donderdag 27 augustus 2020

Danser uit Senegal schildert met passie

Artikel in weekkrant Den Haag Centraal van 27 augustus

De Senegalese choreograaf, danser en beeldend kunstenaar Alioune Diagne kan niet kiezen: dansen of schilderen. Hij maakt expressieve schilderijen met felle kleuren.


Bij lijstenmaker Rob Schippers in de Kazernestraat is een kleine maar bijzondere tentoonstelling te zien, gemaakt door choreograaf, danser en beeldend kunstenaar Alioune Diagne (1982). Het werk doet denken aan het explosieve werk van Jean-Michel Basquiat (1960-1988), een bekende Afro-Amerikaanse schilder die destijds in New York woonde en werkte. Diagne schildert en tekent met een vergelijkbare expressie.

In 2018 maakt hij een serie met indringende portretten van Senegalese soldaten, ‘Les Tirailleurs’, rekruten uit de toenmalige Franse koloniën die meevochten in de tweede wereldoorlog. Het is een zwarte bladzijde uit de Senegalese geschiedenis waar wereldwijd weinig over bekend is. Bij thuiskomst in Senegal werden de soldaten in afwachting van hun soldij in het militaire kamp Thiaroy ondergebracht. Vanwege de barre omstandigheden en de verlaging van hun beloning kwamen zij in opstand tegen de Franse legerleiding, die vervolgens besloot het kamp met behulp van tanks te beschieten. Veel soldaten kwamen daarbij om. Diagne geeft hun gezichten angstig en vervormd weer, met opengesperde monden en verwilderde blikken. Hij zet met deze serie in één keer zijn naam als beeldend kunstenaar op de kaart. Vanaf die tijd ondertekent hij zijn werk met ‘Lune’.

 

Sleutelfiguur

De omzwervingen van Alioune Diagne, geboren in Saint-Louis, zijn lastig in kaart te brengen. Uiteindelijk kwam hij in 2017 terecht in Kampen, waar hij nu woont met zijn Nederlandse vrouw Maaike Cotterink en hun twee kinderen.


Diagne was al heel jong gefascineerd door alles wat met dans te maken had, maar de keuze tussen dans en beeldende kunst vond hij altijd al moeilijk. Op zijn middelbare school repeteerde na schooltijd een groepje dansers, hij zeurde net zo lang totdat hij mee mocht doen. Al heel jong vertrok hij naar Dakar om naar de kunstacademie te gaan, maar het dansen bleef toch ook aan hem trekken. Hij kreeg de kans om een danstraining te doen in Burkina Faso, een West-Afrikaanse republiek. In 2008 richtte hij zijn eigen dansgroep op waarmee hij de wereld rond toerde. In West-Afrika werd hij al snel bekend als een van de opkomende sleutelfiguren van de hedendaagse danssector. In Nederland danste Diagne in 2011 de solovoorstelling ‘Flora’ van choreograaf Kenzo Kusuda. In 2015 maakte hij de voorstelling ‘Siki’ in samenwerking met het Korzo-Theater; daarbij werd hij ondersteund door Gemeente Den Haag.

 

‘Op Hoop van Zegen’

Diagne ontmoette zijn Nederlandse vrouw tijdens een festival in Saint-Louis. Zij werkte er aan een Senegalese versie van de theaterklassieker ‘Op Hoop van Zegen’, geproduceerd door Theatre Embassy, een stichting die culturele projecten en uitwisselingen over de hele wereld organiseerde. De Haagse Henk Oonk (1945), was er ook, hij was toen voorzitter van de stichting. De drie bleven contact houden. Pas veel later zag Oonk de tekeningen en schilderijen van Diagne. Hij was direct onder de indruk en bracht hem in contact met lijstenmaker Rob Schippers, waar Diagne nu exposeert. Op de vraag aan Oonk of Diagne nu danser of schilder is, antwoordt hij: “Alioune doet altijd alles met veel passie. Hij stort zich ergens op en gooit zich er dan voor de volle honderd procent in.”

