donderdag 3 oktober 2019


Mode op spitzen en dansen in couture

Artikel in Den Haag Centraal vam 3 oktober 2019

In Kunstmuseum Den Haag is een wervelende tentoonstelling te zien over dans en mode.



David Bowie, de begin 2016 overleden rockmuzikant en trendsetter, schreef in 1983 het nummer ‘Let’s dance, put on your red shoes and dance the blues’. Hij veroverde daarmee direct alle hitlijsten. De tentoonstelling ‘Let’s Dance!’ in het Kunstmuseum Den Haag (voorheen Gemeentemuseum den Haag) is een eyeopener voor alle liefhebbers van dans en mode: de twee disciplines hebben elkaar door de eeuwen heen beïnvloed en zijn soms nauwelijks van elkaar te onderscheiden. “Dansen is een oerinstinct,” zegt Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum. “Ook onze ‘Victory Boogie Woogie’ ademt het ritme van muziek en dans.”
Samen met artdirector Maarten Spruyt bracht modeconservator Madelief Hohé een schitterende verzameling van kostuums, foto’s en fragmenten uit dansfilms bij elkaar. “Dans is beweging en mode gaat daar ook over,” zegt ze. “Modeontwerpers nemen vaak de stof in handen om te zien hoe de jurk er in beweging uit ziet.”



Tutu
Mode en dans zijn manieren om je van de oudere generatie te onderscheiden. In 1910 was de introductie van de Tango ‘een bedreiging voor het gezin’, tien jaar later werd de Charleston ‘onkuis’ gevonden. In de jaren vijftig werden de heupbewegingen van Elvis Presley door de ouderen met afschuw bekeken, evenals de ‘twist’ in de jaren zestig.
Speciale dansmode ontstond al in de zeventiende eeuw. De Franse Koning Lodewijk XIV trad op als zon in het ‘Ballet van de Nacht’ en hield daar zijn bijnaam ‘de Zonnekoning’ aan over. De koning droeg aangepaste lossere kleding tijdens zijn optreden, maar zijn gewone schoenen met (rode!) hoge hakken beperkten hem behoorlijk in zijn bewegingen. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden de spitzen en de tutu. Anna Pavlova danste in 1905 ‘De Stervende Zwaan’ in een tutu met veren. Een kopie van dit iconische balletkostuum -  waarin Alexandra Radius in 1988 optrad - draait op de tentoonstelling gracieuze pirouettes op een standaard.
Aan het begin van de twintigste eeuw en nog lang daarna, had het balletgezelschap Ballet Russes van impresario Diaghilev veel invloed op kunst en mode. De kostuums waren kleurig en sprookjesachtig. Modeontwerper Paul Poiret ontwierp zijn bekende harembroek, Yves Saint-Laurent en Karl Lagerfeld volgden, geïnspireerd door het Russische ballet, met spectaculaire ontwerpen. In het Gemeentemuseum zien we kostuums, ontworpen door kunstenaar Pablo Picasso en gedragen in het ballet ‘Le Tricorne’. In dezelfde ruimte hangt een kleurige ‘Nijinski-broek’ van Fong Leng uit 1977.
Er is daarnaast een reeks moderne balletkostuums te zien zoals de ‘metalen wolk’ van Iris van Herpen die als een aura om het lichaam gevouwen lijkt. Het geheel ziet eruit als een ingewikkelde constructie maar is heel licht en makkelijk om in te dansen.

