donderdag 27 augustus 2020

Danser uit Senegal schildert met passie

Artikel in weekkrant Den Haag Centraal van 27 augustus

De Senegalese choreograaf, danser en beeldend kunstenaar Alioune Diagne kan niet kiezen: dansen of schilderen. Hij maakt expressieve schilderijen met felle kleuren.


Bij lijstenmaker Rob Schippers in de Kazernestraat is een kleine maar bijzondere tentoonstelling te zien, gemaakt door choreograaf, danser en beeldend kunstenaar Alioune Diagne (1982). Het werk doet denken aan het explosieve werk van Jean-Michel Basquiat (1960-1988), een bekende Afro-Amerikaanse schilder die destijds in New York woonde en werkte. Diagne schildert en tekent met een vergelijkbare expressie.

In 2018 maakt hij een serie met indringende portretten van Senegalese soldaten, ‘Les Tirailleurs’, rekruten uit de toenmalige Franse koloniën die meevochten in de tweede wereldoorlog. Het is een zwarte bladzijde uit de Senegalese geschiedenis waar wereldwijd weinig over bekend is. Bij thuiskomst in Senegal werden de soldaten in afwachting van hun soldij in het militaire kamp Thiaroy ondergebracht. Vanwege de barre omstandigheden en de verlaging van hun beloning kwamen zij in opstand tegen de Franse legerleiding, die vervolgens besloot het kamp met behulp van tanks te beschieten. Veel soldaten kwamen daarbij om. Diagne geeft hun gezichten angstig en vervormd weer, met opengesperde monden en verwilderde blikken. Hij zet met deze serie in één keer zijn naam als beeldend kunstenaar op de kaart. Vanaf die tijd ondertekent hij zijn werk met ‘Lune’.

 

Sleutelfiguur

De omzwervingen van Alioune Diagne, geboren in Saint-Louis, zijn lastig in kaart te brengen. Uiteindelijk kwam hij in 2017 terecht in Kampen, waar hij nu woont met zijn Nederlandse vrouw Maaike Cotterink en hun twee kinderen.


Diagne was al heel jong gefascineerd door alles wat met dans te maken had, maar de keuze tussen dans en beeldende kunst vond hij altijd al moeilijk. Op zijn middelbare school repeteerde na schooltijd een groepje dansers, hij zeurde net zo lang totdat hij mee mocht doen. Al heel jong vertrok hij naar Dakar om naar de kunstacademie te gaan, maar het dansen bleef toch ook aan hem trekken. Hij kreeg de kans om een danstraining te doen in Burkina Faso, een West-Afrikaanse republiek. In 2008 richtte hij zijn eigen dansgroep op waarmee hij de wereld rond toerde. In West-Afrika werd hij al snel bekend als een van de opkomende sleutelfiguren van de hedendaagse danssector. In Nederland danste Diagne in 2011 de solovoorstelling ‘Flora’ van choreograaf Kenzo Kusuda. In 2015 maakte hij de voorstelling ‘Siki’ in samenwerking met het Korzo-Theater; daarbij werd hij ondersteund door Gemeente Den Haag.

 

‘Op Hoop van Zegen’

Diagne ontmoette zijn Nederlandse vrouw tijdens een festival in Saint-Louis. Zij werkte er aan een Senegalese versie van de theaterklassieker ‘Op Hoop van Zegen’, geproduceerd door Theatre Embassy, een stichting die culturele projecten en uitwisselingen over de hele wereld organiseerde. De Haagse Henk Oonk (1945), was er ook, hij was toen voorzitter van de stichting. De drie bleven contact houden. Pas veel later zag Oonk de tekeningen en schilderijen van Diagne. Hij was direct onder de indruk en bracht hem in contact met lijstenmaker Rob Schippers, waar Diagne nu exposeert. Op de vraag aan Oonk of Diagne nu danser of schilder is, antwoordt hij: “Alioune doet altijd alles met veel passie. Hij stort zich ergens op en gooit zich er dan voor de volle honderd procent in.”

