zondag 13 februari 2022

 De droomvrouwen van Mucha

Artikel uit Den Haag Centraal van 10 februari 2022

Aan het einde van de negentiende eeuw werden de affiches van Alphonse Mucha letterlijk van de Parijse muren en aanplakzuilen gerukt. Nu zijn ze te zien in Kunstmuseum Den Haag.

Op vrijwel elke meisjesslaapkamer was in de jaren zestig wel een poster van de Tsjechische kunstenaar Alphonse Mucha (1860-1939) te vinden. Ruim een halve eeuw nadat zijn affiches overal in Parijs hingen, waren ze opnieuw een rage. De hippies in San Francisco en later ook in de rest van Europa vonden de posters naadloos aansluiten bij hun flowerpowerbeweging.


Door kunstcritici werd Mucha niet als kunstenaar beschouwd, niet in zijn eigen tijd en ook niet in de zestiger jaren. Op kunstacademies werd minachtend over hem gesproken. Mucha zou niet meer dan een illustrator zijn en zijn werk werd kitscherig gevonden. De erkenning kwam pas later. Nu wordt hij in Kunstmuseum Den Haag geëerd met de tentoonstelling ‘Alphonse Mucha, Art Nouveau in Parijs’.

 

Sensueel

Het duurt even om te ontrafelen waarom de vrouwen van Mucha zo’n onweerstaanbare aantrekkingskracht hebben. Hun halfnaakte lichamen welven zich in sierlijke bochten, maar de afbeeldingen zijn nooit vulgair, de tekeningen doen eerder aan hoofse voorstellingen uit de middeleeuwen denken. De vrouwen kijken dromerig, hier en daar een tikje sensueel. Lange weelderige lokken waaieren in golven rond het hoofd, mondhoeken krullen veelzeggend omhoog. Mucha tekende zeker geen vrouwen uit het dagelijkse leven, die toen met zedig bedekte haren over straat gingen.

De tijd was niet gunstig voor Mucha. Net na de eeuwwisseling trokken kubisten en expressionisten de aandacht, daarna waren er alleen nog de gruwelen van de eerste wereldoorlog. Zijn lieflijke tekeningen pasten daar niet in. Of juist wel?

 

Lieflijk

Het begon allemaal in het Parijs van 1894. Een grote foto toont het atelier van Mucha, waar hij tussen palmenbladeren in een typisch en overdadig interieur uit de belle époque zit, een aantrekkelijke man met een dikke bos haar en een korte verzorgde baard. Het wilde, zeker in het begin, niet lukken met Mucha als kunstenaar. Het verhaal gaat dat hij als illustrator bij een drukker werkte en als enige op kerstavond nog laat aanwezig was, toen er een haastklus binnenkwam. Er moest met spoed een affiche komen om een optreden van de beroemde actrice Sarah Bernhardt in het theaterstuk Gismonda aan te kondigen. De affiche die hij binnen enkele dagen maakte, was smal en twee meter hoog en maakte zoveel indruk, dat het publiek ze met scheermessen van de reclameborden afsneed om ze mee naar huis te nemen. Parijs was onmiddellijk in de ban van de pastelkleurige posters, die zo anders waren dan de felgekleurde affiches van Toulouse-Lautrec. ‘De goddelijke Sarah’ zelf was er zo blij mee, dat ze Mucha direct een contract aanbood.

De nieuwe stijl Art Nouveau - in Nederland slaoliestijl genoemd - was geboren, een benaming waar Mucha zelf een hekel aan had. ‘Kunst is niet ‘nieuw’ maar tijdloos’, vond hij.

 

Vakkennis

Mucha was een meester in de tekenkunst, de planten en bloemen die zijn vrouwen omringen, zijn met vaardige hand getekend. Prachtige pasteltinten, omlijnd met donkere inktlijnen, zorgen voor kleurexplosies van roze naar donkerrood, van zeegroen naar turquoise. De litho’s hebben een sterke dramatische kracht, Mucha zou met zijn werk zomaar een nazaat van de schilders Botticelli en Fra Filippo Lippi uit het begin van de Italiaanse renaissance kunnen zijn.

