan binnenkomen.”
Er zijn vijfentwintig stijlkamers die Uniquole samen met stylist Maarten Spruyt gaat inrichten. De liefde voor haar stad Den Haag komt verschillende malen ter sprake. “Ik vind het belangrijk dat het chique verhaal van Den Haag verteld wordt, het gevoel van weleer, de stad van de Gouden Eeuw met haar rijke verleden.”

Elegant
De werkruimte van Uniquole in het Bezuidenhout, gonst van energie. Ideeën worden uitgewisseld met een enorm enthousiasme. Uitgenodigd zijn tassenontwerper Hester van Eeghen en meubelmaker Frida van der Poel. Beiden doen mee aan Masterly The Hague. Van Eeghen en Van der Poel kregen van Uniquole twee portretten toegewezen van kunstschilder Johannes Verkolje (1650 – 1693), die afkomstig zijn uit de Hoogsteder Museum Stichting. Ze worden samen met de nieuwe ontwerpen in het voormalige restaurant Royal aan het Lange Voorhout tentoongesteld.
Verkolje stond bekend om zijn elegante stijl en de manier waarop hij stoffen kon afbeelden. Het jonge echtpaar Van Bleijswijk uit Delft, dat op de schilderijen is afgebeeld, is gekleed om naar een bal te gaan. Abraham van Bleijswijk draagt een blauw met goud gedessineerde Japanse kimono met daaronder een zilver glanzend vestje. Zijn vrouw heeft een zijden japon in roodbruine tinten aan, er ligt een sjaal van changeant over haar schoot gedrapeerd. “Die mensen gaan voor je leven,” zegt van Eeghen. “Je ziet waarom ze die kleding hebben aangetrokken: ze moeten naar een feest.”  
Hester van Eeghen heeft twee winkels in de Hartenstraat in Amsterdam. Ze ontwerpt sinds 1987 leren tassen en schoenen die een heel eigen en herkenbare stijl hebben door de sprekende kleuren en bijzondere vormgeving. Haar tassen hebben vaak geometrische vormen, ook de binnenkant is met verschillende kleuren prachtig afgewerkt. Alles wordt in Italiaanse ateliers met de hand en in een gelimiteerde oplage gemaakt en wereldwijd verkocht. De kleine driehoekige tas die ze ontwierp voor Masterly The Hague heeft de kleuren van de japon van Johanna van Bleijswijk en een sluiting van messing. De tas oogt heel modern maar zou zeker niet misstaan aan de pols van de rijke dame op het schilderij.
Een extraatje van haar hand is dat zaterdag 21 september om 11 uur de ‘Hester van Eeghen Leather Design Prijs’ aan een jonge ontwerper uitgereikt wordt. Een prijs die ze heeft ingesteld om het leervak in Nederland te promoten. De prijs houdt onder andere in dat de tas van de winnaar in productie genomen wordt.

Streng
“Frida van der Poel is een voorbeeld van een kunstenaar die al heel lang mooi werk maakt en daar goed van kan leven, maar meer aandacht verdient. Als je vijfduizend kasten naast elkaar zet, dan haal je die van haar er onmiddellijk uit,” zegt Nicole Uniquole. “Het is de compositie en de lijnvoering die bijna dansend is,” voegt van Eeghen er aan toe.
In opdracht van Uniquole ontwierp Van der Poel een kaptafel voor het echtpaar Bleijswijk, die tussen hun portretten in komt te staan. “Mijn kaptafel moest in een boudoirachtige omgeving passen. Ik zag onmiddellijk voor me dat ze naar een diner of bal moesten, maar er eigenlijk geen zin in hadden. Er zit ook een schrijfgedeelte aan de tafel, waar in mijn verbeelding nog zojuist een briefje geschreven is door Abraham van Bleiswijk.”
Het werk van Frida van der Poel is sinds 1991 te vinden in Galerie Zône in Leiden. De houtsoort die ze voor de kaptafel gebruikte, is van de zilveresdoorn, hout met een blauwachtige waas en zilveren nerven. Kleuren die perfect bij de kleding van de man passen. De tafel lijkt weggehaald uit het sprookje ‘Alice in Wonderland’. Door de lichte knik in de poten lijkt het of hij zo weg kan lopen. Hier en daar zit een speels laatje en er zit natuurlijk een spiegel op. “Ik houd van beweging in mijn meubels, ze zijn vaak asymmetrisch en soms zijn de poten niet recht, maar alles is wel gewoon functioneel en doet het goed in het dagelijkse gebruik. Het is tenslotte een echt meubel,” zegt ze.
Er wordt nog even hartelijk gelachen om de vraag of de ontwerpers gedurende het weekend in de buurt van hun werk rondlopen. “Róndlopen?! Nicole is heel erg streng, je mag echt niet van je plaats weg. Als iemand even iets gaat eten, verschiet ze al van kleur. Je zult maar net een belangrijke deal missen! Eten moet voor elf uur of na zes uur, en dat vier dagen lang!” zegt Van Eeghen. “Het is juist zo bijzonder dat de ontwerpers er zijn en over hun werk vertellen.”


Foto:



  Vrij zijn door naaktheid te tonen Artikel Den Haag Centraal van 3 september 2020 Zes studenten van de afdeling Textiel & Mode van de H...