Pas toen Alioune Diagne drie jaar geleden in Kampen terecht kwam, ging hij weer meer schilderen, en met succes. Zijn werk is kleurrijk en spat van het doek. Tropische geuren en temperaturen lijken met kracht de ruimte in geslingerd te worden. Als drager gebruikt hij alles wat voorhanden is: oude kranten, behang of door hemzelf bewerkte lakens. De verf is af en toe verwerkt tot een soort papier-maché.


In zijn woonplaats Kampen is op dit moment een opvallend project gerealiseerd. Zevenentwintig woningen aan de Koning Abelsingel zijn tijdelijk in een openbare kunstgalerie veranderd. Diagne en zijn vrouw vroegen hun buren wat hen troost bood tijdens de coronacrisis en hoe ze de toekomst zien. De antwoorden daarop vertaalde Diagne naar het doek. Het werk wordt een maand lang achter de grote ramen van de woningen tentoongesteld.

In november komt alles eindelijk samen en gaat een nieuwe dansvoorstelling in première over het vaderschap, ook de schilderijen van Diagne spelen een belangrijke rol.

 

Alioune Diagne, ‘Lune’, bij lijstenmaker Rob Schippers, Kazernestraat 114a. Tot dinsdag 1 december. Meer informatie www.schipperslijsten.nl

woensdag 5 augustus 2020

Het onverwachte inspireert

Artikel Pulchriblad augustus 2020

Aus Greidanus had net zo goed schilder kunnen worden. Hij vindt dat je als regisseur met dezelfde begrippen te maken hebt.

Alsof je een sprookjesboek openslaat. Dat gevoel overvalt je als je bij acteur/regisseur Aus Greidanus senior (1950) op bezoek gaat. Drie jaar geleden verhuisde hij vanuit Den Haag naar het dorpje Holysloot, even boven Amsterdam. Smalle paden waarop je moet uitwijken voor tegenliggers voeren door uitgestrekte weilanden met grazende schapen en rondscharrelende eenden naar de boerderij waar hij woont, samen met actrice Saskia Mees. “Ik ken hier iedereen,” zegt hij. “Dat is iets anders dan wanneer je in de stad leeft en iedereen joú kent.” Het is een van de redenen waarom hij naar het platteland verhuisde: de anonimiteit en de weldadige rust.


Wat niet iedereen weet is dat Greidanus naast het acteren ook schildert en tekent. In december 2020 exposeert hij in de Klinkenbergzalen I en II van Pulchri Studio.

“Het begon ooit met affiches voor Toneelgroep de Appel die daarvóór altijd door Jan Bons gemaakt werden. Ze waren prachtig, maar toen de subsidie minder werd en we moesten bezuinigen, ben ik ze zelf gaan maken. Het was in de periode dat ik Erik Vos opvolgde als artistiek leider van het Appeltheater. In die zin pakte het ook wel goed uit omdat ik een heel andere kant op ging en de affiches ook in een heel andere stijl waren.”

Van de affiches bestaan geen originele exemplaren omdat Greidanus ze op de computer maakte. Ze zijn er alleen nog in aparte gedeeltes die hij eerst afzonderlijk schilderde en later samengevoegde. Op foto’s ervan is te zien dat hij zijn eigen stijl toen al gevonden had, verwant aan die van kunstschilders Corneille en Lucebert.

 

Hondenmasker

“De manier waarop ik schilder, bestaat uit twee werelden. Ik wilde weten hoe de oude schilders met olieverf werkten, laag over laag, dus dat ben ik op paneel gaan uitproberen. Ik gebruik ook wel gladde, uit zee aangespoelde stukken hout. Daarnaast werk ik op papier met verschillende technieken door elkaar: waterverf, gouache en krijt, dat werk is veel minder realistisch.”