Ook technisch moet Mucha een vakman zijn geweest. Er zijn op de tentoonstelling diverse originele potloodtekeningen en ontwerpen in zwartwit te zien, de kleuren voor zijn litho’s werden door hem persoonlijk op aparte lithostenen aangegeven. Dat is bijzonder knap, als je naar de zachte vervagende tinten in gezicht en hals kijkt, die zich na enkele drukken samenvoegen tot een tere huidskleur. De affiches waren te groot voor één lithosteen en werden dus in twee delen gedrukt. Wie goed kijkt ziet in het midden een dunne scheidingslijn.

 

Glas

De laatste zaal in het museum toont op welke manier Mucha invloed had op de hippiebeweging in San


Francisco. De vrouwen van Mucha waren de inspiratie voor platenhoezen en concertposters van bands als Martha & The Vandellas, The Rolling Stones en Pink Floyd. De affiches in psychedelische stijl kregen felle kleuren als paarsachtig roze, knalgeel en oranje, verwijzend naar de roes van LSD. De beroemde muziekimpresario Bill Graham liet een hele serie posters in die stijl ontwerpen. Het was een comeback waar Mucha zelf nooit over gedroomd zal hebben en die hij misschien ook niet geapprecieerd had.

Een mooie toevoeging aan de tentoonstelling is een serie kleurrijk glas met bloemmotieven uit de eigen collectie van het museum.

 

Alphonse Mucha, ‘Art Nouveau in Parijs’. T/m zondag 3 juli in Kunstmuseum Den Haag.

 

 

dinsdag 8 februari 2022

 

Kunstbooster voor extra weerstand

Artikel in Den Haag Centraal van 3februari 2022

Museum Voorlinden wil bezoekers met een flinke dosis kleurige en grappige kunst weer opladen na de lockdown. Vrolijkheid overheerst in de tentoonstelling ‘Art is the Antidote’.



Kunst is het tegengif, ofwel ‘Art is the Antidote’. Dat is de slogan én de titel waarmee museum Voorlinden haar deuren heropent voor publiek. De tentoonstelling is vernoemd naar een werk van de Britse kunstenaar Bob Brill, beter bekend als Bob and Roberta Smith. Brill protesteert met zijn werk tegen de gevestigde orde en schildert slagzinnen die het belang van kunst aangeven, in felle kleuren op spandoeken en posters. In het museum maakte hij de muurschildering ‘Art is the Antidote’.

De kunstenaar is zelf bij de presentatie aanwezig en barst enkele malen in tranen uit tijdens zijn betoog over waarom kunst zo belangrijk is voor de ziel van de mens en hoezeer hij het allemaal gemist heeft. “Het is geweldig om hier weer te zijn na de lockdown en ook na alle nonsens over de Brexit. Er is zoveel kleur, zoveel vreugde in deze tentoonstelling. Ik voel me bevrijd, we zijn weer terug in het normale leven,” zegt hij geëmotioneerd. “Art is a human right.”

Er heerst euforie onder de medewerkers van het museum. “Wij weten wat de mensen nu nodig hebben,” zegt museumdirecteur Suzanne Swarts. “En dat is een kunstbooster om weerstand op te bouwen. We zijn te lang verstoken geweest van prikkels, belevingen en ervaringen om met elkaar te delen. Kunst is de sleutel, kunst is het tegengif. In deze tentoonstelling wordt de toeschouwer ondergedompeld in kleur, vrolijkheid en alles wat spettert.”

 

Meelzakken

De expositie bestaat uit verschillende kunstwerken uit het depot, aangevuld met nieuw aangekocht werk dat nog nooit geëxposeerd is. Lichtzinnigheid  overheerst in elke zaal. Er is een groot werk van de Amerikaanse Lyle Ashton Harris met de titel ‘Blow Up’, waar inderdaad de kleur vanaf spat. Het is een bonte collage. De ondergrond is gemaakt van meelzakken die van Ghanese vissers gekocht zijn. Discriminatie is het onderwerp, maar wel in afgezwakte vorm. De cultuur is aan het veranderen, wil de kunstenaar ermee zeggen.

De Haagse kunstenaar Jonquil is aanwezig met het schilderij ‘I don’t mean to be funny’, met daarop alleen de woorden Ha en HaHaHa. Het is een opgeblazen post-it met één hoek die naar voren steekt. Hij noemt het een ‘corny joke’, een schuine mop die een lachsalvo heeft veroorzaakt.