Bikerjassen
Steeds vaker worden bekende modeontwerpers gevraagd om voor balletten te ontwerpen, maar ook geven balletkostuums inspiratie aan modeontwerpers. In 2005 combineerde Comme des Garçons stoere bikerjassen met een tutu. Alexander McQueen ontwierp voor zijn herfstcollectie van 2009 zwarte en witte verenjurken. Sara Jessica Parker droeg als Carrie in ‘Sex and the City’ een witte tutu met een roze hemdje, een replica hangt op de tentoonstelling. De jurken van Viktor & Wolf met enorme wolken tule werden in 2014 door ballerina’s van Het Nationale Ballet op spitzen gepresenteerd en maakten een onvergetelijke indruk. In zijn zomercollectie van 2019 toonde Giambattista Valli een roze droomjurk van tule, Moschino liet dit najaar een mannentutu met een zwart leren jack zien.
Fotograaf Jasper Abels is verantwoordelijk voor een compilatie van bekende dansfragmenten die over een hele muur geprojecteerd wordt. John Travolta komt voorbij met ‘Staying Alive’, we zien fragmenten uit ‘Dirty Dancing’ en ‘Flashdance’, Michael Jackson met ‘Thriller’ en ‘The Wizard of Oz’ maar ook Fred Astaire en Ginger Rogers. Bij de tentoonstelling is een ‘catalogus’ uitgegeven in de vorm van een glossy tijdschrift met foto’s van Jasper Abels. Het is een feest van herkenning.

‘Let’s Dance!’, gemeentemuseum De Haag tot 12 januari 2020. Meer informatie www.kunstmuseum.nl



Blauwe watermeloenen en witte ananassen
Artikel Den Haag Centraal 3 oktober 2019

Larissa Ambachtsheer heeft een eigentijdse visie op stillevens. Haar foto’s zijn tijdens Art The Hague te zien in de stand van Project 2.0 / Gallery

Het is alweer de zevende editie van kunstbeurs Art The Hague die plaatsvindt in de Fokker Terminal aan de Binckhorstlaan. Jonge én gerenommeerde galeries presenteren er hun kunstenaars. Project 2.0 / Gallery laat onder andere werk zien van Larissa Ambachtsheer (1993). Al meer dan haar halve leven is ze bezig met kunst. Ze maakt stillevens met fruit en groenten, die ze een andere werkelijkheid geeft. “Stillevens worden gewoonlijk zo realistisch mogelijk weergegeven, maar ik zoek juist de grenzen op. Ik gebruik kleur om van de realiteit los te komen,” zegt ze. Ze beschildert aubergines, ananassen of watermeloenen met witte verf of juist met felle kleuren en maakt daar dan een compositie van die ze fotografeert. Soms is het moeilijk om te zien of je een schilderij of foto voor je hebt. “De hoofdvraag in mijn werk is: hoe kunnen we onze levens proberen te beheersen? Wat is bijvoorbeeld de rol van voedsel en hoe kunnen we dat controleren? Wat is de rol van de fabrikant? Daar heb ik onderzoek naar gedaan en ik heb geprobeerd om dat te visualiseren.”
Voedsel en de manipulatie daarvan, hield haar als meisje van acht jaar al bezig. Ze was lid van Het Wereld Natuur Fonds en zamelde geld in om het dierenleed tegen te gaan. Sindsdien is ze ook vegetarisch. “Ik ben altijd met eten bezig en probeer zo gezond mogelijk en duurzaam te leven. De vraag is wat je nodig hebt om te kunnen leven en wat het minimum is.”
Vanaf haar twaalfde ging Ambachtsheer naar de School voor Jong Talent aan het Haagse Conservatorium en koos daar de richting beeldende kunst. Daarna volgde ze de opleiding fotografie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Die combinatie is in haar werk terug te vinden. Haar ‘geschilderde foto’s’ zijn als het ware een logisch gevolg van haar opleiding.

Instagram
“Tegenwoordig communiceren we meer met beeld dan met tekst. Larissa is een van de eersten uit een generatie die bijna alleen met beeld is opgegroeid. Instagram is hun medium. Het geeft mij nieuwe energie om dat te zien en te volgen,” zegt galeriehouder Coen van den Oever.
“Voor mij is Instagram inderdaad een soort portfolio geworden,” beaamt Ambachtsheer. “Het is veel meer geüpdatet dan mijn website. Je kunt er sneller mee communiceren en direct laten zien waar je mee bezig bent. Het is ook minder gecompliceerd dan wanneer je een website moet veranderen.”
“Social media laat zien wat er op dat moment speelt. Wat dan wel weer moeilijk is: wat laat je al zien en wat bewaar je voor in de galerie? Dat is een spanningsveld. Je moet de mensen ook naar je toe laten komen. Het werk zelf moet niet helemaal weggegeven worden. Wij als galeristen zijn toch ook de verhalenvertellers achter het werk.”

