vrijdag 20 augustus 2021

 

VOORHOUT MONUMENTAAL

 Na zes jaar is in 2021 de traditie van een beeldententoonstelling op het Lange Voorhout in ere hersteld. Pulchri Studio en curator André van Lier geven samen ruimte aan twintig beeldhouwers om hun werk op het beroemde Haagse schelpenpad te exposeren. In een tiendelige serie worden steeds twee deelnemende beeldhouwers uitgelicht.

 DEEL 3 : Eppe de Haan en Loek Bos

 'Searching’ van Eppe de Haan

 Zoeken naar wat ontbreekt

 Beeldhouwer Eppe de Haan (71) exposeert op het Lange Voorhout met het beeld ‘Searching’ dat uit de serie ‘Unitas’ komt. “Dit beeld is een kantelpunt,” zegt hij. “Het centrale thema in mijn werk is ‘Unitas in Diversitate’, eenheid in verscheidenheid.



Ik breng samen wat de mens verbindt én wat hen scheidt. In de serie ‘Unitas’ verenig ik man en vrouw in één beeld.”

‘Searching’ groeit als het ware uit de sokkel. In het werk daarna krijgen de beelden van De Haan zelfs geen apart voetstuk meer, maar zijn ze uit één stuk marmer gehakt. Abstracte vormen gaan steeds meer een eigen rol spelen.

Het werk laat fragmenten van menselijke figuren zien, die zowel in het marmer verdwijnen als eruit lijken te komen. Op die manier blijft de toeschouwer zoeken naar dat wat verborgen blijft. De signatuur van De Haan, een kleine kubus, prijkt in het beeld ‘Searching’ hoog tussen twee ronde borsten. Het subtiele blokje roept altijd vragen op, maar de betekenis blijft mysterieus. “Er zijn al meerdere filosofieën op losgelaten,” zegt De Haan. “Iedereen bedenkt zijn eigen verhaal. Dat is juist het mooie ervan.”

 Carrara

De meeste beelden van Eppe de Haan zijn uit het witte statuario gehakt, een marmersoort die lijkt op vers gevallen sneeuw. Glinsterende kristallen weerkaatsen zilverig licht, in de dunnere gedeeltes is het nog net niet doorschijnend. Het marmer uit Carrara wordt van oudsher door beeldhouwers zelf uitvoerig beklopt en betast voordat het naar Pietrasanta - het bekende beeldhouwersstadje in Noord-Italië - vervoerd wordt om bewerkt te worden. De Haan heeft er al sinds 2001 een atelier om ontwerpen in was te maken die later uitgevoerd worden in brons, glas of marmer. Het hakken en polijsten doet hij bij Studio SEM, iets buiten het centrum. 

‘Searching’ heeft al op een aantal prominente plaatsen gestaan, het was het eerste beeld dat De Haan voor de openbare ruimte maakte. In 2014 stond het beeld op het centrale plein in Pietrasanta, het Piazza del Duomo, een eer die alleen voor de beste beeldhouwers uit het stadje is weggelegd. De verweerde deur van de Sant’Agostino was daar een volmaakte achtergrond voor het werk. In 2014 werd ‘Searching’ geëxposeerd in het Depot in Wageningen, als onderdeel van een solotentoonstelling van De Haan.

Van 27 juni tot en met 18 juli 2021 heeft Eppe de Haan een overzichtstentoonstelling in Pulchri Studio.

 

 

‘Caballo a la Pablo’ van Loek Bos

 Wanhopig paard op de vlucht

 Beeldhouwer Loek Bos is geen onbekende in het Haagse. Zijn beelden zijn herkenbaar, hebben vaak een boodschap en laten emoties zien. Ook een vleugje humor is hem niet vreemd. Als jonge beeldhouwer hield hij vast aan het maken van figuratieve beelden, terwijl bijna iedereen om hem heen abstract ging werken. Hij werd geïnspireerd door modern-klassieke beeldhouwers als Giacomo Manzù en Marino Marini. Iconische Haagse beelden van Loek Bos zijn het standbeeld van de voetballer Aad Mansfield bij het ADO stadion, de ‘Lantaarnopsteker’ in de Mallemolen en de ‘Indische Tantes’ op het Frederik Hendrikplein.



“Ik ben een echte figuratieve kunstenaar, ik weet dat ik dat goed kan,” zegt hij. “Het wordt vaak onderschat. Met vorm bezig zijn en daar streng in zijn, dat zou voor meer beeldhouwers belangrijker moeten zijn.”

Loek Bos maakt zijn beelden met was, op een geraamte van ijzerdraad, hout en piepschuim, om ze daarna in brons te laten gieten. “Elke centimeter van de huid is afgewogen, vaak afgestreken met een grove kam, een beetje op de manier van beeldhouwer Henri Moore. De textuur die dan ontstaat, is net als een vingerafdruk of een handschrift, maar als beeldhouwer moet je tegelijkertijd ook altijd in doorsnedes blijven denken. Alleen dan krijg je de juiste spanning.”