In weer een andere ruimte staan twee goudkleurige fietsen tegen elkaar geleund met melkbussen aan de sturen. Het werk van Subodh Gupta draagt de titel ‘Two Cows’. Het is gemaakt van massief brons, dus loodzwaar en gaat over het leven in India; de fietsen zijn de gemechaniseerde koeien van de stad en bezorgen melk.

De vrolijke en kleurige kunst  van Yayoi Kusama mag in deze tentoonstelling niet ontbreken. ‘Dots’ is een klein landschap van rode eivormen, bedekt met witte stippen.

 

Rimpeling


Museum Voorlinden presenteert altijd wel enkele bewegende werken in zijn tentoonstellingen. Naast een al wat ouder wandobject van Jean Tinguely zoemt en glibbert in een andere zaal de felgroene slinger van Zoro Feigl over de vloer: ‘A long and winding road to nowhere in particular’. De titel staat voor het leven dat maar doorgaat en de wendingen die het neemt. De installatie beweegt door de hele ruimte, maar zit vast aan een draad zodat ‘ontsnappen’ onmogelijk is.

Het laatste werk van de tentoonstelling, ‘Wallwave Vibration’ van de Italiaan Loris Cecchini, is nog maar net op de muur gepleisterd. Het is nog nat en ziet eruit als witte rimpelende golven die uit de wand komen. Dit is het minst kleurrijke werk dat aanwezig is, maar trekt de toeschouwer naar zich toe met een magische kracht. Al kijkend heb je het gevoel dat er iets met je ogen aan de hand is, het schaduwrijke reliëf lijkt een levend wezen dat je zou willen opslokken.

Bij het verlaten van het museum krijgen we een pen in de vorm van een injectienaald. Hij is gevuld met een gifgroene vloeistof, als een flinke booster.

 

‘Art is the Antidote’, museum Voorlinden. Einddatum nog niet bekend. Meer informatie www.voorlinden.nl

zaterdag 22 januari 2022

 Een bad van kleuren

 Artikel in Den Haag Centraal november 2021

Boukje Schweigman en Cocky Eek presenteren  de ruimtelijke installatie ‘Spectrum’ in Amare, het slotstuk van een drieluik. Het is een voorstelling, waar de bezoeker ter plekke ondergedompeld wordt in een wereld van kleur. 

Het Utrechtse gezelschap Schweigman&, onder leiding van theatermaker Boukje Schweigman en in samenwerking met vormgever Cocky Eek, belooft met de voorstelling ‘Spectrum’ een ervaring die de toeschouwer kleur laat ‘beleven’. In december en januari  presenteren Amare en Todays Art samen deze bijzondere installatie van Schweigman&. “Als bezoeker val je de duisternis in, om te ontwaken in een eindeloos kleurenspectrum. Wat ik wil bereiken is dat de kleuren echt fysiek binnenkomen. Niet dat je er alleen naar kijkt, maar dat je er volledig in wordt opgenomen.” zegt Schweigman.

“Dat is namelijk wat mij fascineert, als je echt baadt in kleur kun je jezelf erin verliezen. Je kunt er volledig in verdwijnen. We creëren geen wonderen, maar openen de zintuigen voor de wonderen die er al zijn.”

Wat er precies gebeurt in de voorstelling vertelt ze niet. De bedoeling is dat de toeschouwer zich overgeeft. “Je moet het wel durven, want de vloer wordt letterlijk onder je vandaan getrokken,” wil ze nog kwijt.

De bezoekers moeten het schouwspel over zich heen laten komen. Vanaf hun eigen plek, hebben ze geen contact met de anderen. Het is mooi meegenomen dat de voorstelling perfect geschikt is voor coranatijd. ‘Spectrum’ is na ‘Blaas’ en ‘Curve’ de laatste van een drieluik. Bij ‘Blaas’ kruip je door een opblaasbare luchtbol, bij ‘Curve’ kom je in een spiralende tunnel terecht.

 

Turell

Ook twee Hagenaars werken mee aan deze voorstelling, Lichtkunstenaar Matthijs Munnik creëert met zijn werk zintuiglijke ervaringen van fenomenen, die normaal buiten de waarneming vallen. De componist Yannis Kyriakides combineert conventionele muziekinstrumenten met elektronische geluiden en digitale media en laat zijn composities een ruimtelijke ervaring worden.