Larissa Ambachtsheer bij Project 2.0 / Gallery tijdens Art The Hague in stand nummer 9, t/m 6 oktober. Meer info: www.project20.nl en www.artthehague.nl



dinsdag 24 september 2019


Franse boerenschilder Millet beïnvloedde Haagse School
 Artikel weekkrant Den Haag Centraal van 19 september 2019'

Veel Haagse School-schilders zijn beïnvloed door de Franse schilder Jean-François Millet. De schilderijen en tekeningen zijn nu samen te bekijken.


Van Gogh zag hem als voorbeeld en ‘aanvoerder’. Maar ook zijn oudere Haagse collega’s waardeerden de ‘boerenschilder’ Jean François Millet. Van Gogh noemde Jozef Israels zelfs ooit ‘een Hollandse Millet’. In museum De Mesdag Collectie is nu te zienhoeveel invloed Millet heeft gehad op Haagse schilders zoals Jozef Israëls, Anton Mauve en Matthijs Maris. Millet (1814-1875) kwam zelf van het platteland en was gefascineerd door de grootsheid van de natuur en de hardwerkende mens daarin. Na zijn opleiding aan de École des Beaux-Arts vertrok hij op 35-jarige leeftijd vanuit Parijs naar het dorpje Barbizon waar al meer kunstenaars werkten. De meesten schilderden landschappen, maar voor Millet werd het boerenleven al snel zijn favoriete onderwerp. Het publiek moest eraan wennen, het werd zelfs ongepast gevonden. Millet werd wel omschreven als een boer die boeren schilderde.
Kunstschilder Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) had enorme bewondering voor Millet en was erg belangrijk voor de verspreiding van zijn kunst in Nederland. De Franse schilder was een voorbeeld voor Mesdag omdat hij hard werkende landarbeiders als helden in beeld bracht. Een van de werken die Mesdag kocht is ‘De toren van Chailly bij Barbizon’ uit 1873. Het is een ruw opgezette voorstelling met nog zichtbare donkere schetslijnen. Mesdag hield van dit soort werk omdat daarop het maakproces goed te zien was. Het is een schilderij waar alle elementen van het latere werk van Millet al in zaten, zoals de schapen, het rommelige landschap en een monumentale toren. De pasteltekening ‘De hooibergen’ is bij uitzondering ook op de tentoonstelling te zien. Het werk is heel kwetsbaar en wordt meestal in het depot bewaard. Mesdag betaalde er ooit 6000 gulden voor, wat heel veel was voor een krijttekening.

Groot in beeld
Het is een bijzondere ervaring om het werk van de Haagse kunstenaars die door Millet beïnvloed werden nu bij elkaar te zien. We zien ‘Vissersvrouw’ en ‘De wolkaardster’ van Millet. Hij zette zijn figuren - meestal op het land aan het werk - groot in beeld. De Haagse kunstenaars namen dat over. Maar waar de boeren en boerinnen van Millet vaak afstandelijk afgebeeld werden, als een algemene benadering van het zwoegende en armoedige bestaan op het land, voegden de Haagse kunstenaars sfeer en gevoel toe.   
Jozef Israëls wordt wel de Hollandse Millet genoemd. Voor het schilderij ‘Madonna in de hut’ uit 1867 (in bruikleen van het Detroit Insitute of Arts in Amerika) keek hij hoogstwaarschijnlijk naar ‘Vrouw die haar kind pap voedt’ van Millet. De sfeer in het werk van Israëls is romantischer en meer verhalend. De vrouw houdt de lippen getuit terwijl ze haar kind een lepeltje met eten geeft, alsof ze het wil dwingen toe te happen. Ook is er meer van het interieur te zien, zoals een la waar een wit lapje uit hangt, een brandend vuurtje onder de kom met eten en een bengelend kruisje aan het plafond.