 Guernica

“Een jaar of tien geleden kwam ik op het idee om een serie kleine plastieken ‘alla maniera’ te maken, met werk dat geïnspireerd was op mijn grote helden in de beeldhouwkunst. Dat waren onder anderen Zadkine, Miró en Picasso. Het werden geen kopieën, maar ik gebruikte wel hun vormentaal,” zegt Bos. “Ik maakte een paardje naar aanleiding van het paard van Picasso op het schilderij ‘Guernica’ en noemde het ‘Caballo a la Pablo’. Picasso heeft zelf nooit op deze manier beelden gemaakt, maar de figuren op zijn ‘Guernica’ zijn wel heel monumentaal. Ze nodigden mij als het ware uit tot driedimensionaal werk.”

Het eerste paardje dat Bos maakte, was ongeveer twintig centimeter hoog en had nog iets grappigs, maar het grote paard dat nu op het Lange Voorhout staat, heeft dezelfde beangstigende uitstraling als dat op ‘Guernica’. Het steigert en balanceert op één been, zijn dikke tong is ver uitgestoken, de voorbenen zijn gekromd in een haastige galop. Met een bijna menselijke angst kijkt het paard wanhopig achterom, alsof de vijand hem op de hielen zit. Het beeld is met sokkel bijna drie meter hoog geworden.

 Volgende week DEEL 4 met Aris Bakker en Douwe Halbertsma 

Deelnemende kunstenaars:

Aris Bakker, Loek Bos, Marijke Gémessy, Marco Goldenbeld, Eppe de Haan, Douwe Halbertsma, Ewerdt Hilgemann, Roland de Jong Orlando, Kim Kroes, André van Lier, Marus van der Made, Louis Niënhuis, Yke Prins, Rinus Roelofs, Gemma Vermeulen,  Anton Vrede, Joncquil, Warffemius, Eelke van Willigen, Alexander Zaklynsky

 

Voorhout Monumentaal nog tot 14 september op het Lange Voorhout. Meer informatie www.pulchri.nl  

vrijdag 13 augustus 2021

 

VOORHOUT MONUMENTAAL

 Na zes jaar is in 2021 de traditie van een beeldententoonstelling op het Lange Voorhout in ere hersteld. Pulchri Studio en curator André van Lier geven samen ruimte aan twintig beeldhouwers om hun werk op het beroemde Haagse schelpenpad te exposeren. In een tiendelige serie worden wekelijks steeds twee deelnemende beeldhouwers uitgelicht.

 DEEL 2 : Warffemius en Joncquil

 ‘Mangrove’ van Warffemius

Gestileerde wortels

“Eigenlijk ben ik schilder,” zegt Warffemius (64) meer dan eens. Hij studeerde af met wandschilderingen aan de afdeling ‘monumentaal’ van de kunstacademie. Pas in  2004 begon hij beelden te maken, eerst in keramiek en later met cortenstaal. Voor de expositie Voorhout Monumentaal maakte hij het beeld ‘Mangrove’ dat 240 centimeter hoog, 280 centimeter breed is en een dikte van 40 centimeter heeft. “Het Lange Voorhout vráágt om groot werk,” zegt hij. “En die ruimte is er ook.”



‘Mangrove’ is een gestileerde vorm uit de natuur. “Toen ik een boottocht door een mangrovewoud in Maleisië maakte, zag ik die prachtige dikke wortels boven de grond en het water uitkomen. Daar wilde ik iets mee doen.”

Alle soorten plantaardige vormen geven hem inspiratie. Zijn ‘laboratorium’ is buiten, waar hij vaak achter een tafeltje staat en aquarellen maakt. Hij reageert op de planten en bomen die hij om zich heen ziet en abstraheert de vormen. “Ik ben steeds op zoek naar de essentie,” zegt hij.

Warffemius bestudeert nauwgezet de groeiwijze van een tak, de vorm van een knop of een blad en geeft ze in verschillende tinten groen weer, soms voegt hij wat kleur toe. Op het eerste gezicht lijkt het schilderwerk ver af te staan van zijn beelden. Tere vormen van bloemen en bladeren buigen zich over elkaar heen, de stengels met zaden en knoppen zijn uiterst subtiel met waterverf op papier gezet. Zijn poëtische tekeningen worden omgezet in robuuste beelden, in stug materiaal waar geen zuchtje wind invloed op heeft. Het zijn twee kanten van één kunstenaar.

Golfkarton

Warffemius maakt eerst kleine modellen in golfkarton. “Die laat ik dan uit metaal snijden en aan elkaar lassen, daarna laat ik het vergroten.” 

Onder invloed van het weer krijgen de beelden hun mooie roestige oppervlak.

“Ik had altijd al zin om driedimensionaal werk te maken,” zegt hij. “Maar pas toen ik mijn schilderijen heel erg ging versimpelen, werd dat logischer. Het begon met een groot beeld dat ik maakte en dat door het ministerie van Buitenlandse Zaken werd gekocht. Het staat nu voor de Nederlandse  ambassade in Addis Abeba (Ethiopië). Sindsdien wordt ik vaak gezien als beeldhouwer, maar ik blijf toch altijd een schilder die ook beelden maakt.”

