vrijdag 15 februari 2019



Verwonderingen van een moderne oude meester
Het werk van Co Westerik emotioneert, verwondert en laat je glimlachen. Museum Boijmans van Beuningen brengt een hommage aan deze in 2018 overleden kunstenaar die ook in Den Haag zijn sporen achterliet.

Door Margreet Hofland voor Den Haag Centraal

Het is een vreemde gewaarwording om door het half onttakelde museum Boijmans van Beuningen te lopen. In mei gaat het museum voor zeven jaar dicht om grondig te worden verbouwd. De laatste drie tentoonstellingen zijn zojuist geopend. Eén daarvan is de overzichtstentoonstelling ‘Dagelijkse verwondering’ van de vorig jaar overleden kunstschilder Co Westerik (1924-2018).
De band met Westerik en Den Haag is altijd sterk geweest. Hij werd opgeleid aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten waar hij van 1958 tot 1971 docent modeltekenen was. Met Herman BerserikJan van HeelWillem Hussem en Jaap Nanninga was hij lid van de groep Verve, een groep met vooral figuratief werkende kunstenaars. Westerik maakte realistisch werk maar hij voegde er iets wezenlijks aan toe. Zijn wonderlijke blik op ogenschijnlijk alledaagse taferelen maken het bekijken van zijn schilderijen en tekeningen tot een bijzondere ervaring. De onderwerpen zijn de mens en de natuur, maar de voorstellingen tonen ook sterke emoties zoals spanning, verbazing en vaak een flinke dosis humor. Zijn schilderijen met de typische Westerik-stijl zijn altijd en overal onmiddellijk te herkennen en hebben een grote invloed gehad op de schilders om hem heen.
Nu het werk bij elkaar hangt is goed zichtbaar hoe Westerik als een volleerde oude meester zijn verf hanteerde. Gefascineerd door de Vlaamse Primitieven en de vroege Italiaanse Renaissancekunst werkte hij met onderschilderingen in ei-tempera en daaroverheen verschillende lagen olieverf, maar met een minder glad resultaat. Zijn werk laat ontelbare verschillende kleurschakeringen zien, onder de huid van de verf lijkt het hier en daar wel te borrelen.

Touwjespringen
In de tentoonstelling wordt ook aandacht besteed aan de monumentale muurschildering ‘Touwtjespringend meisje’ die op de zijgevel van het hoofdbureau van politie in Rotterdam geschilderd werd en daar tussen 1976 en 1988 een bijzonder herkenningspunt was. De schildering werd, ondanks veel protesten, vernietigd bij de sloop van het politiebureau.
Natuurlijk ontbreekt zijn bekendste werk ‘Snijden aan gras’ niet, het is geleend van het Stedelijk museum in Amsterdam. In 1966 begon Westerik aan deze serie. Op het schilderij is extreem ingezoomd op een vinger die zich aan een grasspriet snijdt. Reproducties van ‘Snijden aan gras’ hebben een tijdlang in treinen gehangen, maar werden verwijderd nadat mensen boze brieven naar de NS stuurden, omdat ze er aanstoot aan namen. Er is in de tentoonstelling ook een ander schilderij uit de serie te zien.
Het doet bijna fysiek pijn om naar het laatste schilderij ‘Liggende man met engel’ te kijken dat Westerik vorig jaar - vlak voor zijn dood – nog afmaakte. Hij schilderde zichzelf, stervend onder een helderblauwe hemel, zijn lichaam in een deerniswekkende houding. Het achterhoofd is naar de toeschouwer gekeerd met nog net zichtbaar een kwetsbaar oor. De typisch grote Westerik-hand met dikke aderen ligt machteloos tegen het bovenbeen geleund. Een witte engel strekt vanuit een wolk zijn armen naar hem uit. Het is prachtig geschilderd met schrale verf maar rijk van kleur, zoals alleen Co Westerik dat kon.
De expositie is verder aangevuld met aquarellen, tekeningen, prenten en persoonlijke dagboeken. Deze zes journalen, waarin Westerik het ontstaan van zijn werk bijhield, zijn voor het eerst te zien in het museum en zijn vanaf 9 februari ook gepubliceerd en te koop.

Co Westerik, ‘Dagelijkse verwondering’ t/m zondag 26 mei. Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam. Meer informatie www.boijmans.nl

2 opmerkingen:

Laat hier uw reactie achter.

Candid Camera gericht op Schevenings strand Artikel Den Haag Centraal van 4 juni 2020 Museum Panorama Mesdag brengt met de tentoonste...