Regenboog
‘De regenboog’ van Roelofs is geleend van het Gemeentemuseum. Er is een sterke scheiding tussen regen en zonneschijn door een opvallend verschil in licht en donker. Onder de regenboog ligt een helder verlichtte akker. Heel knap is met enkele tipjes van de kwast een groepje koeien aangegeven, alleen op afstand als zodanig herkenbaar. Het werk doet denken aan een van de vier seizoenen van Millet: ‘Lente’. Ook Mauve met zijn schapen werd duidelijk geïnspireerd door Millet.
Een aanrader is om ook nog even de tweede verdieping te bezoeken. Daar hangt alleen de lijst van het schilderij ‘Hagar en Ismaël’ van Millet. Het schilderij zelf is uitgeleend voor de tentoonstelling ‘Jean-Francois Millet, Zaaier van de moderne kunst’ die van 4 oktober tot en met 12 januari 2020 in het Van Gogh Museum in Amsterdam te zien is. De lijst is kwetsbaar en mag niet reizen, het schilderij wel. In de lijst is daarom nu tijdelijk een foto te zien van fotografe Hellen van Meene (1972). Met de foto ‘Hagar, Abraham en een engel van God’ maakte ze een eigentijdse vertaling van het Bijbelverhaal.

‘Jean-Francois Millet en de Haagse School’, De Mesdag Collectie, van 13 september 2019 t/m 5 januari 2020. Meer informatie www.demesdagcollectie.nl




Aftellen is begonnen, ontwerpers en kunstenaars klaar voor publiek
 Artikel weekkrant Den Haag Centraal van 19 september 2019

Al maandenlang zijn initiatiefnemers Willem Jan Hoogsteder en Nicole Uniquole bezig met het plannen van het festival Masterly The Hague, om van donderdag tot en met zondag de resultaten te laten zien. Vier ontwerpers vertellen over hun inbreng.

Jacoba van Beieren door J A Kruseman
Het is bijna zover. Willem Jan Hoogsteder heeft het gras voor zijn panden aan de Lange Vijverberg met rood-wit lint afgezet, ‘zodat niemand erop kan parkeren. Verhuiswagens rijden af en aan, binnen kom je overal op de trappen ontwerpers tegen; nieuwsgierig naar de hun toegewezen ruimte of al bezig met inrichten. Oude schilderijen kijken berustend vanaf de wanden op alle bedrijvigheid neer. Het uur U nadert.   
In de oude keuken van één van de historische panden van kunsthandel Hoogsteder & Hoogsteder waar het evenement Masterly The Hague zal plaatsvinden, zitten even later vier ontwerpers samen met hem aan de koffie. Ze hebben enige tijd geleden schilderijen toegewezen gekregen uit de collectie Kruseman, die hen moesten inspireren tot het maken van een gloednieuw ontwerp. De ontwerpers werden op deze manier ‘gedwongen’ om kennis te nemen van kunst uit voorbije jaren. De schilderijencollectie, normaal niet voor publiek te zien, wordt gedurende het festival samen met de nieuwe ontwerpen getoond. Ook de ontwerpers zullen aanwezig zijn.