Pas toen Alioune Diagne drie jaar geleden in Kampen terecht kwam, ging hij weer meer schilderen, en met succes. Zijn werk is kleurrijk en spat van het doek. Tropische geuren en temperaturen lijken met kracht de ruimte in geslingerd te worden. Als drager gebruikt hij alles wat voorhanden is: oude kranten, behang of door hemzelf bewerkte lakens. De verf is af en toe verwerkt tot een soort papier-maché.


In zijn woonplaats Kampen is op dit moment een opvallend project gerealiseerd. Zevenentwintig woningen aan de Koning Abelsingel zijn tijdelijk in een openbare kunstgalerie veranderd. Diagne en zijn vrouw vroegen hun buren wat hen troost bood tijdens de coronacrisis en hoe ze de toekomst zien. De antwoorden daarop vertaalde Diagne naar het doek. Het werk wordt een maand lang achter de grote ramen van de woningen tentoongesteld.

In november komt alles eindelijk samen en gaat een nieuwe dansvoorstelling in première over het vaderschap, ook de schilderijen van Diagne spelen een belangrijke rol.

 

Alioune Diagne, ‘Lune’, bij lijstenmaker Rob Schippers, Kazernestraat 114a. Tot dinsdag 1 december. Meer informatie www.schipperslijsten.nl

woensdag 5 augustus 2020

Het onverwachte inspireert

Artikel Pulchriblad augustus 2020

Aus Greidanus had net zo goed schilder kunnen worden. Hij vindt dat je als regisseur met dezelfde begrippen te maken hebt.

Alsof je een sprookjesboek openslaat. Dat gevoel overvalt je als je bij acteur/regisseur Aus Greidanus senior (1950) op bezoek gaat. Drie jaar geleden verhuisde hij vanuit Den Haag naar het dorpje Holysloot, even boven Amsterdam. Smalle paden waarop je moet uitwijken voor tegenliggers voeren door uitgestrekte weilanden met grazende schapen en rondscharrelende eenden naar de boerderij waar hij woont, samen met actrice Saskia Mees. “Ik ken hier iedereen,” zegt hij. “Dat is iets anders dan wanneer je in de stad leeft en iedereen joú kent.” Het is een van de redenen waarom hij naar het platteland verhuisde: de anonimiteit en de weldadige rust.


Wat niet iedereen weet is dat Greidanus naast het acteren ook schildert en tekent. In december 2020 exposeert hij in de Klinkenbergzalen I en II van Pulchri Studio.

“Het begon ooit met affiches voor Toneelgroep de Appel die daarvóór altijd door Jan Bons gemaakt werden. Ze waren prachtig, maar toen de subsidie minder werd en we moesten bezuinigen, ben ik ze zelf gaan maken. Het was in de periode dat ik Erik Vos opvolgde als artistiek leider van het Appeltheater. In die zin pakte het ook wel goed uit omdat ik een heel andere kant op ging en de affiches ook in een heel andere stijl waren.”

Van de affiches bestaan geen originele exemplaren omdat Greidanus ze op de computer maakte. Ze zijn er alleen nog in aparte gedeeltes die hij eerst afzonderlijk schilderde en later samengevoegde. Op foto’s ervan is te zien dat hij zijn eigen stijl toen al gevonden had, verwant aan die van kunstschilders Corneille en Lucebert.

 

Hondenmasker

“De manier waarop ik schilder, bestaat uit twee werelden. Ik wilde weten hoe de oude schilders met olieverf werkten, laag over laag, dus dat ben ik op paneel gaan uitproberen. Ik gebruik ook wel gladde, uit zee aangespoelde stukken hout. Daarnaast werk ik op papier met verschillende technieken door elkaar: waterverf, gouache en krijt, dat werk is veel minder realistisch.”

Zijn tekeningen doen denken aan theaterscenes: twee vrolijke dames die op hoge stoeltjes met elkaar converseren, een vrouw die praat met een hondenmasker op een stokje. Het plezier straalt er van af. Greidanus laat een olieverfschilderij zien dat hij maakte toen hij nog op de toneelschool zat, zijn oudste schilderij. Ook dit is typisch een toneelscène: een vrouw in een donker bos met een knuffelbeer in haar hand, ze leunt op een stok, donker water weerspiegelt haar gestalte. Er is ruimte voor de toeschouwer om zelf in te vullen wat er gebeurt. Op een ander werk praat een vrouw met een vogel. Ze zit op een muurtje, haar voet bengelt in het water. De stijl van Greidanus is niet geschoold, maar daardoor ook niet belemmerd door opgelegde regels.

