donderdag 21 februari 2019



‘Ik houd niet van beroemd zijn’
Erwin Olaf viert zijn zestigste verjaardag met een grote overzichtstentoonstelling in Den Haag. Er is goed te zien dat hij zich heeft ontwikkeld van een provocerend fotograaf tot een kunstenaar met verstild werk.

Door Margreet Hofland



Gemeentemuseum Den Haag en Fotomuseum Den Haag brengen met een dubbeltentoonstelling een eerbetoon aan fotograaf Erwin Olaf die dit jaar zestig wordt. Het is zijn grootste oeuvretentoonstelling tot nu toe.
“Ik houd niet van beroemd zijn”, zegt hij. En je gelooft hem direct. In spijkerjasje en blauw T-shirt zit hij ingeklemd tussen Benno Tempel, directeur Gemeentemuseum en Wim van Sinderen, conservator Fotomuseum. Zijn karakteristieke lichtblauwe ogen, die al vertrouwd zijn van de vele zelfportretten, staan vriendelijk. Ontwapenend en met een heel licht Amsterdams accent vertelt hij over hoe zijn loopbaan begon.
“Ik was voorbestemd om schrijvend journalist te worden maar tijdens mijn opleiding aan de School voor journalistiek kreeg ik van een docent een camera in handen gedrukt. Zo ontdekte ik mijn ware liefde.” Over het begin van zijn carrière zegt hij: “Niet iedere foto was goed, want als je het nog nooit gedaan hebt, fotografeer je behoorlijk kut.”
Zijn eerste fotoserie ‘Chessmen’ uit 1988 met het thema ‘macht’ sloeg in als een bom. De 32 zwartwit foto’s waren behoorlijk provocerend, met zichtbare geslachtsdelen, naakte kleine mensen en volle lichamen die met touwen waren ingesnoerd. Het werk deed, met modellen in leer en attributen als kettingen en bijlen, bijna middeleeuws aan. Vernieuwend was dat hij naast de prachtig geproportioneerde modellen ook kleine en dikke mensen liet poseren. Olaf ontving de Eerste Prijs voor Jonge Europese Fotografen voor de serie.
Rond 1990 maakte hij veel foto’s van het Amsterdamse nachtleven. “Ik was altijd al dol op nachtvlinders en mensen die afweken van de norm. Ik sleepte iedereen mijn studio in en ben ook erg geholpen door de nachtelijke gesprekken met Hans van Manen (choreograaf red.) die mij steeds inspireerde om door te gaan. De vraag: ‘wat is normaal’, houdt mij nog steeds bezig.” In 1995 maakte hij de serie ‘Mind of their own’ met verstandelijk gehandicapte modellen.
Het oudere werk van Olaf is te zien in het Fotomuseum, samen met een bijzondere collectie foto’s van fotografen die hem geïnspireerd hebben zoals Man Ray en Robert Mapplethorpe.

Royal blood
In 2000 maakte Erwin Olaf de serie ‘Royal blood’ waar hij voor het eerst experimenteerde met Photoshop. De foto’s zijn bijna helemaal wit met bloedrode
accenten en tonen (‘lookalikes’ van) belangrijke personen uit de geschiedenis samen met een voorwerp dat met hun gewelddadige dood te maken heeft. Julius Caesar met een mes in zijn rug, prinses Diana met de ster van een Mercedes in haar opengespleten bovenarm, Jacky Kennedy met bloedspetters op haar mooie witte hoedje. Gruwelijke maar adembenemend mooie foto’s.
In twee kabinetten van het Gemeentemuseum zijn foto’s van het Koninklijk Huis te zien die Olaf in opdracht van de Rijksvoorlichtingsdienst maakte. Op de vraag hoe het was om met het Koninklijk Huis samen te werken antwoordt hij simpelweg en heel diplomatiek met het woordje “Leuk.” En na een korte stilte: “Je moet mij als ik portretfoto’s maak, zien als een arts met een beroepsgeheim.” Om er later toch aan toe te voegen: “Het was hartstikke leuk, dat kun je ook wel zien denk ik. Ik was ‘on top of the waves’, maar ook degenen vóór de camera. Ik vind dat een kunstenaar heel goed in opdracht kan werken. Dat was dus nu het koninklijke gezin. Ik heb daarmee een ode aan de monarchie gebracht. Met name omdat ik vind dat de monarchie zo mooi de democratie kan verdedigen.”

Vlechtjes
In het Gemeentemuseum hangt het recente werk van Erwin Olaf, bestaande uit grote kleurenfoto’s en video-installaties. In zijn laatste werk zijn de theatrale, barokke ensceneringen verdwenen. Ze hebben plaats gemaakt voor breekbare sferische beelden met schilderachtig licht. Foto’s die tot in de kleinste details voorbereid zijn. Het kijken ernaar geeft hier en daar een ongemakkelijk gevoel door de onderliggende boodschap. ‘Berlin’ uit 2012 is de eerste serie uit een drieluik over steden. Een donkere reeks, onheilspellend. Een blond meisje met vlechtjes in zwarte kleding kijkt je aan met een duistere blik, een gehandschoend jongetje wijst met een veroordelend gebaar naar een donkere man in een korte broek. Hitleriaanse beelden. In ‘Shanghai’ onderzocht Olaf wat er met mensen gebeurt die in een hypermoderne metropool met 24 miljoen inwoners leven. ‘Palm Springs’ is de laatste van de serie en nu voor het eerst te zien.
“Palm Springs is een waanzinnig stadje dat zomaar in de woestijn neergekwakt is. Ik wilde iets maken vanuit een positieve energie en nu eens niet de chips etende of over Trump klagende figuren afbeelden. Ik gaf er een workshop en was onder de indruk van de diversiteit van de mensen daar. Er wordt hier goed gemixt qua seksualiteit en de liefde, dacht ik. Toen begon ik na te denken en begon het te stromen. Ik wilde die openheid combineren met de typische architectuur en het artificiële van het stadje.” Voor het eerst sinds lange tijd maakte hij weer een foto van twee mannen, ze staan met het voorhoofd tegen elkaar: ‘The Farewell’. Een teder moment, een wereld van verschil met zijn eerste foto’s waar de seks vanaf druipt.  
Plannen voor de toekomst heeft Erwin Olaf nog genoeg, ondanks zijn slechte gezondheid. In 1996 werd ontdekt dat hij leed aan longemfyseem. “Ik heb alles gedaan wat ik wilde, want ik was steeds bang dat ik opeens dood zou neervallen. Maar stoppen zal ik nooit, dat kan ik gewoon niet, ik ga door, al is het hijgend en piepend!”

‘Erwin Olaf’, Gemeentemuseum Den Haag en Fotomuseum Den Haag. T/m zondag 12 mei. Meer informatie www.gemeentemuseum.nl





Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier uw reactie achter.

Candid Camera gericht op Schevenings strand Artikel Den Haag Centraal van 4 juni 2020 Museum Panorama Mesdag brengt met de tentoonste...