Jacoba van Beieren
Een van de meest bijzondere schilderijen is dat van Jacoba van Beieren (1401-1436), in de negentiende eeuw geschilderd door Jan Adam Kruseman. De gravin van Holland en Zeeland, die in haar korte leven vier maal trouwde, is peinzend afgebeeld met de hand onder haar kin. Een beetje zwaarmoedig. Ze draagt rijk versierde kleding en heeft een gouden kroon op haar hoofd. Er bestaan nogal wat legendes over haar. Ze sleet haar laatste jaren op kasteel Teylingen (Voorhout). Bij opgravingen in de slotgracht werden tientallen slanke, grijze kannetjes gevonden. Het verhaal gaat dat Jacoba deze kannetjes in ballingschap maakte, als pottenbakster, en ze uit frustratie om een onmogelijke liefde de gracht in smeet. Sindsdien worden deze middeleeuwse kannetjes ‘jacobakannetjes’ genoemd. Anne-Marie Jetten van ‘Hollandsche Waren’ maakte voor Masterly The Hague een serie keramiek, geïnspireerd op de oude kannetjes. Ze zijn van grijs porselein, soms warmrood, tinten die in het schilderij voorkomen. “Het zijn heel Nederlandse kannetjes, typisch oud erfgoed,” zegt ze. “Het zijn ook erg mooie verhalen. Er is een andere theorie dat de kannetjes na een wild feest met veel drank de gracht in gegooid zijn.”
Goudsmid Marleen Hengeveld van ‘Amma Jewelry’ werd ook gegrepen door het tragische leven van Jacoba. Ze verbeeldde zich de gouden kooi waarin de gravin geleefd moet hebben, keek naar de vorm van de schilderijlijst en ontwierp een rechthoekige armband. Het patroon van Jacoba’s kap komt terug in het ontwerp. Hengeveld maakt haar sieraden in een atelier in Amsterdam. “Mijn werk wordt steeds ingewikkelder en is echt voor een speciaal publiek. Ik ben vooral met ontwerpen bezig en zou eigenlijk meer commercieel moeten zijn. Ik leg de lat steeds hoger. Deze gelegenheid is heel fijn om mijn werk te laten zien.” De armband die ze maakte is van puur goud met versieringen in filigraan en bezet met diamantjes.

Ogen en monden
Michael Barnaart is in Den Haag en omstreken al langer bekend als modeontwerper. Hij verkoopt zijn gebreide jurken in zijn winkel in de Papestraat. Barnaart is gekoppeld aan twee schilderijen van Cornelis Kruseman (1797-1857), die verschillende malen naar Italië reisde, wat zijn werk sterk beïnvloedde. “Ik wilde vooral iets met de typisch Italiaanse kleuren van de schilderijen doen. Ik heb eerst kleurenkaarten gemaakt met tinten die het meest in het werk voorkomen. Daarmee heb ik een compositie gemaakt en aan de hand daarvan heb ik een trapezejurk ontworpen. Er komt hier een hele serie te staan. Eén ervan is al op Prinsjesdag in de Ridderzaal gespot,” zegt hij met een brede glimlach. “Wat mij ook erg inspireerde, waren de ogen en de monden op de schilderijen, die zijn zó sprekend.” Hij ontwierp broches met geëmailleerde ogen en monden. Ze zijn voor een klein prijsje te koop.

Witte sneaker
‘Fashion Theater’ ontwierp bij het schilderij van Jacoba van Beieren een witte sneaker met een gouden detail op de hiel en aan de bovenkant een wit stukje bont naar aanleiding van de mantel van Jacoba, die met witte hermelijn is gevoerd. “Het konijn was al dood,” zegt de ontwerpster een beetje schuldig. Haar bedrijf probeert juist heel milieuvriendelijk te werken en ook schuwen ze kinderarbeid. De stof en de zool zijn van gerecyclede producten gemaakt. Een afbeelding van een schilderij van Kruseman is op de stof van een andere sneaker gedrukt. De doelstelling van het bedrijf is om duurzame producten te maken. Tijdens het festival zal er een expert aanwezig zijn die ter plekke verschillende modellen witleren schoenen precies in de kleur schildert die je hebben wilt. En hij gebruikt natuurlijk milieuvriendelijke verf.
“Masterly The Hague biedt een platform om nieuwe producten te kunnen laten zien. Het samenbrengen van het vakmanschap van oude en nieuwe kunstenaars maakt dit evenement zo bijzonder. Het geeft inspiratie aan de ontwerpers maar laat ook de schoonheid van oude kunst zien,” benadrukt Willem Jan Hoogsteder nog eens.

‘Masterly The Hague’ Lange Vijverberg en Lange Voorhout, van 19 t/m 22 september. Meer informatie www.masterlythehague.nl



zondag 15 september 2019


‘Imperfecties laten ware schoonheid zien’
 Artikel Den Haag Centraal van 12 september 2019

Let's talk foto Daniëlle van Zadelhoff
Daniëlle van Zadelhoff fotografeerde voor haar nieuwste expositie moeder en kind en mensen in gebed. Ze stelt zich de vraag of je DNA zomaar mag veranderen.