De sculptuur ‘Mangrove’ buigt vanuit zijn stam omlaag met steltvormige wortels. In de tropische wouden verdwijnen de mangrovewortels vaak in brak water dat soms een beetje zoutig is. Op het Lange Voorhout geven ze de suggestie dat ze in de aarde verder groeien.

‘Le Moule qui rit’ van Joncquil

Bed met schelpen

 Je van tevoren een voorstelling maken van de sculptuur die Joncquil de Vries (47) op het Lange Voorhout zet, blijkt onmogelijk. Zijn werk heeft vaak een tijdelijk karakter en ontstaat pas ter plekke. “Mijn ideeën schieten heen en weer en op een gegeven moment stolt het in mijn hoofd tot een beeld. De locatie zelf is inspirerend, langslopende mensen kunnen invloed hebben, het moment bepaalt de logica. Een stapel stoeptegels kan mij inspireren of het vuil dat buiten is gezet,” zegt hij.



Joncquil hanteert de tijdelijkheid van zijn werk als een luchtig gegeven, humor speelt daarbij een belangrijke rol. Hij wil zichtbaar maken wat meestal onzichtbaar blijft.

Zijn oorspronkelijke idee was om iets met de steltonplaat te doen, de plaat waar normaal de beelden op gemonteerd worden, het deel dat het liefst weggemoffeld en begraven wordt. Zijn bedoeling is om daarmee de functionaliteit op te heffen: aandacht in plaats van dienstbaarheid. Eén van zijn ideeën was om de plaat rechtop te zetten en te beschilderen. Het liefst elke dag met een andere voorstelling.

 Wandelstokken

Een ander idee dat steeds meer vorm krijgt, is het tentoonstellen van een bed, gedeeltelijk bedolven onder een berg schelpen, waarbij het schelpenpad zelf een gegeven is. De schelpen staan voor hem voor de miljoenen jaren dat ze oud zijn en waar gedachteloos overheen wordt gelopen.

In 2018 exposeerde Joncquil bij galerie Ramakers een Aupingbed, gevuld met struisvogeleieren en getiteld ‘Une centaine de rêves et cinq cauchemars’. Onlangs is het bed aangekocht door museum Voorlinden waar het nu te zien is in de tentoonstelling ‘Listen to your eyes’. Ook hier is geheel aan de oorspronkelijke functie van het bed voorbij gegaan.

“Ik kwam ergens precies hetzelfde bed tegen en dat was eigenlijk te mooi om waar te zijn,” zegt hij. “Een bed is een mooie drager voor veel meer dan de slaap alleen. Wat er dan later mee gebeurt als het buiten staat, is niet te voorspellen, de weersomstandigheden hebben daarop ook nog invloed.”

Het overkoepelende thema in het werk van Joncquil is het verstrijken en stilstaan van de tijd en in hoeverre tijd en omgeving invloed hebben op het interpreteren van beelden om ons heen. Op 21 mei zal pas duidelijk zijn wat het uiteindelijk geworden is en gedurende de tentoonstelling kan het werk ook nog veranderen.

Joncquil exposeert tijdens Voorhout Monumentaal ook in de tuin van Pulchri Studio. “Voorlopig heb ik het plan om daar wandelstokken in een boom te hangen,” besluit hij. 

 



 

VOORHOUT MONUMENTAAL

 

Na zes jaar is in 2021 de traditie van een beeldententoonstelling op het Lange Voorhout in ere hersteld. Pulchri Studio en curator André van Lier geven samen ruimte aan twintig beeldhouwers om hun werk op het beroemde Haagse schelpenpad te exposeren. In een tiendelige serie worden wekelijks steeds twee deelnemende beeldhouwers uitgelicht.

 DEEL 1: André van Lier en Ewerdt Hilgemann

'Hexametrisch vouwlijnensysteem 2021-01’ van André van Lier

 

Wiskundige illusies

 Het beeld ‘Hexametrisch vouwlijnensysteem 2021-01’ is het grootste beeld dat André van Lier (69) ooit in eigen beheer maakte. Het is viereneenhalve meter hoog, vijftien millimeter dik en weegt zevenhonderdvijftig kilo. Van Lier handhaaft een streng wiskundig principe, zijn werk valt daarmee binnen de mathematische uitgangspunten van de concrete kunst.