“Als ik me erin had verdiept zou mijn talent als schilder wellicht naar boven gekomen zijn, eerder nog dan het acteren. Ik was heel springerig. Omdat mijn vader in de theaterwereld zat, kwam ik daar al vroeg mee in aanraking, het schilderen bleef een hobby. Maar spijt heb ik nooit gehad. Je hebt als regisseur eigenlijk toch met dezelfde zaken te maken: contrasten, de vlakverdeling, kleurschakeringen, leugen en waarheid, het figuratieve of non-figuratieve, je kunt die begrippen zo verplaatsen naar mis-en-scènes.”

Nachtwacht

“Mijn stelling is dat het onverwachte of niet-kloppende inspireert. Net als in het theater.” Op dat moment kijkt hij naar de vloer en zegt: “Hè … wat is dat nou?” Door de indringende intonatie lijkt het werkelijk even alsof er een enorm beest over de vloer van de kamer kruipt, maar het is de acteur Greidanus die wil laten zien dat het opvalt als je in een gesprek opeens iets anders doet dan verwacht.

“Dat is precies wat kunstenaars doen. Ze zorgen ervoor dat er iets niet klopt. Daar ga je dan over nadenken. Dat moet het doel van een kunstenaar zijn, zowel in taal als in beeld. Goede voorbeelden daarvan zijn Van Gogh en Picasso. Ze laten de toeschouwer op een andere manier naar de werkelijkheid kijken. Het gekke is, op het moment dat het publiek dat gaat begrijpen, ben je het eigenlijk alweer kwijt.”

Greidanus noemt Rembrandt. “De Nachtwacht. Om een groep mensen zó te schilderen. De overdreven belichting, zo’n meisje dat er opeens tussen staat, dat onverwachte! Het is zó levendig. Maar voor mij is Picasso toch wel het ultieme voorbeeld. In het begin laat hij zien dat hij prachtig realistisch kan schilderen en dan gaat hij opeens een vrouwenportret met twee ogen aan dezelfde kant maken. Neem de Guernica, hij raakt daarin de essentie van de waanzin en de gruwel van de oorlog. Als je dat met gewone ogen schildert dan kan je het niet vangen. Het is nu zoveel meer geworden.”

Aus Greidanus is ook een groot bewonderaar van de gebroeders Van Eijck. “Daar is het weer als het ware de bevrediging van de behoefte aan schoonheid en perfectie. Het zijn ook de kleuren, de naïeve kant, de verstilling, daar heb ik wel iets mee. Als stroming vind ik de Dada heel inspirerend. Ik vind het één van de meest intrigerende kunstvormen, ook als theatermaker. Het is een unieke manier om anders naar iets te kijken.”

 Postbode

Het zijn periodes dat Greidanus schildert, niet elke dag. Voor olieverf moet je rust hebben, vindt hij. “Tekenen gaan sneller. Als je iets hebt gezien of een emotie hebt, kun je dat direct op het papier gooien, dat is een kortere weg tussen mijn verbeelding en de tekening. Het is soms wel moeilijk om alle creatieve schoteltjes in de lucht te houden, ik heb ook nog mijn andere werk. Vroeger toen ik die grote marathonvoorstellingen deed, kon ik ook wel ‘s nacht gaan schilderen als ik geïnspireerd raakte door een tekst. Toen ik bezig was met Tantalus heb ik een hele serie over Helena gemaakt.”

Greidanus zit middenin de opnames van een nieuwe tv-serie met de titel ‘Swanenburg’, die naar verwachting aan het einde van dit jaar op NPO1 wordt uitgezonden en waarin hij de directeur van een groot bedrijf speelt die op een bijzonder manier aan zijn einde komt. Hij vertelt erover en kijkt door het raam naar buiten waar je in de verte de vlakke horizon ziet met daarboven een dreigende lucht. De postbode die voor het huis stopt, steekt amicaal zijn hand op en stapt uit zijn auto om een pakje af te leveren. Het zou zomaar het begin van een spannende serie kunnen zijn. Of misschien een schilderij.