Kunstenaars zijn altijd al intensief met kleur bezig geweest en niet alleen met het mengen van verf of de weergave van de kleuren op het doek. Hoe beleef je kleur? Kleur kan emoties oproepen, het is bekend dat blauw een koele, rustgevende uitstraling heeft, rood kan agressie naar boven halen. Sta je voor een schilderij van Mark Rothko dan voel je hoe je zijn wereld ingezogen wordt. De kleurvelden, opgebouwd uit verflagen, zijn van een enorme intensiteit en kunnen toeschouwers volledig van de wijs brengen, niet zelden barsten de mensen in huilen uit.

Het werk van kunstenaar James Turell is een van de inspiratiebronnen van Schweigman& geweest. Zijn werk hetHemels Gewelf’ is in Kijkduin te zien. Het is een kunstwerk dat Turell als landscape art in 1996 maakte. In een grote kom van gras kun je liggend op je rug naar de lucht kijken. Op die plek in de duinen is het licht bijna tastbaar aanwezig. Turell deed ooit de uitspraak: ‘Ik ben een lichtkunstenaar, maar anders dan licht te schilderen of te fotograferen, wil ik het zelf zíjn.’  Schweigman& wil datzelfde bereiken met kleur. Tijdens de voorstelling ‘Spectrum’ word je letterlijk in een bad van kleuren opgenomen. Je kunt de lichtinstallatie drie keer per dag komen ervaren in de Amare Studio. De installatie is zonder performers en per tijdslot worden maximaal veertien personen toegelaten in de zaal.

 

Schweigman& met ‘Spectrum’, van donderdag16 december t/m zondag 2 januari in Amare. De voorstelling is niet geschikt voor personen die slecht ter been zijn, of ernstige rug- en nekklachten, tinnitus of ernstige evenwichtsproblemen hebben. Meer informatie www.schweigman.org en www.amare.nl

Landschappen van weefsels en draden

Artikel in Den Haag Centraal van 16 december 2022

Sina Dyks studeerde dit jaar af aan de Haagse kunstacademie en viel internationaal op met haar uitzonderlijke talent voor het maken van veelkleurige stoffen.


Pulchri Studio geeft jong en veelbelovend talent in de kunst de gelegenheid om zich op de kaart te zetten. Elk jaar worden enkele geselecteerde afstudeerders van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) uitgenodigd om een jaar lang gratis lid te worden van de kunstenaarsvereniging en een expositie van hun eindexamenwerk in een van de galerieruimtes te organiseren. Sina Dyks (26) is ditmaal een van de gelukkigen, ‘Stimuli Wiring System’ is de titel van haar expositie.

In 2021 studeerde Sina Dyks af aan de afdeling Textiel & Mode van de KABK, ook was haar werk in oktober te bekijken tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven. Ze won dit jaar de Arts Thread Global Design Award, een internationaal initiatief online, dat wordt ondersteund door modehuis Gucci en dat is opgezet nadat de eindejaarstentoonstellingen van veel academies op grote schaal werden geannuleerd.

Dyks maakt weelderige stoffen, die ze midden in de galerieruimte aan latten heeft opgehangen, ze zijn aan beide kanten te bekijken. Het heeft iets van een avontuurlijke reis om je ogen over haar werk te laten dwalen. Prachtige structuren, draadjes en kleurige motieven buitelen over en door elkaar heen en zijn op elke plek weer anders. De losse draden en golvende stof creëren diepte en schaduw. Ze gebruikt verschillende materialen door elkaar, zoals ruwe wollen draden naast glanzende weefsels en borduursels. Wat vooral opvalt, is het uitgelezen smaakgevoel waarmee kleuren en structuren samengevoegd zijn.