Wat André van Lier precies doet in het dagelijkse leven, valt niet in één woord, of zelfs in één zin uit te leggen. Hij is kunstenaar, maar dat heeft zich in de loop der jaren in zoveel verschillende vormen gemanifesteerd, dat het moeilijk is om hem op één discipline vast te pinnen. Overal in Den Haag heeft hij zijn sporen nagelaten, onder meer als architect, maar zeker ook als beeldhouwer. Verschillende van zijn monumentale beelden zijn op diverse locaties in Den Haag te vinden. Het beeld ‘Pressed Circles’ dat op de Koninginnegracht staat, is al sinds 2009 een ijkpunt voor de omgeving. Met zijn architectenbureau DAVL Studio is hij onder meer verantwoordelijk voor het Coolhouse aan de Tweede Haven (prijswinnend in 2018) en het Beach House Scheveningen aan de Eerste Haven. Een van zijn meest recente projecten startte hij een aantal jaren geleden als conservator van Voorhout Monumentaal. Zelf is hij ook een van de deelnemers.

 Ellips

De sculptuur ‘Hexametrisch vouwlijnensysteem 2021-01’ staat aan de kop van het Lange Voorhout, op het kruispunt met de Parkstraat. Een roestkleurige plaat cortenstaal met in het midden een ‘gevouwen’ ellips. “Het beeld is ‘alzijdig’,” zegt Van Lier. “Dat wil zeggen dat het van alle kanten te bekijken is. Ik gebruik nog steeds het hexametrisch vouwlijnensysteem, dat door mijzelf is bedacht. Mijn werk is altijd terug te voeren naar de mathematiek, de wiskundige vorm. Niets is toeval. Het minimalisme is mijn handelsmerk. Met een kleine ingreep in de vorm probeer ik een maximaal effect te bereiken. De ellips, het vierkant en de cirkel komen steeds terug, zowel in de architectuur als in mijn sculpturen.”

Door een gedeelte van de ellips uit te snijden en om te vouwen, is een restvorm in de stalen plaat ontstaan, die vanuit een bepaald standpunt gezien, nu zelf de hoofdvorm wordt. Een vorm die uit lucht bestaat. “Ik schep illusies,” zegt van Lier. “Door de driedimensionale, gevouwen vormen worden licht en schaduw deel van het kunstwerk en zo ontstaat een niet bestaand, maar toch aanwezig deel. De concrete kunst kan gezien worden als de kunst van het weglaten.”

 

 

‘Double’ van Ewerdt Hilgemann

De kracht van lucht

 Experiment en onderzoek zijn altijd de drijfveren geweest voor het werk van Ewerdt Hilgemann (83). Hij woonde op veel plekken in Europa en verbleef ook een periode  in de beroemde marmerstreek Carrara in Noord-Italië. Hilgemann is gek op spektakel. Omringd door toeschouwers liet hij in 1982 vanuit de groeve waar beeldhouwer Michelangelo Buonarroti ooit zijn marmer haalde, een enorme gepolijste marmeren kubus van de berg naar beneden rollen. De bedoeling was om de natuur en haar krachten in zijn werk te integreren. Het resultaat was een bekraste en beschadigde kubus. In 1983 maakte hij de eerste kubus van gelast staal, die hij in Dordrecht van het dak van een verlaten fabriek naar beneden gooide.

Het experimenteren ging verder. “Is er iets dat zachter is dan lucht?” vroeg hij zich op een gegeven moment af. Maar hij concludeerde ook dat lucht krachtig kan zijn en in staat tot enorme druk. Die kracht gebruikte hij om zijn ‘Implosion Sculptures’ te maken. Hij ontdekte dat stalen vormen ingedrukt worden als de lucht eruit wordt gezogen.

Hilgemann liet een grote stalen kubus lassen en als openingsact bij een expositie pompte hij de lucht eruit, voor de neus van alle genodigden. De kubus vouwde zichzelf op en dat was de geboorte van een nieuwe sculptuur. Hij past dit fenomeen nog steeds toe bij het maken van zijn geïmplodeerde kunstwerken.

 Siamese tweeling

“Hoe groot een beeld moet worden bepaalt de locatie. Ik ga altijd uit van de menselijke maat en de relatie tot de omgeving. Vanaf 1990 gebruik ik uitsluitend roestvrijstaal. Dat reflecteert ook heel mooi de omgeving met kleurvlekken, of mensen als karikaturale vormen.”

Het werk ‘Double’ uit 2008 is bijna tweeëneenhalve meter hoog. Het ziet eruit alsof het door reuzenvingers verfrommeld is, als een papieren zakje maar dan van staal. De kracht die daarvoor nodig is, is onvoorstelbaar. De sculptuur bestaat uit twee kamers - elk een kubus - die door een kleine opening binnenin ‘lucht-technisch’ aan elkaar verbonden zijn. Op die manier imploderen ze tegelijk, maar zijn ze ook als een Siamese tweeling met elkaar verbonden.

‘Double’ heeft al een lange reis achter de rug en stond eerder in Berlijn, München, Amberg, Amsterdam, Leiden en Knokke. Ook is het werk van Hilgemann in diverse Nederlandse en internationale musea te vinden.

 

donderdag 22 juli 2021

 

Japanse motormeisjes en Amish-jeugd

Artikel in Den Haag Centraal van 1 juli 2021

Afstuderende studenten van de afdeling Textiel & Mode van de Haagse kunstacademie leveren dit jaar weer prachtige collecties. Te zien online en tijdens de Graduation Show aan de Prinsessegracht.