Met enige trots presenteert Gallery Project 2.0 aan het Noordeinde de expositie ‘Perfection …’ van fotografe Daniëlle van Zadelhoff. Die trots is zeker gerechtvaardigd. Van Zadelhoff begon pas vijf jaar geleden met fotograferen nadat ze jarenlang oude kerken en huizen opknapte en weer doorverkocht. Ze is niet meer zo heel piepjong. Sinds ze in 2013 voor het eerst naar buiten kwam met haar foto’s exposeerde ze onder andere in Amsterdam, Parijs, Londen, Napels en Malaga. Alles ging plotseling in een sneltreinvaart. En passant volgde ze ook nog een opleiding fotografie in Antwerpen, waar ze samen met 20-jarige studenten de lessen volgde. Ze werd ontdekt door Wim Pijbes, oud directeur van het Rijksmuseum, die vond dat haar werk museumkwaliteit had. Daarna ging het viral.
De foto’s van Van Zadelhoff hebben de sfeer van oude meesters, met prachtig licht en diepe schaduwen. Niet voor niets werd haar foto ‘Let’s talk’ aangekocht door museum Pio Monte della Misericordia in Napels. Onder het museum, in de gelijknamige kerk, hangt al vier eeuwen lang het schilderij ‘De zeven werken van barmhartigheid’ van Caravaggio. Maar waar het clair-obscur van de beroemde schilder soms een scherpe tegenstelling van licht en donker laat zien, hebben de foto’s van Van Zadelhoff zachtere overgangen en minder felle kleuren waardoor ze een poëtische uitstraling hebben. “Ik was als kind al gefascineerd door oude schilderijen, daar kon ik uren naar kijken. Nu zit het in me, ik heb niet echt een voorbeeld, het komt vanzelf.”
De lippen van de roodharige jongen op de foto ‘Let’s talk’ hebben de kleur van abrikozen, een kleur die ook op de vingers van zijn handen ligt. Prachtige handen die prominent vooraan in beeld liggen en een jeugdige onschuld uitstralen. “Ik bewerk mijn foto’s niet of nauwelijks,” zegt Van Zadelhoff. “Ik zet ze recht en dat is het meestal. Ik ben er nog geen vijf minuten mee bezig. De dingen ontstaan vanzelf als ik aan het werk ben. Ik heb van te voren geen uitgesproken plan, dat is de beste manier om een echte emotie te vangen.”

DNA
Het werk dat in de galerie hangt is onderdeel van een nieuw project waar Van Zadelhoff middenin zit. “Het gaat over het zogenaamde ‘CRISPR’ van het DNA,” zegt ze. “Een nieuwe technologie die erfelijk materiaal kan veranderen. Eigenlijk hoor je daar veel te weinig over, terwijl het zo intens, zo wereld-veranderend is. In hoeverre gaan wij accepteren dat er stukjes uit je DNA geknipt kunnen worden? Het is natuurlijk mooi als je een ernstige ziekte kunt verwijderen bij een ongeboren kind, maar ga je een kind met downsyndroom veranderen? Is autisme een afwijking of hoort het bij de menselijke soort? Ik heb niet echt een oordeel maar vind wel dat er een gesprek op gang moet komen. Tegenwoordig kun je DNA opsturen en laten analyseren. Hoe ga je daarmee om als maatschappij? Straks kun je kiezen voor blauwe of bruine ogen. Als blauwe ogen in de mode zijn, dan heb je misschien opeens een heel volk met blauwe ogen.”
Prayer fot Daniëlle van Zadelhof
Ze heeft nu twee van de vier series gemaakt: ‘Prayers’ en ‘Madonna’s’. Elke foto wordt aangeduid met een letter, dezelfde waarmee ook de vier bouwstenen van het DNA aangeduid worden: A,C,G en T. De ‘Prayers zijn ingelijst en achter het glas is  - met enige moeite – een echte haar te zien van degene die geportretteerd is. “Het DNA van die haar kan meer over de persoon vertellen dan hij over zichzelf weet. De foto’s hebben natuurlijk iets met religie te maken. Wetenschap wordt steeds belangrijker dan godsdienst. Ik probeer een brug te slaan tussen heden en verleden, daarom lijken mijn foto’s op oude schilderijen maar er zit wel een hedendaags thema achter. Je kunt niet verder met je toekomst als je het verleden niet kent. Alles heeft invloed. Je neemt alles mee zonder dat het altijd zichtbaar is. Ik wil dat laten zien. De Madonna’s met kinderen zijn de kinderen zoals wij die nu krijgen, met alle imperfecties erbij. Dat laat toch de ware schoonheid zien.”