 


Prikkels

De stoffen zijn geproduceerd in samenwerking met het textielmuseum in Tilburg, waar Dyks tijdens het laatste jaar van haar opleiding stage liep. Daar is ze vervolgens weer handmatig doorheen gaan weven. “Ik heb onderzoek gedaan naar de prikkels die onze hersenen beïnvloeden, ik heb ook afbeeldingen van de registraties daarvan bekeken, daar zijn onder meer deze patronen en kleuren uit voortgekomen,” zegt ze. “Onze zintuigen bepalen hoe we de wereld om ons heen waarnemen en hoe we de wereld zien. Cultuur, genen en opvoeding hebben daar ook invloed op. Externe stimuli zijn als de bits en bytes die een computer omzet in logische samengestelde eenheden. Ik denk eigenlijk dat het is als weven, waarbij eenzelfde soort systeem wordt gebruikt als bij de kettingdraden en inslag. Alles bij elkaar vormt dat een geweven stof.”

Voor 80 procent gebruikt Sina Dyks garens van gerecycled plastic, de garens die ze er met de hand doorheen weeft, zijn zelfgemaakt door middel van twijnen op het spinnenwiel. Ze heeft zelf een programma ontworpen voor het weefgetouw, met stoom haalt ze op specifieke plekken het garen naar voren en transformeert ze het geweven vlak tot driedimensionale landschappen.
Ik ben altijd geïntrigeerd geweest door de veelheid aan kleuren en materialen. Ik werk vanuit wat ik zie en mijn intuïtieve gevoel is wat mij leidt. Ik wil alle schoonheid en rijkdom laten zien die de wereld biedt.”

Sina Dyks met ‘Stimuli Wiring System’ in Pulchri Studio t/m donderdag 23 december. Meer informatie www.pulchristudio.nl

 

 

 

Coronakunst van vaccinatieafval

 Artikel in Den Haag Centraal van 20 januari 2022

Met doppen van flesjes met het coronavaccin maakt tandarts en kunstenaar Dick Keulemans levensgrote QR-codes, die echt werken.




Soms is het moeilijk kiezen als je zoveel verschillende talenten hebt, maar Dick Keulemans (1959) heeft daar geen last van, hij doet gewoon alles tegelijk. Officieel is Keulemans tandarts, hij werkt twee dagen per week in zijn tandartsenpraktijk aan de Laan van Meerdervoort. Daarnaast studeerde hij in 2001 af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. In 2011 haalde hij de halve finale van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en besloot hij naar de Paul van Vliet Academie voor cabaret en kleinkunst te gaan. En passant volgde hij ook nog een studie scenarioschrijven en dreef hij acht jaar lang een restaurant in de Mallemolen met de naam Watertanden. Even verderop organiseerde hij theatervoorstellingen in zijn pakhuiswoning.

“Als ik iets zie dat wordt afgedankt, dan wil ik er iets van maken,” zegt hij. “Ik ben een soort ongeleid projectiel. Poëzie voordragen vind ik ook heel leuk, omdat je direct feedback krijgt, net als bij cabaretvoorstellingen. Ik was als kind pathologisch verlegen en ik ben er nog steeds slecht in om mijn eigen werk aan te prijzen, maar nu denk ik toch dat de tijd daarvoor rijp is. Met mijn huidige werk reageer ik op wat er op dit moment in de samenleving gebeurt.”

 

Kikker

Het huis annex atelier van Keulemans ademt kunst. De wanden zijn bedekt met werk van zijn hand, zoals collages en schilderijen met ludieke of indringende teksten. Oude keukenkastjes zijn omgebouwd tot kunstobjecten. Ergens zit een gat in de vloer met glas eroverheen, daarin ligt een kikker op een stapel afgedankte dopjes van flesjes waarin het Pfizervaccin zat. Keulemans is al een jaar vrijwilliger op een priklocatie. “De kikker is het symbool van nieuw leven,” zegt hij. Tijdens onze rondgang door zijn huis duikt de kikker steeds weer op, zoals bijvoorbeeld op een aantal schitterende grote werken die op de eerste verdieping hangen. De figuren die hij daarvoor gebruikte, schilderde hij ooit voor zijn afstuderen aan de kunstacademie. “Het geheel bestond toen uit een weergave van de Klaagmuur met daarvoor de paus, een Jood, een Palestijn en een tennismeisje, met het idee: als dit kan, dan zijn de wereldproblemen opgelost. Ik heb de figuren er uitgeknipt en hergebruikt, de achtergrond bestaat nu uit frisdranketiketten, die ik in de tijd dat ik het restaurant had, van lege flesjes afweekte.”