Zijn tekeningen doen denken aan theaterscenes: twee vrolijke dames die op hoge stoeltjes met elkaar converseren, een vrouw die praat met een hondenmasker op een stokje. Het plezier straalt er van af. Greidanus laat een olieverfschilderij zien dat hij maakte toen hij nog op de toneelschool zat, zijn oudste schilderij. Ook dit is typisch een toneelscène: een vrouw in een donker bos met een knuffelbeer in haar hand, ze leunt op een stok, donker water weerspiegelt haar gestalte. Er is ruimte voor de toeschouwer om zelf in te vullen wat er gebeurt. Op een ander werk praat een vrouw met een vogel. Ze zit op een muurtje, haar voet bengelt in het water. De stijl van Greidanus is niet geschoold, maar daardoor ook niet belemmerd door opgelegde regels.

“Als ik me erin had verdiept zou mijn talent als schilder wellicht naar boven gekomen zijn, eerder nog dan het acteren. Ik was heel springerig. Omdat mijn vader in de theaterwereld zat, kwam ik daar al vroeg mee in aanraking, het schilderen bleef een hobby. Maar spijt heb ik nooit gehad. Je hebt als regisseur eigenlijk toch met dezelfde zaken te maken: contrasten, de vlakverdeling, kleurschakeringen, leugen en waarheid, het figuratieve of non-figuratieve, je kunt die begrippen zo verplaatsen naar mis-en-scènes.”

Nachtwacht

“Mijn stelling is dat het onverwachte of niet-kloppende inspireert. Net als in het theater.” Op dat moment kijkt hij naar de vloer en zegt: “Hè … wat is dat nou?” Door de indringende intonatie lijkt het werkelijk even alsof er een enorm beest over de vloer van de kamer kruipt, maar het is de acteur Greidanus die wil laten zien dat het opvalt als je in een gesprek opeens iets anders doet dan verwacht.

“Dat is precies wat kunstenaars doen. Ze zorgen ervoor dat er iets niet klopt. Daar ga je dan over nadenken. Dat moet het doel van een kunstenaar zijn, zowel in taal als in beeld. Goede voorbeelden daarvan zijn Van Gogh en Picasso. Ze laten de toeschouwer op een andere manier naar de werkelijkheid kijken. Het gekke is, op het moment dat het publiek dat gaat begrijpen, ben je het eigenlijk alweer kwijt.”

Greidanus noemt Rembrandt. “De Nachtwacht. Om een groep mensen zó te schilderen. De overdreven belichting, zo’n meisje dat er opeens tussen staat, dat onverwachte! Het is zó levendig. Maar voor mij is Picasso toch wel het ultieme voorbeeld. In het begin laat hij zien dat hij prachtig realistisch kan schilderen en dan gaat hij opeens een vrouwenportret met twee ogen aan dezelfde kant maken. Neem de Guernica, hij raakt daarin de essentie van de waanzin en de gruwel van de oorlog. Als je dat met gewone ogen schildert dan kan je het niet vangen. Het is nu zoveel meer geworden.”

Aus Greidanus is ook een groot bewonderaar van de gebroeders Van Eijck. “Daar is het weer als het ware de bevrediging van de behoefte aan schoonheid en perfectie. Het zijn ook de kleuren, de naïeve kant, de verstilling, daar heb ik wel iets mee. Als stroming vind ik de Dada heel inspirerend. Ik vind het één van de meest intrigerende kunstvormen, ook als theatermaker. Het is een unieke manier om anders naar iets te kijken.”

 Postbode

Het zijn periodes dat Greidanus schildert, niet elke dag. Voor olieverf moet je rust hebben, vindt hij. “Tekenen gaan sneller. Als je iets hebt gezien of een emotie hebt, kun je dat direct op het papier gooien, dat is een kortere weg tussen mijn verbeelding en de tekening. Het is soms wel moeilijk om alle creatieve schoteltjes in de lucht te houden, ik heb ook nog mijn andere werk. Vroeger toen ik die grote marathonvoorstellingen deed, kon ik ook wel ‘s nacht gaan schilderen als ik geïnspireerd raakte door een tekst. Toen ik bezig was met Tantalus heb ik een hele serie over Helena gemaakt.”