‘Perfection …’ foto’s van Daniëlle van Zadelhoof in Gallery Project 2.0 t/m 6 oktober. Meer info: www.project20.nl






Met fiets en karretje de natuur in

Artikel in Pulchriblad september 2019

Kunstenaar Gertjan Scholte-Albers exposeert van 30 oktober tot en met 25 november 2019 in de Klinkenbergzalen I en II


Gertjan Scholte-Albers (1971) uit Winsum is een buitenschilder. Met een karretje voor zijn fiets of scooter, gevuld met schildergerei, trekt hij er al achttien jaar op uit om landschappen vast te leggen. Zijn schilderijen laten droomwerelden zien. Hij vertaalt het Groningse landschap naar een expressionistische weergave van de natuur. Zijn werk doet denken aan zowel de Haagse School als aan het vroege werk van Mondriaan, hier en daar zelfs met een vleugje Jackson Pollock. Toch is het ook heel ‘eigen’, het werk zindert van gevoelens.
In het laatste jaar van de Kunstacademie in Enschede ontdekt Scholte-Albers hoe anders het is om buiten te schilderen en niet in een atelier. Net als ooit de schilders van Barbizon deden, trekt hij erop uit om te schilderen, weer en wind trotserend. Maar hij kiest niet voor een exacte weergave van de natuur, het gaat om de uiting van zijn gevoel.

Vingers
Gertjan Scholte-Albers werkt met olieverf op doek en probeert van alles uit. "Het mooie van olieverf is dat het niet bevriest en water afstoot,” zegt hij. “Mijn verfbehandeling is pasteus en expressief. Ik werk nat in nat of juist met verschillende diktes. Verdunde transparante verf laat ik over het doek naar beneden druipen. Met kwasten, penselen, stokjes, paletmessen en zelfs met mijn vingers breng ik de verf aan of schraap deze weer weg. Je ziet de kwaststreken in de verf.”


Zijn kleurgebruik is het eerste dat opvalt. “Daarmee kan ik het beste mijn gevoel uitdrukken. Het is niet mijn bedoeling om de werkelijkheid, maar om de beleving ervan weer te geven. Mijn schilderijen moeten emotioneren en de zintuigen prikkelen.” De boomtakken die hij schildert zijn grillig, de kleuren complementair. Het Groningse landschap geeft hem genoeg ruimte om te werken. Hij schildert soms op langgerekte doeken van 1 bij 2 meter (soms twee- of drieluiken) om de weidsheid van het landschap nog eens te benadrukken, nooit werkt hij naar foto’s. In één dag maakt hij het werk af ‘omdat de natuur steeds verandert’.
“Buiten gaat het schilderen haast vanzelf, ik ervaar de overweldigende ruimte, geniet intens van slechts een deeltje van de miljoenen soorten levende organismes, hoor de kraaiende vogels, de nieuwsgierige loeiende koeien en de wind. Ik voel de bittere kou, de natte dauw of de broeierige hitte. Het beïnvloedt de wijze waarop ik de verf aanbreng: vlot, rustig, rauw, vurig, driftig of wat er ook maar in mij opkomt.”
Gertjan Scholte-Albers exposeert in binnen en buitenland. Hij ontving voor zijn eindexamenwerk de Buning Brongers prijs, in 2003 een Stipendium van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst (BKVB) en in 2006 won hij de Gerrit van Houten prijs.