 

QR-code

Al direct bij het begin van de coronacrisis bood Keulemans zich aan als ‘prikker’. Het viel hem op dat de flesjes waar het vaccin uitgehaald werd, helder gekleurde dopjes hadden. Blauw voor Janssen, rood voor Moderna en paars voor Pfizer. Omdat hij al eerder kunst met doppen maakte, waren die dopjes een grote verleiding voor hem. “Al het afval op de priklocatie werd weggegooid, omdat er geen misbruik van gemaakt mocht worden, maar ik stak ze stiekem in mijn zak, waarbij ik onvermijdelijk een keer betrapt werd. Dat is het einde van mijn prikcarrière, dacht ik nog, maar ik kreeg van degene die verantwoordelijk was voor de locatie, een aantal vuilniszakken met doppen mee en daar ging ik mee aan de slag.”

Keulemans begon met het maken van kleinere ‘coronawerken’, maar ze werden steeds groter. Hij maakt nu QR-codes met de gekleurde doppen, die ook echt werken. Als je ze scant, zie je zijn initialen en zijn geboortemaand verschijnen.

In de CoronaCheck-app op je mobiel zie je onder de code altijd een randje met bewegende figuurtjes die allemaal een attribuut bij zich hebben. Een reden voor Keulemans om dat in zijn atelier na te bouwen. Er staat een koffer onder de blauwe Janssen en een goudkleurige fiets onder de paarse Pfizer. Uit de koffer puilen verfrommelde mondkapjes.

 

Dick Keulemans, voor contact of atelierbezoek www.corona-art.nl

 

 

Diorama met muren, pleinen en grimmige stiltes

Artikel in Den Haag Centraal van 15 januari 2022

Mark van Overeem is gefascineerd door muren die je kunnen beschermen, maar tegelijkertijd ook isoleren. Achter de ramen van straatgalerie De Spelonk maakte hij een installatie, als in een kijkdoos.


 

Achter de blinde muren van Haagse musea bevindt zich een schat aan kunst, maar we kunnen er nog steeds niet bij. Voor de echte kunstliefhebber is het een moeilijke tijd, maar voor wie goed zoekt, is er toch nog wel iets te vinden. Straatgalerie De Spelonk biedt met de tentoonstelling ‘Façade Façade’ van de Haagse kunstenaar Mark van Overeem (1970) een kunstbeleving die geheel coronaproof is. De installatie is door de ramen te zien, zij het alleen als het licht aan is: ’s morgens vroeg en vanaf het invallen van de schemering.

Vanaf de stoep kun je door de ramen van het pand naar binnen kijken, waar lampen in een regelmatig ritme aan en uit knipperen. Het trekt aandacht, voorbijgangers blijven stilstaan. Er is een zekere concentratie nodig om de details van het werk goed te kunnen zien, want zodra je blik ergens op gefocust is, gaat het licht alweer uit. Je krijgt het beeld nooit duidelijk op je netvlies en dat schept een zekere spanning. Wat ligt er op de grond van de gesuggereerde vlaktes achter de ramen? Je weet het niet precies.

 

Trompe-l’oeil

Sinds september 2020 gebruiken kunstverzamelaars Bart Dirks (journalist van de Volkskrant) en Roeland Merks (hoogleraar mathematische biologie) een deel van hun woonhuis aan de Valkenboslaan als kunstruimte. De installatie van Van Overeem wordt door de galeriehouders een ‘site specific diorama’ genoemd, het is alsof je een blik in een kijkdoos werpt. Je ziet terreinen die door muren omzoomd worden, ze zijn in een sterk en onmogelijk perspectief afgebeeld, als een trompe-l’oeil, een optische illusie. De beelden doen denken aan het permanente toneeldecor van het oudste renaissancetheater van Europa, dat in het Italiaanse Vicenza staat. Teatro Olimpico werd daar neergezet door de architect Palladio, het decor is van zijn leerling Vincenzo Scamozzi. Oneindig lange straten lijken in een punt aan de horizon te verdwijnen, in werkelijkheid zijn de straten maar enkele meters lang. Ook in de installatie van Van Overeem lopen de zijlijnen van zijn terreinen scherp omhoog, zijn horizon ligt verborgen achter hoge muren.