 Aus Greidanus, van 28 novmber t/m 4 januari in Klinkenbergzalen I en II


Het Pulchri-virus is onuitroeibaar

 Column Pulchriblad augustus 2020

En opeens is Pulchri dicht. Dat is erg, maar zeker zo erg is het, dat ook de sociëteit sluit. Het gemis is groot. Zo groot dat een aantal vaste bezoekers hun heil ergens anders zoekt. Terrassen door heel Den Haag staan er verlaten bij, de lege stoelen lijken in alle haast verlaten. Gewapend met een thermosfles waar koffie maar ook wijn in kan, worden verschillende terrassen ‘gekraakt’. Naarmate meer eenzame Pulchrileden langslopen, worden de plekken strategisch gekozen. De een wandelt met een ijsje, de ander met zijn vriendin of met een mondkapje. Als uiteindelijk ook alle stoelen verdwijnen, worden campingstoeltje aangeschaft. De koffie en wijnbijeenkomsten worden steeds gezelliger, met koekjes en zoutjes. Zelfs slecht weer vormt geen beletsel: een dikke jas aan, de handen warmend aan de koffiemok. We gaan de hangjongeren steeds beter begrijpen.


Maar dan komt de grote dag: de sociëteit gaat weer open! Er ontstaat een run op de reserveringen, want dat is verplicht. Er kunnen maar dertig mensen tegelijk naar binnen en vol is vol.

Vol verwachting melden wij ons bij de deur van Pulchri Studio, die al uitnodigend open staat. Het scheelt niet veel of de tranen springen ons in de ogen. Er is zelfs een welkomstcomité. Achter een scherm, dat wel, en met de bedoeling ons te wijzen op de handenontsmetter. De voorzitter ziet erop toe dat je bent aangemeld. Al wat minder enthousiast lopen we door. Nogmaals moeten we de handen ontsmetten en we worden streng ondervraagd door de museumcatering die ons naar binnen begeleidt, volgens een met rode pijlen aangegeven route. Nee, we zijn niet ziek en anders zouden we dat toch niet zeggen. Twee aan twee worden we aan tafeltjes gezet. De afstand met het buurtafeltje is zo groot, dat je minstens een megafoon nodig hebt om een woord te kunnen wisselen. Bij een poging tot opstaan wordt je direct streng toegesproken. Op een ander stoeltje gaan zitten, is verboden, want dan moet het eerst weer ontsmet worden. Blijven staan kan ook niet, want dan vorm je een gevaar voor de medemens. Als ik om me heen kijk, zie ik treurige blikken door de ruimte dwalen. Gesprekken verstommen. Je zit hier niet voor je plezier.

Gelukkig is het in de weken daarna mooi weer en de tuin van Pulchri wordt een toevluchtsoord. Het coronavirus verwaait daar in de wind. Inmiddels zijn binnen ook de scherpe randjes er vanaf.

 



donderdag 23 juli 2020

Bionische mens in keramiek en beton

Artikel Den Haag Centraal van 23 juli 2020

Kunstenaar Jacob van der Beugel exposeert in museum Beelden aan Zee met werk dat een wetenschappelijke achtergrond heeft. Hij is ook verantwoordelijk voor ‘The DNA Room’ in Paleis Huis ten Bosch.