Tír na nÓg, land van de eeuwige jeugd
Artikel Pulchriblad september

Kunstenares Rinske Former maakte voor haar recente werk een reis door Ierland op zoek naar het ‘Land van de Eeuwige Jeugd’. Haar tentoonstelling zal bestaan uit fotografie, tekst en geluid, te zien en horen van 16 november t/m 8 december 2019 in de Hardenbergzaal.

De Stichting Van Vlissingen Art Foundation heeft als doel het bevorderen, stimuleren en ondersteunen van kunst in het algemeen en de hedendaagse kunst in het bijzonder. Rinske Former (1991) won de ‘Van Vlissingen Art Foundation Prijs’ van 2019. Dat hield in dat ze een beurs kreeg om een reis te maken naar een gebied dat haar zou kunnen inspireren tot het maken van nieuw werk. Ze koos voor Ierland.
‘Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in sprookjes en mythen. Er bestaat een oud verhaal dat over het ‘Land van de Eeuwige Jeugd’ gaat. Die plek zou zich in Ierland bevinden en heet ‘Tír na nÓg’, ook wel vertaald als ‘Land of the Young’,’ vertelt ze. Ze ging op zoek naar dat geheimzinnige land. ‘Ik sprak drie Ierse ‘storytellers’, mannen wiens beroep het is om verhalen te vertellen. Twee ervan waren met elkaar eens waar het land zich zou moeten bevinden, ze noemden het gebied ‘Killarney’. Daar ben ik vlakbij geweest.’

Van Dublin tot Connemara
Het bestaan van een eeuwige jeugd spreekt tot de verbeelding. ‘Tír na nÓg’ is een mythische plaats in de Iers-Keltische mythologie waar de Sidhe, de Ierse elfen zouden wonen, een paradijselijk oord waar niemand ouder wordt en ziekten ontbreken. Het klimaat is er altijd gematigd, niet te warm, niet te koud, een paradijs waar de bloemen eeuwig bloeien.
‘Het verhaal trok me aan omdat ik zelf een angst ken om ouder te worden. Ik wilde deze mythische plek vinden in dat sprookjesachtige Ierland. De geschiedenis is een leidraad tijdens mijn reis geweest en ik heb een route gevolgd naar waar de geheimzinnige plek zich mogelijk zou kunnen bevinden. Dit heeft tot een tocht door heel Ierland geleid, van Dublin tot Connemara. De drie ‘storytellers’ hebben mij stuk voor stuk hun versie van het verhaal over Tír na nÓg verteld. Tijdens mijn reis ben ik op al die plekken geweest om mij in te kunnen beelden waar Tír na nÓg zich zou bevinden. Hoe langer ik in Ierland was, hoe echter het verhaal voor mij werd en hoe meer ik er van overtuigd raakte dat Tír na nÓg bestond. Ieder gesprek dat ik had, Iedere Ier die ik zag, alles draaide om Tír na nÓg.’
Haar reis kende veel bijzondere momenten, maar één ervan is haar heel dierbaar. ‘Een van de mooiste herinneringen tijdens mijn reis speelde op een berg, net buiten Dublin. Niall, een van de ‘storytellers’, zei tegen me: ‘Ik wil je een heel bijzondere plek laten zien’. Hij nam me mee voor het uitzicht. In de mythe ontmoetten de twee geliefden elkaar terwijl zij op een paard zit, op een berg. Toen we bij de top kwamen stond er een prachtig paard met een meisje op de rug. Dat was een ongelofelijk moment.’
Tijdens haar ontdekkingstocht maakte Rinske Former foto’s die gedurende de tentoonstelling in Pulchri Studio voor het eerst te zien zullen zijn. Naast de foto’s maakte Rinske Former ook sculpturen. ‘De ‘storytellers’ spraken heel erg met hun handen. Ik maakte afdrukken van handen in gips, die ik later weer fotografeerde.’
De tentoonstelling wordt aangevuld met geluidsfragmenten. Ook zal tijdens de opening op 16 november een boek met het werk van Rinske Former gepresenteerd worden.

  Savery, een meester in het observeren   Roelant Savery werd onder meer bekend met zijn schilderijen van de uitgestorven dodo. Met zijn b...