Mark van Overeem is gefascineerd door terreinen en muren. Muren die kunnen beschermen maar die ons net zo goed kunnen isoleren van de buitenwereld. Vaak zijn het door de mens aangebrachte grenzen, zoals bijvoorbeeld een afscheidingsmuur. Maar waarom bouwen we steeds meer beveiligingshekken, afscheidingsmuren en andere barrières? Zijn we bang, of onverschillig? Wie proberen we eigenlijk tegen te houden: de ander, of onszelf? Dat zijn vragen die hij de toeschouwer voorlegt.

 

Prikkeldraad

De foto’s voor ‘Façade Façade’ maakte Van Overeem bij de muur die de Westelijke Jordaanoever scheidt van Israël en bij de Jungle van Calais, het Franse vluchtelingenkamp dat enkele jaren geleden ontruimd werd. Zijn installatie toont de verlaten terreinen en het verval ervan, met achter het linker raam de muren van de Israëlisch-Palestijnse grens en rechts die van Calais. Alles is grijs en stoffig en weerspiegelt een grimmige sfeer. Bovenaan de muren is prikkeldraad aangebracht. Op de daken van de gebouwen erachter, zijn vormen te zien die op wapens lijken, hier en daar staat nog een verdwaalde boom. Langs het beton groeien wat grassprieten, die altijd en overal weer opkomen waar nog een randje aarde te vinden is, als de hoop op een nieuw en beter leven. Ergens staat een deel van een zuil, er ligt ondefinieerbare rommel op de brokkelige grond.

Zodra het licht dooft, zie je alleen nog jezelf, weerspiegeld in de ruit. Zo blijft de kijker van ‘Façade Façade’ toch een buitenstaander.

 

Mark van Overeem, ‘Façade Façade’ t/m dinsdag 1 maart. Straatgalerie De Spelonk, Valkenboslaan 74. Meer informatie www.de spelonk.nl

 

 

 

 

 

 

donderdag 16 december 2021

 Onderzoek voor roman leidt tot bijzondere ontdekking. 

Illustere graaf Cagliostro bezocht Den Haag en verdween spoorloos in Italië  

 Artikel in Den Haag Centraal van 16 december 2021

In 1778 bezocht de alchemist, arts en vrijmetselaar graaf Cagliostro Den Haag. In zijn laatste jaren zat hij opgesloten in het Italiaanse fort San Leo, waar de angst bestond dat hij weg zou vliegen.

 


Het is een helse tocht langs diepe ravijnen en door meanderende haarspeldbochten naar het verscholen middeleeuwse stadje San Leo (Emilia-Romagna, Italië). Op de top van de Mons Feretrius staat het Forte di San Leo. De eerste aanblik van het fort, dat ook als gevangenis werd gebruikt, is onvergetelijk. In dit kasteel bracht de illustere graaf Cagliostro (1743-1795) de laatste vijf jaar van zijn leven door. Er is geen deur in zijn cel, alleen een luik in het plafond. De tralies voor het enige raampje, zijn dik als een vuist, de angst bestond destijds, dat hij met zijn magische krachten weg zou kunnen vliegen.

Graaf Alessandro Cagliostro is de hoofdpersoon van mijn volgende roman ‘De Goddelijke Graaf’. Weinigen hebben van hem gehoord en zo ja, dan meestal in negatieve zin. De graaf bezat de gave van het hypnotiseren, in die tijd nog een onbekend fenomeen, hij was hoogbegaafd en genas zieken, daarnaast was hij vrijmetselaar. Het respect maar ook de angst voor zijn vermeende krachten was groot en hij werd uiteindelijk opgepakt door de inquisitie. Nu is geconstateerd dat ‘de katholieke kerk en de geschiedschrijvers hem afschuwelijk onrecht hebben aangedaan’.

 

Haagse loge

In 1778 bezocht graaf Cagliostro Den Haag. Het was hartje winter, de kerstdagen kwamen eraan en de Hofvijver was bedekt met ijs. Er werd geschaatst op geslepen ijzers die met leren banden onder de schoenen vastgebonden waren, kinderen speelden kolf met lange stokken en een leren bal of zaten met rode wangen op priksleetjes. Op het Lange Voorhout brandden vuurtjes in gietijzeren schalen en werden tamme kastanjes op een
rooster gepoft. Overal kon je warme wijn kopen.