Greidanus zit middenin de opnames van een nieuwe tv-serie met de titel ‘Swanenburg’, die naar verwachting aan het einde van dit jaar op NPO1 wordt uitgezonden en waarin hij de directeur van een groot bedrijf speelt die op een bijzonder manier aan zijn einde komt. Hij vertelt erover en kijkt door het raam naar buiten waar je in de verte de vlakke horizon ziet met daarboven een dreigende lucht. De postbode die voor het huis stopt, steekt amicaal zijn hand op en stapt uit zijn auto om een pakje af te leveren. Het zou zomaar het begin van een spannende serie kunnen zijn. Of misschien een schilderij.

 Aus Greidanus, van 28 novmber t/m 4 januari in Klinkenbergzalen I en II


Het Pulchri-virus is onuitroeibaar

 Column Pulchriblad augustus 2020

En opeens is Pulchri dicht. Dat is erg, maar zeker zo erg is het, dat ook de sociëteit sluit. Het gemis is groot. Zo groot dat een aantal vaste bezoekers hun heil ergens anders zoekt. Terrassen door heel Den Haag staan er verlaten bij, de lege stoelen lijken in alle haast verlaten. Gewapend met een thermosfles waar koffie maar ook wijn in kan, worden verschillende terrassen ‘gekraakt’. Naarmate meer eenzame Pulchrileden langslopen, worden de plekken strategisch gekozen. De een wandelt met een ijsje, de ander met zijn vriendin of met een mondkapje. Als uiteindelijk ook alle stoelen verdwijnen, worden campingstoeltje aangeschaft. De koffie en wijnbijeenkomsten worden steeds gezelliger, met koekjes en zoutjes. Zelfs slecht weer vormt geen beletsel: een dikke jas aan, de handen warmend aan de koffiemok. We gaan de hangjongeren steeds beter begrijpen.


Maar dan komt de grote dag: de sociëteit gaat weer open! Er ontstaat een run op de reserveringen, want dat is verplicht. Er kunnen maar dertig mensen tegelijk naar binnen en vol is vol.

Vol verwachting melden wij ons bij de deur van Pulchri Studio, die al uitnodigend open staat. Het scheelt niet veel of de tranen springen ons in de ogen. Er is zelfs een welkomstcomité. Achter een scherm, dat wel, en met de bedoeling ons te wijzen op de handenontsmetter. De voorzitter ziet erop toe dat je bent aangemeld. Al wat minder enthousiast lopen we door. Nogmaals moeten we de handen ontsmetten en we worden streng ondervraagd door de museumcatering die ons naar binnen begeleidt, volgens een met rode pijlen aangegeven route. Nee, we zijn niet ziek en anders zouden we dat toch niet zeggen. Twee aan twee worden we aan tafeltjes gezet. De afstand met het buurtafeltje is zo groot, dat je minstens een megafoon nodig hebt om een woord te kunnen wisselen. Bij een poging tot opstaan wordt je direct streng toegesproken. Op een ander stoeltje gaan zitten, is verboden, want dan moet het eerst weer ontsmet worden. Blijven staan kan ook niet, want dan vorm je een gevaar voor de medemens. Als ik om me heen kijk, zie ik treurige blikken door de ruimte dwalen. Gesprekken verstommen. Je zit hier niet voor je plezier.

Gelukkig is het in de weken daarna mooi weer en de tuin van Pulchri wordt een toevluchtsoord. Het coronavirus verwaait daar in de wind. Inmiddels zijn binnen ook de scherpe randjes er vanaf.

 



  Vrij zijn door naaktheid te tonen Artikel Den Haag Centraal van 3 september 2020 Zes studenten van de afdeling Textiel & Mode van de H...