 


De jaarlijkse Graduation Show van de afdeling Textiel & Mode van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) is een spektakel waar elk jaar weer reikhalzend naar uitgekeken wordt, met als hoogtepunt de collecties van de afstudeerders. De hele afdeling werkt er gewoonlijk aan mee, dit jaar is er een aangepaste versie in de Electriciteitsfabriek, een droomdecor voor manifestaties zoals deze. Voor ‘Exposed 2021’ zijn de presentaties vastgelegd in een filmische registratie, die nu te zien is op het digitale platform ‘Exposed online’. Het werk van de afstudeerders zal ook te zien zijn op de KABK Graduation Show van 8 tot en met 11 juli op de kunstacademie aan de Prinsessegracht.

 Verpakkingsmateriaal


In de Electriciteitsfabriek zijn glazen kassen neergezet, voor elk van de textielafstudeerders één. Max Willebrand Westin is dit jaar de winnaar van het Keep an Eye Textile & Fashion Scholarship. De prijs is een geldbedrag van 10.000 euro, dat hij mag investeren in zijn verdere ontwikkeling, zoals een stage of een masterstudie. Westin maakt subtiel kant- en haakwerk van materialen die hij vindt tijdens lange wandelingen. Plastic zakken worden omgezet in garens en garens worden omgezet in textiel. In een map staan foto’s van het originele materiaal naast die van het kunstwerk dat hij ervan maakte. “De afgelopen jaren heb ik talloze uren besteed aan het met de hand vervaardigen van textiel en heb ik een hechte band met het handgemaakte ontwikkeld,” zegt hij. “Ik voel me aangetrokken tot het werken op kleinere schaal en ik heb altijd de voorkeur gegeven aan een fijnere draad boven een dikker garen. Voor mij vereist iets kleins een bepaalde kwaliteit van aandacht.”

Ook de stoffen van afstudeerder Syna Dyks zijn een lust voor het oog. “Ik heb onderzoek gedaan naar de prikkels die onze hersenen beïnvloeden en daar zijn deze patronen en kleuren uit voortgekomen. De kleur grijs kan je bijvoorbeeld in een neerslachtige stemming brengen,” zegt ze. “De stoffen zijn geproduceerd in samenwerking met het textielmuseum in Tilburg, waar ik stage liep. Daar ben ik vervolgens weer handmatig doorheen gaan weven.”

 

Japanse bendes

Het is een ongeschreven wet dat de collectie van de afstudeerders van de afdeling mode niet altijd draagbaar hoeft te zijn. Het menselijk lichaam wordt gezien als een medium om ontwerpen te presenteren. In het geval van Luka Dortmans is dat zeker niet het geval. Haar jassen en truien zien er zacht en comfortabel uit, maar zijn vooral ook heel mooi, schitterend van kleur en zeker geschikt om te dragen. “Ik heb altijd al een fascinatie gehad voor Japan en dan vooral voor de


outsiders,” zegt ze. “Meisjes uit de Sukeban en Bosozuku-bendes, creëren hun eigen wereld en gaan in tegen de standaardregels van de Japanse maatschappij. Ze rijden vaak op motorfietsen en hebben hun eigen mode. In mijn collectie heeft elk model haar eigen persoonlijkheid en ‘looks’, maar samen vormen ze toch een groep. Ik gebruik oude kleding die ik beschilder en voeg materialen toe. Door de felle kleuren krijgt het geheel een rauwe uitstraling;”

Een totaal andere wereld is die van Pien Klein Douwel. Zij is gefascineerd door jeugd die in een besloten gemeenschap opgroeit en focuste zich op de jongeren van de Amish. Rond hun zestiende mogen zij een korte periode, tijdens de ‘Rumspringa’, in de ‘gewone’ wereld rondkijken, voordat ze officieel lid worden van de geloofsgemeenschap. De kleding die Klein Douwel ontwerpt is van goede kwaliteit en duurzaam, verspilling is uit den boze. Hetzelfde kledingstuk kun je op meerdere manieren vouwen en veranderen, of aanpassen aan verschillende maten.

“Een goed ontwerp moet functioneel zijn, tijdloos en duurzaam,” zegt Stef Reijnierse die geïnteresseerd is in kleding voor werk, sport en militairen. “Kleding kan steeds opnieuw gerepareerd worden, je krijgt dan een band met zo’n kledingstuk.” Hij verwerkt onder andere metalen strips in zijn kledingstukken, die zo een bijzondere vorm krijgen. “De kledingstukken kunnen op den duur zelfs objecten worden die je aan de muur hangt.”

 

‘KABK Fashionshow & Exposed 2021’, online en gedurende de KABK Graduation Show van donderdag 8 t/m zondag 11 juli. KABK prinsessengracht. Voor meer informatie www.graduation2021.kabk.nl

 

 

 

Fotograaf modefoto’s:  J W Kaldenbach,

 

Drie textiel foto’s van MH

 

 

 

 

Kunstzinnige uitwisseling tussen Italië en Nederland

Artikel in Den Haag Centraal van 8 juli 

De organisatie van de ‘Biënnale Le Latitudini dell'arte’ koos na palazzo Ducale in Genua nu Pulchri Studio in Den Haag als tentoonstellingsruimte. Een uitwisseling met als thema ‘Water en licht’.