Af en toe kom je in de wereld van kunst en cultuur iets tegen waar je letterlijk en figuurlijk bij stil blijft staan. Dit is het geval met het werk van Jacob van der Beugel (1978) dat een diepe indruk achterlaat. Er gebeurt iets met je als je de moeite neemt om je erin te verdiepen. Je kunt het onmogelijk op een foto bekijken, je moet het beleven.
In museum Beelden aan Zee legt de kunstenaar de laatste hand aan het inrichten van zijn tentoonstelling ‘A Mutating Story’. Van der Beugel is een vriendelijke man met een bedachtzame uitstraling. Hij werd geboren in Londen uit Nederlandse ouders, studeerde kunstgeschiedenis aan de York University en zijn studio staat in Devon. Hij won diverse prijzen over de hele wereld, in Nederland is hij vooral bekend geworden met zijn werk ‘The DNA Room’ (2019) in Paleis Huis ten Bosch. Hij bekleedde de wanden van een kamer met een installatie die bestaat uit 60.000 keramische steentjes in verschillende oranjetinten. Het ritme van de steentjes - de manier waarop ze uit de wand komen - geeft fragmenten weer van het DNA van koning Willem-Alexander, koningin Máxima en kroonprinses Amalia. Het is eigenlijk een moderne benadering van een statieportret. Van der Beugel werkte voor deze installatie samen met geneticus Hans Clebers.
Op de tentoonstelling komen drie panelen te hangen met geheugen-DNA’s zoals in Paleis Huis ten Bosch. “Ik laat hiermee eigenlijk zien dat hoe meer je wilt focussen op wat een herinnering eigenlijk is, hoe meer je dat kwijtraakt. Dat zijn de witte steentjes. Een herinnering is meer dan biologisch en neurologisch en bestaat alleen omdat dat je hem naar de toekomst brengt. Een herinnering is toekomst, verleden en heden tegelijk,” verklaart Van der Beugel.

Menselijke cel
Jacob van der Beugel begon als pottenbakker en werkte samen met de bekende keramist Edmund de Waal. Later ging de wetenschap een steeds grotere rol in zijn werk spelen, hij wil kunst en wetenschap combineren.
In ‘A Mutating Story’ staan vier monumentale rechthoekige panelen centraal. De panelen zijn met de hand gemaakt en bestaan uit gewapend beton met daarin keramische elementen verwerkt. Elk stukje keramiek stelt een menselijke cel voor.
Van der Beugel wil de ontwikkeling van het menselijk leven laten zien en vooral de kwetsbaarheid ervan benadrukken. Hij toont hoe genetisch materiaal verandert bij het ouder worden. “In ‘Mutation 01’ laat ik het normale verloop van een menselijk leven zien,” legt hij uit. “Bij het ouder worden, komen steeds meer mankementen in beeld, je ziet steeds meer gemuteerde ‘cellen’ tot de dood intreedt. De kleuren veranderen van roze naar grijs. ‘Mutation 02’ laat zien hoe het verloop van een ziek persoon is, dan worden de mutaties een probleem, ze gaan een eigen leven leiden zoals bij kanker.”
De ‘slechte cellen’ in dit paneel zijn hier en daar brokkelig en gebroken, ondanks de treurige boodschap is het een prachtig ‘landschap’ van vormen en kleuren.



Virus
“Het derde paneel laat zien wat er gebeurt als we medicijnen gebruiken. De viruscellen worden ingesloten, maar sommige weten te ontsnappen. Interessant is dat toen ik dit maakte er nog geen corona was, maar zoals je ziet, lijken mijn viruscellen precies op het coronavirus.” De cellen zijn inderdaad als cirkeltjes afgebeeld, met spikkeltjes als een kroon eromheen. “En dan het laatste paneel, dat moet een toekomstig scenario voorstellen. Hier zijn de cellen bewapend. Ze zijn beschermd, maar ook de cellen zelf zijn veranderd, vierkant geworden. Zijn we hier nog wel menselijk?”
Van der Beugel maakte ook vier sculpturen die hetzelfde vertellen als de vier panelen, maar dan in een andere vorm. “Ze zijn meer lichamelijk,” zegt hij. In de beelden zijn DNAstrengen en - zenuwen te zien. Hij gebruikte hiervoor naast keramiek ook staal en plexiglas. In het laatste beeld verwerkte hij microchips om te laten zien dat de mens meer dan menselijk is geworden: de bionische mens.

‘A Mutating Story’, Jacob van der Beugel t/m februari 2021 in museum Beelden aan Zee . Meer informatie www.beeldenaanzee.nl

dinsdag 21 juli 2020

Kitesurfen met de kids

Artikel Den Haag Centraal van 16 juli 2020

De Kiteboardschool in Kijkduin organiseert speciale weken voor kinderen om het kitesurfen onder de knie te krijgen. Op dagen zonder wind gaan ze met board en peddel door de Haagse grachten.

