donderdag 23 april 2020


Spijkerbroeken met wijde pijpen, couture op Noordeinde
Artikel Den Haag Centraal van 23 april 2019

De hofstad speelt al lang een toonaangevende rol in de mode. In deze vierdelige serie wordt telkens een andere periode uitgelicht en voorzien van commentaar van Haagse modeliefhebbers. Jaren zestig en zeventig.

Couture raakt uit de mode. De hippiebeweging komt op met gebleekte spijkerbroeken en fladderjurken met bloemenprints. Er ontstaat een duidelijk verschil tussen ouderen en jongeren.

tekening Maarten van Dreven
 Het modebeeld in Den Haag verandert drastisch in de jaren zestig en zeventig. Het arbeidsloon stijgt en daardoor wordt het steeds duurder om echte couture aan te schaffen. Er wordt minder kleding van ontwerpers gekocht, de traditionele modehuizen in de residentie krijgen het zwaar en sluiten hun deuren. Een andere oorzaak is het ontstaan van een jongerencultuur. De jeugd vindt couture truttig, ze hebben hun eigen mode en zetten zich af tegen de oudere garde. Ook couturiers kijken naar mode van de straat, en introduceren prêt-à-porter mode, confectie die meteen gedragen kan worden. Hippe mode komt niet meer uit Parijs, maar uit Londen waar de jonge ontwerpster Mary Quant een winkel opent aan King’s Road. Zij introduceert begin jaren zestig de minirok en de hotpants die vrolijke kleuren hebben en gecombineerd worden met bontgekleurde panty’s. Het beroemde graatmagere model ‘Twiggy’ met superkort haar en zwaar opgemaakte ogen is het mode-icoon van de jeugd.

Haagse chic
In Den Haag rond het Noordeinde, dicht bij het paleis, blijft ondanks de roerige jaren toch
een aantal couturiers voortbestaan, tenslotte is Den Haag de hofstad. Frans Hoogendoorn, de ontwerper van elegante kleding, wordt sterk beïnvloed door de Parijse mode. Zijn salon, een bekende en stijlvolle locatie, is tot 2014 gevestigd in de Molenstraat. Vandaag de dag ontwerpt hij nog steeds vanuit zijn atelier. Zijn ontwerpen zijn tijdloos met veel grafische prints in zwartwit, jassen met een pied-de-coq motief en avondjurken met polkadots en frivole strikken. Kenmerkend voor zijn stijl zijn de felle kleuren en sterke contrasten, zoals paars met gele, of groen met roze ensembles. Tot zijn klantenkring rekent hij prinsessen, hofdames en ambassadeursvrouwen. Hij ontwierp onder meer de trouwjurk van prinses Margarita. Haar moeder Irene en koningin Máxima dragen Hoogendoorn’s creaties nog regelmatig.
Nicole Uniquole, tentoonstellingsmaker uit Den Haag, is onder andere curator van het
Nederlands designpaviljoen voor de jaarlijkse Salone del Mobile in Milaan, ze organiseert al twee jaar Masterly the Hague, samen met kunsthandelaar Willem Jan Hoogsteder. In 2018 was ze betrokken bij de tentoonstelling van Frans Hoogendoorn in het Kunstmuseum.
“Ik ben dol op zijn kleding en draag vaak creaties van hem. Hij is de couturier van de chique, typisch Haagse dame. In Parijs zoekt hij de mooiste stoffen uit om te gebruiken. Hij kijkt heel goed naar de vrouw die hij moet kleden, dat is een vak apart, en combineert dat dan met grote bijous en felgekleurde handschoenen.”

Milanees straatbeeld
Uniquole heeft een scherp oordeel over het Haagse straatbeeld. “Met mode maak je een statement, in Den Haag ontbreekt het daar nog wel eens aan. Normaal werk ik veel in Milaan, helaas nu even niet, maar ik word daar altijd heel gelukkig van. De vrouwen op straat zijn prachtig gekleed en lopen op hoge hakken, afgewisseld met sneakers uit de meegenomen tas. Maar vooral de heren zien er fantastisch uit met elke dag een andere outfit, mooie sjaaltjes en pochetten en natuurlijk prachtige Italiaanse schoenen. Het straalt iets uit, je wordt anders behandeld, daarom ben ik er zo graag. Jeans zie je bijna niet in het Milanese straatbeeld, met een spijkerbroek wordt je in Italië zakelijk gezien niet serieus genomen.
Zelf houdt Uniquole niet echt van winkelen. Iets wat je niet zou verwachten omdat ze een zeer uitgesproken kledingstijl heeft. Bij onze ontmoeting draagt ze een lange kleurrijke jurk met grafische patronen. Daaronder sneakers, maar dan wel zilverkleurige van Karl Lagerfeld. Haar kapsel is een bob met een volle pony en op haar neus staat een vlinderbril. “Ik houd ervan om niet doorsnee te zijn, dat heb ik altijd al gehad. Mijn redding was dat ik mijzelf een paar jaar geleden een styliste cadeau heb gedaan, zij koopt al mijn kleren. Natuurlijk overleggen we, maar eigenlijk is het altijd goed en voor mij is het een uitkomst!”
Andere bekende Haagse couturiers die zich in de jaren zeventig rond het Noordeinde vestigen, zijn Gérard Brussé en Ernst Jan Beeuwkes. Een Haags fenomeen is Koos van den Akker die vooral in Amerika bekend wordt. Hij vertrekt in 1968 met een naaimachine en een paar dollar op zak naar New York om daar naam te maken en maakt creaties voor beroemdheden als Cher, Liz Taylor, Bette Midler. In de jaren tachtig worden zijn kleurrijke truien op televisie gedragen door acteur Bill Cosby. De Haagse Maarten van Dreven (1941 – 2001) werd samen met partner Jurjen de Haan bekend als kunstenaar. Van Drevens achtergrond als modeontwerper is altijd zichtbaar gebleven in zijn kleurige schilderijen. Het Kunstmuseum bezit een collectie met zestien potloodtekeningen van zijn modeontwerpen.