Door de glazen plafonds van Pulchri Studio valt een zee van licht. De drie grote bovenzalen zijn een unieke plek voor de tentoonstelling ‘Water and light’, de vierde editie van de Biënnale Le Latitudini dell'arte’ die in 2013 in Genua van start ging .

Conservator Virginia Monteverde organiseert de biënnale, die het ene jaar plaatsvindt in het schitterende Palazzo Ducale in Genua en het jaar daarop steeds in een ander Europees land. Nederland exposeerde in 2019 in Genua en nu zijn de Italianen (met een jaar uitstel) naar Den Haag gekomen. De keuze voor Den Haag was binnen het thema ‘Water en licht’ wel heel toepasselijk. Beide steden liggen aan het water, het weerkaatsende licht op de golven is nooit ver weg. In totaal zijn er zestig kunstenaars die meedoen, dertig uit elk land. Het werk is heel divers, buiten foto’s en schilderijen zijn er installaties, beelden en videoperformances te zien.

 

Spiegel

“Deze tentoonstelling is een spiegel waarin Italië en Nederland zich kunnen bekijken en zich in elkaar kunnen herkennen,” schrijft Giorgio Novello, de Italiaanse ambassadeur in Nederland. Hij is betrokken bij de organisatie en ook aanwezig bij de opening.

Naast een aantal galeries uit Amsterdam leveren galerie Ramakers en Livingstone gallery de Haagse kunstenaars, ook leden van Pulchri Studio doen mee.

“Een aantal van de deelnemende kunstenaars is hetzelfde als in 2019 in Genua, maar nu met recenter werk,” zegt Jeroen Dijkstra van Livingstone gallery. Hij is één van de contactpersonen tijdens de biënnale en exposeerde het werk van kunstenaars uit zijn galerie ook in 2019 in Genua. “Vanuit onze galerie doen Theo Eissens en Raquel Maulwurf mee. Theo Eissens, die helaas veel te vroeg is overleden, maakte de foto van de oude Scheveningse pier en drukte deze als zeefdruk op linnen, daar overheen schilderde hij felgekleurde cirkels. In 2019 hing een afdruk van de pier van Genua in het Palazzo Ducale.”

Vanuit galerie Ramakers zijn Ton van Kints en Pat Andrea deelnemers. Van Kints exposeert met een van zijn ronde ‘koekoeksnesten’. Deze keer in krachtig rood met een oranje raatvormig aanhangsel, een deel van een 3D geprinte honingraat.

De Amsterdamse Lang Art gallery zond het sprookjesachtige werk ‘Blue sky coming’ van Lin de Mol in. Een doorzichtig stuk stof zweeft strak en gewichtloos tussen water en hemel en filtert het licht. Met een kleine driepoot en een camera met zelfontspanner maakt De Mol haar foto’s waarvoor ze nooit langer dan tien seconden heeft. Het is een spel tussen haar en de elementen van de natuur. De foto is afgedrukt met een techniek die ‘piëzografie’ genoemd wordt. De printkop spuit hierbij met hoge precisie, piepkleine druppeltjes in stroken op het papier.

 

Levende doden

De kwaliteit van de kunstenaars uit Italië is hoog. De Italiaanse kunstenaar Daniele Galliano is een belangrijke deelnemer die ook regelmatig in Livingstone gallery exposeert. In 2009 hing hij met zijn werk in het Italiaanse paviljoen op de Biënnale van Venetië. Hij maakte een schilderij van huizen met hun bewoners. De figuren staan op balkonnetjes en hangen over de omheining

. Iedereen die er ooit woonde liet zijn sporen achter, die sporen legde hij vast. In zijn werk ‘Morti Viventi/Zombie’, de levende doden, laat hij de bewoners uit het verleden zien. Hij brengt ze weer tot leven, als geesten die nog steeds in en om het huis rondwaren. Ze passeren elkaar zonder dat op te merken. Pas na beter kijken zie je dat ze delen van hun lichaam missen.

Een heel mooi voorbeeld van het thema water en licht is de foto ‘The Hangar’ van Aqua Aura, een pseudoniem van de kunstenaar. Aura maakt digitale kunstwerken die hij ‘metafotografisch’ noemt. Op het werk ‘The Hangar’ zijn kristalachtige vormen te zien die alleen uit water en licht lijken te bestaan. Doorzichtige objecten zweven door een onbestemde ruimte. Je zou ze willen zien en aanraken.

 


‘Water and light’ van zaterdag 10 juli t/m zondag 1 augustus, Pulchri Studio. Meer informatie www.pulchristudio.nl

dinsdag 29 juni 2021

 

Zomerse exposities uit Toscane

Artikel Den Haag Centraal van 24 juni 2021

Drie Italiaanse beeldhouwers exposeren tegelijkertijd met de tentoonstellingen ‘Façade’ en ‘Gedreven door beeldhouwkunst’ in museum Beelden aan Zee.