Kitesurfen is een lifestyle. Zon en zee, surfpak, blote voeten, plank onder de arm. De boomlange eigenaar van de Kiteboardschool in Kijkduin, Roel Oude Avenhuis (34) past naadloos in het plaatje van gebruinde en gespierde kitesurfers. Lange gebleekte haren, felblauwe ogen, pet achterstevoren. Zijn bijnaam is ‘De Viking’. “Als je begint met kiten is je gewone leven voorbij,” zegt hij. “Een normale kantoorbaan is dan eigenlijk niet meer mogelijk, want áls er wind is, wil je het water op en wil je geen afspraken hebben. Een relatie hebben met een vriendin die niet kitesurft, is eigenlijk niet haalbaar.”
Zijn Kiteboardschool ligt aan het strand van Kijkduin achter strandslag 3, naast strandtent Hudson Beach. “Dit is eigenlijk de ideale plek. In Scheveningen, aan de Noordelijke kant van de haven tot aan het einde van het Zwarte Pad mogen geen lessen gegeven worden en op de Zandmotor is het soms heel erg druk. Dit stukje zee hier is rustig en prima geschikt om met beginners te oefenen. We gebruiken ook wel de lagune op de Zandmotor, maar als het er te druk wordt dan is het hier veiliger. Dat hangt ook van waterstand en windrichting af.”
Oude Avenhuis is geboren op Aruba, uit Hollandse ouders. Windsurfen deed hij al toen hij tien was. In 2012 kwam hij naar Nederland om voor een kiteboardschool te werken. “Ik dacht al direct: dat kan veel beter. Dus begon ik de Kiteboardschool hier op Kijkduin. Ik vond een kinderkarretje op straat dat ik ombouwde als fietskar en fietste elke dag van Scheveningen naar Kijkduin, met de spullen voor drie groepen in de kar. Nu staat hier een eigen bedrijf met een eigen strandtent.”

Kidscamp
Al drie jaar organiseert de Kiteboardschool in de zomervakantie een week voor kinderen die willen kitesurfen of het willen leren: het Kidscamp. Voor veel ouders die zelf willen kiten op hun vakanties, is het prettig als de kinderen er ook al iets van meekrijgen. Een introductiecursus kan eventueel samen met ouders.
“Vanaf het begin hebben we ons gericht op lessen met kinderen. De focus ligt op kitesurfing, vijf keer drieënhalf uur op zee, maar er zijn ook andere activiteiten zoals schieten met pijl en boog en ‘suppen’: ‘stand up paddle boarding’. Dat doen we als er geen wind staat, dan maken we een surftoer. De kinderen staan op een board en peddelen door de grachten van Den Haag, dat vinden ze superleuk.”
De Kidscamps zijn vanaf 8 jaar en er wordt alleen les gegeven door gecertificeerde instructeurs met ervaring en een extra licentie voor het lesgeven aan kinderen. Het mag van de International Kiteboarding Organization al eerder, maar dat wil Oude Avenhuis niet. “De kinderen hoeven geen ervaring te hebben, maar ze moeten natuurlijk wel een zwemdiploma hebben. Het Kidscamp is voor maximaal 25 kinderen, die worden dan voor de kitelessen in groepjes van vier of vijf verdeeld. Daarvóór oefenen ze eerst met Powerkites op het strand, dat zijn eigenlijk stuntvliegertjes, die je voorbereiden op het kitesurfen. Het gaat om de manier waarop je moet sturen. Er wordt les gegeven met speciaal ontworpen materiaal zoals bijvoorbeeld een kleinere kite van 2,8 meter en er zijn ook kinderwetsuites op maat.”