Hippies
Van een heel andere orde is de mode die aan het einde van de zestiger jaren door Haagse jongeren gedragen wordt. Ze willen zich onderscheiden van hun ouders en hebben spijkerbroeken die ze zelf in zee en zon opbleken, of kopen hun kleding tweedehands. De hippiemode komt overgewaaid uit Amerika. Een verzameling van diverse stijlen en opvallende accessoires, zoals lange jurken van dunne stoffen met bloemenprints, cowboylaarzen, kralenkettingen met symbolen van vrede, ronde zonnebrillen en haarbanden. De geborduurde Afghaanse jas is - ondanks de vieze lucht die hij verspreidt bij het nat worden - helemaal in. Zowel door meisjes als jongens worden de los gedragen haren steeds langer, jonge mannen hebben vaak een baard. De film ‘Hair’ uit 1979, gemaakt naar de musical uit 1967, over hippie-idealen en ‘flowerpower’ is immens populair.
Vooral voor jongens zijn de veranderingen revolutionair. Het pak gaat de kast in, de hippe jonge man draagt een spijkerbroek met wijde pijpen die strak en heel laag op de heupen hangt, daarboven draagt hij een druk gedessineerd overhemd. De das lijkt voorgoed verbannen, alleen de brede kleurrijk dassen van Hagenaar Bob Lens, soms wel 20 cm breed en bedrukt met popart patronen, worden door de hippe Hagenaar nog gedragen.

Modeduo
Puck&Hans
Denk je aan Den Haag en mode in de zestiger en zeventiger jaren dan denk je aan Puck & Hans. In 1968 openen ze hun eerste winkel in de Prinsestraat. Nederlandse royalty’s, beroemde artiesten, modellen en DJ’s behoren tot hun klantenkring. Het modeduo ontstaat doordat Puck Kroon uit wanhoop kleding voor zichzelf gaat maken. “In Den Haag had je C&A en Peek & Cloppenburg, verder had je weinig. Het was allemaal zo saai,” zegt ze. “Eigenlijk was Den Haag veel meer een modestad dan Amsterdam omdat hier al die muziekband’s zaten. We kregen de vriendinnen van The Golden Earrings en zangeres Mariska Veres van Shocking Blue in onze winkel. De zangeres van Teach In won in 1975 het Eurovisie Songfestival met haar liedje ‘Ding A Dong’ in een jurk van ons.”
Het duo verkoopt hun eigen ontwerpen, maar ook kleding van Kenzo, Yamamoto, Jean-Paul Gaultier en Vivienne Westwood. Hun eigen ontwerpen zijn zo geliefd dat ze nooit voorraad hebben. Hans Kemmink  maakt de spectaculaire etalages die concurreren met die in Londen, Parijs en New York en elke vrijdagavond wordt er een discofeest georganiseerd. Het stel is bekend door hun handgeschilderde blouses en zijden stoffen, meegenomen van hun reizen naar India. De exotische stoffen zijn vaak het uitgangspunt van hun collectie. In 2017 is er een expositie in Museum Amsterdam met hun kleding en in 2019 wordt een documentaire over het flamboyante duo in de bioscopen gedraaid.

Leer
Carla V (Carla van der Vorst, 1947-2010) wordt bekend tot ver over de grenzen met haar leren ontwerpen. Ze begint met het verwerken van lapjes zeemleer in patchwork jassen die enorm aanslaan. Ook zij profiteert ervan dat Den Haag in de zestiger jaren dé popstad van Nederland is. Haar leren creaties met franjes en sierspijkers zijn erg gewild bij popartiesten en bands zoals Q65, The Sandy Coast, The Shoes, The Tee Set en Livin’Blues, later ook bij Anouk en Candy Dulfer. De beroemde Amerikaanse zangeres Diana Ross wordt regelmatig door Carla V in het leer gestoken, ze bestelt rond de zestig modellen bij haar. Het metallic blauw-leren pak dat Jerney Kaagman van de band Earth & Fire in 1979 draagt tijdens de vertolking van de hit ‘Weekend’ in een videoclip voor AVRO’s Toppop, staat nog steeds bij elke ‘oudere jongere’ op het netvlies gebrand en is in het museum van Beeld en Geluid in Hilversum te bekijken. Het modeatelier met coffeeshop van Carla V in de Frederikstraat is door Golden Earring-zanger Barry Hay tot Peppermint gedoopt en bestaat nog steeds als lunch- en ontbijtrestaurant.

Met dank voor de foto’s aan de modeafdeling van Kunstmuseum Den Haag

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier uw reactie achter.

  Savery, een meester in het observeren   Roelant Savery werd onder meer bekend met zijn schilderijen van de uitgestorven dodo. Met zijn b...