 


Monumentale beeldhouwkunst uit Toscane staat op dit moment centraal in museum Beelden aan Zee (BAZ), dat na lange tijd de deuren weer voor publiek opende. De tentoonstelling ‘Façade’ van de Pools-Italiaanse beeldhouwer Igor Mitoraj (1944-2014) is de grote publiekstrekker. Het echtpaar Pietro Cascella (1921-2008) en Cordelia von den Steinen (1941) exposeert met de tentoonstelling ‘Gedreven door beeldhouwkunst’.

Het werk van Mitoraj is voor veel Hagenaars iconisch. Sinds de opening van BAZ in 1994 staat zijn beeld ‘Light of the Moon’ bovenop een duintop te midden van wuivend helmgras, een fragment van een gezicht dat weemoedig en met nietsziende ogen over de boulevard staart. Het beeld is inmiddels het ‘gezicht’ van het museum geworden.

Igor Mitoraj werd wereldberoemd met zijn monumentale sculpturen van menselijke figuren of fragmenten daarvan. Melancholie en sensualiteit zijn begrippen die onvermijdelijk opkomen bij het bekijken van zijn werk. In het midden van de tentoonstellingsruime is het enorme werk Hermanos (Broeders) de blikvanger. Twee bronzen koppen, wang aan wang en met gesloten ogen, lijken in diepe slaap verzonken. Hun dromen moeten zoet zijn, want de uitdrukking van de gezichten is ontspannen en sereen. De broers lijken diep gelukkig en net als in ‘Light of the Moon’ zijn ze zich nauwelijks bewust van de wereld om hen heen.

 

Fellini

Mitoraj werd geïnspireerd door de klassieke oudheid. Zijn figuren hebben de proporties en gelaatstrekken van de ideale man of vrouw zoals deze op het hoogtepunt van de Griekse beeldhouwkunst uitgebeeld werden, zonder specifieke kenmerken van een bepaald persoon en zonder het pathos van de hellenistische periode daarna. Dat wil niet zeggen dat de beelden geen verhaal vertellen. Door toevoeging van objecten of lichaamsdelen is vervreemding ontstaan, het werk wordt daarom wel surrealistisch of magisch realistisch genoemd. Soms zijn de hoofden met doeken omwikkeld, een andere keer zitten er kleine vierkante openingen in het lichaam, als kijkvensters naar de ziel. Hier en daar is ook een vleugel op de rug aangebracht, vaak één in plaats van twee. ‘Iniziazione’ is een man uit wit marmer gehakt, die een pin in het eigen lichaam drijft. Aan zijn arm hangt een schild met een afgehakte menselijke voet erop, achter hem ligt een in doeken gewikkeld hoofd. In zijn borst zit een kijkgat. De uitdrukking op het gezicht is die van een engel.

Overal zijn verwijzingen naar de Griekse mythologie, maar ook eigentijdse invloeden spelen een rol. Mitoraj was diep onder de indruk van de film ‘Satyricon’ en werd later bevriend met regisseur Fellini.


De tentoonstelling ‘Façade’ is neergezet als een esthetische installatie en zou een zintuigelijke ervaring moeten zijn. Om dit nog eens extra te benadrukken zijn stilistische adviezen voor de inrichting ingewonnen bij couturier en beeldend kunstenaar Mart Visser. Hij bedacht de hangende doorzichtig blauwe ‘etalageruiten’ die de tentoonstellingsruimte in verschillende zones verdelen en voor een subtiel kleurenspel zorgen. Esoterische muziek zweeft door de ruimte, samen met een speciaal ontwikkelde geur, die de toeschouwer in hoger sferen moet brengen. Een frisse geur die aan Italiaanse citroenbomen herinnert. Het aroma is waarschijnlijk niet helemaal toevallig gekozen. Mitoraj woonde en werkte lange tijd in Pietrasanta, vlakbij de marmergroeven van Carrara, waar beeldhouwers al eeuwenlang het glinsterende witte marmer vandaan halen, het mooiste marmer ter wereld wordt wel gezegd.

 

Afwasborstel

De twee andere beeldhouwers die tegelijkertijd in BAZ exposeren met hun tentoonstelling ‘Gedreven door beeldhouwkunst’ woonden jarenlang in een Middeleeuws kasteel in Toscane. Nog steeds zijn daar maquettes van werk voor de openbare ruimte van Pietro Cascella te vinden. Een aantal daarvan staat nu in het museum. 


Cordelia von den Steinen werkt in keramiek. Met veel humor laat ze de grote en kleine dingen uit het dagelijkse leven zien. Ze maakte een afgebakende ruimte, waar je door een opening naar binnen kunt. De muren zijn gebouwd met tegels van keramiek, waarop huishoudelijke voorwerpen ‘meegebakken’ werden. Een hanger met een gebreide sjaal, een sleutel, een afwasborstel met een sponsje. En dat alles in de zomerse terracottakleuren van gebakken klei.