Kitevirus
“We merken dat heel veel ouders enthousiast zijn over de Kidscamps, maar wat is dan de volgende stap? Het is niet leuk om als dertienjarige les te krijgen met volwassenen en privélessen zijn best duur. Wij zijn nu een van de weinige scholen die speciaal voor kinderen de hele zomer lessen aanbieden op de woensdagmiddagen.”
De ogen van De Viking worden zo mogelijk nog blauwer als hij besluit: “De eerste keer dat je uit het water getrokken wordt, dat is magisch. Het moment dat je de kite instuurt - want je moet je kite insturen om vaart te krijgen - en op je board staat om je eerste meters te maken, dat is het moment dat het ‘kitevirus’ toeslaat. Dat is het mooiste gevoel van de wereld.”
Kidscamp bij Kiteboardschool in Kijkduin van 20 t/m 24 juli. Bij voldoende belangstelling ook andere data mogelijk. Voor meer informatie www.kiteboardschool.nl/kids-teens/

donderdag 9 juli 2020

Glas dat buigt, vervormt en spiegelt

Den Haag Centraaal 9 juli 2020

De beste glasbewerkers komen uit Tsjechië en Slowakije. Het oude ambacht is daar tot kunst verheven, nu als ‘Grandioos Glas’ te zien in museum Escher in het Paleis.


 ‘Naast de vaste collectie organiseren we in Escher in Het Paleis tijdelijke tentoonstellingen die aansluiten bij het werk van Escher,’ zegt Judith Kadee, conservator van museum Escher in Het Paleis. Deze keer is er een tentoonstelling met de naam ‘Grandioos Glas’ te zien, een verzameling van het mooiste optische glas uit de collectie van Stichting Modern Glas, in samenwerking met het Kunstmuseum Den Haag.

De zes deelnemende kunstenaars komen uit Tsjechië en Slowakije, waar men een lange glastraditie kent en waar het ambacht tot in de kleinste details geperfectioneerd is. Glas werd in het vroegere Tsjecho-Slowakije voornamelijk als materiaal gebruikt in toegepaste kunst, tot de Tsjechische kunstenaar Václav Cígler (1929) in 1965 de afdeling ‘Glas in architectuur’ oprichtte aan de kunstacademie in Bratislava. Er werden sculpturen van optisch glas gemaakt waarin licht en beweging een grote rol speelden.

‘De kracht van het optische glas is dat het als het ware reageert op de toeschouwer, je moet heel goed kijken om zien of het klopt wat je waarneemt. En dat is natuurlijk precies wat Escher in zijn werk ook deed,’ zegt Kadee.

 

Bladgoud

Optisch glas wordt meestal gebruikt voor spiegels, brillenglazen en lenzen, maar de Tsjechisch-Slowaakse kunstenaars gebruiken het materiaal om er spectaculaire kunstwerken mee te maken. De oppervlakken zijn spiegelglad geslepen, gelijmd, gesneden of uitgehold. Soms is er op ingenieuze wijze een voorwerp in verwerkt, hier en daar is er kleur in het glas verwerkt.

De tentoonstelling opent met een ronde bol van helder en geslepen glas - gemaakt door Miloš Balgavý - die de omgeving reflecteert en sterk op licht en beweging reageert. Het lijkt alsof de vorm verandert bij het langslopen. In dezelfde zaal hangt de beroemde litho uit 1935 van kunstenaar M.C. Escher: ‘Hand met spiegelende bol’, waarin de kunstenaar zelf is weerspiegeld.

Een prachtig object van goudkleurig glas, gemaakt door Lubomír Arzt draagt de naam ‘Champagne’. Door de holle vormen ontstaat een subtiel spel van licht en donker. ‘Arzt was een echte meester in het slijpen,’ zegt Judith Kadee. ‘vooral die rondingen zijn ontzettend moeilijk. Hij is als ambachtsman begonnen, pas later is hij ook eigen werk gaan maken.’

De mooie goudkleur zit ook in een gebogen glaswerk met de naam ‘Object’ van Pavol Hlôška, maar hier zijn stukjes bladgoud in verwerkt. Pas na heel goed kijken is te zien dat het glas is verzaagd en gelijmd. Tussen de naden is bladgoud aangebracht. In een ander werk van Hlôška met de naam ‘Box’ zijn in een onzichtbare holte twee Australische goudklompjes gelegd. Zijn beeld ‘Black Tower’ bestaat uit zwart glas en doet door de suggestie van een onmogelijk bouwwerk weer sterk aan het werk van Escher denken.

Soms is het moeilijk te zien hoe een werk gemaakt is. ‘Dat vind ik ook wel een beetje de magie van dit materiaal,’ zegt Kadee. ‘Ook het kwetsbare ervan is bijzonder. Wat ik ook erg leuk vind, is dat door de speelsheid en de beweging van de objecten deze tentoonstelling heel toegankelijk voor kinderen en jongeren is.’