Cagliostro en zijn vrouw logeerden in de Lion d’Or aan de Hofweg, waar een grote gouden leeuw aan de gevel bevestigd was. De herberg was een vertrouwde plek voor Haagse vrijmetselaars. Het echtpaar werd er ontvangen door baron Carel van Boetzelaer, grootmeester van de ‘Grote Loge van Holland’. Cagliostro was gekleed in een rijk geborduurde paars fluwelen mantel, hij droeg een degen, waarvan het gevest met diamanten bezet was. Zijn vrouw schitterde in een donkergroene fluwelen jurk, afgezet met Brusselse kant.

In de Lion d’Or hield de graaf een vlammende speech van drie uur voor de Hollandse vrijmetselaars. Hij werd uitgenodigd om in Den Haag een nieuwe loge met de naam L’Indissoluble op te richten. Frans was de voertaal, een van de talen die hij vloeiend sprak. Helaas viel zijn knappe vrouw niet goed bij de preutse Hollanders. Zij had een liaison met een getrouwde man en ze moesten halsoverkop vertrekken uit de Hofstad.

 

San Leo

De eerste blik op fort San Leo op de bijna verticale klif is als een scene uit een film. Vanaf de weg is niets te zien, pas op het allerlaatste moment, na de laatste bocht, rijst het kasteel prachtig, groot en dreigend voor je op. Het ontoegankelijkste fort van Italië wordt het wel genoemd.

 

Hoewel de bewoners er niet allemaal even blij mee zijn, staat het hele stadje San Leo in het teken van de graaf, die het elixer van het eeuwige leven ontdekt zou hebben. Zijn lichaam zou in 1795 na zijn dood verdwenen en nooit meer gevonden zijn. Velen willen deze mythe over zijn onsterfelijkheid in stand houden, omdat het toeristen trekt.


Volgens de 86-jarige geschiedenisleraar Ugo Gorrieri, wiens familie al generatieslang in San Leo woont, klopt het niet. “Ik
was erbij toen in 1964 zijn botten gevonden werden, maar dat wordt hier doodgezwegen.” zegt hij. Hij is beledigd als ook ik twijfel aan de waarheid van zijn verhaal, maar gedurende het gesprek begin ik hem steeds meer te geloven. “Het is helemaal niet zo lang geleden, mijn grootvader kende personen, die in de tijd van Cagliostro leefden, het is een echt familieverhaal. De rijke familie Santucci verzamelde in 1795 zijn botten, die door Franse soldaten waren opgegraven en metselde ze achter een muur in hun huis.”

Hij wijst daarbij naar het hotel achter ons, Albergo Diffuso, waar we cappuccino drinken en waar ik ook logeer. In 1964 werd het huis van de familie Santucci tot hotel verbouwd, achter de muur werd een skelet gevonden en Ugo was erbij. “Dat waren de botten van de graaf. Ze werden snel bij elkaar geraapt en onder het plein van de Duomo verborgen in een massagraf. De legende over de eeuwig levende graaf wordt zorgvuldig in stand gehouden door het plaatselijk bureau van toerisme, L’Associazione Pro Loco San Leo. Zijn stoffelijk resten mochten nooit gevonden worden. Maar wij weten wel beter!”

 

Kippenbotjes

Als schrijver gaan er soms deuren voor je open die anders gesloten blijven. Een dag na het gesprek met Ugo stopt de burgemeester van San Leo, Leonardo Bindi, in zijn witte BMW voor de Albergo, zijn vrouw Enrica Bedosti zal mij rondleiden in het kasteel dat voor gewone toeristen alleen bereikbaar is via een steil zigzaggend pad. Maar nu opent Bindi vanuit de auto een hek dat langzaam opendraait, hij
brengt mij via een verborgen weg tot aan de poort.

In het kasteel zien we de brits van de graaf in de oorspronkelijke cel, overdekt met bloemen en briefjes. Erachter, in gaten in de muur, verstopte hij zijn schrijfgerei, gemaakt van afgekloven kippenbotjes en stro uit zijn matras. Inkt maakte hij van roet van kaarsen, zijn eigen urine en bloed.

 

  Savery, een meester in het observeren   Roelant Savery werd onder meer bekend met zijn schilderijen van de uitgestorven dodo. Met zijn b...