 

Igor Mitoraj, ‘Facade’ en Pietro Cascella en Cordelia von den Steinen, ‘Gedreven door beeldhouwkunst’ t/m zondag 12 september, museum Beelden aan Zee. Meer informatie www.beeldenaanzee.nl

 

 

Van Klapwaker tot Tabaksrookklisteer

 artikel Den Haag Centraal van 17 juni

Met ‘Schatten uit het depot’ laat het Haags Historisch Museum vreemde en bijzondere voorwerpen zien uit de Haagse geschiedenis.



In het Haags Historisch Museum is ruimte vrijgemaakt voor een tentoonstelling met objecten die allemaal een stukje Haagse geschiedenis vertellen. Onder de naam ‘Schatten uit het depot’ maakten (gast)conservatoren een selectie uit 8.000 stukken, in het bezit zijn van het museum. Bekende en minder bekende Hagenaars vertellen over de keuze van hun favoriete museumstuk. Met de mobiele telefoon kan bij elk voorwerp of schilderij een QR-code gescand worden waarna de verhalen oppoppen.

Parlementair verslaggever Ron Fresen koos voor een doek van kunstschilder Kees Andrea uit 1960: ‘Station Staatspoor’. “Den Haag is de stad waar ik ben geboren, ik woon er al mijn hele leven en ga er noot meer weg,” zegt hij. “Dit niet meer bestaande station heeft voor mij iets nostalgisch. Hier begonnen vroeger onze vakanties.”

Operazangeres Francis van Broekhuizen is een ‘ras-Hagenaar’ zegt ze. Ze koos voor een stoel met in de rug runentekens, die geliefd waren bij de NSB. “Dat men na de oorlog met een gerust hart zo’n stoel nog heeft gebruikt, daar kan ik mij niets bij voorstellen, maar het is goed dat deze stoel nu aan het museum is geschonken. We mogen de oorlog nooit vergeten.”

Kok Pierre Wind koos voor de klapwaker, een houten klapper die laat weten wanneer het etenstijd is. “Dit zouden we weer terug moeten brengen. Het zou goed zijn voor de gezondheid als we allemaal weer de tijd nemen om te ontbijten, lunchen en dineren. Een eetklapper, die roept dat het etenstijd is, zou daarbij helpen.”

 


Visnethemd

Er zijn objecten te zien, die om achtergrondinformatie vragen. In een vitrine liggen voorwerpen uit de ‘tijdcapsule’ die in 1964 in een kist werd ingemetseld in het toen net vernieuwde warenhuis van Vroom & Dreesmann. De bedoeling was dat de kist na honderd jaar zou worden geopend, maar dat gebeurde al in 2015 na het faillissement van het warenhuis. Een opgevouwen wit visnethemdje ligt aandoenlijk opgevouwen naast een wegwerpcamera van Kodak, een ouderwets scheerapparaat en een setje dia’s van Madurodam.

Er is een gietijzeren urinoir dat in 1890 op straat stond en gemaakt is in een fabriek die ook bruggen, lantaarnpalen en brievenbussen produceerde. Bijzonder is een Tabaksrookklisteer, die gebruikt werd om drenkelingen tot leven te wekken. Er werd tabaksrook in de anus geblazen, in de hoop dat de opgewarmde ingewanden een opwekkende werking zouden hebben.

Een kegelbal van Sociëteit De Witte uit 1930 ligt in de zaal waar je ook de vergulde houten leeuw van herberg Lion d’Or kunt vinden. Destijds - al vanaf 1734 - kwamen er veel vrijmetselaars samen in de herberg, die in de Hofstraat stond en zelfs ooit de beruchte graaf Cagliostro onder zijn gasten had. Het latere House of Lords is in 1986 afgebroken in verband met de nieuwbouw van de Tweede Kamer.

 

Garoeda

Bekende Haagse kunstenaars maakten werk dat ook in het museum terechtkwam. Er is een beeldje van Louis Couperus gemaakt door Loek Bos. Philip Akkerman maakte een schilderijtje speciaal voor het Haags Historisch Museum, waarop hij zichzelf afbeeldde in een van de museumzalen. Peter Blokhuis schilderde Haagse straatkrantverkopers en een interieur van een Turks koffiehuis aan de Hoefkade.

De neonreclame van de gevel van restaurant Garoeda aan de Kneuterdijk roept emotie op. Het restaurant ging failliet in 2020, bij het veilen van de inboedel kon het museum de neonreclame bemachtigen.

 

‘Schatten uit het depot’ nog t/m zondag 31 oktober in het Haags Historisch Museum. Meer informatie www.haagshistorischmuseum.nl

 

Schilderij Daklozenkrantverkopers van Peter Blokhuis

  Savery, een meester in het observeren   Roelant Savery werd onder meer bekend met zijn schilderijen van de uitgestorven dodo. Met zijn b...