 

‘Grandioos Glas’, optische glaskunst uit Tsjechië en Slowakije in museum Escher in het Paleis t/m 8 november. Meer informatie www.escherinhetpaleis.nl

 

 

 


vrijdag 3 juli 2020

 

Portretten met karakter

Artikel Den Haag Centraal 2 juli 2020

Hetty Looman laat met haar werk ouderwets vakmanschap zien. Haar portretten geven een eigenschap van het model weer.


Galerie 44 ligt aan de Molenstraat, midden in het Hofkwartier. Beeldhouwster Hetty Looman is bezig om er haar tentoonstelling in te richten die er inmiddels op woensdag-, vrijdag- en zaterdagmiddag te zien is. Een voor een haalt ze haar beeldjes als kleine schatten tevoorschijn, om daarbij telkens de naam van degene te noemen die ervoor geposeerd heeft en er een mooie plek voor te vinden. “Het zijn er veertig in totaal,” zegt ze.  

Bij elk beeldje hoort een verhaal. Soms is de persoon een dichter, of een door Den Haag dwalende fotograaf, maar er staan ook Afrikanen en Japanners tussen of mannen met een baard die iets van een Romeinse wijsgeer hebben. Het zijn allemaal persoonlijkheden met hun eigen gemoedsstemmingen, die vaak iets weemoedigs uitstralen.

Was en klei zijn robuuste materialen om mee te werken, maar de beeldjes hebben toch iets heel kwetsbaars. Het oppervlak is gevormd door honderden kleine aanrakingen. Looman maakt terracotta beeldjes met subtiele kleurverschillen, af en toe is er een in brons gegoten. Veel van de portretten hebben een bijzondere uitdrukking. Haar doel is om een karaktertrek van de persoon weer te geven.

Er staan drie kopjes op één sokkel, het is onmiskenbaar dezelfde persoon, maar ze hebben alle drie een heel andere sfeer. “Dit is mijn oudtante Hetty, een moeilijke dame die Alzheimer kreeg. Ze was een vileine dame. later kreeg ze door haar ziekte ook iets afwezigs, de derde is een jongere uitgave, die heeft nog iets onschuldigs.”

 

Gambia

Hetty Looman heeft nog een klassieke opleiding boetseren gevolg aan de Koninklijke Academie van Beeldende kunsten in Den Haag, daarna aan de Rijksakademie in Amsterdam. “Ik vind het nog steeds goed om eerst de basistechnieken te leren, daarna kun je er dan mee experimenteren. Ik heb ook nog een tijdje grote ijzeren beelden gemaakt, heel modern, maar dat was toch niet echt mijn ding.”

In 2018 organiseerde Looman een kunstreis naar Gambia om daar met een groep gelijkgestemden te gaan werken en er lessen te geven. “De Afrikaanse kleuren en vormen uit de natuur inspireren en geven nieuwe ideeën. Boetseerklei halen we ter plekke uit de grond of bij de lokale pottenbakker. De modellen komen uit het naburige dorp. Het was de bedoeling om dit jaar weer te gaan, maar nu met de coronacrisis is natuurlijk alles anders geworden. Misschien volgend voorjaar.”  Ze laat intussen een bronzen beeldje zien van een jongen uit Gambia, het haar is in strengen gedraaid en wijst alle kanten op. “Ik nam hiervoor speciale was mee die wat minder snel smelt. Bij terugkomst in Nederland is het in brons gegoten.” Zijn gezicht heeft een vrolijke uitdrukking. Hij vond het duidelijk leuk om te poseren.

 

Hetty Looman, ‘Kleine portretten’ van Hetty Looman, t/m 29 juli in Galerie 44, Molenstraat 44. Open woensdag, vrijdag en zaterdag, 13.00 tot 17.00 uur(gratis). Meer informatie: www.hettylooman.nl en www.denhaag.com/nl/galerie-44


  Savery, een meester in het observeren   Roelant Savery werd onder meer bekend met zijn schilderijen van de uitgestorven dodo. Met zijn b...